De Brabantse Biesbosch is een nogal ondoordringbare vrijplaats midden in het verder zo aangeharkte Nederland.

Ommetje

De Biesbosch is zo ongeveer het ruigste wat je in Nederland kunt aantreffen

De Brabantse Biesbosch is een nogal ondoordringbare vrijplaats midden in het verder zo aangeharkte Nederland.Beeld Wiosna van Bon

Meer dan 360 vogelsoorten, libellen, vlinders, vissen: in de onaangeharkte Brabantse Biesbosch stikt het van het leven, dat je grotendeels kunt aanschouwen vanaf het water. Het is een van de weinige gebieden in Nederland die nog de belofte van avontuur heeft.

Caspar Janssen

We gaan vandaag vogels kijken vanaf het water in de Brabantse Biesbosch met een elektrisch bootje. Op het Spijkerboor, een belangrijk vaarwater in de Biesbosch, nog onder de rook van de Amercentrale aan de Bergsche Maas, komen we al de eerste voor de hand liggende soorten tegen: blauwe reigers op de oevers, meerkoetjes, futen en krakeenden in het water, kokmeeuwen en visdiefjes erboven. Het Nationaal Park De Biesbosch is zo ongeveer het ruigste wat je in Nederland kunt aantreffen. Het gebied is relatief groot, heeft de belofte van avontuur, de reputatie van lichte anarchie, van een nogal ondoordringbare vrijplaats midden in het verder zo aangeharkte Nederland. Dat heeft nadelen – er is veel water­recreatie, niet iedereen houdt zich aan de regels; zo wordt er nog weleens een hennepplantage gevonden – maar ook voordelen. Na iedere bocht is er een kans dat er een ijsvogel opvliegt en over het water scheert. Met iets meer geluk hoor je opeens de heldere tonen van de wielewaal. En niet te missen is het luide geluid van de cetti’s zanger, een vogelsoort die Nederland al een jaar of twintig geleden vanuit het zuiden heeft gekoloniseerd, via de Biesbosch.

Waar: Brabantse Biesbosch
Wat: Natuur
Hoe: Varen en lopen
Afstand: 30 kilometer
Duur: 6 á 7 uur

Het bijzondere van de Biesbosch is dat het een zoetwatergetijdengebied is. Die getijden zorgen voor dynamiek. Getemde dynamiek, dat dan weer wel.

Voor de afsluiting van het Haringvliet in 1970 waren er getijdenverschillen tot 2 meter, nu is dat in de Brabantse Biesbosch nog hoogstens 30 centimeter. Dat heeft geleid tot verlanding, en verruiging van rietgorzen en wilgengrienden, en de toename van wilgenbossen. Een paar jaar geleden werden de Haring­vlietsluizen op een kier gezet, dat heeft de dynamiek weer iets doen toenemen, maar zelfs de Biesbosch is een stuk braver dan voorheen.

Dat heeft niets afgedaan aan de soortenrijkdom, wat te danken is aan de geleidelijke uitbreiding van het gebied in de afgelopen decennia. Meer dan 360 vogelsoorten zijn er door het jaar heen te zien of te horen in de Biesbosch: trekvogels en broedvogels, daarnaast is het gebied visrijk, en een paradijs voor libellen en vlinders. Met een beetje geluk zie je bevers.

De beste tijd voor het zien van zo veel mogelijk vogels is april en mei. Het is aan te raden om op doordeweekse dagen te gaan, vooral niet in het vakantieseizoen, en zo vroeg mogelijk op de dag. Ook belangrijk: probeer te varen met hoog tij, raadpleeg daarvoor de getijdentabel. En de verrekijker moet uiteraard mee.

Probeer te varen met hoog tij. Beeld Wiosna van Bon
Probeer te varen met hoog tij.Beeld Wiosna van Bon

De Sloot van St. Jan

Vanaf het Spijkerboor varen we, om de waterplanten heen, de Sloot van St. Jan in. Al kronkelend langs de ruige oevers, begeleid door de zang van mezen, vinken, zwartkopjes, tjiftjafs, zanglijsters en jawel, de eerste cetti’s zanger. Het gevoel dat je zou kunnen verdwalen, krijg je in Nederland al meanderend door de smalle kreekjes tussen de wilgenvloedbossen door, alleen in de Biesbosch.

Het bijzondere van de Biesbosch is dat het een zoetwatergetijdengebied is. Die getijden zorgen voor dynamiek. Beeld Wiosna van Bon
Het bijzondere van de Biesbosch is dat het een zoetwatergetijdengebied is. Die getijden zorgen voor dynamiek.Beeld Wiosna van Bon

We gaan onder het brugje van St. Jan door. Het eenvoudige, stalen bruggetje is een symbool geworden van het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Verzetsmensen doken onder in de Biesbosch. Tegen het einde van de oorlog, toen Zuid-Nederland al bevrijd was, werd het bruggetje gebruikt door Duitsers die naar Noord-Nederland wilden. Velen werden hier door het verzet ingerekend. Joden en gestrande piloten gebruikten het bruggetje juist om naar het bevrijde Zuid-Nederland te komen.

Links: Schotse hooglanders houden de begroeiing kort. Rechts: Het Jacobskruiskruid wordt volop bevlogen door vlinders. Beeld Wiosna van Bon
Links: Schotse hooglanders houden de begroeiing kort. Rechts: Het Jacobskruiskruid wordt volop bevlogen door vlinders.Beeld Wiosna van Bon

Uitkijktoren van de Zuiderklip

We glijden bijna geluidloos door het Gat van de Plomp, een lange, kronkelende kreek. Kleine karekieten in het riet, de rietzanger ook, koekoeken. Direct na een afslag leggen we aan, van een afstandje gadegeslagen door Schotse hooglanders die in de polder Turfzakken de begroeiing kort houden. Het is zaak om hier niet door te varen tot het einde van de doodlopende kreek, daar is het water te ondiep. We lopen om het water heen, kijken uit op de voormalige landbouwpolder, die geel kleurt van – onder meer – het Jacobskruiskruid, dat volop wordt bevlogen door vlinders.

Dan komen we bij de uitkijktoren, met zicht op een grote vogelrijke waterplas. Twintig jaar geleden waren dit nog landbouwpolders, met namen als Moordplaat en De Dood, namen die zijn terug te voeren op boerenconflicten uit het verleden. Maar de dijken werden doorgestoken, nu is het een ‘wetland’, dat prompt werd ontdekt door watervogels. Dus zien we lepelaars, grote zilverreigers, wulpen, scholeksters, tureluurs, kieviten, zomertalingen, krakeenden, slobeenden en ganzen.

We speuren de lucht af of er wellicht een zeearend of een visarend in de wieken is. Beide soorten zijn broedvogels van de Biesbosch. Dat kan vooralsnog geen natuurgebied de Biesbosch nazeggen. Het toont vooral aan dat het gebied groot genoeg is, met voldoende plek voor verschillende territoria, en voldoende voedsel.

De onderkant van de uitkijktoren. Beeld Wiosna van Bon
De onderkant van de uitkijktoren.Beeld Wiosna van Bon

Gat van de Slek

We varen verder, door Keesjes Killeke, langs Polder Kwestieus, met de Amaliahoeve; een monumentale schuur rechts van ons. Links, verborgen achter een dijk, ligt een van de drie spaarbekkens in de Biesbosch. Hier wordt een voorraad Maaswater bewaard om te zuiveren als drink- en industriewater. Dan gaan we langs Polder Langeplaat, een nog jonge rietpolder waar je met een beetje geluk het hoempen van de roerdomp hoort. Wij kronkelen voort, zoals dat gaat in de Biesbosch, bijna in slaap gesust totdat opeens, na weer een bocht, in het Gat van de Slek, jawel, de blauwe schicht, een ijsvogel voor ons bootje over het water scheert.

Het Museumeiland. Beeld Wiosna van Bon
Het Museumeiland.Beeld Wiosna van Bon

Museumeiland Biesbosch

We varen een lange route. Dus komen we ook uit bij het Museumeiland, met daarop een bezoekerscentrum met horecapunt, en een museum. Het gebouw gaat mooi op in het landschap, glooiend, en deels ondergronds en met een begroeid dak. In het museum zelf veel informatie over de strijd tegen het water, over de Sint-Elisabethsvloed in 1421 en andere overstromingen die leidden tot het ontstaan van het getijdengebied, en over het project Ruimte voor de Rivier, waar de Biesbosch ook een belangrijke rol in speelt.

Buiten Kooigat en de Noordplaat

Terug gaan we, voor het ware moerasgevoel, via het Buiten Kooigat. Dat is alleen te doen bij hoog tij en met een klein bootje. We glijden zonder geruis door de smalle kreek, onder een deken van vogelgeluiden. De tuinfluiter is inmiddels genoteerd, nog een keer de ijsvogel, de buizerd en boerenzwaluwen, die laag over het water scheren om insecten op te pikken. Links passeren we de Noordplaat, een rietpolder waar baardmannetjes en blauwborsten broeden, en waar je soms ook de snor, een zangvogeltje, kunt horen. Vandaag helaas niet, maar zonder fanatiek te zijn geweest, tellen we uiteindelijk toch rond de zestig vogelsoorten.

Door het gehele natuurgebied zijn veel elektriciteitspalen en een fabriek te zien; deze zijn boven de bomen zichtbaar.  Beeld Wiosna van Bon
Door het gehele natuurgebied zijn veel elektriciteitspalen en een fabriek te zien; deze zijn boven de bomen zichtbaar.Beeld Wiosna van Bon

Dit artikel is een voorproefje van de hele route door de Biesbosch, waar je met een elektrische fluisterboot zo’n 6 à 7 uur over doet. De volledige route met plattegrond en audiotour staat op: volkskrant.nl/ommetjes.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden