Dutch Design Week

De boodschap op de Dutch Design Week is bittere ernst: ‘Wij zijn vergeten wat genoeg is’

Het Hara Hachi Bu Dorp van Arne Hendriks.  
 Beeld Sas Schilten
Het Hara Hachi Bu Dorp van Arne Hendriks.Beeld Sas Schilten

De Dutch Design Week (DDW) in Eindhoven draait niet om méér, maar om genoeg. V licht er twee presentaties uit.

Wat: Hara Hachi Bu Dorp
Wie: Kunstenaar/ontwerper Arne Hendriks

Om de nek van kunstenaar Arne Hendriks hangt een lange ketting van vieze witte sokken. Het wordt de trouwjurk die hij zal dragen als hij zijn jawoord geeft aan de schimmel. Dat snelgroeiende micro-organisme is de milieuvriendelijke en goedkope grondstof van morgen. Door lange schimmeldraden te kneden – ‘met de voeten, vandaar die bruine sokken’ – kunnen er bijvoorbeeld bakstenen van worden gemaakt. ‘Daarom wil ik mijn waardering voor de schimmel tonen door ermee te trouwen’, zegt Hendriks schelms én serieus.

De ceremonie wordt deze week voltrokken in een van de elf tuinschuurtjes die op Strijp-S staan, het voormalige Philipsterrein in Eindhoven dat deze week het centrum van de Dutch Design Week is. De kring van schuurtjes vormt het Hara Hachi Bu Dorp dat Hendriks met een collectief van kunstenaars heeft gebouwd. ‘Hara hachi bu is het Japanse principe dat je niet moet eten tot je niet meer kunt, maar totdat je geen honger meer hebt.’ Oftewel: 80 procent is ook genoeg.

Zo moet ook de maatschappij een stap terug doen, vindt Hendriks. ‘Maar hoe doen we dat? Daarom hebben wij dit dorpje gebouwd van tuinschuurtjes, die symbool staan voor zelfredzaamheid. Vroeger werd daarin getimmerd of zelfgekweekte groente gedroogd.’ Elk schuurtje behelst een ander kunstproject dat bezoekers uitnodigt om mee te doen of te spelen. ‘We moeten de stap achteruit immers sámen maken.’

Dat leerproces begint bij de basis: onder leiding van een professionele danschoreograaf kunnen bezoekers van DDW leren achteruitlopen. ‘Zo kunnen we op een speelse manier wennen aan schaarste. Want laten we vooral niet vergeten dat de 80 procent-samenleving ook heel leuk kan zijn.’ Dus is ook de stoelendans een terugkerend ritueel in het dorp. In het Low Tech Museum van de Vlaamse onderzoeker Kris De Decker zijn technieken en uitvindingen te zien die nu ouderwets worden gevonden, maar nog steeds een duurzaam alternatief zijn voor onze fixatie op altijd maar meer. Zo is een ouderwetse hoorn aan het oor net zo effectief als de bijna onzichtbare maar kwetsbare hoortoestellen van nu. Ook een fijne doordenker: de Eend van Citroën is nog altijd zuiniger dan het kleinste huidige model van de Franse autofabrikant.

 Arne Hendriks bij de pompoen die bezoekers mogen knuffelen.
 Beeld Sas Schilten
Arne Hendriks bij de pompoen die bezoekers mogen knuffelen.Beeld Sas Schilten

Blikvanger van het Hara Hachi Bu Dorp is een pompoen van ruim 500 kilo. Bezoekers kunnen zich even klein voelen door de reusachtige groente te omhelzen. Hiermee knipoogt de kunstenaar naar The Incredible Shrinking Man, een ander kunstproject waarmee hij onderzoekt wat de voordelen zouden zijn als de mens niet steeds groeit, maar juist krimpt. Ondanks deze ontregelende, soms zelfs absurde humor is de boodschap bittere ernst: ‘Wij zijn vergeten wat genoeg is.’

Nienke Hoogvliet en Tim Jongerius bij het tapijt uit Armenië (links) en Nederland. Beeld Sas Schilten
Nienke Hoogvliet en Tim Jongerius bij het tapijt uit Armenië (links) en Nederland.Beeld Sas Schilten

Wat: Onderzoeksproject Waarde / Waarden
Wie: Ontwerpduo Nienke Hoogvliet & Tim Jongerius

Nienke Hoogvliet maakt leren krukjes van vissenhuiden, kimono’s geverfd met kleurpigmenten onttrokken aan afvalwaterzuivering en schalen van gerecycled wc-papier. Allemaal doordachte producten van natuurlijke grondstoffen. Maar wat mensen eigenlijk bereid zijn daarvoor te betalen? Daarvan had ze geen idee.

Dat maakte haar nieuwsgierig: ‘Welke rol spelen aspecten als duurzaamheid en echtheid bij het bepalen van de waarde van producten? Als je een T-shirt in winkelketens als Primark koopt, weet je niet waar de grondstoffen vandaan komen, laat staan waar of door wie het is gemaakt. Soms weet de fabrikant dat niet eens. Maar als je niet weet wat je koopt, hoe kun je dan een ethische keuze maken?’ Om inzicht daarin te krijgen, begon Hoogvliet met haar partner Tim Jongerius het onderzoeksproject Waarde/Waarden.

In een oude Philipsfabriek heeft het ontwerpduo twee vloerkleden opgehangen; eentje hebben ze laten maken in Nederland, het andere in Armenië, ‘de bakermat van de geweven kleden’. Het duurzame maakproces van beide kleden is identiek. In een ritme van tien dagen is geweven in kleurschema’s van witte en bruine woldraden. Aan de hand van het bruin-witte grafisch patroon op de kleden is zo de duur van het maakproces af te lezen; respectievelijk 13 dagen in Nederland en 106 dagen in Armenië. ‘Het verfijnde Nederlandse weefprocedé resulteert bovendien in een strak grid. Het Armeense kleed is juist onregelmatig door het grovere handwerk.’

Bij binnenkomst van de expositie wordt bezoekers gevraagd wat de kleden kosten. Vervolgens moeten ze een vragenlijst invullen over wat ze belangrijk vinden bij de aanschaf van een vloerkleed, bijvoorbeeld diervriendelijkheid, werkomstandigheden voor de wevers of milieu-impact. Gebaseerd op deze waarden mogen ze vervolgens zeggen wat de tapijten volgens hen mógen kosten.

Nienke Hoogvliet en Tim Jongerius
 Beeld Sas Schilten
Nienke Hoogvliet en Tim JongeriusBeeld Sas Schilten

Spoiler alert: het Nederlandse vloerkleed is twee keer zo duur. ‘Arbeidsloon is hier veel duurder, zelfs als de wevers in Armenië een eerlijk loon krijgen. Ook het scheren van de schapen en spinnen van de wol is hier veel duurder.’ Tegelijkertijd zou in een goedkope winkelketen in Nederland eenzelfde kleed dat op de Primarkmanier is vervaardigd weer een fractie van de prijs van het Armeense kleed kosten. ‘Maar dat is dan niet duurzaam en billijk vervaardigd.’ Kortom: de waarde van een vloerkleed hangt af van welke waarden je belangrijk vindt. Hoogvliet: ‘Eigenlijk zouden we deze afweging met alle producten moeten kunnen maken.’

Minder consumeren

Op de twintigste editie van de Dutch Design Week (DDW) tonen ruim tweeduizend ontwerpers, fabrikanten en designopleidingen hun werk op 120 locaties door heel Eindhoven. De meeste designevenementen draaien om het lanceren van nog meer nieuwe producten. Met het thema The Greater Number richt DDW zich juist op manieren om minder te consumeren en produceren, wat ook weer minder afval betekent. In plaats daarvan moet méér aandacht worden gegeven aan gezondheid, onderwijs of ongelijkheid. DDW duurt t/m zondag 24 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden