Grote ronde Pietà (ca. 1400) van johan Maelwael.
Grote ronde Pietà (ca. 1400) van johan Maelwael. © Jean-Gilles Berizzi / RMN-GP

De Grote ronde Pietà is niet enkel groter en ronder dan de rest, ze is kwalitatief ook beter

Kunst - Johan Maelwael in het Rijksmuseum

Veel werk van 'Nederlands eerste schilder' Maelwael is er niet meer, maar het schilderij dat er wel is, steekt er dan ook met kop en schouders bovenuit.

Johan Maelwael

Beeldende kunst

Rijksmuseum, Amsterdam, t/m 7/1/2018

Om potentiële teleurstelling voor te zijn: de Maelwael-tentoonstelling in het Rijksmuseum is geen Maelwael-tentoonstelling - niet in de strikt monografische zin van het woord tenminste. Van de dikke veertig getoonde objecten kan slechts één met zekerheid aan de Nijmeegse schilder worden toegeschreven: Grote ronde Pietà uit het Louvre. De rest belichaamt de 15de-eeuwse devotionele productie in het algemeen. Maelwael had ook kunnen heten: Maelwael en andere schilders, boekverluchters en edelsmeden uit Frankrijk en de Nederlanden.

Johan Maelwael (1370-1415) had een bliksemcarrière. Afkomstig uit een bemiddelde Gelrese handwerkersfamilie had hij zich voor z'n 30ste al opgewerkt tot hofschilder van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië. Als valet de chambre leidde hij de hertogelijke werkplaats in Dijon. Hij maakte portretten, wandschilderingen, altaarstukken en devotionele panelen. Ook polychromeerde hij beelden en ontwierp hij stoffen voor wimpels en banieren. Zijn reputatie was onfeilbaar, naar het schijnt. Toen Maelwaels neefjes, Johan en Paul van Limburg (van de verluchte handschriften) in Brussel vanwege een diplomatiek geschil gevangen werden genomen, brachten lokale ambachtslieden losgeld bijeen ten gunste van hun oom.

De eerste Nederlandse schilder

De resterende stukken vallen uit elkaar als je er alleen maar naar kijkt en kennen geen eensluidende toeschrijving bovendien

Het Rijksmuseum brengt Maelwael aan de man als de eerste Nederlandse schilder. Maelwael was niet de eerste Nederlander die ooit een kwast vasthield. Hij was de eerste die een kwast vasthield die we met naam en toenaam kennen. Door zijn artistieke begaafdheid wist hij de status van anonieme ambachtsman te ontstijgen. In Frankrijk, waar hij Jean Malouel heet, beschouwt men hem als Fransman en behoort hij sinds jaar en dag tot de canon.

Wie een expositie over hem maakt, stelt zich voor een probleem: de schaarste aan werk. Het leeuwendeel van Maelwaels productie is in de loop der eeuwen verloren gegaan. De resterende stukken vallen uit elkaar als je er alleen maar naar kijkt en kennen geen eensluidende toeschrijving bovendien. De top-vier van populaire woorden in teksten over Maelwaels oeuvre luidt: 'wellicht', 'vermoedelijk', 'waarschijnlijk' en 'misschien'. Johan, we hardly know ye.

De greatest hits

Maelwaels positie van primus inter pares, zo bewijst het, was niet gestoeld op lucht

Over de objecten uit zijn tijd die wél naar Amsterdam kwamen, kunnen we kort zijn: die zijn niet te versmaden, het ene huzarenstukje na 't volgende. Van het Getijdenboek van Margaretha van Kleef tot de Biblia pauperum: ze vertegenwoordigen het beste van hun tijd. Zo worden ze ook gepresenteerd, als greatest hits - een scherp divergerende benadering waarin tegelijk de makke van het project schuilt. Eén windvaan maakt nog geen kasteel. Op sommige momenten heb je het gevoel naar een zwaar ingekrompen versie van een ruimer opgezette expositie te kijken.

In de zaal met de Grote ronde Pietà (ca. 1400) niet. De tondo, een mash-up van iconologische voorstellingen: Bewening, Man van smarten, Genadestoel, wordt omringd door stukken die haar kwaliteit benadrukken: de Grote ronde Pietà is niet enkel groter en ronder dan de rest, ze is kwalitatief ook beter. Realistischer. Meer tactiel in haar weergave van spieren en plooien en bloed, dat langs Christus' vingers loopt als was het een of ander organisch designsieraad. Maelwaels positie van primus inter pares, zo bewijst het, was niet gestoeld op lucht.

De tondo (tenminste, het Christus-figuur-deel ervan) kende tweede en derde levens. Het duikt in gespiegelde en verkleinde varianten op in getijdenboeken en op andere schilderijen als was het een middeleeuwse meme. In de Belles Heures van de broertjes Limburg bijvoorbeeld treffen we het aan in een Bewening, een gekrompen, een kwartslag gedraaid exemplaar. Het hoofd van deze Christus staat de andere kant op. Het bloedsieraad rond de vingers is verdwenen.


De Italiaanse connectie

Liepen er Italianen rond in Maelwaels werkplaats?

Madonna met Kind, engelen en vlinders, bekend als Vlindermadonna uit de Gemäldegalerie in Berlijn toont de Madonna in haar gebruikelijke, Emperor Palpatine-gewaad, kind op de arm, engelen rond haar schouders; boven haar hoofd fladderen gouden vlinders, symbolen voor de verrijzenis. Wat de kenners zich afvragen: wie maakte het schilderij, dat tot de oudste bekende voorstellingen op linnen behoort? Maelwael of zijn directe opvolger, Hendri Bellechose? Wat ook de vraag is: in hoeverre schilderijen als de Vlindermadonna voortborduren op een Italiaans, of preciezer Siënese programma? Het verband is minder vergezocht dan het lijkt. Immers: Toscaanse schilders zaten een halve eeuw eerder al Avignon, waar indertijd de paus zetelde in ballingschap, en dat hun leerlingen uitweken naar de noordelijker gelegen religieuze centra is heel goed mogelijk. Liepen er Italianen rond in Maelwaels werkplaats? Was Dijon een ontmoetingsplek tussen handwerklieden uit Noord en Zuid? Bestaat er een verband tussen de vergulde zoom van de Madonna's mantel en nagenoeg identieke zomen op de werken van, ik noem maar iemand, Simone Martini?