Lang ver hard

Als er iemands was gemaakt om hard te lopen, dan was wel het de in 1995 overleden Jan Knippenberg. Voor hem was lopen ook geen sport, ‘maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen’....

Er is veel waarop je een ultralangeafstandloper kunt onderzoeken. Hoe groter de afstand, hoe meer je zou willen weten. Want hoe doet een mens dat: 24 uur achter elkaar hardlopen? Of aan één stuk van Vlaardingen naar Den Helder, op de kop af 160,9 kilometer? Er ís ook veel onderzocht aan Jan Knippenberg. Zijn longinhoud, zijn spieren, zijn vetverbranding, de concentratie rode bloedlichaampjes in zijn urine tijdens de 24-uursloop in het Crystal Palace Stadion in Londen. Daaruit bleek dat alles in het lichaam van deze geschiedenisleraar en schrijver was gemaakt om te lopen. Hard te lopen. Hij liep in het totaal zo’n 200 duizend kilometer. Hij had bijvoorbeeld een ‘goed en breed capillair bed’, zoals oud-bondscoach wegatleten en Knippenbergs begeleider Wim Verhoorn het omschrijft. ‘Hij had heel veel kleine longblaasjes, waardoor hij veel zuurstof kon opnemen en een enorme longinhoud had.’ Knippenberg was ook tanig, zijn spieren waren sterk – vooral zijn beenspieren natuurlijk – maar niet ‘buikig’. Alles in zijn lichaam was zuinig en efficiënt, geen greintje energie werd verspild. Ook niet in zijn stijl van lopen. ‘Alles zo stabiel mogelijk. De hele schouderkolom was doodstil. Altijd één tempo, altijd één staplengte. Als een lopende machine van eenvoud’, volgens Verhoorn. Genoeg stof voor een heel leger bewegingsspecialisten. Maar hoeveel je fysiek ook meet, de geest van de langeafstandloper onttrekt zich aan die kwantificeerdrift. Je zou misschien hersengolven kunnen registreren, alleen weet je daarmee nog niet precies wat zich in de gedachten van de loper afspeelt. Denkt hij aan de afstand? Aan de pijn? Aan het moment dat het voorbij zal zijn? Aan de overwinning? Of denkt hij juist helemaal niets, zijn hersenen leeg als een uitgestrekte toendra? Jan Knippenberg, de Nederlandse pionier van de ultralange afstand die in 1995 op 47-jarige leeftijd aan kanker overleed, was een zuinig atleet maar een genereus man. Hij onderzocht zijn eigen beweegredenen en die van anderen, en beschreef ze in 1987 in het boek De mens als duurloper, dat sindsdien is geclassificeerd als de ‘loopbijbel’, of in termen van Wim Verhoorn, ‘het Oude Testament van het hardlopen’. Vorige week verscheen de heruitgave, aangevuld en bewerkt door Knippenbergs zoon Mikel. De mens loopt en sommige mensen lopen hard. Knippenberg schrijft over Bushmen in Zuid-Afrika en Tarahumara-indianen in Noord-Mexico. Over de Chasqui, de duurlopers van de Inca’s en over de mystieke lung gompa-lopers uit Tibet, geestelijken die door middel van meditatie (lung is wind, gompa is meditatie) in staat waren met grote snelheid enorme afstanden af te leggen. Ze liepen om te jagen of om boodschappen over te brengen, zoals de lopers van de Engelse en Franse adel – snelle geruisloze wapens tussen de paarden en de torens, en toegewijde postillons d’amour. Of beter, communicators of culture, zoals Knippenberg deze ultralopers waar en wanneer ook ter wereld treffend noemt. Met hun lopen brachten ze niet alleen een meegegeven boodschap over, het lopen zelf was hun taal, hun manier van uitdrukken geworden. En ze liepen zeker niet om op te gaan (en onder) in een horde zwetende, puffende, struikelende mensen, met oordopjes van hun iPod of walkmen in hun oren, afgesloten voor de rest van de wereld. ‘Als Jan dat nu zou zien, zou hij woest geworden zijn’, zegt Verhoorn. ‘Je hebt toch de wind?, zou hij zeggen. Die mensen missen alles. Zo kun je niet luisteren naar jezelf, je lichaam, je pijn, het gevoel.’ ‘Hardlopen was voor mijn vader deel van zijn natuur en daardoor werd hij ook deel van de natuur’, vertelt Mikel Knippenberg. En Jan Knippenberg was boven alles een natuurmens. Iemand die het liefst op blote voeten over het strand liep, samen met zijn bordercollie Witte, zijn trouwste runningmate die van 1979 tot 1993 alle trainingen met hem meeholde. Verhoorn: ‘Jan moest lopen. Maar hij zei nooit: ik moet nog lopen. Hij deed het gewoon.’ Noem het oerdrift. Of rusteloos zoeken. Wat Jan Knippenberg dreef, was van een heel andere orde dan wat je in de massale loopevenementen kunt vinden. Geen sport eenzamer en individualistischer dan het lange afstandlopen, geen gebeurtenis paradoxaler dan een marathon met duizenden hardlopers. Voor Knippenberg was lopen ook geen sport, ‘maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Lopen is daarom kunst en geen middel ter bestrijding van welvaartskwaaltjes’. Dat lopen staat letterlijk mijlenver af van het trimmen door het park, het verplicht bewegen omdat de kilo’s van een gehaast, maar zittend leven met snel, maar verkeerd eten, eraf moeten. De pijn die tussen die plantsoentjes wordt geleden, het afzien tussen start en finish van zo’n mega-event – het lijkt louterend, maar het is weinig anders dan het resultaat van onwetendheid en gebrek aan oefening. ‘Running is a skill’, staat er in De mens als duurloper. Lang lopen, hard lopen, ver lopen, ja, dat doet pijn. Als je het werkelijk wilt, kun je je daarover heen zetten en inderdaad, dan kun je ervaren hoe de roes van pijnstillende hormonen door je lichaam vloeit en je in een staat van verlichting brengt. Maar, en daar legt Knippenberg de vinger op de werkelijk pijnlijke plek, ‘zo hardlopen al enige overeenkomst met zen vertoont, vinden we die niet bij de stampende meute op zoek naar haar eigen grenzen. Het opheffen van elke verkramping, kenmerkend voor zen, is nergens te zien. De verkeerde spanning, die een typerend kenmerk is van de westerse sportbeoefening, is overduidelijk aanwezig bij de ‘nieuwe lopers’.’ Vergeet de hartmeters, de chronometers, de dure schoenen, de superademende kleding, is het devies van Wim Verhoorn, die grote langeafstandlopers als Gerard Nijboer, Marti ten Kate en Carla Beurskens onder zijn hoede heeft gehad. ‘Ga eerst maar eens van het hardlopen houden. Probeer te bedenken wat je allemaal hebt gezien en gehoord onderweg. Luister naar je ademhaling, naar de signalen van je lichaam.’ Pas als je merkt dat je dat wilt, kun je voorzichtig beginnen met trainen, zegt Verhoorn. Lange afstanden lopen is een kwestie van lange adem. Daarbij tellen niet de kilometers die je maakt, maar het besef van de afstand die je overbrugt – fysiek én mentaal. ‘Ik denk dat mijn vader liep om zijn muizenissen kwijt te raken’, zegt Mikel Knippenberg, ‘hij zei altijd dat zijn hersenen na het lopen weer een spons waren en hij alles weer fris in zich kon opnemen.’ Dat kun je doen door te lopen over de aarde. Mikel Knippenberg vindt, geïnspireerd door zijn vader, dezelfde innerlijke balans op het water als hij aan het kitesurfen of zeilen is. Misschien gaat het er heel simpel om dat je doet waarvoor je bent geboren. En Jan Knippenberg was geboren om te lopen.