Inktpot met monnik in een preekstoel, van buxushout, Zuidelijke Nederlanden of Parijs, circa 1380-1400.
Inktpot met monnik in een preekstoel, van buxushout, Zuidelijke Nederlanden of Parijs, circa 1380-1400. ©

Rijks verwerft intrigerend middeleeuws inktpotje, vol details (zoals het bocheltje op de neus van de monnik)

De meest recente aanwinst van het Rijksmuseum is een middeleeuws inktpotje van buxushout - uniek in zijn soort. Intrigerend is de herkomst van het potje: wie maakte het? Voor wie werd het gemaakt?

Een zeldzaam ding is het zeker, de meest recente aanwinst van het Rijksmuseum. Het gaat om een middeleeuws inktpotje van buxushout in de vorm van een monnik in een preekgestoelte met op de plek waar zijn armen zaten twee gaten waar men de pen in doopte - het enige bekende potje in zijn soort.

Het museum kocht het onlangs bij de Londense kunsthandelaar Sam Fogg. Het kostte 'ruim een ton', een bedrag dat geheel werd geschonken door een anonieme particulier.

Het object is dermate uitzonderlijk dat Frits Scholten, conservator beeldhouwkunst, het niet als middeleeuws herkende: 'Ik meende aanvankelijk een stuk uit de negentiende eeuw in handen te hebben, iets neogotisch.' Het materiaal-technisch onderzoek dat de kunsthandelaar naar het gebruikte hout had laten doen, overtuigde hem van de werkelijke datering: 1380 tot 1400.

Kartuizer

Zijn lippen zitten dicht; zijn armen zijn vruchteloos ten hemel geheven

Frits Scholten, conservator beeldhouwkunst

Intrigerend is de herkomst van het potje: wie maakte het? Voor wie werd het gemaakt? Scholten brengt het in verband met de wereld van de scriptoria nabij de hoven van Parijs en Dijon, alwaar getijdenboeken als die van de Gebroeders van Limburg werden gemaakt.

Preciezer: de scriptoria van de kartuizer monniken, een orde waarin een spraakverbod gold en de kloosterbroeders aangewezen waren op het schrift; de monnik in kwestie zou een grappig commentaar zijn op hun situatie. Scholten: 'Zijn lippen zitten dicht; zijn armen zijn vruchteloos ten hemel geheven. Niet de kansel en de mond, maar de inkt en de pen zijn hét middel ter verspreiding van Gods woord.'

Details

Hoe het ook zij, de artistieke waarde van het potje is evident. Het zit vol uit het leven gegrepen details, zoals het bocheltje op de neus van de monnik en de strakgetrokken huid rond diens mond. Vanwege dergelijk naturalisme situeert Scholten de plaats van totstandkoming in of rond de ateliers van Claes Sluter en André Beauneveu, respectievelijk hofbeeldhouwers van de Hertog van Bourgondië en de Koning van Frankrijk. Werk van hun hand is thans te zien in de Maelwael-tentoonstelling in het Rijksmuseum. Het inktpotje wordt daar aan toegevoegd.