Drie zusters in de schijnwerpers

Achter de Blue Mountains lag China, dachten de gevangenen in de strafkolonie van New South Wales. De bergen waarheen zij eeuwen geleden wilden ontsnappen, zijn tegenwoordig een toevluchtsoord voor bewoners van Sydney....

DE presentatoren van 2WS Radio hebben dolle pret. In hun met doldwaze ditjes en datjes doorspekte ontbijtprogramma behandelen ze thans het verhaal van de rancuneuze boekhouder die zijn ex-echtgenote mooi tuk had. De man had, heel ondeugend, kaartjes laten drukken en die in diverse kroegen verspreid. Ondeugend, want op de kaartjes werd een mother and daughter dual sex deal aangeboden. Tegen een scherp tarief klaarblijkelijk, want de vrouw had op één avond niet minder dan 143 telefoontjes gekregen. Daar moeten de presentatoren - een man en een vrouw - toch wel erg om lachen. Later, tijdens het phone in-kwartiertje, maakt een luisteraar zich hierom erg boos. 'Aan het gevoel voor humor van sommige landgenoten is ons verleden als strafkolonie nog goed merkbaar' Pak aan.

Ik rijd over de Great Western Highway, oftewel Route 32, van Sydney naar de Blue Mountains. Het moet de oudste weg van het hele continent zijn. Al binnen een jaar nadat in januari 1788 de First Fleet was gearriveerd en het eerste transport gevangenen, zeelui en mariniers aan land was gegaan, had luitenant Watkin Trench een weg westwaarts gezocht om toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van de kolonie te onderzoeken. Tevergeefs. Vele jaren voor hem was de route ook al door menige avonturier en ontdekkingsreiziger verkend. Telkens stuitte men echter op een ondoordringbare bergketen, die gouverneur Arthur Phillip de Landsdowne Hills had gedoopt. Ook de gouverneur zelf had een westelijke route uitgeplozen, te water via de Hawkesbury River, maar ook hij had moeten constateren dat de bergen een onneembaar obstakel vormden.

Zo bleef de strafkolonie van New South Wales, de voorloper van de huidige staat Australië, de eerste kwart eeuw van haar bestaan beperkt tot een smalle strook grond aan de oostkust, op de plek van het huidige Sydney. Weliswaar bleven waaghalzen en durfals expedities ondernemen, op zoek naar een westelijk doorgang, maar geen van hen slaagde in zijn opzet. Onder de kolonisten kregen de westelijke bergen welhaast mythische proporties. De benaming Blue Mountains kwam in zwang, een verwijzing naar de kleur die de bergen lijken te hebben. In werkelijkheid hangt er een blauw waas over ze heen gevormd door een fijne nevel van olie, afgescheiden door de eucalyptusbomen die er volop groeien.

'De Blue Mountains', schrijft Robert Hughes in zijn epos De fatale kust, 'vormden een voortdurend aanwezig bewijs van de ''ondoordringbaarheid'' en de ''vijandigheid'' van het continent aan welks rand de kolonisten zich vastklampten.' Zelfs de Aborigines zeiden dat het onmogelijk was ze over te steken. Onder de gevangenen ontstond het gerucht dat zich achter de bergketen China bevond. Wanneer je er in slaagde de Blue Mountains te overwinnen, kon je vervolgens vanuit China per boot terug naar huis, of naar een andere plek, minder wreed dan het nieuwe continent. Het lot van de ontsnapten was even tragisch als voor de hand liggend. Ze kwamen om van de honger in, om met Hughes te spreken, de onmetelijke doolhoven van zandsteen, waar klokvogels hun typische geluid lieten horen en lange slierten water zich kronkelend omlaagstortten van klippen in de verte.'

Ondertussen begon de situatie in de kolonie nijpend te worden. Het was de gewoonte gevangenen die hun straf erop hadden zitten, een stuk land te schenken of verpachten, zodat ze een nieuw leven konden opbouwen, maar tegen 1813 was zo ongeveer elke vierkante centimeter vruchtbare grond in gebruik. Gelukkig slaagde in datzelfde jaar eindelijk een expeditie waar alle andere hadden gefaald. Gregory Blaxland, William Lawson en William Charles Wentworth, vergezeld door tewerkgestelde knechts, paarden en honden, vonden een begaanbare route tussen de River Grose en de River Coxs. Staande op de top van wat nu Mount Blaxland heet, keken ze uit over een golvend groen landschap. Genoeg grasland om het vee van de kolonie dertig jaar tot voer te dienen, concluderden ze. Net zoals de ontdekkingsreizigers in Amerika voor hen, vergeleken zij het nieuwe land met Arcadië en Kanaän.

Onmiddellijk werd besloten tot de aanleg van een goede berijdbare wagenweg. Zestig gedetineerden die al een tijdlang in de kolonie aanwezig waren en zich goed hadden gedragen, kregen hun vrijheid aangeboden als ze erin slaagden de tweehonderd kilometer lange weg binnen zes maanden te voltooien. De zestig slaagden er inderdaad in de herculische klus op tijd af te krijgen. Ze legden ongeveer 1200 meter weg per dag aan en bouwden meer dan een dozijn houten bruggen. Was de weg aangelegd door vrije arbeidskrachten of gevangenen die slechts gemotiveerd waren door de zweep, en niet het vooruitzicht van de vrijheid, dan had de hele onderneming zeker drie jaar geduurd, zo werd achteraf geconcludeerd.

VANDAAG DE dag behoren de plaatsjes langs de Great Western Highway zo goed als tot de buitenwijken van Sydney. De mens lijkt de wildernis hier aardig in zijn greep te hebben gekregen en de Blue Mountains zelf zijn een populair toevluchtsoord geworden voor Sydney-siders die de drukte of de zomerse hitte van hun stad willen ontvluchten. Er zijn georganiseerde dagtrips naar deze eens zo ongenaakbare bergketen, die deel uit maakt van de Great Dividing Range. De Blue Mountains zijn een populaire toeristische attractie geworden. Dat is overigens niet eens een ontwikkeling van de laatste jaren of decennia. Al in de jaren 1870, toen een spoorlijn de bergen verder ontsloot, werd het gebied voor recreatieve doeleinden gebruikt. Rijke inwoners van Sydney lieten er hun weekendhuisjes bouwen, soms compleet met hun eigen spoorwegperron. In Mount Victoria werd het nog altijd bestaande Imperial Hotel gebouwd, en in Katoomba het Great Western Hotel dat nu The Carrington heet. Ze werden gebruikt als kuuroord. De berglucht werd geacht bijzondere chemische en andere vitale ingrediënten te bevatten, die van belang waren bij het bestrijden van vele ziekten.

De geschiedenis van 120 jaar kuur- en ontspanningsoord is Katoomba aan te zien. Het is een plaatsje met karakter en naar Australische begrippen historisch, niet in de laatste plaats dankzij de in Art Deco en Art Nouveau gebouwde pubs, herbergen en hotelletjes. Eigenlijk bestaat het plaatsje net als vorige eeuw nog altijd uit slechts twee lange straten, Katoomba Street en Lurline Street, met links en rechts kleine weggetjes waaraan in het groen woonhuizen staan. Het is een doordeweekse dag, buiten het seizoen, en als ik een sandwich shop binnenga, ben ik de enige klant. Ik bestel een kop espresso. Een van de zegeningen van het toerisme! Zonder de voortdurende instroom van binnen- en buitenlandse toeristen was in dit plaatsje ongetwijfeld slechts de oplossmurrie verkrijgbaar geweest, waarop de Engelstalige wereld het patent heeft.

De eigenares van de broodjeszaak begint een praatje. 'Bent u al bij Echo Point geweest, waar je uitzicht hebt op de Three Sisters?' Ik vertel dat dit het eerste punt op de agenda is, zodra ik mijn koffie op heb. De Three Sisters zijn de beroemdste rotsformatie van het hele gebergte. Er bestaan geen boeken, brochures of folders over de Blue Mountains waarbij de drie bergpunten níet op het omslag staan. 'Ik heb nog meegemaakt dat de koningin hier kwam', vertelt de vrouw op een toon die verraadt dat Australië wat haar betreft lid van het Britse Gemenebest moet blijven en al die Republikeinse plannen moet laten varen. De burgemeester vertelde haar toen het verhaal waaraan de Three Sisters hun naam danken. 'Dat ben ik sindsdien niet meer vergeten.'

Ooit, lang geleden, woonden er in de Blue Mountains drie zusters, Aborigines natuurlijk, Meehni, Wimlah en Gunnedoo. Ze leefden gelukkig, tesamen met hun vader, de tovenaar Tyawan, maar ze hadden één grote angst: de bunyip. ('U moet weten: dat is een mythisch Aboriginal-monster.') Daarom liet de vader, als hij wegging, zijn dochters altijd achter op een steile rots achter een bergwand. Op een dag verscheen er een grote duizendpoot. Uit angst gooide Meehni een steen naar het dier, maar ze miste. Plotseling werd het doodstil en spleet de rots achter de drie zusters open. Daar stonden ze nu: helemaal geïsoleerd op een rotspunt waar ze niet van af konden.

Wakker geworden door het geschud van de grond, naderde nu de bunyip, die wel eens wilde weten wie zijn rust zo ruw had verstoord. Zodra hij de drie zusters in het oog kreeg, probeerde hij bij hen te komen. Diep in de vallei hoorde Tyawan alle commotie en toen hij zag dat de bunyip zijn dochters al bijna had bereikt, strekte hij zijn magische bot naar hen uit en veranderde hen in steen, zodat ze veilig waren voor de bunyip totdat hij was teruggekeerd.

Nu werd de bunyip nog veel bozer en begon de tovenaar te achtervolgen. Tyawan sloeg op de vlucht, maar zag zijn pad gekruist door een berg waar hij noch omheen kon, noch overheen. Dus veranderde hij zich in een liervogel en verdween in een smalle grot. De bunyip gaf de achtervolging op en Tyawan veranderde weer in zichzelf. Maar helaas! Tijdens zijn vlucht was hij het magische bot verloren. Zonder het bot kon hij de betovering van zijn dochters niet ongedaan maken. Tot de dag van vandaag is aan zijn zoektocht geen einde gekomen.

Als de eigenares is uitverteld, rijd ik de korte afstand naar Echo Point, en stel persoonlijk vast dat Tyawan zijn magische bot inderdaad nog steeds niet heeft teruggevonden. Ook vind ik een verwijzing naar het koninklijke bezoek waarover de vrouw vertelde. Hier, vanaf de naar haar vernoemde Queen Elizabeth lookout, bekeek her most gracious majesty op 12 februari 1954 de Tyawans versteende, 910 meter lange dochters.

Er heerst een typische excursiesfeer bij het uitkijkpunt. Touringcars, babbelende reisgezelschappen, elkaar fotograferende Japanners. Een violist krast meedogenloos My Bonnie is over the ocean op zijn instrument. Hij wordt door de bezoekers heel redelijk bedacht, maar heeft toch niet zoveel succes als de blinde man die pioniersliedjes speelt op een primitieve voorloper van de accordeon. Veel mensen willen met hem op de foto en de blinde vindt alles best, zolang het maar schuift.

BOVEN DE vallei glijdt de Scenic Skyway heen en weer: een kabelbaan die ongetwijfeld fraaie uitzichten biedt, maar zelf een akelige vorm van horizonvervuiling is. 's Avonds zijn de Three Sister verlicht, weet ik van foto's uit de brochures, maar de verlichting blijkt zich niet tot dit natuurmonument alleen te beperken. Overal langs wandelroutes, zoals bijvoorbeeld de Giant Stairway, zie ik lampen, die nota bene ook overdag branden. De tijden dat je als ontsnapte gevangene onderweg naar China verdwaalde in de bergen, liggen inmiddels wel erg ver achter ons, zo lijkt het.

Bij nadere beschouwing blijken de Blue Mountains echter minder getemd en geëxploiteerd dan de toeristische plekken langs de Great Western Highway suggereren. Al in 1922 werden maatregelen genomen om de houtkap te beperken en sinds 1959 bestaat er het Blue Mountains National Park, waarin recreatie en natuurbescherming op verantwoorde wijze met elkaar worden gecombineerd. Wie de kaart van het gebied bekijkt, ziet dat zich slechts enkele wegen en paden in het gebied bevinden, zodat de mens het natuurgebied bijna uitsluitend aan de marges kan binnentreden. Wie de wandelpaden verlaat, kan ook anno 1997 nog goed een verdoolde worden, voor wie niet alleen China, maar ook Sydney eeuwig onbereikbaar is.

Maar langs de verharde wegen zijn de Blue Mountains een dagje uit. Daar doen oudere dames zich tegoed aan meat pies of Devonshire tea en eten de kinderen pompoenensoep met een damper, een homp min of meer traditioneel Aboriginalbrood. Als toetje neemt iedereen eensgezind carrot pie met ijs en slagroom. Tot mijn verbazing tref ik later, tijdens een wandeling over een van de trails nabij Point Magnificent, twee kookaburra's. De dieren lijken zich weinig van mij aan te trekken, al houden ze me ongetwijfeld net zo nauwgezet in de gaten als de kleine wormpjes die over de grond kruipen en die ze af en toe met een snelle snavelbeweging naar binnen werken.

Kookaburra's zijn gemakkelijk te temmen, zo heb ik ergens gelezen, als je ze regelmatig voedt. Maar dan moet je wel met wat bijzonders komen, want de vogels zijn kieskeurig. Ik wandel verder. Plotseling klinkt vanuit de dichte begroeiing een opvallend geritsel. De beide vogels vliegen op. Even later klinkt vanuit de lucht de opvallende, spottende lach waarom de kookaburra beroemd is. Misschien om de arme Tyawan die nog altijd op zoek is naar zijn magische bot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden