Sanne Wallis de Vries
Sanne Wallis de Vries © Robin de Puy

Met schilderijen heeft Sanne Wallis de Vries niets

Met schilderijen heeft ze niets. Te ingekaderd. Installaties raken haar wel. Net als De Kus van Rodin. Zondag maakt juryvoorzitter Sanne Wallis de Vries bekend wie de Volkskrant Beeldende Kunstprijs wint.

 
'Ik ben door de jaren heen best in heel wat musea geweest, alleen is mij weinig bijgebleven van zowel kunstenaars als kunstwerken. Dat klinkt vrij ernstig, vind ik zelf.

Als Sanne Wallis de Vries een museum heeft bezocht, zijn het de verhalen die het langst blijven hangen. Musée Rodin in Parijs, een jaar geleden. Ze kwam er gloeiend vandaan - erotische beelden, prachtig gemaakt, de lichamelijke inspanning van het beeldhouwen spatte ervan af.

Maar waarover ze nu nóg met stemverheffing praat, is Rodins relatie met Camille Claudel. Lang leve de audiotour, waardoor ze nu weet: 'Dat Rodin haar in een gekkenhuis liet stoppen toen zij hem dwong voor hun relatie uit te komen.Terwijl zij enorm getalenteerd was en absoluut niet gek. Ik weet nog dat ik 's avonds tegen mijn man zei: 'Ze heeft vijftig jaar in een gesticht gezeten. Vijftig jaar! Tot aan haar dood. En hij heeft haar niet één keer opgezocht.' Dat vond ik allemaal zo erg.'

Een paar dagen voor het interview kwam er een mail, als antwoord op de vraag of ze voor dit gesprek een top-5 wilde maken van kunst waar ze de afgelopen jaren van onder de indruk was.

'Ik ben door de jaren heen best in heel wat musea geweest', schreef Sanne Wallis de Vries, dit jaar de voorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, 'alleen is mij weinig bijgebleven van zowel kunstenaars als kunstwerken. Dat klinkt vrij ernstig, vind ik zelf.' Haar echtgenoot heeft precies hetzelfde; ze weet niet of dat het nog erger maakt of dat dat het juist relativeert. 'Ik vroeg hem net of hij nog wist wat we in het Guggenheim hebben gezien toen we in 2004 in New York waren en na lang nadenken zei hij: 'Iets met videokunst, geloof ik.' Met ironie: 'Terwijl ik me vrij helder grote, kleurige schilderijen herinner, maar ik weet bij God niet meer van wie.'

Niettemin zat er een divers lijstje van kunstwerken in de mail: Maman van Louise Bourgeois, De Kus van Rodin, The Beanery van Kienholz, Provenance van Fiona Tan. 'En in het Museum of Modern Art in New York zag ik een paar jaar geleden een vrij irritant kunstwerk van allemaal kleine speakertjes in een ruimte en uit die speakertjes klonk steeds dezelfde mannenstem die de dagen van de week opnoemde.'



 
Ik ben geen amusementsmachine, eerder een theatermaker. Ik beleef deze tijd. Als ik aan een solo werk, probeer ik iets te maken wat weergeeft hoe het met ons gaat.

Opvallend: er zit niet één schilderij bij.
'Ik geloof dat ik bij een schilderij of iets dat zo is ingekaderd altijd vragen heb, zoals: waarom moet het op deze oppervlakte? Hoezo? Een kunstenaar zal wel het formaat kiezen maar dan houdt daarbuiten dus het schilderij op. Dat verwondert me. Ik heb ook een zwak voor theatervoorstellingen die buiten de kaders treden. Dat de spelers al in het publiek blijken te zitten en de voorstelling dus al is begonnen vóór aanvangstijd.

'Het leuke van installaties vind ik, dat ik niet weet waar wat vandaan komt of wanneer het stopt. Dat werkt bevrijdend. Installaties belééf ik meer. Bij schilderijen heb ik vaak alleen maar vragen.'

Raken die je dan ook niet?
'Nee. Ik heb Mondriaan in het Gemeentemuseum gezien en dan gebeurt er niet veel. Behalve dat ik het aangenaam vindt om ernaar te kijken.'

Zondag maakt Sanne Wallis de Vries tijdens een uitzending van NTR's Kunststof bekend wie de winnaar is van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2014.

De cabaretière, bij het grote publiek bekend van haar Kopspijkers-persiflages van (toen nog) koningin Beatrix, is van vele markten thuis: vijf keer een eigen show, actrice in speelfilms (Mees Kees, Moordwijven), columnist, en onlangs stond ze met Paul Groot in Adèle, een hommage aan Adèle Bloemendaal.

Als beeldende-kunstkijker kenden we haar nog niet - al vermeldt haar cv dat ze, voor ze naar de kleinkunstopleiding ging , drie studies uitprobeerde, waaronder culturele studies en kunstmanagement.

Bij de opening van de tentoonstelling van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, vorige maand in het Stedelijk Museum in Schiedam, zei ze aanvankelijk zelf ook enigszins verbaasd te zijn geweest dat ze werd gevraagd voor het juryvoorzitterschap. Tot ze zich realiseerde: er is wel degelijk een lijn te trekken tussen beeldende kunst en wat ik doe.

'Ik ben geen amusementsmachine, eerder een theatermaker. Ik beleef deze tijd. Als ik aan een solo werk, probeer ik iets te maken wat weergeeft hoe het met ons gaat. De laatste tijd ben ik voor veel dingen bang. Voor alles wat er fout kan gaan, wat mensen elkaar aandoen. Syrië: dat dat niet stopt. Dat Assad ervoor zorgt dat zijn eigen mensen doodgaan, dat hele woonwijken worden afgesloten van eten en van zorg.'

Bij een aantal van de werken van de genomineerde kunstenaars herkende ze diezelfde angst maar dan in vorm gegoten. 'Dat vond ik geruststellend: ik ben niet de enige. Maartje Korstanje maakt sculpturen waarvan ik droom: grillige, ruimtevullende beelden waarvan je niet meteen kunt zeggen wat ze voorstellen.

'Mijn nachtmerries bestaan uit precies dat soort wezens die van vorm veranderen. Als ik beeldend kunstenaar was, zou ik dat uit mijn handen laten komen.'

In 2008 figureerde ze zelf in een kunstwerk: Provenance, een videoinstallatie van Fiona Tan, de kunstenaar die Nederland in 2009 vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië. Geïnspireerd door de collectie 17de-eeuwse portretten uit het Rijksmuseum maakte Tan met Provenance zes gefilmde portretten van hedendaagse Amsterdammers die, zoals Tan zelf zei, erom vroegen aandachtig te worden bekeken.

Hoe kwam ze bij jou terecht?
'Mijn echtgenoot, die cameraman is, had een paar keer met Fiona gewerkt. Hij draaide de film die ze maakte in een Amerikaanse gevangenis en dat vond ik ook al zo'n mooi, geëngageerd werk. Ik vond het een eer dat ik werd gevraagd.'

 
Ze liet me een boek zien waar een foto in stond van die enorme spin en toen dacht ik: ja! Als iemand een paal in het midden van een ruimte zet, denk ik: wat moet het met me doen? Maar bij die spin had ik meteen het gevoel: o, wow.

Best lastig, als je als cabaretier gewend bent om altijd op een camera te reageren en nu juist níets moet doen. 'Ik moest stilzitten achter een bureau en werken. In een cirkel om me heen was een rail gelegd, daar reed de camera de hele dag heel traag overheen. Toen ik de opname later terugzag, zag ik soms de ergernis in mijn ogen. Dat vond ik wel goed, eigenlijk.'

Een van Tans thema's is dat er meerdere blikken op dezelfde werkelijkheid naast elkaar kunnen bestaan. Krijgt het publiek door dit werk een ander beeld van jou?
'Dat weet ik niet. Volgens mij heb ik een heel onduidelijk imago. Ik bedacht laatst: ik moet mezelf eenduidiger branden. Stel dat Gordon zou zeggen dat Tolstoj zijn lievelingsschrijver is - dat zou echt niemand verwachten. Bij mij kun je alles bedenken. Ik hoor wel eens dat mensen me in het echt aardiger en rustiger vinden. Dat ze dachten dat ik een beetje kattig was.'

Het was in de werkruimte van Fiona Tan, een kamer van plafond tot muur vol met boeken over beeldende kunst, dat Sanne Wallis de Vries dacht: 'daar staat een hele wereld die ik niet ken. Ze zei het tegen Tan: 'Ik zou er wel meer over willen weten, maar ik weet niet waar ik moet beginnen.' En die zei: 'Begin eens bij deze vrouw.'

Dat was Louise Bourgois. 'Ze liet me een boek zien waar een foto in stond van die enorme spin en toen dacht ik: ja! Als iemand een paal in het midden van een ruimte zet, denk ik: wat moet het met me doen? Maar bij die spin had ik meteen het gevoel: o, wow.'

Waarom?
'Het is niet te moeilijk, ik begrijp wat ze maakt - al helemaal als je leest over haar moeder en dat ze zich door haar altijd bedreigd heeft gevoeld. Daar staat die spin ook voor. Ook als je niet weet dat het met een moeder te maken heeft, roept het beeld dat wel op. Doordat het zo groot is en het je zo omvat als je eronder staat, word je er kind van. Ik vind het beschermend, eng en onontkoombaar.'

Nee, dan Days van Bruce Nauman, het werk dat ze in het Museum of Modern Art in New York zag. Pure irritatie: 'Wat moet ik ermee: dat iemand alle dagen van de week opnoemt?'

In een andere zaal had ze net een expositie gezien van Magnumfotograaf Henri Cartier Bresson, journalistieke fotografie. 'Vervolgens kwam ik in deze zaal, die helemaal leeg was. Ik dacht dat ze nog niet klaar waren met inrichten, tot ik die stem uit de luidsprekers hoorde: 'Saturday. Sunday. Monday. Tuesday.' Hou op zeg! Ik heb nog gewacht, om te kijken of er iets met me zou gebeuren. Maar nee.'

Er zijn mensen die dan zeggen: kunst die niemand snapt, moet niet meer worden gesubsidieerd.
'Ik begrijp de reactie, maar toch moeten die mensen een pak voor hun broek krijgen. Want het is onwetendheid. Ook bij mij. Ik heb tijdens het jaar dat ik kunstmanagement studeerde een vak gevolgd over beeldende kunst in de 20ste eeuw. De vrouw die dat gaf, nam ons een keer mee naar het Stedelijk Museum en daar liet ze de ontwikkeling zien van een schilder die eindigde met alleen maar een blauw vlak. Als je weet hoe hij daar gekomen is, en waarom - dan krijg je er waardering voor. En vind je het toch mooier.'

 
Tegelijkertijd denk ik: dat is wat kunst doet, grenzen oprekken. Hoeveel of hoe weinig ik er ook van begrijp en of ik het nu mooi vind of niet: ik vind het altijd fijn om door een museum te lopen

'Heb je de film La grande bellezza gezien? Die scène waarin hij die kunstenares gaat interviewen met dat geverfde schaamhaar? Ik lag helemaal in een deuk. Dat ze begint te huilen en dat hij zegt: ik stel een heel concrete vraag. En dat zij zegt : ja, maar de oorlog en dit en dat. En dat zij heel hard op een muur afrent en er met haar hoofd tegenaan knalt. Dat stak zo heerlijk de draak met het fenomeen performances.'

Zelf hoorde ze laatst over een performance van iemand die aan een tak hing, tot hij het niet meer vol hield en in het water viel. 'Ja, und? Dan ben je nat en dan? Ga je er weer opnieuw aanhangen?'

Tegelijkertijd denk ik: dat is wat kunst doet, grenzen oprekken. Hoeveel of hoe weinig ik er ook van begrijp en of ik het nu mooi vind of niet: ik vind het altijd fijn om door een museum te lopen. Want je bent even alléén met de kunst bezig. In een andere concentratie, eentje die veel rustiger is dan die daarbuiten. Tenminste, als je niet op je telefoon kijkt.'