Een blauwe bungalowhuurtent

Waar slapen we?..

Vader had een vouwwagen gekocht, een vintage Alpen Kreuzer Allure, z.g.o.h. voor 230 euro inclusief uitrusting – tot wasknijpers aan toe. Hij vond het een schitterend ding, maar moeder had er na drie weken Frankrijk genoeg van. Inklappen, uitklappen – gedoe om niks, vond ze. En vader gaf haar stiekem gelijk.

Ik wil een huurtent, had moeder het jaar erop gezegd. Daarin gaf vader haar geen gelijk. Maar ze had al op internet gezocht en gevonden en vader mocht de familiewagen naar de Allier sturen, een streek in Frankrijk die hij niet kende, terwijl de Alpen Kreuzer in de opslag bleef.

Een huurtent. Dat was, dacht vader, dubbel niks. Het was geen vakantiehuis en het was geen kamperen; het was iets er tussenin. Hoe kun je ooit, als kampeerder, niet je eigen tent op willen zetten? Hij had ze wel gezien hoor, de huurtenten, op de kasteelcamping van vorig jaar. Ze hadden allemaal dezelfde kleur, afhankelijk van de verhuurorganisatie, en exact dezelfde inventaris. Zo stonden ze in nieuwbouwwijken bij elkaar. Er omheen dartelde blonde jeugd die gasflessen verving en kurkentrekkers leverde, als die ontbraken in de besteklade.

Confectie, dacht vader. (Vader was opgegroeid met ruige kampeervakanties op Terschelling, waar het water uit een pomp kwam en de wc een beerput was in een bos. Dat kleurde zijn blik.)

Camping La Charvière lag in de groene heuvels van de Allier, het noorden van de Auvergne, het hart van het land: la France profonde. Het landschap was niet spectaculair, maar onverwacht authentiek. De camping lag aan een doodlopende weg en was van Rob en Henny Engels, die er jaren geleden met hun drie dochters waren neergestreken. Boerderij met dieren. Zwembad. Table d’hôte. Tentenveld. Vader kreeg het idee dat het meer hobby was, dan harde ondernemerszin.

De huurtent is nieuw, zei Rob. Het was een gigantische blauwe bungalowtent met drie slaapkamers erin, echte bedden, een koelkast, campingmeubilair, picknicktafel, besteklade. Handig hè, zei moeder.

Vader knikte.

Op het grote tentenveld verderop stond een rij katoenen huurtenten naast elkaar van het authentieke type dat ze op Terschelling gebruiken. Dan mocht de blauwe bungalowtent lelijk zijn – die had toch echt meer comfort. Het enige wat ik niet kan vinden, zei moeder, is een kurkentrekker. Of vader die even bij Henny en Rob wilde gaan vragen. Dat deed vader. Hij nam zijn drie kinderen mee. Onderweg naar Henny zagen ze een eend met tien eendagskuikens, ganzen, zwijnen, kippen, koeien en geiten en een klein zwembad. Het waren stadskinderen en ze waren blij. Ze mochten de dieren elke ochtend voeren.

Henny zei dat er al een kurkentrekker was in de tent. Dat klopte. Vader ontkurkte een fles, zat met een boek in een stoel en keek naar de koeien die vijf meter voor hem aan het herkauwen waren. Hij hoorde de kinderen in het koude zwembad. Hij ging met moeder eten bij Robs table d’hôte en dan paste één van Robs dochters op de kinderen.

Zo gleden twee weken voorbij. De Allier bleek kalm en vredig. Er waren aardige mensen op de camping, zij het alleen Nederlanders, en vader ergerde zich nergens aan behalve dat de camping een doorgangshuis was voor caravanners op weg naar Spanje. Dat gaf maar onrust. Elke avond waren er de stoel, het boek en de koeien en vergat vader zijn Alpen Kreuzer – nou ja, een beetje.

Toine Heijmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden