Nico Dijkshoorn: Hoe Marco Borsato keer op keer de feiten verdraait
© de Volkskrant

Nico Dijkshoorn: Hoe Marco Borsato keer op keer de feiten verdraait

Marco Borsato verdraait de feiten, dat moet worden rechtgezet.

Het moet hier toch weer even over Marco Borsato gaan. Enkele weken geleden schreef ik over de carnavalspotentie van zijn liedje Thuis, maar in de tussentijd is er zo veel gebeurd. In een interview met Het Parool zegt Marco het volgende: 'Ik werkte als een van de eersten met rappers. In 2004 met Ali B op Wat zou je doen? Rap is nu de mainstream. Ik was mijn tijd ver vooruit.'

Dit is niet waar. Ik werkte in 1992 al met een rapper. Die woonde bij mij in huis. Hij heette Ricky Teunissen maar Ricky wilde dat ik hem Grandmaster Killercunt noemde. Dat was in het begin even wennen. Ik moest bijvoorbeeld naar school, omdat hij zijn broodtrommel was vergeten, en dan moest ik tegen de conciërge zeggen: 'Hallo, ik kom de broodtrommel van Grandmaster Killercunt brengen. Wilt u zeggen dat er geen motherfucking salami op zijn brood zit?'

Veel mensen waarschuwden me: zou je dat nou wel doen?

Marco Borsato

De samenwerking met Killercunt kwam heel spontaan op gang. Hij zat boven, op zijn kamer, met zijn vriend Kootje Rieten (DJ Clit) sicke beats te shapen, ik zat een verdieping lager mijn akoestische gitaar te stemmen en opeens was daar een liedje. Dat liedje heette Pay My Sneakers, Bald Headed Prick en dat hebben we in 1993 met heel veel succes opgevoerd tijdens een braderie in Hoofddorp. Bijna elf jaar eerder dus dan Marco Borsato.

In hetzelfde interview zegt Borsato over het liedje De bestemming: 'Daarin zat een Iers fluitje. Veel mensen waarschuwden me: zou je dat nou wel doen? Maar het paste bij het Keltische gevoel dat ik in die song wilde leggen, een lied over het waarom van het bestaan.' Ook dit deed ik bijna twintig jaar eerder. Borsato heeft wel gelijk dat een Keltisch fluitje veel weerstand oproept.

Waar ik kwam, had ik mijn Keltische fluit bij me

Mensen kenden mij niet anders. Waar ik kwam, had ik mijn Keltische fluit bij me. Ik heb het nu over de periode dat ik in Leersum woonde. Die fluit riep veel agressie op. In Leersum proberen ze al eeuwenlang het waarom van het bestaan te duiden met een mondharmonica. Ik heb, toen Borsato nog ijs stond te roeren, keihard gevochten voor de Keltische fluit. En het werkte. Ik ging naast een hondentrainer staan, blies het Keltisch-Nederlandse liedje My Skip Need Sum Morrr Painting en dan dacht zo'n man opeens: ik ben helemaal geen hondentrainer, maar een rietdekker.

Ik zou dit allemaal niet eens hebben opgeschreven als Borsato het daarbij had gelaten. Dan zou ik hem de eer hebben gelaten. Maar Marco meende ook dit te moeten zeggen, over zijn in 2013 uitgebrachte nummer Muziek: 'Het was de tijd dat elektronica zijn intrede deed in de pop. Ik experimenteerde daarmee.'

Het was de tijd dat elektronica zijn intrede deed in de pop. Ik experimenteerde daarmee

Marco Borsato

Een schandalige verdraaiing van de feiten. In 1973 werkte ik als ruitenwisser bij een benzinestation dicht bij de Duitse grens. Iedere donderdagmiddag kwamen er vier verveelde Duitse jongens voor 12 gulden tanken. Tijdens het tanken neuriede ik een liedje en drukte na iedere zin mijn tong op een batterij. De elektrische sensatie die dat veroorzaakte, daar is later de vibrator uit ontstaan, maar dat is een ander verhaal.

Die jongens bleven maar komen, maandenlang, en opeens zag ik ze niet meer. Een half jaar later keek ik naar het Duitse popprogramma Ganz Poppie en zag ik ze naast elkaar staan. Ze zongen mijn liedje. Er kwamen letters in beeld: Kraftwerk mit Autobahn.