Eten aan het waterVinkeveen

Behalve vier kogels heeft Paul van Paul’s Patatboot ook de gunfactor aan z’n kont kleven

Deze zomer eten we aan het water. Deze week: Paul van Paul’s Patatboot verkoopt alles behalve nee.

Kees van Unen
Paul Bouwens (57), eigenaar van Paul's Patatboot. Beeld Hilde Harshagen
Paul Bouwens (57), eigenaar van Paul's Patatboot.Beeld Hilde Harshagen

‘Kom effe’, zegt Paul van Paul’s Patatboot, en hij loopt naar het toiletgebouw van camping De Tachtig Morgen in Vinkeveen waar hij ligt aangemeerd. Is er niemand? Mooi. Broek uit, billen bloot, kijk: vier deuken, vier keer raak, en één kogel zit er nog in. ‘Snap je nu waarom ik een beetje moeilijk loop?’

Aangenaam, Paul Bouwens (57), ongekroonde koning van de Vinkeveense Plassen en sinds 2020 de trotse eigenaar van de patatboot die hier al jaren rondvoer maar nog niet met hem aan het stuur. Die kogels kreeg hij te verstouwen als portier van een nachtclub, onderdeel van een leven dat bol staat van de anekdotes – de meeste niet geschikt voor de krant – met het opknappen van deze oude parlevinkerschuit als meest recente. Een varende snackbar is het, waar hij her en der in Vinkeveen mee aanmeert en dan ontstaat er vanzelf klandizie. Of de bootjes vinden hem al op het water, dan komt hij niet eens aan aanmeren toe.

In de rij voor de patat van Paul. Beeld Hilde Harshagen
In de rij voor de patat van Paul.Beeld Hilde Harshagen

Vol gas snacken

Wat er op het menu staat, willen we weten. Paul: ‘Menu? Je bent zelf het menu. Alles kan, wat je maar wil. Oesters, kreeft, paella, champagne. Het enige wat ik niet verkoop is nee. Maar vandaag is het vol gas snacken. Snacken, snacken, snacken. Ook het mooie spul hoor, calamaris, garnalen. Maar het meeste is toch patat. Wat dacht je dan?’

Al te veel woorden wil Paul er niet aan vuilmaken maar vooruit, het recept: frituren in arachideolie en een speciale kruidenmix met ruim paprikapoeder. Vandaag wordt hij geholpen door zijn patatmeiden, zoals hij ze noemt, twee vrouwen die voor hun plezier komen frituren op de drukke dagen. De patat? Ja top, zeggen ook zij.

Wat: Paul’s Patatboot
Waar: Ergens op de Vinkeveense Plassen.
Sfeer: Uitgelaten Vinkevenig met Paul als stralend middelpunt.
Eten: Snackbar, maar soms ook kreeft of oesters en altijd champagne.

Ach, wie houden we ook voor de gek? Paul’s Patatboot gaat niet over patat, maar over Paul. En de mensen, die komen voor hém. Want behalve vier kogels heeft hij ook de gunfactor aan z’n kont kleven en hij weet het. Een boef is het, maar een aardige boef, zegt iemand in de rij.

Op het menu staat van alles, maar vooral: patat. Beeld Hilde Harshagen
Op het menu staat van alles, maar vooral: patat.Beeld Hilde Harshagen

Frikandel XL

Ondertussen wordt de rij langer maar de sfeer niet minder − eerder beter.

‘Frikandel XL’, roept een van de patatmeiden naar beneden. ‘Hebben we die nog?’

‘Anders heb ik er nog wel eentje’, knipoogt een klant met een blote buik.

‘Nou, dan gooi ik die wel even in de frituur’, krijgt-ie terug, want je wint het niet van ze. Even is Paul weg, naar de achterkant waar een bootje was aangemeerd. Ze wilden ijs hebben, want de rosé moest koel blijven. Maar Paul zag bij die man een bankbiljet in z’n hand met een vrolijk kleurtje. Lang verhaal kort: fles champagne naar de boot en dat briefje naar Paul.

’s Zomers is het vaak zo druk als vandaag, maar Paul’s Patatboot vaart het hele jaar door, ook in de winter. Met kerstavond zelfs, kwam hij met een kerstboom op z’n boot, kerstman erbij, sneeuwkanonnen, glühwein, discolampen, zo de sloot door. ‘En als er ijs ligt, word ik een koek en zopie – laat mij nou.’

En laten we niet naïef zijn. Die jongens die net voorbijkwamen? Net uit de lik. ‘Mannen met groene vingers’, zegt Paul, ‘in de wiethandel dus, die komen graag voor de champagne uit het duurdere segment. Vijf meier de fles. Zul je zien dat er 100 euro fooi bij zit. Dan heeft iedereen toch een leuke dag?’ Vinkeveen is van alles, maar ook dat.

Bootjes vinden Paul's Patatboot al op het water, dan komt hij niet eens aan aanmeren toe. Beeld Hilde Harshagen
Bootjes vinden Paul's Patatboot al op het water, dan komt hij niet eens aan aanmeren toe.Beeld Hilde Harshagen

Sterven in het harnas

Het voordeel van Pauls verleden als portier: hij spreekt hun taal. Respect krijgt hij van iedereen, ook van degenen die het niet cadeau doen. Nog een paar jaar denkt hij de Patatboot te doen. Dan verkoopt hij hem, samen met z’n huis in Vinkeveen en gaat hij naar de Costa. Flikt hij gewoon hetzelfde trucje nog een keer, want hij weet wat mensen willen. Wijzend naar de rij: ‘Zie je?’ We zien het. Verder: ‘Maar stilzitten? Nooit. Hou nou toch op, man. Ik ga met bank en al door het raam heen als ik niks te doen heb. Ik moet bezig zijn. Ik hoop dat ik ooit dood neerval terwijl ik aan het werk ben. Sterven in het harnas.’

Hij zit inmiddels op het achterdek, goed in het zicht, aanspraak vanaf het water én vanuit de rij. Plop, champagne. Lavoisier, dat is zijn huismerk. Ah, zie hem zitten, de knalkapitein, toch het harnas even uit. ‘Ik was nooit zo trots op wat ik deed, maar nu wel. Kijk dan, geen gedoe, geen ellende, alleen maar blije mensen, dat was als portier wel anders, dat is een beroep waar je geen vrienden mee maakt. Ik krijg ze nog weleens bij m’n boot hoor, mensen die zeggen: ‘Wist je dat jij me er 25 jaar geleden een keer uitgegooid hebt?’ ‘Tja’, zeg ik dan, ‘daar zul je het toen wel naar gemaakt hebben, wat voor saus wil je bij je patat? Want, weet je waar je wel vrienden mee maakt? Patat verkopen.’

Paul’s Patatboot in Vinkeveen.  Beeld Hilde Harshagen
Paul’s Patatboot in Vinkeveen.Beeld Hilde Harshagen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden