Een bezoeker bekijkt schilderijen op de tentoonstelling Ode to the Sea: Art from Guantánamo Bay.
Een bezoeker bekijkt schilderijen op de tentoonstelling Ode to the Sea: Art from Guantánamo Bay. © REUTERS

Beledigend of censuur? Tentoonstelling met kunst uit Guantánamo Bay verdeelt New York

Verbolgen zijn ze, familieleden en nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen op de Twin Towers in New York. Dat uitgerekend in hun stad, zo zwaar getroffen door het bloedbad van Al Qaida op 11 september 2001, kunstwerken worden tentoongesteld die zijn gemaakt in de beruchte gevangenis voor terreurverdachten Guantánamo Bay.

Bovendien zouden onder de 8 exposerende kunstenaars, allen gevangenen en oud-gedetineerden van de zwaarbeveiligde Amerikaanse gevangenis in Cuba, zelfs handlangers van wijlen Al Qaida-leider Osama Bin Laden zitten.

De organisatoren van de omstreden expositie aan het John Jay College in New York denken daar heel anders over. Volgens curator Erin Thompson laat Ode aan de zee, zoals de omstreden tentoonstelling is gedoopt, bezoekers vooral genieten van 'mooie kunstwerken'. Het zijn in totaal 36 sculpturen, olieverfschilderijen en tekeningen waarop de Caribische Zee, bootjes en schepen en heel af en toe ook bloemen een hoofdrol spelen.

Uitlaatklep

De werken zijn niet ontwrichtend of bedreigend, aldus Thompson in de Amerikaanse media. Dat kan ook niet, aangezien alle schilderijen en sculpturen eerst door het Amerikaanse ministerie van Defensie werden gecontroleerd op een mogelijke gewelddadige inhoud of verborgen berichten. Toch kunnen ze volgens haar wel helpen mensen aan het denken te zetten over Guantánamo Bay, waar nog altijd 41 gevangenen vastzitten en wachten op een proces, ondanks jarenlange toezeggingen dat de beruchte gevangenis haar deuren zou sluiten.

Kunst lijkt daarbij vaak de enige uitlaatklep voor de gevangenen. De zee hun grootste inspiratiebron. De cellen in Guantánamo Bay staan slechts enkele meters van de Caribische Zee. Maar de zee gaat meestal schuil achter dekzeilen die alle hekken van de militaire gevangenis bedekken. De gedetineerde terreurverdachten kunnen 'de zee ruiken, horen, maar eigenlijk nooit zien'.

Behalve die ene keer, 3 jaar geleden, toen een orkaan Cuba bedreigde en de zeildoeken door de Amerikaanse militairen uit voorzorg werden weggehaald. Plots was 4 dagen lang de zee zichtbaar voor de gevangenen in Guantánamo. Voor veel van de gevangen mannen, veelal afkomstig uit Afghanistan en Pakistan, was het de allereerste keer in hun leven dat ze de zee zagen.

Lees verder onder de foto.

'Vrijheid die niemand kan controleren'

'We voelen iets van vrijheid als we naar de zee kijken. Vrijheid die niemand kan controleren of bezitten, vrijheid voor iedereen', aldus de Jemenitische ex-gevangene Mansoor Adayfi in de catalogus van de expositie. Zo toont de Algerijn Djamel Ameziane zijn ervaringen in Guantánamo Bay met een schilderij van een schip getroffen door een storm.

Jemeniet Khalid Qasim heeft weer de Titanic afgebeeld, omdat hem dat deed denken aan de beroemde blockbuster met Kate Winslet en Leonardo DiCaprio in de hoofdrollen. En ook een van de weinige films die de gevangenen in Guantánamo Bay mogen kijken.

Zijn landgenoot Muhammad Ansi, die na 15 jaar gevangenschap begin dit jaar naar Oman werd overgebracht, laat weer het Amerikaanse Vrijheidsbeeld oprijzen naast een intens blauwe zee.

Moordenaar of slachtoffer?

Alleen Ammar al-Baluchi, de Pakistaan die de doodstraf riskeert omdat hij ervan wordt verdacht geld te hebben geleverd aan de aanslagplegers van 9/11, heeft een abstract werk gemaakt. Met een serie gekleurde stippen die lijken te verdwijnen in een zwart gat heeft hij een artistieke uiting willen geven aan de effecten van de vele martelingen die hij in Guantánamo Bay heeft moeten ondergaan.

Volgens curator Thompson hielp kunst Al-Baluchi om zijn ervaringen onder woorden te brengen en prikkelt zijn schilderij de bezoekers om na te denken of ze hem als 'een massamoordenaar, een slachtoffer van foltering of beide willen zien', zo zei ze onlangs in een radio-interview. 'Het is in elk geval mogelijk om iets van zijn kunst te leren.'

Uitvoerverbod

Familieleden en nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen van 11 september 2001 denken daar duidelijk anders over. Zij vinden dat er direct een einde moet komen aan de tentoonstelling aan het John Jay College die officieel nog tot 26 januari loopt en waar al duizenden nieuwsgierigen op afkwamen.

De ophef over Ode aan de zee is zo groot dat deze ook het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft bereikt. Het Pentagon heeft in een kordate reactie besloten dat terreurverdachten niet langer zomaar hun kunstwerken uit Guantánamo Bay kunnen krijgen.

Tot nu toe mochten de gevangenen hun schilderijen en andere artistieke creaties cadeau geven aan hun advocaten of meegeven voor hun familieleden. Zo kwamen ook de meeste werken op de tentoonstelling in New York terecht. Als gevolg van de nieuwe maatregel van het Pentagon geldt er nu een strikt uitvoerverbod en is de gevangenen te verstaan gegeven dat al hun kunstwerken zullen worden verbrand zodra zij ooit Guantánamo verlaten.

Lees verder onder de foto.

'Censuur'

De nieuwe verordening heeft weer tot een woedende reactie geleid van de organisatie van de omstreden tentoonstelling. In een verklaring laat zij weten dat het Pentagon zich schuldig maakt aan 'artistieke censuur die eerder past bij autoritaire regimes en terreurorganisaties dan democratische staten als de Verenigde Staten'.

Een woordvoerder van het Pentagon heeft de maatregel al verdedigd door te stellen dat alle kunstwerken gemaakt in Guantánamo Bay 'eigendom van de Amerikaanse overheid' zijn. Bovendien wil het Amerikaanse ministerie van Defensie eerst meer duidelijkheid waar het geld van de verkoop van de kunstwerken naar toe gaat.

De kunstwerken in Ode aan de zee zijn namelijk ook te koop. Al is er een belangrijke voorwaarde gesteld: wie nog vastzit in Guantánamo Bay mag niks verkopen. Alleen werken van de vier oud-gevangenen wiens werken in New York te zien zijn, mogen zaken doen. Een van hen heeft al laten weten al het geld dat hij met zijn kunst ophaalt, te willen gebruiken voor de medische kosten van zijn moeder in het door burgeroorlog verscheurde Jemen.