Beter levenvleesvervangers

(Bijna) net als vlees: zijn vleesvervangers net zo gezond als vlees, of zelfs gezonder?

Plantaardige burgers, kroketten, bitterballen en saté : kant-en-klare vleesvervangers worden steeds populairder. Maar hoe zijn ze ten opzichte van de dierlijke producten waarop ze lijken?

Loethe Olthuis
null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Waarom zou je vlees vervangen?

Van alle voedingsmiddelen belast vlees het milieu en klimaat het meest. De broeikasgasuitstoot van de veehouderij, in de vorm van methaan en CO2, is groot. Ook zorgt het overschot aan koeien-, varkens- en kippenmest voor grond- en watervervuiling en komen er schadelijke stikstofverbindingen zoals ammoniak door vrij. Landbouwdieren krijgen eiwitrijk krachtvoer zoals graan en soja te eten. Voor de teelt van soja wordt in Zuid-Amerika enorm veel oerwoud gekapt: jaarlijks verdwijnt er 16 miljoen hectare bos voor sojaplantages. Ook dierenwelzijn is een belangrijk argument om vlees vaker te laten staan.

Hoe vervang je vlees?

Vlees is een belangrijke leverancier van eiwit, ijzer en vitamine B1 en B12. Strikt gezien is een vleesvervanger dus pas een volwaardig substituut voor vlees als er voldoende van deze voedingsstoffen in zitten. Peulvruchten, noten en tofu leveren ruim voldoende eiwitten en ijzer. Alleen geen vitamine B12, dat van nature alleen in dierlijke voedingsmiddelen zit, zoals vlees, vis, ei en zuivel. Niet alle dierlijke eiwitrijke producten zijn volwaardige vleesvervangers. Ei is dat wel, maar kaas niet – daar zit weliswaar genoeg eiwit en vitamine B12 in, maar te weinig ijzer. Toch krijg je volgens het Voedingscentrum ruim voldoende voedingsstoffen binnen als je zulke eiwitrijke producten afwisselt. Alleen als je 100 procent plantaardig eet, moet je extra vitamine B12 slikken.

En kant-en-klare vleesvervangers?

Kant-en-klare vleesvervangers, zoals plantaardige burgers, vegagehakt en -kip passen prima in een gevarieerd voedingspatroon. Ze zijn gemaakt van bijvoorbeeld soja, peulvruchten, granen of schimmeleiwitten, zoals quorn. Aan veel vleesvervangers is vitamine B12 en ijzer toegevoegd: dat staat dan duidelijk op het etiket. Het eiwitgehalte ligt meestal rond de 15 procent, hoog genoeg als je het vergelijkt met de pakweg 20 procent eiwit in vlees.

Hoe gezond zijn ze?

Kijk op het etiket hoeveel (verzadigd) vet en zout erin zit: vooral het zoutgehalte kan variëren. Maar de meeste vleesvervangers bevatten veel minder ongezond, verzadigd vet dan vettere vleessoorten zoals varkensvlees. Ook zit er vaak minder zout in dan bij worst en hamburgers het geval is. Critici vinden vleesvervangers ongezond omdat het bewerkte ‘knutselproducten’ zouden zijn, maar samengestelde vleesproducten als worst, burgers en vinken zijn ook behoorlijk bewerkt. Dan zijn de plantaardige tegenhangers vaak gezonder. Het is wel beter om niet elke dag bewerkte producten te eten. Wissel ze af met bijvoorbeeld peulvruchten, noten, ei of kip.

Zijn vleesvervangers duurzaam?

Peulvruchten zijn het duurzaamst. Ook zijn alle vleesvervangers op basis van soja behoorlijk duurzaam, van tofu tot kant-en-klaar sojagehakt. Soja voor menselijke consumptie komt namelijk niet uit Zuid-Amerika, maar uit landen als Canada, Frankrijk of Oost-Europa, en wordt verbouwd op bestaande landbouwgrond, waarvoor dus geen bos hoeft te worden gekapt. Alleen vleesvervangers waarin kaas is verwerkt, zijn minder duurzaam, omdat de productie van kaas bijna net zo klimaat- en milieubelastend is als van vlees.

Zijn vleesvervangers duur?

Peulvruchten en gewone tofu zijn een stuk goedkoper dan vlees. Maar kant-en-klare vleesvervangers zijn veel duurder. Hoe komt dat? In vlees zijn (nog) niet de duurzaamheidskosten verrekend voor broeikasgassen, stikstof, fijnstof en biodiversiteitsverlies, zegt de Tapp Coalitie, een organisatie die zich inzet voor verantwoorde en lagere vleesconsumptie. Als je die wel meerekent, komen zulke milieukosten voor een rundvleesburger uit op 57 cent per 100 gram en voor een vegaburger op 8 cent.

Zijn ze ook lekker?

Vroeger smaakten vleesvervangers naar karton, maar tegenwoordig benaderen de smaak en structuur van plantaardige burgers en schnitzels, ‘shoarma’ en ‘kipstuckjes’ het originele product bijna perfect. Ook plantaardige kroketten, bitterballen en saté zijn bijna niet meer van ‘echt’ te onderscheiden. Welke is het lekkerst? Gewoon uitproberen!

Gezonder
Een plantaardige Ereburger van De Vegetarische Slager bevat 14 procent vet waarvan 4,2 procent verzadigd, 14 procent eiwit en 0,78 procent zout. Een rundvleeshamburger van AH bevat 22 procent vet waarvan 9,8 procent verzadigd, 18 procent eiwit en 1,23 procent zout.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden