Zuchtende wanden

Een vloer die muur wordt, licht dat een spelletje speelt en een bank die een 'afdruk' maakt van de billen die er op plaatsnemen....

'Hey you', roept een roodgestifte vrouwenmond op een klein projectiescherm het publiek toe, nog voordat de tentoonstelling goed en wel is begonnen. 'You wanna buy a piece of the action?''You wanna buy a second chance?''Je naam in neon?''Een plek in de geschiedenisboeken?''Een beetje moederliefde?''Hey you!'Fascinerend zijn die rode lippen, nog fascinerender is die stem: nu eens laag en zwoel, dan fel en dwingend, maar steeds uitdagend, prikkelend. Blijkbaar is hier, net als buiten het museum, alles te koop.Met die verwarrende maar verleidelijke boodschap lokt het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) de bezoeker binnen. Latent Space heet de tentoonstelling die de Rotterdamse architect Jasper de Haan samenstelde met werk van architecten(duo's) en beeldend kunstenaars.Latent Space wil de museale conventies onder de loep nemen. De tentoonstelling wil verleiden en provoceren, en een nieuwe beleving van kunst, ruimte en architectuur oproepen.Wie lekker gemaakt door de zwoele vrouwenstem op de gang ('Hey you! Wanna buy a vacation that never ends?') de zware zwarte gordijnen opzij schuift die naar de balkonzaal van het NAi leiden, bevindt zich plotseling in een langwerpige, lounge-achtige ruimte (ontwerp: Jasper de Haan), met een paar kunstwerken die zich vrijwel allemaal langs de lange muren van de zaal bevinden.Een witte, vlekkerige vloer strekt zich over de hele ruimte uit, krult aan één zijkant omhoog en vormt zo een muur. Wit en klinisch kil is het hier. De zaal, hoe leeg ook, is dwingend. Ze maakt dat de bezoeker twee passen zet, stilstaat, om zich heen kijkt, en weer doorloopt. Het 'Hey you' dat vanachter het zware gordijn bij de ingang de tentoonstellingsruimte door schalt, leidt af.Het licht speelt een spelletje: het dimt langzaam, floept dan uit. Een paar minuten is het donker in de museumzaal, te donker om de kunstwerken goed te kunnen bekijken, te licht om bij in te slapen. Nu blijkt dat de vloer en de wand die omhoog krult fluorescerend zijn; in de duisternis lichten ze op als het nachtelijk maanoppervlak. Dan flitst ineens het licht weer aan, het verandert in hoog tempo van zacht en getemperd rood naar felgeel. Tijd voor de kunst.In het midden van de zaal staan drie roze sofa's van architect/ontwerper Jürgen Mayer H. De bezoeker mag erop zitten. De sofa's zijn bekleed met een stof die reageert op warmte (billen, vingers of, zo je wilt, het hele lichaam laten een witte afdruk achter, net een röntgenfoto). Ernaast, ingenieus in de omgekrulde muur gebouwd, bevindt zich het interactieve scherm van de Turkse Ebru Özseçen, dat reageert op bewegingen en de omtrek van de voorbijganger weergeeft.Latent - dat betekent zoveel als verborgen, onzichtbaar, sluimerend, slapend. In Latent Space draait het om sluimerende angsten, om verborgen gevoelens van macht en seksuele verlangens. Architectuur kan die emoties oproepen. The Architectural Uncanny noemde de Amerikaanse kunst- en architectuurhistoricus Anthony Vidler deze gevoelens in zijn gelijknamige boek uit 1992.Architectonische geheimzinnigheid. Het is dé succesformule voor elk science fiction-scenario. Het verhaal van Jonas in de walvis maakt er gebruik van, Sigourney Weaver komt het tegen als luitenant Ripley die in Aliens door een labyrinth van kille en unheimische gangen doolt, waar uit alle openingen slijm lekt en waar de muren ogen lijken te hebben. Uncanny architectuur is 'onderbuikarchitectuur', architectuur waarin menselijke eigenschappen verwerkt zijn die extreme fysieke reacties tot gevolg hebben. Van uncanny architectuur krijg je kippenvel, gaan je haren recht overeind staan.Tegelijkertijd gaat er een onweerstaanbare aantrekkingskracht van uit. De organische ruimtes waarin de protagonisten van de Amerikaanse kunstenaar/filmmaker Matthew Barney zich bevinden, zijn griezelig maar ook zinnenprikkelend. Barney's films staan ból van verwijzingen naar seksuele verlangens en bevrediging. Zijn architectuur is warm en sensueel of koud en afstandelijk, net als een geliefde kan zijn. Nooit laat het je onberoerd. In de balkonzaal van het NAi zijn het foto's van de Finse Katharina Bosse die zulke rillingen teweeg brengen. Bosse staat bekend om haar dubbelzinnige opnames van tot in de puntjes gestileerde kamers waar onschuld en baldadige seksuele vibes hand in hand gaan. Op Latent Space toont ze een kitscherig boudoir met een chaise longue en bloemsjablonen op de muur, een leeg klaslokaal en een speelkamer met een prachtig hobbelpaard. Er is niets onbetamelijks te zien; toch lijken zich achter de gordijnen, achter het schoolbord kasten met kinderporno schuil te houden. De architectuur op deze foto's is als de beroemde doos van Pandora: maak haar open en je zult spijt krijgen.Ook de ijselijk witte urinoirs van Alexander Schweder (1970) roepen fysieke reacties op. Schweder maakte er twee, een voor mannen en een voor vrouwen (met dito vormgeving), tegen een achtergrond van wit glanzende badkamertegels. Misselijkmakend klinisch en tot in de puntjes uitgedacht zijn ze, met porseleinen details die doen denken aan geslachtsdelen.In eerste instantie lijkt het erop dat de tentoonstelling meedrijft op de golven van de vermaaksindustrie die ook het museum- en galeriewezen in zijn greep heeft. En daarmee lijkt de crisis die heerst in de museumwereld zich zelfs meester te hebben gemaakt van het doorgaans toch zo nuchtere NAi.Over internationale grenzen strekt het debat, waarin men zoekt naar het ideale tentoonstellingsmodel. Wat wíl de bezoeker, vraagt de tentoonstellingsmaker zich handenwringend af. Vermaak, verleiding, de Efteling, seks? En terwijl hij daarover zijn hoofd breekt, wordt het voor de bezoeker steeds verwarrender. Hem is met de paplepel ingegoten én door menig suppoost duidelijk gemaakt dat je Kunst nu eenmaal niet aanraakt. Nu moedigt diezelfde suppoost hem aan om de kunst te aaien, om erop te drukken, er zelfs op te gaan zitten.In het NAi mag geaaid worden. De vreemde witte muursculptuur van de Amerikaanse kunstenaar Ricci Albenda (1966), die aan het illusionistische werk van Anish Kapoor doet denken, vráágt er zelfs bijna om: alleen op die manier kom je erachter of je te maken hebt met een uitstulping of een nis.Dit soort werken versterkt het aanvankelijk kermisgevoel. Leuk ja, die warmte-gevoelige verf op de roze sofa's, die interactiviteit en dat steeds veranderende licht. Púre verleiding is het, erop gericht om het publiek slechts een paar minuten lang een euforisch gevoel te bezorgen, alsof híj degene is die hier de dienst uitmaakt.Maar Latent Space is geen pretpark. Een geslaagd tentoonstellingsmodel, weet De Haan, verleidt en bespeelt zijn publiek, maar bewaart tegelijkertijd een prikkelende afstand. Dus knip maar met je vingers - het licht licht zal er geen seconde eerder van aangaan. Maak je zo zwaar mogelijk, druk elk lichaamsdeel tegen het oppervlak van de roze sofa's - op een goed moment is elke lichaamsafdruk weer verdwenen. Zóveel indruk maakt de bezoeker hier nu ook weer niet.Prikkelen en afstoten - dat hoef je het fotografenduo Aziz & Cucher geen twee keer uit te leggen. Passage (2002), aan het andere eind van de zaal achter weer een zwart gordijn, is een met de computer gemanipuleerde video van een gebouw dat ademt en hijgt. De muren van de gang, 'bekleed' met opnames van menselijke huid, zetten uit en krimpen weer in en elk moment verwacht de bezoeker dat een massa vloeistof met donderend geraas de hoek om komt. En terwijl hij met afgrijzen zit te wachten op iets wat niet komt, gaat zijn hart sneller kloppen, gaat zijn borst op het ritme van de zuchten van het gebouw - en lijkt heel het NAi mee te ademen en te hijgen.