Surinaamse kunst bestaat niet

Het is soms zinnelijk, loom, teer, dromerig of woest: werk van 24 Surinaamse kunstenaars, bijeengebracht naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de republiek....

Natuurlijk is het onderwerp van hun schilderkunst Suriname. De kunstenaars komen er vandaan, wonen en werken er. Het spreekt uit alles. Uit motief en achtergrond, kleur en lichtval; uit een stemming, die het leven traag en loom maakt in een gloeiende middag of zinderend in een tropische schemering. Soms spreekt het uit een verborgen mystiek die op de achtergrond wordt opgeroepen en naar de winti-cultus verwijst.Hun onderwerpen zijn mooie zinnelijke zwarte vrouwen; een houten huis in Paramaribo met van die typische veranda's, golfplaten dak en half geloken blinden; een indiaan met een verentooi uit het regenwoud of een krantenjongen op straat die De Ware Tijd verkoopt. Ze stelden zich, geïnspireerd door het socialistisch-realisme van Castro's Cuba, met hun werk achter hun eigen revolutie en penseelden er Libertad boven. Als ze een stilleven maken is dat er een van tropische vruchten. In elk straatbeeld, havengezicht, landschap, zelfs in een portret van een moeder & kind kun je een typisch Surinaams motief terugvinden.Er spreekt uit hun werk ook iets dat de grenzen van het land ver overschrijdt. In hun schilderkunst is het hele scala van het modernisme terug te vinden. De invloed van de popart zit erin verscholen. Een inspiratie op de moderne kunst in Nederland is erin aan te wijzen, van het expressionisme van Cobra tot het magisch realisme van Willink. Hoogstens een achtergrond, een locatie, duidt dan nog op Suriname. Het heeft met Suriname dan niet veel meer uit te staan, het onderwerp zou ook een exotisch motief van een Europees schilder kunnen zijn.In het Stedelijk Museum in Amsterdam opent zondag de tentoonstelling Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995, het eerste overzicht in de geschiedenis van de beeldende kunst van de jonge republiek. De tentoonstelling omvat 135 schilderijen, beelden en werken op papier van 24 kunstenaars en vindt zijn oorsprong in de viering van twintig jaar Surinaamse onafhankelijkheid op 25 november 1995.Als geschenk van Nederland aan Suriname kregen de Paramaribose journaliste Chandra van Binnendijk en de kunsthistoricus Paul Faber van het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam de opdracht voor een overzichtstentoonstelling, die toen in het Surinaamse Museum op Fort Zeelandia was te zien. Het overzicht is nu naar Nederland gehaald, aangevuld met een keuze van 35 werken die de directeur van het Stedelijk Museum, Rudi Fuchs, toen bij een rondgang langs de ateliers van de deelnemende kunstenaars in Paramaribo uitzocht.De expositie omvat werk van vier generaties kunstenaars. Het is vooral de schilderkunst die domineert. Er wordt in overzichtelijke formaten geschilderd, niet museaal groots, maar in galeriematen. Het zal met de plaatselijke kunstmarkt te maken hebben, die het tegendeel van grootsteeds en internationaal is. Groot in Suriname zijn alleen de muurschilderingen en billboards, die uit de tijd van de revolutie dateren en vaak niet door één kunstenaar, maar door een collectief werden geschilderd.Het overzicht is gegroepeerd rond het werk van de drie godfathers Erwin de Vries, Rudi Getrouw en Stuart Robles de Medina. Ze waren de eersten die, direct na de oorlog, de pakketboot naar Nederland namen om een opleiding te volgen. Ze ontwikkelden zich er verder en brachten nieuwe inzichten mee terug. Het is de draad van deze twintig jaar. De markt, de wereld en het leven is velen daar altijd te klein gebleven. Veel verder dan een opleiding MO-tekenen reikte het kunstonderwijs in Paramaribo niet, van een echt kunstklimaat is geen sprake.Ze trokken naar Nederland, vestigden zich er voor een tijdje of bleven pendelen tussen hier en daar, tussen hun oorsprong en de wereld, tussen een lokaal isolement en een Europese traditie. Sommigen vonden een leerschool in New York, het Caraibisch gebied of op Cuba. Keerden terug naar een andere oorsprong, naar Indonesië bijvoorbeeld, om de traditie van hun voorvaderen weer te vinden of zochten dat - mooie cyclus - in het werk van Picasso en Gauguin. Surinaamse kunstenaars doen mee aan de Biennale van Sao Paulo en aan andere manifestaties in Zuid-Amerika. Maar de contacten met het oude moederland, met Nederland, zijn het meest intens gebleven. Het is, in alles, te merken. Wat niet wil zeggen dat deze schilderkunst geen eigen, oorspronkelijk gezicht heeft, geen eigen traditie.In Suriname bestaat geen internationale uitwisseling, er is geen infrastructuur van musea, galeries en serieuze kunstkritiek. De markt is klein en geïsoleerd, onontdekt en onbekend. Het moet voor de 24 kunstenaars een erkenning zijn om nu in een Europees museum van naam te exposeren, zich aan een andere schaal te meten. Het Stedelijk werd ervoor uitverkoren boven het Tropenmuseum, om aan te geven dat het om beeldende kunst gaat en niet om iets exotisch.De erezaal hebben ze er niet gekregen. De tentoonstelling is ondergebracht in de Nieuwe Vleugel, ooit het domein van de Amsterdamse kunstenaarsverenigingen. Die hielden er hun jaarlijkse exposities, waarvan het Stedelijk zich distantieerde met waarschuwingborden dat deze tentoonstellingen buiten verantwoordelijkheid van de directie vielen. Het museum beschouwde die kunst niet van internationaal niveau, maar zag ze als lokale gebeurtenissen. Deze tentoonstelling doet sterk aan die dagen herinneren.De expositie uit Suriname wordt in het Stedelijk niet afgewezen of genegeerd, wel becommentarieerd. In het blad Internationale Samenwerking, dat op de tentoonstelling wordt verspreid, zegt Fuchs: 'Ik heb ze allemaal verteld wat ik ervan vond. Het was een open discussie; ik vind dat je mensen met respect moet behandelen. Zeker kunstenaars die in moeilijke omstandigheden werken. Ik heb daar het diepste respect voor.' En: 'Het zou een goede daad zijn van de Nederlandse regering als ze de kunstenaars die in het Stedelijk exposeren een ticket geeft, zodat ze kunnen zien hoe hun werk in een echt museum hangt. De tentoonstelling in Fort Zeelandia was met veel liefde gedaan, maar wel werk van beginners.'Dit vervolg op het geschenk van het Koninkrijk der Nederlanden aan de jubilerende Republiek Suriname is niet ontvangen als een diplomatiek gebaar, maar als wat het is - een verzameling van kunst. Het is liefdevol, en nu vakmatig, opgehangen, maar elders in dat blad van Ontwikkelingssamenwerking noemt Fuchs deze kunst 'een traag in de (Surinaamse) modder vastgelopen variant op de Nederlandse schilderkunst'. In het bulletin van het museum zelf wordt er in uiterst neutrale termen op gereageerd: 'De Surinaamse kunst ontwikkelt zich (. . .) in een relatief geïsoleerde situatie en lijkt zich vooral te inspireren op de rijke culturele verscheidenheid die in het land bestaat.'De 24 Surinaamse kunstenaars hebben eindelijk een Europees museum veroverd, maar ze moeten wel weten dat ze er gemeten worden naar de, internationale, maatstaven van zo'n museum. Het zal ze niet deren. Ze hebben, dan toch, een aandacht gekregen die verder reikt dan Paramaribo. Over twee verdiepingen verspreid is hun werk opgesteld. Het is een wonderlijke verscheidenheid van vormen en stijlen, indrukken en stemmingen. Het doet vaak heel Europees aan. Het is de locatie die van Suriname spreekt en niet een stijlvorm. (Soms is dat uitgedrukt in een gevoel van nationale trots. Er is één kunstenaar bij, die in de signering aan zijn naam Rep. Suriname toevoegt.)Er wordt in Suriname heel kundig en geïnspireerd geschilderd. Vele onderwerpen en motieven die de schilderkunst biedt, zijn erin terug te vinden. De invloeden van het oude Europa en het vroegere moederland zijn er moeiteloos in aan te wijzen. De Surinaamse kunstenaars neigen naar het traditionele. Pure abstractie, een schilderkundig denken, een zich verder ontwikkelen in een internationale experimentele lijn is er niet aan te treffen. Het zal met dat isolement, en die kleine plaatselijke kunstmarkt, van doen hebben.Het maakt het schildersplezier, dat er duidelijk uit spreekt, niet minder om. Het zit in die stralend magisch-realistische schilderijen van Cliff San A Jong, in de wat dromerige zachte, loomstemmende stijl van Ruben Karsters; in de landschappen en stadsgezichten van Anand Binda, de schildersstudies van Rudi Getrouw, de tere portretschetsen van Soeki Irodikromo, de woeste sensualiteit van Erwin de Vries, het documentair realisme van Paul Woei en in het hartstochtelijk zinnelijke van Sirano Zalman.'Als ik op een doek spuug is het Surinaamse kunst, want ik ben een Surinamer,' zegt Carlos Henny Blaaker in het blad van Ontwikkelingssamenwerking. 'Al schilder ik molens en tulpen: het is Surinaamse kunst. Maar Surinaamse kunst onderscheidt zich in niets van andere kunst, nee toch?''Ik ben wel drie keer terug in Suriname geweest om te werken. Maar het is moeilijk, het is een beetje benauwd in Paramaribo. Men begrijpt niet dat je wilt veranderen, dat je niet altijd met hetzelfde bezig kan zijn', zegt Remy Jungerman. 'Als ik weer terug ben in Nederland, denk ik: this is also home. Moderne Surinaamse kunst kan ik niet definiëren. Moderne Hollandse kunst ook niet.'Wat uit het werk van die 24 kunstenaars vooral spreekt, is dat er in Suriname niet iets lokaal-exotisch wordt gemaakt. Deze kunstenaars zijn, natuurlijk, beïnvloed door die achtergrond van hindoestaanse-, javaanse-, indiaanse-, creoolse- en bosnegerculturen. Ze hebben goed om zich heen gekeken in Nederland, Europa, de VS en Zuid-Amerika en hebben zich verder ontwikkeld elk op een, en dat is het verrassende, volstrekt individualistisch manier.Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995. Stedelijk Museum Amsterdam, 16 december tot en met 16 februari. Catalogus ¿ 24,90.