Safari gaat over meer dan het doden van dieren, het zet verhoudingen op scherp

Safari is Seidl op zijn best

Ulrich Seidl maakte een huiveringwekkende en verstilde documentaire over Oosten rijkers op plezierjacht in Afrika. Recensent Pauline Kleijer geeft 5 sterren.

Safari
Documentaire
Regie: Ulrich Seidl
91 min., in 11 zalen.

'Doden? Nee, zo noem ik het niet', zegt een vrouw die voor haar plezier in Afrika op groot wild jaagt. 'Daar heb ik een groot probleem mee. Dat lijkt op moorden. Ik noem het afmaken.'

Woorden zijn problematisch in Safari, Ulrich Seidls documentaire over jagende toeristen. De terminologie van de jacht is opvallend verhullend. Een dier heet een 'stuk', bloeden is 'zweten'. De dieren kermen en zwalken niet nadat ze zijn geraakt, ze 'tekenen'. Alsof er geen kogels door waterbuffels of zebra's worden gejaagd, alsof er geen leven wordt ontnomen. Als de jacht is geslaagd, gaat dat oppoetsen van de werkelijkheid nog even door: bloed wordt weggeveegd, het dier wordt gepositioneerd alsof het ligt te rusten. Pas dan wordt de foto gemaakt waar het veel jagers om te doen is. De heerser poseert bij zijn trofee.

Wat bezielt mensen om er zo'n wrede hobby op na te houden? Ulrich Seidl (1952), als altijd bovenmatig geïnteresseerd in de krochten van het menselijk gedrag, probeert het in Safari met open vizier te achterhalen. Hij veroordeelt ze niet, de Duitse en Oostenrijkse toeristen die grof geld betalen om vanuit een luxe Afrikaans verblijf jachttripjes te maken. Door simpelweg te observeren legt hij nauwkeurig hun bijzondere logica bloot.

Het superioriteitsgevoel van de jagers en de manier waarop zij dieren degraderen tot 'stukken' blijft bij Seidl niet helemaal onbestraft

Het is alsof niemand zich schaamt voor Seidls camera. Zoals hij eerder in documentaires als Tierische Liebe (1996) en speelfilms als Hundstage (2001), Import Export (2007) en Paradies: Liebe (2012) liet zien, is de Oostenrijkse regisseur een meester in het fileren van menselijke zwakte. Toch zet hij zelden iemand echt te kijk. Seidl walgt niet van wat hij toont, maar blijft oprecht nieuwsgierig. Juist dat maakt zijn blik zo confronterend. Tegenover de obsessies van zijn personages stelt hij zijn eigen voyeurisme en geobsedeerdheid. Ik ben geen haar beter dan zij, laat hij zien; we zijn allemaal mensen. Dit is de mens.

Zo moet hij ook het vertrouwen hebben gewonnen van de grootwildjagers die hij in Safari portretteert. Ze vertellen openhartig wat het doden van een dier met hen doet. Seidl mag het ook filmen: stokkende adem, opwinding, zweetdruppels, tranen van blijdschap. 'Je hoort of ziet tijdelijk niets meer', zegt een van hen. 'Je hart stopt even.'

Dat ze voor die paar seconden ultiem genot zojuist een majestueus dier hebben vermoord, hoeven ze niet eens goed te praten, vinden ze. De mens heerst nu eenmaal op aarde. Alleen twee twintigers, broer en zus, doen een poging zich te verantwoorden. Jagers, zeggen zij, helpen bij het voortbestaan van diersoorten door de ouderen en zieken te elimineren.

Het kan geen toeval zijn dat Seidl even later toont hoe een blanke zestiger zich moeizaam uit een jeep laat zakken. De man is slecht ter been en heeft fors overgewicht. Een zwakke schakel in de natuurlijke orde, zou je denken, maar wel een gewapend en geprivilegieerd exemplaar.

Zo zet Seidl zonder nadruk de verhoudingen op scherp. Safari gaat over meer dan het doden van dieren. Wie zonder pardon een giraffe kan neerschieten (een actie die de gruwelijke en indrukwekkende scènes uit de film oplevert), heeft wellicht ook geen moeite met andere vormen van geweld. De vraag is niet of de mens moordzuchtig is, maar wanneer hij zich het recht toekent om te moorden. Het is een kijkje in de ziel dat bepaald onrustig maakt.

Dat ze voor die paar seconden ultiem genot zojuist een majestueus dier hebben vermoord, hoeven ze niet eens goed te praten, vinden ze

Safari is Seidl op zijn best. Zijn vorige documentaire, Im Keller, leek volgens veel critici te veel op een freakshow - een parade aan excentriekelingen, te vreemd om serieus te nemen. Dat geldt zeker niet voor Safari: hoe afstotelijk je deze zelfvoldane, kille jagers ook mag vinden, het zijn geen onschuldige mafkezen. Samen met zijn vaste co-scenarist Veronika Franz krijgt Seidl het voor elkaar dat de kijker geen al te comfortabele afstand kan nemen van de hoofdpersonen.

Vaak genoeg zou je je ogen liever willen sluiten. Zeker voor dierenliefhebbers is de film geen pretje. In zijn bekende, verzorgde stijl - prachtig camerawerk, sterke composities, fraai geënsceneerde tableaus - toont Seidl alles wat bij de jacht komt kijken. Ook het deel dat voor de blanke toeristen doorgaans verborgen blijft: het stropen en leeghalen van de gedode dieren, een taak voor de zwarte medewerkers van hun vakantieverblijf.

Over die Afrikanen hebben de Europeanen ook zo hun mening. 'Je mag het er niet over hebben, want dan ben je meteen racistisch', zegt de eigenaar van een jachtlodge. Een ander stel feliciteert zichzelf: 'Wij behandelen ze gewoon goed. Zij kunnen het ook niet helpen dat ze zwart zijn.' Waarmee duidelijk wordt welke rangorde deze Oostenrijkers in gedachten hebben voor de verschillende volken.

Het superioriteitsgevoel van de jagers en de manier waarop zij dieren degraderen tot 'stukken' blijft bij Seidl niet helemaal onbestraft. Zelfs in de meest bloeddorstige scènes onthoudt de regisseur zich van commentaar, maar zijn camera weet wel de ogen van de dieren te vinden. Hij vangt de blik van een mannelijke giraffe, die vanuit de verte moet toezien hoe zijn vrouwtje is neergeschoten.

Als woorden te veel kunnen verzachten, moet het beeld maar spreken, lijkt Seidl te denken. Het moet gezien worden, al dat bloed dat over de vloer loopt wanneer een zebra wordt geslacht. Het is bloed, geen zweet. Jagen is moorden.