Alleen de vogels om tegen te praten op Griend

Fotograaf Thijs Heslenfeld wilde een week op een onbewoond eiland zitten. Tussen Harlingen en Terschelling vond hij Griend. Zeven dagen zonder menselijk contact?

Het vogelwachtershuisje op Griend Beeld Thijs Heslenfeld
Het vogelwachtershuisje op GriendBeeld Thijs Heslenfeld

Maandag

'Hjirre kinst dy wol fermeitsje,' zegt Harm Visser. Hier kun jij je wel vermaken. En dan klost de 73-jarige schipper in zijn waadbroek terug naar zijn bootje. Ik haal mijn smartphone uit mijn zak en zet hem uit. Weg telefoon. Weg Facebook en Twitter. Een week zonder buienradar, beurskoersen of de taalarmoede van nu.nl. En zonder geld of klok.

Met de kruiwagen die Harm me leende, breng ik mijn spullen naar het vogelwachtershuisje van Natuurmonumenten. Nu ben ik écht alleen. Toen ik toestemming kreeg om hier begin maart een week te gaan zitten, werd er meteen bij gezegd: kijk zelf maar hoe je er komt en hoe je er wegkomt. En als er problemen zijn of het gaat stormen: wij komen je niet halen.

Griend is veel groter dan ik dacht. En mooier. Als het water zich terugtrekt met eb, fourageren tienduizenden vogels op het wad. Hun vrolijke geluid klinkt mij voortdurend in de oren. Vooral veel strandlopers en scholeksters zijn er. En daar tussendoor ook meeuwen, eidereenden, rotganzen en wat wilde eenden. Op het Noordstrand vind ik een zieke eidereend, een mannetje. Manke poot, maar niet gebroken zo te zien.

Er liggen veel dode vogels langs de vloedlijn - precies zoals het hoort in de échte natuur. De ruimte, de frisse lucht, de eindeloze zee; dit voelt helemaal puur en onbedorven.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Op zoek naar stilte

Weg van de mensen? Dat is niet eenvoudig in Nederland. Griend is voor de meeste mensen ontoegankelijk en zomaar ergens in de natuur een tent neerzetten mag ook nergens. Bijna nergens, want Staatsbosbeheer kent zogeheten paalkampeerterreinen, waar soms een waterpomp is en waar drie tenten mogen staan. In België heten dat Bivakzones.

In de Waddenzee zijn enkele onbewoonde eilandjes, maar ze zijn nauwelijks toegankelijk. Rottumerplaat is net als Griend verboden terrein. Ook Rottumeroog is normaal gesproken niet toegankelijk, maar in augustus, september en oktober organiseert Staatsbosbeheer 'expedities' van circa 12 uur naar dit natuurparadijs.

Tussen Den Helder en Texel ligt Noorderhaaks, beter bekend als de zandplaat de Razende Bol. De zuidzijde van deze 4 vierkante kilometer zand is toegankelijk voor recreanten.

Verder: in het Ketelmeer voor Kampen ligt IJsseloog, een ringvormige dijk van 1 kilometer in doorsnede met een haventje. In het midden is verontreinigd slib opgeslagen. Iets zuidelijker, in het Eemmeer bij Spakenburg ligt De Dode Hond, ook een opgespoten eilandje waar beperkt overnacht mag worden. En tenslotte liggen in het Grevelingenmeer een aantal drooggevallen zandplaten: Hompelvoed, Veermansplaat, Stampersplaat en Dwars in de weg. Op de eerste worden buiten het broedseizoen (15 maart-15 augustus) excursies georganiseerd. Op de drie andere platen zijn aanlegplaatsen voor watersporters.

Toch hoor ik ook het gebrom van motoren. Aan de horizon schuiven steeds boten voorbij. De veren naar Vlieland en Terschelling, vissers, Rijkswaterstaat, de marechaussee en heel soms een zeilboot. Later op de dag wordt het rustiger. Met zonsondergang wordt het écht stil en voel ik voor het eerst hoe alleen ik hier ben. Het huisje heeft ramen in alle vier windrichtingen, daarachter gapen nu zwarte gaten. Aan de noordzijde priemt elke paar seconden het licht van de Brandaris door het donker. Overdag lijkt Terschelling dichtbij, nu is het opeens ver weg. Ik maak thee en trek mijn donsjack aan, want langzaam maar zeker begint de kou van de nacht door de wanden te sijpelen.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Dinsdag

Ik denk dat ik om een uur of negen, half tien ben gaan slapen. Vannacht een paar keer wakker geweest en één keer de trap af om te pissen. De zon is al op. Zeven uur? Zoiets zal het wel zijn. Het huis is koud en vochtig. Ik spring in mijn kleren om eerst een stuk te lopen. Prachtig weer. Op het wad zie ik een gigantische zwerm strandlopers voorbijschieten. Omdat ze een witte onderzijde hebben en donkere vleugels verschiet de wolk soms van kleur - alsof je naar Noord-Koreaans propagandatheater kijkt.

Intussen ben ik al 24 uur op het eiland en het bevalt me prima. Ik begin een beetje tegen mezelf te praten. Dat doe ik geloof ik altijd als ik wat langer alleen ben.

Als het water zakt, doe ik weer een rondje. Griend is zo groot (en ik loop zo langzaam) dat ik er zo anderhalf uur zoet mee ben. Met de eidereend gaat het vandaag slechter. Hij heeft zich nog wel een paar meter verplaatst, maar nu kan hij niet meer lopen. Met half gesloten ogen houdt hij mij nauwlettend in de gaten. Ik kijk nog eens goed of ik de vogel kan helpen, of er bijvoorbeeld plastic om zijn poten of vleugels zit. Maar voor zover ik kan beoordelen, ziet hij er prima uit. En in zo'n geval vind ik het een goed idee me niet met de natuur te bemoeien. Ook al doet het pijn om zo'n mooie en ogenschijnlijk gezonde vogel te zien lijden.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Met zonsondergang ben ik op de oostpunt van het eiland, één van de mooiste plekken omdat er daar - als je naar het oosten uitkijkt - echt helemaal niets is (hoewel, 's nachts kun je hier nog wel de vuurtoren van Ameland zien). Het uurtje ná zonsondergang loop ik terug naar 'huis' en dat is prachtig. Het wad dat zijn laatste kleuren verliest en grijs en zwart wordt, het lichtje van de Brandaris, reflecterend in het water. Als de nacht valt, lijkt de rol van de mens even uitgespeeld. Nu pas is Griend écht een onbewoond eiland.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Woensdag

Onwaarschijnlijk mooie zonsopgang. Het gras is berijpt, het is windstil en door de grondmist schijnt gouden zonlicht. Het eiland drijft in een spiegelgladde zee. In de verte ploeteren de eerste schepen door dikke stroop. Maar de windstilte zorgt er óók voor dat de door mensen veroorzaakte geluiden nog veel harder klinken dan anders. Bonkende en piepende motoren, gekreun en geplof van machines, soms uit richtingen waar ik helemaal niks zíé.

De eidereend is dood. Ik vind hem half op zijn rug liggend, op exact dezelfde plek als gisteren. Aan het zand rond zijn dikke snavel zie ik dat hij zijn kop nog heeft bewogen toen hij al was omgevallen. Ik wist dat het ging gebeuren, maar toch voel ik de tranen opborrelen als ik die mooie, ronde eend daar zie liggen in het koude zand. 'Over en uit, jongen', zeg ik. Nu praat ik al tegen dode eenden.

Griend krijgt een make-over

Elk jaar kalft Griend een paar meter af. Natuurmonumenten bereidt daarom samen met Rijkswaterstaat en ingenieursbureau Arcadis de aanleg voor van een extra zandwal om het verval te keren. Ook zal het eiland een make-over ondergaan. Om broedende sterns te plezieren, wordt de toplaag met ruigere vegetatie verwijderd.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Donderdag

Ik begin de echte rust en stilte te vinden. Ik lees niet veel meer en zit steeds vaker gewoon een beetje rond te kijken, te denken, te suffen. Op het strand vind ik een mooie ruwhouten plank die ik tegen een heuveltje parkeer. Zo heb ik een heerlijke ligstoel, net uit de wind, in de volle zon. Daar zit ik tegen het eind van de ochtend een uurtje te niksen.

Later op de dag krijg ik toch behoefte aan een projectje. Ik ga de poepdoos vervangen. Da's nog een heel karwei. Ik sjouw de plastic ton met zeker 25 kilo poep met veel moeite de trap af, waarbij ik net op tijd weet te voorkomen dat een grote straal bruine smurrie het hele trappenhuis bevuilt. Een tweede ton die al maanden buiten ligt te composteren, kieper ik leeg in een kuil onder de vloedlijn. Al met al geen feestelijk klusje, maar als het er na een uurtje op zit, voelt het goed even wat zinnigs te hebben gedaan. Zo calvinistisch ben ik dan ook wel weer, blijkbaar.

Vanmiddag zaten er opeens twee slechtvalken op de kaap, vlak naast mijn huisje. Toen ze wegvlogen en ik ze met de kijker volgde, ontdekte ik er nog één.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld

Vrijdag

Bijzondere vondst vanmorgen op het Zuidstrand, een paar honderd meter van het huis. Een net geplukte en uiteengereten kanoetstrandloper (denk ik). Dat moet het werk van de slechtvalken zijn. Het prachtige vogeltje ligt helemaal in stukken: levertje links, darmpjes rechts, het mooie koppie in het midden - alles op een bedje van veren. De kanoetfilet is spoorloos. Het bloed is nog zo mooi rood; dit is echt nét gebeurd.

Intussen begin ik van Griend te houden. Maar wat ligt dit kwetsbare paradijsje ingeklemd in een omgeving vol lawaai en drukte. Het is een regelrecht wonder dat er nog zo veel vogels blijven komen, ondanks de enorme druk die de mens op dit gebied uitoefent. Straaljagers, kokkelvisserij, zoutwinning, garnalenvissers; in al dat geweld moet dit eilandje zich staande zien te houden. Griend is als de moedereend met haar jongen die de snelweg oversteekt. Je ziet ze lopen, suist er voorbij en terwijl je in je spiegel kijkt, besef je: dat gaan ze nooit halen. Verdomme!

Om twee uur 's middags - het is hoogwater - kijk ik even uit het raam en zie ik tot mijn schrik een bootje. Drie kerels staan een hoop bagage uit te laden. What the fuck? Wat doen jullie hier, op míjn eiland? Ik besef binnen een paar seconden: dit is het einde van mijn verhaal hier. Een week alleen, zonder contact met wie dan ook, daar kwam ik voor. Al zou ik die kerels kunnen wegsturen, dan nóg is het project naar de klote.

Ik wandel met lood in mijn schoenen het strand op. Het bootje vaart net weer weg; op de vloedlijn zitten twee mannen op hun bagage. Ze kijken net zo wantrouwend en bozig naar mij als ik naar hen. Wat een raar moment. We zitten alle drie ontzettend níét op deze ontmoeting te wachten, maar we kunnen er niet omheen. We schudden elkaar de hand. De mannen komen vogelringen aflezen, vertellen ze. Een week. Met toestemming van Natuurmonumenten. En er zou niemand op het eiland zitten, was hun verteld.

Misschien was het ook allemaal te mooi om waar te zijn. Mijn droom is in elk geval abrupt verstoord. Door een dubbele boeking. Normaal maak je er ruzie over op het vliegveld of aan de balie van het hotel, nu helpt dit typische fenomeen uit de beschaafde wereld mijn droom op Griend om zeep. Pats. Einde verhaal. Over en uit, jongen.

null Beeld Thijs Heslenfeld
Beeld Thijs Heslenfeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden