Je kunt het maar één keer doen

‘Als ik welterusten kwam zeggen, zei hij: ‘Druk dat kussen maar op mijn hoofd’’

Piet Brontsema wilde niet langer leven met zijn chronische pijn, maar omdat de euthanasiekliniek niet kon helpen, moest hij zelf een waardige dood orkestreren.

Barbara Van Beukering
null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Piet Brontsema (69, adviseur aanpak werkloosheid ) overleed op 24 augustus 2020 nadat hij gestopt was met eten en drinken. Met Riet van Eindhoven (67, nachtverpleegster), overleden op 18 februari 2020, had hij drie kinderen: Margot( 45), Hilde (44) en Jelte (41). Hilde (communicatie klimaatzaak Shell) woont samen met Ynse. Ze hebben twee zonen van toen 13 en 10 jaar.

Hilde: ‘Op zijn 56ste kreeg mijn vader een hersenbloeding. Aanvankelijk was hij halfzijdig verlamd en na zijn revalidatie bleef hij moeilijk lopen en bleef zijn zicht slecht. Hij was heel intelligent, en dat bleef hij ook, maar hij kon niet meer werken. Het grootste probleem na de hersenbloeding was zijn karakterverandering. Zijn emoties werden enorm uitvergroot, om moppen lachte hij ontzettend hard, hij huilde heel snel en hij kon redeloos kwaad worden. Dan schold hij mijn moeder uit voor rotte vis. Ze heeft erg haar best gedaan om de relatie goed te houden maar dat is niet gelukt. Ze voelde zich schuldig dat ze hem verliet, maar wij kinderen stonden alle drie achter haar keuze. Mijn moeder heeft altijd een goede band met mijn vader gehouden, ze bleef hem ook helpen.

Toen ik in de voorjaarsvakantie met mijn gezin op skivakantie was, belde mijn broer dat mijn moeder in haar slaap was overleden. Zij deed vrijwilligerswerk en dat sloeg ze nooit over. De vrouw van 90 voor wie ze zorgde had haar kinderen gebeld dat mijn moeder niet was komen opdagen. Haar kinderen zijn aan de deur geweest en toen mijn moeder niet opendeed, hebben ze 112 gebeld. De politie heeft haar gevonden, ze lag dood in bed. Mijn moeder had nooit iets, ze was een gezonde, vitale vrouw. Het was een enorme schok. Ik droomde daarna vaak dat ik tegen haar moest zeggen: ‘Ja, maar je bent dood.’ Omdat het voor mij zo onverwachts kwam, dacht ik dat ze het zelf nog niet wist.

Hilde en Piet Brontsema Beeld Privéfoto
Hilde en Piet BrontsemaBeeld Privéfoto

Anderhalve maand na het overlijden van mijn moeder begon mijn vader te klagen over hoofdpijn en pijn in zijn been. Daarop volgde de mededeling dat hij niet meer wilde leven. Wij wisten niet of we dat serieus moesten nemen, maar zijn doodwens werd steeds nadrukkelijker. Ik stelde voor dat hij een tijdje bij ons zou komen wonen. Ik dacht dat de gezelligheid van een gezin hem goed zou doen. Elke dag goed eten en aanspraak, dat waardeerde hij ook wel. Als hij ’s avonds een spelletje pesten deed met de kinderen, zat daar geen depressieve man. Maar de doodswens bleef. Hij herhaalde het elke dag: ‘Ik heb te veel pijn, ik kan niet meer.’ Als ik welterusten kwam zeggen, zei hij: ‘Druk dat kussen maar op mijn hoofd.’

Neuroloog

Hij meldde zich aan bij het Expertisecentrum voor euthanasie. Voordat ik hem daarin kon steunen, wilde ik weten wat de oorzaak was van die lichamelijke pijn. Pas als een arts kon zeggen dat aan deze pijn niets te doen was, zouden we hem helpen, spraken mijn zus, broer en ik met hem af. We wilden niet achterblijven met een schuldgevoel. Toen hij bij mij vertrok was er een plek in het revalidatiecentrum van Winschoten. Na verschillende onderzoeken werd er gezegd dat een traumatische ervaring, zoals de dood van onze moeder, bij een patiënt die een hersenbloeding heeft gehad een fysieke pijn kan veroorzaken. De neuroloog probeerde de pijn te verhelpen met medicijnen maar er kwam geen verbetering.

Hoewel ze bij de euthanasiekliniek heel respectvol waren, was hun eindconclusie dat ze hem niet konden helpen. Hij leed ondraaglijk, wij zetten hem niet onder druk en zijn verlangen om te sterven was consequent. Maar ze konden geen goed oordeel vellen of het uitzichtloos was. Ze zeiden dat ze hem misschien over een half jaar konden helpen, maar nu nog niet. Mijn vader vond dat te lang duren. De euthanasiearts legde uit dat er nog twee andere opties waren: stoppen met eten en drinken of de laatste-wil-pil.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Mijn vader belde op dinsdag en zei resoluut: ‘Ik ga stoppen met eten en drinken.’ We zijn met z’n drieën meteen naar hem toe gegaan. De arts van het revalidatiecentrum was bereid om hem in het proces van versterven te begeleiden. Hij wilde niet meer naar huis. We probeerden nog zaken te bespreken; wie hij nog wilde zien en of hij wensen had voor de uitvaart. Het maakte hem allemaal niet meer uit. Hij had een beslissing genomen en je zag dat er rust over hem was gekomen. Hij was vrolijk, hij was er klaar voor, dit was wat hij echt wilde. Mijn zus deed nog een poging om een gesprek te voeren en vroeg of er dingen in zijn leven waren die hij achteraf anders had willen doen. ‘Ik had wel wat meer willen sporten’, antwoordde hij. Er kwam niks wezenlijks meer uit. Hij was ook niet geïnteresseerd in een laatste avondmaal. Vroeger was hij een fijnproever, maar nu deed het er allemaal niet meer toe. Hij stopte die dinsdag meteen met eten en drinken, hij had maar één doel.

Spa rood

De week verliep heel rustig. Op een gegeven moment belde mijn vader dat hij nog een ritje met de familie wilde maken. Hij wilde naar de Punt van Reide, helemaal bovenin Groningen, waar hij vroeger vaak met mijn moeder fietste. Op zondagochtend waren we er allemaal: mijn broer, mijn zus en ik, met onze gezinnen. Mijn vader had onderweg veel praatjes. We namen een foto waar we met z’n allen op staan, mijn vader in een rolstoel vrolijk in het midden. Hij wilde daarna ergens wat gaan drinken, hij had zin in een spa rood met een citroentje. Wij reageerden geschokt: ‘Ga je drinken?’ ‘Nee’, zei hij lachend, ‘ik neem maar één slokje.’ Het was totaal niet beladen, hij zat er heel tevreden bij.

De volgende ochtend was hij nauwelijks meer aanspreekbaar. Er was afgesproken dat als de arts zou zien dat hij zijn einde naderde, hij in slaap zou worden gebracht. Om vier uur ’s middags kwam de arts om palliatieve sedatie toe te dienen. Ik zat op het bed aan zijn voeteneind en mijn zus zat bij zijn arm naast het bed. Ik vroeg aan mijn zus: ‘Als we hem nu aan de sondevoeding leggen, zouden we hem dan weer tot leven kunnen wekken?’ Mijn zus antwoordde: ‘Ik denk wel dat er een point of no return is.’ Ze kneep mijn vader in zijn arm en zei: ‘Nee hoor pap, dat gaan we niet doen.’ Terwijl we hard moesten lachen, ademde mijn vader voor de laatste keer. Op de grap eruit, heel typerend voor een Brontsema, vonden we.

Achteraf ben ik heel blij dat hij deze manier heeft gekozen om te sterven. Hij heeft het helemaal zelf gedaan en daarmee heeft hij ons ontzien. Bovendien weet ik nu hoe waardevol het is om afscheid te kunnen nemen. Om te kunnen zeggen: ‘Ik houd van jou, laat het maar los, ga maar.’ Hij was niet alleen. Ik had het mijn moeder ook zo ontzettend gegund. Ik had heel graag van mijn moeder afscheid willen nemen, om haar te bedanken voor alles wat ze voor mij heeft gedaan.’

Onlangs verscheen van Barbara van Beukering het boek ‘50 manieren om afscheid te nemen’, een bundeling met interviews uit 2020 en 2021 van deze serie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden