Johnny Hallyday in 2006.
Johnny Hallyday in 2006. © AFP

De liefde voor Johnny Hallyday is een van de grote raadselen van de Franse ziel

Liberté, Egalité, Hallyday

Hij is een fenomeen, zit onder de huid van menig Fransman. Zanger Johnny Hallyday speelt de hoofdrol in zijn eigen sage, ging bijna dood, stond weer op en is een nieuwe tournee begonnen. Een portret van een 68-jarige rocker.

Jean-Philippe wordt Johnny

Né dans la rue (Op straat geboren), is de titel van een van de liedjes van Hallyday. Een titel die zowat autobiografisch is. Hij wordt op 15 juni 1943 geboren als Jean-Philippe Smet. Zijn vader, artiest maar vooral losbol, laat moeder en kind in de steek als de baby een half jaar is. Zijn moeder draagt Jean-Philippe al snel over aan haar schoonzus. Die heeft twee dochters, Menen en Desta, beiden danseres. Menen trouwt met de Amerikaanse Lee Halliday, waarna ze een trio vormen dat overal in Europa optreedt. Vanaf z'n 11de verzorgt Jean-Philippe, die inmiddels de artiestennaam Johnny Halliday (dan nog met i) heeft aangenomen, met zijn gitaar de pauzenummers.

In 1958 ontdekt Halliday de rock 'n' roll en gaat optreden, in club Golf-Drouot en elders. Hij groeit uit tot het grootste Franse jeugdidool en vormt een droomkoppel met Sylvie Vartan. Zijn plaats in de schijnwerpers zal hij niet meer verliezen.

Johnny leeft! Met z'n vrienden paradeert hij over de grote betonvlakte voor de Arena, de nieuwe evenementenhal van Montpellier waar straks het concert begint. Mensen spreken hem aan, hij schudt handen en grijnst, een journalist van persbureau AFP wil graag een interview.

Voor iemand die wederom is opgestaan uit de dood, ziet zanger Johnny Hallyday er goed uit. Z'n grijzende ringbaardje is strak getrimd, het volle haar zit losjes naar achteren gedwongen, de helblauwe ogen gaan verborgen achter een zonnebril. Om zijn hals hangt een medaillon van een gekruisigde Jezus met gitaar, aan zijn vingers de plompe ringen van een oude rocker.

Groot feest

Een van de concertgangers is Bernard Nicetta, postbode in ruste. Het gebeurde twaalf jaar geleden. Hij vierde zijn 50ste verjaardag met een groot feest. Om zijn gasten te plezieren, playbackte hij wat liedjes van Johnny Hallyday, zijn grote held. Daar is hij sindsdien niet meer mee opgehouden. 'Niet de beste, maar zeker ook niet de minste', vindt hij zelf. Op campings, op bedrijfsfeesten en verjaardagen, voor gehandicapten- en fanclubs - overal doet hij Johnny. En al lang niet meer playback: Johnny zingt live. Een vriend laat het zien op z'n smartphone: Johnny Love in actie tijdens een concert in Millau, microfoonstandaard in de hand, het bovenlijf naar achter gebogen. 'Zie je: met licht en grime lijk ik nog beter', zegt Love, terwijl hij bereidwillig een arm om een fan slaat die met hem op de foto wil.

De echte Johnny heeft hij eenmaal ontmoet, dertig jaar geleden na een concert in Nice. Love was er met zijn zoontje van 2, dat een glas omgooide. Ik dacht: nu krijg ik klappen. Maar nee, Johnny bleef vriendelijk. Hij is echt sympathiek.'

Franse ziel

De liefde voor Johnny Hallyday is een van de grote raadselen van de Franse ziel. Wat bezielt de Fransen, bekend om hun verfijnde smaak, hun afkeer van kabaal en ritme en hun voorkeur voor fluisterzachte liedjes met ingewikkelde woordgrappen en poëtische bekentenissen, om onvoorwaardelijk en hartstochtelijk veel te houden van een lawaaiige kermisklant die vijftig jaar geleden in de rock 'n' roll verdwaalde en er nooit meer uitkwam?

Het is een vraag die een Fransman zich sowieso nooit zal stellen. Voor hem is het Liberté, Egalité, Hallyday. Johnny is Jojo, hij hoort erbij; als de Eiffeltoren, waar hij trouwens ter ere van de millenniumwisseling optrad voor 600 duizend mensen - het grootste concert ooit in Frankrijk gegeven. Hij is overal, al is het maar vanwege de brillen van Optic 2000, waarvoor hij tien jaar lang de campagne deed, desnoods als bebrilde cowboy op de ranch.

Tekst gaat door onder het filmpje.

Dierbare herinnering

Op de parkeerplaats van de Arena van Montpellier zit Alain Locci (56) uit Marseille met z'n vriendin Liliane Grand voor het concert een broodje te eten. Hij is fan vanaf z'n 14de en heeft Johnny al eens de hand kunnen drukken. 'Dat was in Vitrolles, in de jaren tachtig. Vrienden van me deden de beveiliging, daarom mocht ik het podium op. Het is een dierbare herinnering.'

'Johnny is als een grote broer', zegt hij. 'Hij heeft zijn zwakke kanten, zoals ieder mens. Maar omdat je van hem houdt, vergeef je hem alles.'

'Zwakke kanten', dat betekent bij Johnny altijd een vriendelijke verwijzing naar zijn privéleven, dat inderdaad slordig aandoet. Hallyday leidt het leven van een echte rocker. Waarbij je moet denken aan Harley Davidsons, customized Cadillacs, jetski's, huizen in Gstaad, Hollywood, bij Parijs en op het Caribisch eiland Saint-Barth - en veel fotoreportages in de bladen. Geld stroomt als water door zijn handen. Ziet Hallyday iets wat hem aanstaat - een jacht van 40 meter, een farm in Canada, een Ferrari Testarossa - dan wil hij het hebben. Meteen!

Ook het gezin Hallyday is ingewikkeld. Hij heeft kinderen uit twee eerdere huwelijken: zoon David is zelf succesvol in de muziek, vooral als arrangeur, dochter Laura Smet duikt geregeld op in de bladen wegens allerhande ontsporingen. Met Laeticia, zijn vijfde vrouw - hun huwelijk werd in 1996 gesloten door Nicolas Sarkozy, toen nog burgemeester van Neuilly-sur-Seine - adopteerde hij twee meisjes uit Vietnam: Jade en Joy.

De Amerikaanse media zijn verbijsterd: een Franse rocker in een ziekenhuis?

Belastingvluchteling

Hallyday is ook de beroemdste belastingvluchteling van Frankrijk. Zijn eerste schermutselingen met de belastingdienst dateren van de vroege jaren zestig. De nieuwe tournee, waarvan Montpellier de eerste halteplaats is, zou mede bedoeld zijn om de fiscus af te betalen. 'Je vergeeft het hem graag', zegt fan Locci. 'Ook politici hebben vaak een extravagante levensstijl. Maar die brengen ons ongeluk. Johnny geeft er tenminste iets moois voor terug. En hij werkt er hard voor.'

In december 2009 post een kluitje Franse journalisten dagenlang voor de ingang van het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles, het ziekenhuis waar de Hollywoodsterren naar toe gaan als ze wat mankeren. Binnen ligt Johnny, kennelijk vechtend voor zijn leven. De Amerikaanse media zijn verbijsterd: een Franse rocker in een ziekenhuis? Hoe heet hij? Hallyday? Is dat dubbel l en twee y's?

Rugpijn

Johnny Hallyday heeft van heel wat Engelstalige liedjes een Franse versie gemaakt. Een bloemlezing:

Let's twist again
- Viens danser le twist

Summertime Blues
- La fille de l'été dernier

Something else
- Elle est terrible

Black is black
- Noir c'est noir

Cuttin' in
- Excusez-moi partenaire

The house of the rising sun
- Le pénitencier

Knock on wood
- Aussi dur que du bois

Betty Lou's getting out tonight
-Mon p'tit loup (ça va faire mal)

I'll be there
- Je serai là

Mr. Lonely
- Quand revient la nuit

Uptight
- Les coups

Ook in zijn bijna-doodervaring is Hallyday alles wat je van een ster mag verwachten. De zanger had al lang rugpijn, gevolg van een jetski-ongeluk van jaren geleden. Een operatie, uit te voeren door een Parijse societychirurg - dezelfde arts die Isabelle Adjani en Françoise Hardy behandelde - zou hem goed doen. Over wat er daarna gebeurde, lopen de meningen uiteen. Volgens Hallyday leverde de arts klungelwerk, volgens de arts vertrok Hallyday veel te snel uit zijn kliniek om het vliegtuig naar Los Angeles te nemen. Waar hij krimpend van de pijn en gezeten in een rolstoel zou aankomen.

Drie weken houden de Amerikaanse artsen hem in een kunstmatige coma; drie weken houdt Frankrijk de adem in. President Sarkozy heeft een regeringsvliegtuig laten klaarzetten, mocht het nodig zijn de zanger met spoed te repatriëren. Als hij bijkomt, is met de rugpijn ook zijn stem verdwenen.

'Zesduizend ansichtkaarten met beterschapswensen hebben we ontvangen', vertelt Remi Bouet, voorzitter van Limited Access, de officiële fanclub van Johnny Hallyday. 'De mooiste hebben we doorgestuurd naar Los Angeles. Mensen waren wanhopig. Ik kreeg mails waarin ze schreven: als hij sterft, pleeg ik zelfmoord; mijn familie is al op de hoogte.'

Zijn kantoor, ondergebracht in een boerderette in de koolzaadvelden bij Méré, net buiten Parijs, is als een klein Hallydaymuseum. Aan de muren hangen platina platen en een affiche voor de verjaardag van Salut les copains, het radioprogramma dat veel bijdroeg aan Johnny's roem.

Van alle tijden

Man 50 jaar, fan van Johnny, zoekt vrouw 30/50

Bouet komt uit de Gers, het stille, diepe zuiden van Frankrijk. 'Johnny was zo belangrijk in mijn jeugd', vertelt hij. 'Hij gaf zuurstof aan het platteland, door hem wist ik dat er zoiets als rock 'n' roll bestaat.' Bouet was 13 toen hij Hallyday voor het eerst zag optreden, in een tent in Pau. 'Dankzij hem ontdekte ik mezelf. Dat geldt voor zo veel mensen. Ze herkennen zich in zijn successen, maar ook in zijn mislukkingen. En vooral zijn ze hem dankbaar voor zijn grote levenslust. Hallyday is van alle tijden, elk decennium heeft hem nieuwe hits gebracht.

'Fans vind je onder arbeiders, maar er zijn er ook die met een privévliegtuig naar concerten komen', zegt Bouet. De echte fan is volgens hem iemand die geleidelijk met Johnny ouder is geworden, die hem heeft zien veranderen en zelf ook niet dezelfde is gebleven. Voor hen is hij een familielid. Soms letterlijk: er zijn nogal wat Franse Johnny's.

Sommigen zijn trouwens nog steeds naar die familie op zoek, getuige het fanclubblad: 'Man 50 jaar, fan van Johnny, zoekt vrouw 30/50. Open je hart om je geluk te laten binnenkomen. Ik reik je mijn hand om de eenzaamheid te overwinnen. Gegarandeerd antwoord.'

Toneel

Een deel van die trouwe fans duikt in augustus 2011 ineens op waar je ze niet zou verwachten: het theater Édouard VII. Ze zijn stiller dan anders, noteert Éric le Bourhis in Johnny, l'incroyable histoire, een vorige maand verschenen boek. Misschien toch geïntimideerd door de omgeving, een roodpluchen schouwburg met dito publiek in het hartje van Parijs.

Johnny speelt toneel! Voor het eerst van zijn leven staat Hallyday op de planken. Niet in een musical over zijn leven of een spektakelstuk, maar in Le paradis sur terre van Tennessee Williams. Een serieus drama. Hallyday speelt Chicken, een mulat van een jaar of 35 die rondhangt aan de oevers van de Mississippi. Weken achter elkaar staat hij twee uur lang op het podium, op zaterdag zijn er zelfs twee voorstellingen. De kritieken zijn welwillend. Soms heeft hij even een gitaar in zijn hand. Maar van zingen komt het niet, tot verdriet van de fans.

Dat debuut als acteur is zijn manier om de geruchten over een slechte conditie de kop in te drukken; wie tweehonderd vel tekst uit zijn hoofd kan leren om die avond aan avond over het voetlicht te brengen kan er niet slecht aan toe zijn.

Hij speelde in dertig films. Soms in de Franse versie van het soort vehikels waarin ook Elvis Presley figureerde. Maar vaak is het serieuzer, zoals in Detective van Jean-Luc Godard, of in Parisiennes met Catherine Deneuve. Twee jaar geleden speelde hij de hoofdrol in Vengeance van Hongkong-regisseur Johnny To. Een zeer zwijgzame Hallyday als koele killer op leeftijd, jagend op de moordenaar van zijn dochter. Ook hier laat hij zich van een onverwachte kant zien: ingetogen, intrigerend, soms wanhopig.

Schuld

De tournee van 2009 -Route 66- was bedoeld als afscheid. Ook rockers worden ouder: optredens in voetbalstadions vergen een energie die als je 66 jaar bent niet meer vanzelfsprekend is. 'Hij is uitgeteld', zeggen intimi. 'Voordat hij op moet, is hij gevloerd, daarna is het nog erger.'

De mislukte operatie torpedeert Route 66 halverwege. Hallyday blijft achter met een nog grotere berg schulden dan gebruikelijk. Dat is de belangrijkste reden waarom er nu opnieuw een grote tournee voor hem op touw is gezet: Jamais seul. Die brengt hem tot het eind van dit jaar in Moskou, Tel Aviv, Londen, Montreal, New York, Brussel en alle hoeken van Frankrijk. De kosten zijn ongeveer 15 miljoen euro, 80 procent daarvan komt voor rekening van Hallyday. De opbrengst zou ongeveer het dubbele moeten zijn, genoeg om de belasting tevreden te stellen en nog een paar miljoen euro zakgeld over te houden. Of dat gaat lukken, is de vraag. De voortekenen zijn niet gunstig. Jamais seul, zijn laatste album, blijft steken op 140 duizend verkochte exemplaren, veel te weinig voor een artiest die gewend is minstens het driedubbele te verkopen. En voor bijna alle concerten zijn nog kaarten te krijgen. De crisis speelt een rol (de beste plaatsen kosten 130 euro), net als de geruchten over Johnny die te vermoeid zou zijn om zo'n tournee aan te kunnen.

De Arena van Montpellier stroomt vol met mannen die hun laatste haren in een staart dragen, echtparen op sandalen, ouders met kinderen, grootouders met kleinkinderen, leden van een motorclub, meer en minder geslaagde lookalikes. En jawel, er zijn ook groepjes jongeren.

Nadat Louis Bertignac, vroeger voorman van de Franse newwaveband Téléphone, het publiek heeft opgewarmd met bluesrock, wordt het donker. Een zeldzaam bombastisch geluid vult de zaal. Op het podium donder, bliksem en kometen, reusachtige vuisten, een muur die weerstand biedt, wachttorens die branden als fakkels. Uit dat apocalyptische delirium daalt Johnny neer, staande in een ijzeren bal met stekels, als kapitein Nemo in de ingewanden van een zee-egel.

'Allumez le feu', davert het - ontsteek het vuur. Vuurwerkfonteinen spuiten, sintels vallen, een monster doemt op met vlammen en rook uit ogen als spelonken. Hallyday is de onverschrokken held van zijn zelfgeschreven sage. Zijn cruisesnelheid is laag, op een huppeltje of spreidstand hoeven we niet te rekenen, het kost hem een couplet om het einde van het podium te bereiken. Het zwarte plakleren pak dat hij draagt, staat niet per se flatteus.

Maar hé, hij leeft. En zijn stem doet wat-ie doen moet. Die is vol, solide, wendbaar. Op de videoschermen zien de fans het schitteren van die helblauwe ogen, zijn handelsmerk.

Het repertoire is voor de niet-ingewijde een vat vol verrassingen. Fortunate Son, Spiegelbeeld vertel eens even, I who have nothing, Excuse me partner, She's something else - klassiekers uit alle windstreken komen langs in een vaak bijna onherkenbare verfranste versie.

De Johnny-stijl is een hutspot van smartlappen, rockabilly, powerpop, soul, chansons en onvervalste country. 'Iedereen heeft wel iets van Tennessee in zich', zingt hij zijn publiek toe in Quelque chose de Tennessee. Of ook: 'Alle muziek waarvan ik houd, komt van de blues (La musique que j'aime). Oh Marie is dan weer een echt chanson. En het schrikbarend pompeus geënsceneerde Poème sur la septième is gezet op niets minder dan de zevende van Beethoven.

Tekst gaat door onder het filmpje.

Uithoudingsvermogen

Hallyday weet precies wat hij zijn publiek moet geven

Tweeënhalf uur duurt het concert, dus aan zijn uithoudingsvermogen hoeft niemand meer te twijfelen. Het begint stevig, overeind gehouden door zijn veertienkoppige band met vier blazers en een koortje van drie pico bello zangeressen. Intiemer wordt het als hij op een klein podium halverwege de zaal, met staande bas en akoestische gitaar, wat rockabilly-classics van Presley en Cochran doet. Waarna het met de evergreen Que je t'aime, meegebruld met gebalde vuisten, op weg gaat naar de grote finale.

Het is vet, het is zwaar, het is nogal ouderwets. Maar voluit kitsch wordt het niet. Ook in de zang blijft hij steeds uit de buurt van het effectbejag. Hallyday weet precies wat hij zijn publiek moet geven. 'Ik heb nog voor jullie ouders gezongen', zegt hij. 'Zelfs voor jullie grootouders. Jullie zijn fantastisch, nog beter dan ik had verwacht.' Ook de krant is tevreden. 'Johnny heeft er zin in', kopt de Midi Libre de volgende dag.

De Fransen hebben veel: een mooie taal, bergen, grote denkers. Wat ze missen, dat is Amerika, onsterfelijkheid, rock 'n' roll en de durf het breed te laten hangen. Dat alles krijgen ze van Johnny Hallyday. Dankzij hem kunnen de deuren dicht. Hij is bij hen onder de huid gekropen en gaat nooit meer weg.

Hallyday-liedjes

Noir c'est noir
(1966) - Voor wie wil weten hoe Black is Black op z'n Frans klinkt. Hallyday had er een grote hit mee.

Que je t'aime
(1969) - Een van de weinige liedjes waarmee Johnny de taalgrenzen overschreed. Volop drama, wereldwijd verstaanbaar.

La musique que j'aime
(1973) - Hallydiaans loflied op de blues, waarin B.B. King of of Muddy Waters zichzelf niet meteen zouden herkennen.

Quelque chose de Tennessee
(1985) - Geschreven door Michel Berger , een van de beste Franse popcomponisten. Het bewijs dat Franse country mogelijk is.

Allumez le feu
(1998) - Echte kraker om goed vet mee uit te pakken tijdens stadionconcerten. Met een tekst waar ieder z'n voordeel mee kan doen.

Sang pour Sang
(1999) - Afkomstig van het gelijknamige album dat hij maakte met zijn zoon David, een succesvol componist en arrangeur die in de Verenigde Staten woont. De vader-zoonverhouding is turbulent.

Marie
(2002) - Hallyday hoeft niet te teren op oude roem. Hij heeft hits in elke fase van zijn loopbaan. Met dit opgewekte chanson deed hij het goed bij de jonge aanhang.