Lekker lang lezen

Is dan eindelijk de hippe journalistieke toverformule gevonden om digitaal extra-lange verhalen te lezen? 'Longread' wordt het genre genoemd, waarin de tekst wordt opgefleurd met filmpjes, linkjes, infographics en wat al niet meer.

De longread-liefhebber draait de wc-deur op slot. Hij gaat er eens goed voor zitten. Op nrc.nl/longreads beveelt een redacteur een stuk op het politieke blog Politico aan. 4.736 woorden over de schaduwcampagne van Hillary Clinton. Ongeveer 22 minuten leestijd, voorspelt de webredactie van NRC Handelsblad. Net nog las hij in het extra dikke winternummer van Vrij Nederland een lap tekst van vergelijkbare lengte over Gouden Kalf-winnend regisseur en dj Jim Taihuttu. Geen longread, al noemde iemand op Twitter het wel zo.

Kan een profiel van vijfduizend woorden in een opinieblad wel een longread zijn? Of mogen alleen internetproducties vanaf tienduizend woorden dat predicaat dragen? Stel die vraag aan tien mensen en je krijgt tien verschillende antwoorden. Een sluitende definitie is er niet, maar een lang verhaal heet tegenwoordig snel een longread. Eind 2012 sloop de term journalistiek Nederland binnen om daar snel furore te maken.

En zo kun je anno 2014 longreadliefhebber zijn. Zie je wel dat we gewoon lange verhalen van een scherm willen lezen, klinkt het triomfantelijk. Als ze maar steengoed, spannend en spectaculair zijn vormgegeven. Met diensten als Instapaper, Pocket (voorheen Read It Later) en Klip.me kun je een artikel van een website bewaren om later te lezen - en dat in een aantrekkelijke opmaak. De longread is een ultieme samenzwering van vorm en inhoud.

Een tegenbeweging wordt gevormd door longreadsceptici. Zij voeren met name campagne tegen het woord long-read, dat zij niet eens willen uitspreken. Een lang verhaal is toch gewoon een lang verhaal? En dan die aanstellerige leestijden erbij: pas op, dit vreet een uur van je leven. Dat alle journalistieke hoop op de longread gevestigd lijkt, vinden ze overdreven. Is het niet wat te voorbarig om dit te bejubelen als dé toverformule van de journalistiek op internet?

Wie zonder schroom longread zegt, zegt ook moeiteloos snowfallen. Een werkwoord dat is ontleend aan 'Snow Fall', een uitbundig opgedoft achtergrondverhaal dat The New York Times in 2012 publiceerde. Het gaat over skiërs die bedolven raakten onder een lawine. Al scrollend zoef je via strak vormgegeven video's, kaarten, audio en infographics naar het einde van het verhaal. Een prestigeproject waarmee journalist John Branch een Pulitzer Prize won.

Sinds Branch ben je aan het snowfallen wanneer je een lange journalistieke productie op internet aankleedt met een royale hoeveelheid multimedia. Grote, goed leesbare lettertypes, veel witruimte, grote foto's, filmpjes die beginnen zonder dat je ze hoeft aan te klikken, tijdlijnen, biografieën, geluidsfragmenten, datavisualisaties, kaarten, bewegende achtergronden en bijzondere scrollsystemen.

The New York Times omschreef Snow Fall als een studie naar de toekomst van de digitale journalistiek. Andere media gingen daarna massaal in de leer. Met 'Firestorm' strooide The Guardian een overweldigende hoeveelheid kijk- en luisterconfetti over de vernietigende bosbranden in Australië. Die Zeit publiceerde online '100 Jahre Tour de France', muziekblog Pitchfork pakte flink uit over Daft Punk.

In Nederland waagde NRC zich als eerste aan de opgetuigde longread, met 'De dag dat Berry van Aerle Europees kampioen werd'. Het verhaal is geschreven door journalist Peter Zantingh, longreadlezer van het eerste uur, die in het onderzoek en schrijven een volle werkweek stak. Met veel plezier: 'Het is misschien wel het tofste dat ik ooit voor de krant gedaan heb.' Aan een longread werken is bijna als een roman schrijven, ervoer hij. 'Het gaat echt om personages, om mensen. Dat je niet in de derde alinea hoeft uit te leggen waar het heengaat, geeft veel vrijheid voor de manier waarop je het verhaal inricht.'

Bij NRC is een longread 'een goed geschreven, bijzonder en journalistiek verhaal dat ten minste 2.000 woorden telt en online staat'. Na Berry van Aerle sloeg de krant nog twee keer aan het snowfallen. Online wijzen Zantingh en zijn collega's op lezenswaardige longreads elders op het web. Sinds begin vorig jaar is er een speciale subpagina voor hun aanbevelingen, voorzien van een toelichting: waarom zou je hier aan beginnen? En vooral: waarom zou je het tot het soms verre einde volhouden?

'Die stukjes doen het bovenmatig goed', zegt Zantingh. 'Ze halen niet de bezoekcijfers van Youp van 't Heks' zaterdagcolumn, maar ze staan vaak in de top-3 van best gelezen stukken van de dag.' De lezer haalt alleen het einde als hij niet het gevoel heeft dat hij 'een lange lap' zit te lezen, denkt hij. 'Dan denkt hij al gauw: ik ga even thee zetten. Het is belangrijk dat na elke vijf uitgelezen alinea's een kleine beloning wacht, in de vorm van bijvoorbeeld een mooie foto.'

Het gevaar van een modewoord als longread is dat opeens alle aangeklede lange verhalen die naam krijgen, realiseert ook Zantingh zich. 'De tekst moet steengoed zijn, anders misbruik je de term. Het verhaal moet bijzonder zijn, qua insteek of informatie, en over mensen gaan.'

Een nieuw genre, zo noemt uitgeverij Fosfor de longread. Het Amsterdamse bedrijf brengt sinds september elke maand een non-fictieverhaal uit van tussen de 10- en 15-duizend woorden. Tegen betaling van 2 euro 99 is het te downloaden op iPad of iPhone, via de gratis Fosfor long- reads app. 'Je leest ze in circa een uur uit,' zegt mede-initiatiefnemer Jeroen van Bergeijk. De reacties zijn positief, vertelt hij, 'maar het is lastig om mensen te verleiden een aankoop te doen.' Verreweg de meeste longreads worden tenslotte gratis aangeboden.

Uit onderzoek van The New York Times bleek dat de gemiddelde bezoeker 12 minuten bij Snow Fall bleef hangen - net genoeg om een van de zes hoofdstukken te lezen. Van Bergeijk van Fosfor hield het zo lang niet vol. 'Ik vond het er fantastisch uitzien, net als iedereen, maar de vormgeving leidde me veel te veel af.' Daar zit volgens hem de achilleshiel van de gesnowfallde longread. Het is zaak niet te overenthousiast met de vormgeving te spelen. De aandacht moet vooral naar het gepassioneerd vertelde verhaal blijven uitgaan, met een strak staande spanningsboog en interessante personages.

Nog een tegenargument van de ongelovige: is het gulzige delen van longreads op sociale media niet een vorm van koketteren met intellect? Iedereen draagt graag uit dat hij vrije tijd steekt in het lezen van diepgravende reuzeverhalen, maar hoe vaak bereiken mensen daadwerkelijk de slotzin?

Ernst-Jan Pfauth, uitgever van De Correspondent, kon zich moeilijk concentreren op de tekst van Snow Fall. 'Het is een prachtige productie, maar ik ben nooit in staat geweest het stuk uit te lezen. Het is nog zoeken naar de juiste balans.' Zijn laatst gelezen longread in de app Pocket, ironisch genoeg 'Against Long-Form Journalism' getiteld, bracht hij wel tot een einde. Dat waren 1.900 woorden. 'Ik vind toch: hoe compacter, hoe groter de kans dat ik de laatste alinea haal.'

Hij noemt lange stukken op De Correspondent bewust geen longreads. 'Ik ben er geen fan van dat de term nadruk legt op het aantal woorden, terwijl lengte absoluut niet inherent hoeft te zijn aan kwaliteit. 'Deepreads' zou een beter woord zijn.' Een longread mag wat hem betreft alleen een longread heten als je er superlatieven op kunt loslaten. 'Alleen als de auteur met een écht opzienbarend verhaal komt, een écht prachtige reportage. Een longread is dus niet een stuk waarin iemand 2.000 woorden gebruikt om meanderend tot een punt te komen.'

Het best gelezen artikel op De Correspondent, bij de lancering vorig jaar onthaald als pleisterplaats voor diepgravende verhalen, telt 2.200 woorden en is 361 duizend keer gelezen. Gemiddeld bleven mensen 7 minuten plakken; lang, maar niet lang genoeg om het einde te halen.

Pfauth ziet het als zijn plicht om lezers te overtuigen van de noodzaak een stuk uit te lezen. Dat lukt vooral in het weekend. 'Ik heb me gerealiseerd dat De Correspondent meer een weekendmedium is. Mensen gaan niet even tussen de bedrijven door een lang stuk uitlezen.' Als ze er al aan toe komen. 'Daar hoor ik abonnees wel eens over ja. Maar gelukkig zeggen ze er dan vaak achteraan dat ze Correspondent-avondjes houden, om bij te lezen.'

Het delen van longreads op sociale media is de opmars van het fenomeen ten goede gekomen, denkt Zantingh van NRC. 'Het is een minder vluchtige manier van aanraden: als iemand je op een lang stuk attendeert, bewaar je het voor een rustig moment.' Dat de longread wellicht iets salonfähigs heeft, is helemaal niet verkeerd, vindt Van Bergeijk van uitgeverij Fosfor. 'Hoe salonfähiger, hoe beter. Ik richt me niet op de SBS-kijker.'

Pfauth van De Correspondent is evengoed mild. Zelf kocht hij bewust het oudste model van e-reader Kindle, zonder poespas. Op de iPad ligt de verleiding van mailtjes checken en Facebooken toch op de loer, al heeft hij alle notificaties tegenwoordig uitstaan. 'Ik kan me voorstellen dat het sommige mensen een kick geeft om hun tanden in een longread te zetten. Met alle afleiding die het internet biedt, is een lang verhaal uitlezen tegenwoordig best een prestatie. Daar mag je van mij gerust mee pronken.'

De longreadliefhebber die het na tien minuten wel gezien heeft op het toilet, is inmiddels toe aan een andere behoefte. Hij trekt door en toont zijn veren op Twitter: Echt de moeite van het uitlezen waard, deze longread. #mustread.

TIJDROVENDE KLUS
'Longread', klinkt dat niet te veel als een waarschuwing voor een tijdrovende klus? En is er wel een speciaal woord nodig voor een lang verhaal? Omdat ze een nieuw genre vormen, verdienen longreads een eigen benaming, vindt Jeroen van Bergeijk van uitgeverij Fosfor. Peter Zantingh van NRC Handelsblad vertelt dat zijn collega's en hij in eerste instantie een Nederlandse variant op het woord wilden verzinnen. 'Maar 'langlezer' of 'niet te kort' klinkt toch minder.' Van Bergeijk: 'Ik hoop dat 'long-read' vooral connotaties oproept met kwaliteitsjournalistiek en spektakel.'