Politieke paniek in Antwerpen baart zorgen

Belgische academici spraken gisteren in De Morgen in een open brief hun zorg uit over de ondemocratische reacties van politiek en bestuur op de rellen in Antwerpen....

'Met deze brief willen we vanuit academische hoek onze verontwaardiging uiten over de nasleep van de moord op Mohamed Achrak en de daaropvolgende uit de hand gelopen reacties. Het voorval is bijzonder tragisch, de rellen die erop volgden zijn des te betreurenswaardiger, maar het vlugge antwoord daarop vanuit politieke hoek, zowel lokaal als nationaal, is onverantwoord en beschamend.Door de aandacht uitsluitend te richten op de particuliere feiten dreigen de beleidsverantwoordelijken opnieuw de diepere maatschappelijke oorzaken van de straatrellen te negeren. Eens te meer trekt men met veel machtsvertoon ten strijde tegen symptomen zonder de ware grond daarvan voor het oog van de publieke opinie bloot te leggen. De dominerende antwoorden die aanvankelijk vanwege de meeste politici werden geformuleerd, waren agressief en bestraffend van aard.De overhaaste paniekreactie nam echter gevaarlijke vormen aan tijdens de parlementaire discussie van 28 november, toen sommigen hardop en zonder schroom verkondigden dat desnoods de basisprincipes van de rechtsstaat zullen worden herzien om bepaalde repressieve maatregelen te legaliseren. De oorlogstaal van premier Verhofstadt en de voorstellen van minister Duquesne en van volksvertegenwoordiger Marc Van Peel om de Arabisch-Europese Liga (AEL) via legislatieve aanpassingen buiten de wet te stellen, doen ernstige vragen rijzen over het democratische gehalte van de hele aanpak. Het gespierde en demagogische discours, dat overigens een verontrustende echo vindt in een groot segment van de media, strekt allerminst tot bezinning en sereniteit, maar creëert een klimaat van groeiende angst en polarisatie onder de bevolking.Rellen als die van 26 en 27 november dienen veroordeeld te worden. Echter, met een eenvoudige veroordeling komen noch het beleid, noch de betrokken jongeren, noch de inwoners van Borgerhout en alle andere zogenaamde probleemwijken een stap verder. Dat zorgt enkel voor een verenging in de probleemomschrijving (de rellen), in de discussie (verontwaardiging over de rellen) en in de maatregelen die daartegen worden getroffen (de sancties tegen de rellen). De rellen moeten daarentegen in de eerste plaats gezien worden als een symptoom van jarenlang opgehoopte frustraties door gemiste kansen en uitsluiting. De taak van het beleid bestaat er juist in op de maatschappelijke inbedding van deze onvrede te wijzen, en voorstellen uit te werken om de frustraties bij achtergestelde bevolkingsgroepen weg te nemen. Zolang echter geen structurele oplossingen worden uitgewerkt voor problemen als kansarmoede en discriminatie, blijven ongecontroleerde uitbarstingen zich herhalen.Een werkelijk engagement voor een 'actieve welvaartsstaat' waarin iedereen gelijke kansen krijgt en iedereen die hier verblijft ook actief betrokken wordt bij de besluitvorming van deze 'modelstaat' (dixit premier Verhofstadt bij zijn aantreden), is de enige uitweg uit de huidige patstelling. Het debat mag niet enkel gaan over Abou Jahjah en de AEL, die slechts katalysatoren zijn van het opgestapelde onbehagen. Waarover het debat wél vooral moet gaan is een toekomstige samenleving waarin autochtonen én allochtonen, jong en oud, vrouw en man, rijk en arm, een volwaardige plaats krijgen om hun verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Ook als burgers hebben wij recht op dit debat en het wordt dringend tijd dat de juiste krijtlijnen worden uitgezet.'