Jagen op 's werelds levende doden

Als Hercule Poirot jaagt verzekeringsdetective Dan Brown op levende doden. Zo ontdekte hij op een videofilm van een begrafenis zweetdruppeltjes op de bovenlip van de opgebaarde persoon....

IK BEN overleden. Gisteravond om 20.00 uur precies, 31 jaar oud, oorzaak onbekend', giechelt verzekeringsdetective Dan Brown. Hij wappert triomfantelijk met zijn overlijdensakte. 'Kostte me tien dollar. Da's geen geld voor dit ultieme bewijs dat Haïtiaanse documenten helemaal niets bewijzen.'De oude overleden-in-het-buitenland-truc; de officiële bevestiging van Browns dood zal worden toegevoegd aan de internationale collectie valse papieren op het reeds goedgevulde prikbord aan de muur van zijn Newyorkse hoofdkantoor.'Private eye' staat op zijn visitekaartje. Hij grijpt warm mijn hand en we gaan op weg naar de cimetière, het kerkhof in het hart van Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti. Daarna wil hij nog naar het mortuarium voor een kijkje in de weinig effectieve vriesladen, afdankertjes van Amerikaanse ziekenhuizen. Dan Brown jaagt op 's werelds levende doden. Hij wordt ingeschakeld als nabestaanden verzilvering van levensverzekeringen eisen, terwijl de verzekeringsmaatschappij ervan overtuigd is dat de overledene nog onder ons is.'Bijna niemand gaat binnen twee jaar na het sluiten van een polis dood. Dat vinden wij dus altijd verdacht. Ik reis naar geboortedorpen van vermeende overledenen, ondervraag de plaatselijke autoriteiten, babbel met buren, met doodgravers op het kerkhof enzovoorts.'First Services, het Newyorkse detectivebureau waar Brown voor werkt, wordt door meer dan tweehonderd, overwegend Amerikaanse, verzekeringsmaatschappijen losgelaten op een contingent oplichters, gezamenlijk verantwoordelijk voor een schadepost van enige miljarden per jaar. Verzekeraars zijn des te wantrouwender als een claim uit een oorlogs- of rampgebied komt. De Golfoorlog leverde in New York een ongekende piek in valse claims op. 'There's cash in chaos', weet Brown.Zijn werkterrein strekt zich uit over alle continenten en zestig landen: 'Als jongetje wilde ik Indiana Jones zijn.' Zijn koddige uiterlijk, bolrond, doet mij echter het meest aan Hercule Poirot denken, zij het dat Brown een stuk ontwapenender is.Zijn collega's zijn maar al te blij met Browns voorliefde voor oorden die van muggen, stukgeslagen wegen, ziekten en politiek geweld aan elkaar hangen. Haïti doet hij eens in de twee maanden aan. 'Dan heb ik een koffer vol claims opgespaard. Acht van de tien zijn vals. Meestal faxt New York me er een zwik achteraan.'Ook boat people, bootvluchtelingen die in wrakke schuiten de oversteek naar het beloofde land Amerika wagen, blijken zich met vooruitziende blik verzekerd te hebben. De Amerikaanse kustwacht, die zoveel mogelijk vluchtelingen uit de Caribische Zee oppikt en repatrieert, schat dat de helft van deze pieremachochels onderweg omslaat en zinkt. Duizenden boat people per jaar kunnen zo verdrinken.De ouders die vernamen dat hun tieners in de golven waren verdwenen, konden dit zeemansgraf niet bewijzen, maar wel waren er getuigen die de jongens in Port-au-Prince aan boord hadden zien gaan. De verzekeraar wilde de zaak voor de rechter beslechten. Juridisch stond hij sterk: indien dood, zouden de jongens verdronken zijn ten gevolge van het plegen van een strafbaar feit. De door veel Haïtianen gemaakte zeereis is illegaal zonder Amerikaans visum op zak. 'Ik heb niettemin geadviseerd om maar uit te betalen. Iedere rechtbankjury zou de desolate ouders het voordeel van de twijfel gegund hebben.'Ik ben een volstrekt onverwachte verschijning', vervolgt Brown monter. 'Niemand rekent er toch op dat er een Amerikaanse verzekeringsdetective neerstrijkt op de vlek Saint Jean Des Deux Eglises sur Mer.' Brown krijgt de zogenaamde bewijzen in alle soorten en vormen aangeboden: rouwadvertenties uit kranten glijden in luchtpostenveloppen zijn postbus binnen, maar ook hartverscheurende brieven van ooggetuigen van een overlijden en home video's van begrafenissen, compleet met getuigenissen van artsen, politiefunctionarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand. Allemaal bezwerend dat de dode inderdaad dood is.'De absolute topper in onze collectie is een Haïtiaanse produktie', zegt hij stralend. 'Video arriveert, met in de enveloppe een claim ter waarde van 50 duizend dollar namens de weduwe. We kijken naar beelden van de begrafenis. Krijgen tientallen snikkende familieleden op het scherm, die een voor een langs de open kist strompelen, gebroken van verdriet. Camera zoomt in op kist. We zien de dierbare overledene, in z'n nette pak, armen gekruist over de borst. We kijken nog 'ns goed. En ja hoor! Parelend zweet op z'n bovenlip.'Claim afgewezen.HET toegangshek tot de gemeentelijke begraafplaats is gesloopt en verkocht aan de vele oud-ijzerhandelaren die Port-au-Prince bevolken, net als ieder bruikbaar onderdeel van het praalgraf van Papa Doc Duvalier. Al het siersmeedwerk ter nagedachtenis aan de wrede dictator werd omgesmolten en hergebruikt. Van Duvaliers graf rest nu nog slechts een door onkruid overwoekerd composthoopje.De cimetière lijkt een parkeerterrein voor uitgewoonde badkamers. Tombes, met kruizen er bovenop gemetseld, waren ooit van onder tot boven betegeld. Ik ontdek mijn eigen smaakvolle wc-tegeltje: een hoogglanzend tulpmotief in zacht-rose en groen. In compartimenten passen twee of drie lichamen boven elkaar, maar niet een van de mausoleumpjes is ongeschonden.Ik struikel over puin achter Brown en een doodgraver aan, op zoek naar het verse graf van een verzekerde. Zerken zijn voorzien van zwarte, brandende kaarsen of vastgesmolten stompjes, ter bezwering van geesten. Tussen de familiegraven hangt de stank van rottend mensenvlees. Kisten zijn dwars door stukgeslagen tombemuren naar buiten gesleurd en opengebroken.Eentje staat rechtop tegen een ruïne uitgevoerd in paars glazuur. Een half vergane borstkas hangt naar buiten. Grafkransen en foto's van de doden liggen er vertrapt en vergeten bij. Het is windstil en verzengend heet tussen de op elkaar geprangde gebouwtjes. Van de hoge muur om de begraafplaats kaatst het geluid van onze voetstappen terug. Onder de zool van mijn teenslipper knerpt een kaak.Het woont hier zelfs, het roofzuchtig rapalje, vertelt de doodgraver. Hij wijst ons op nasmeulende kookvuurtjes. 's Nachts slaan ze toe, met mokers en koevoeten. Koperen handvaten van de kisten verkopen ze terug aan de kistenmakers, lijkwades aan handelaren in gebruikte kleding. Gouden tanden en meebegraven ringen en horloges raken ze overal wel kwijt. Gave schedels vinden aftrek bij voodoo-priesters. Kisten worden, liefst binnen 24 uur, plank voor plank gedemonteerd en haastig afgevoerd.Nabestaanden doen aan preventie waar mogelijk. Handvaten aan kisten zijn steeds vaker van goudgeschilderd plastic, grafkransen van echte bloemen. Die blijven in dit klimaat niet veel langer dan een uur goed, maar de gebruikelijke ijzeren kransen zijn voor de nabestaanden niet aan te slepen.'Deze maand heb ik al dertien dieven neergeknald', pocht de begraafplaatsbeheerder, kloppend op zijn heuppistool. 'No kidding', knikt Brown begrijpend. 'Deze ravage is net zo goed de schuld van de gemeente. Ze verhuren een stukje grond. Is de familie traag van betalen, dan is het hup, out with you, en word je met kist en al op het pad gekwakt.'Op de plaatsen waar de meer dan manshoge tomben zo dicht op elkaar staan dat we er niet meer tussen passen, klauteren we omhoog en springen van zerk naar zerk, zoals alle bezoekers. Ook verderop is gemeentelijk beleid uitgebleven. Met iedere regenbui stijgt het grondwater. Het klotst in de kisten. Een voodoo-priester, in het wit gehuld, bezweert, schermend met een dildo, de geesten. Veren en bloed, getuigen van offers in eerdere ceremonies, kleven op de tegels rondom.'Goedemiddag', groet Brown.De priester heft de plastic penis in vriendelijk antwoord.Brown komt bijna dagelijks op dit kerkhof. 'Als de overledene in een anoniem graf ligt, laat ik me er door verschillende mensen naartoe brengen, om te kijken of ze allemaal dezelfde plek aanwijzen. Soms brengen ze me naar een lege kuil. ''Hier hadden we hem begraven'', zeggen ze dan, ''maar hij is opgestaan en weggelopen''.'ZOMBIES kunnen Browns werk in Haïti ernstig compliceren. In de grondwet van het land is het verboden om zombies te maken. Artikel 249 verbiedt expliciet het gebruik van substanties die 'een lethargisch coma veroorzaken dat niet te onderscheiden is van de dood'.Het slachtoffer krijgt van een voodoo-priester de coup poudre, poedervloek, toegediend. De verdoemde raakt in coma. Hartslag en ademhaling vallen weg tot niet registreerbaar niveau. Hij wordt dood verklaard en begraven. Na de plechtigheid verschijnt de priester op het kerkhof. Hij brengt het 'lijk' bij met een tegengif, dat leidt tot zware hallucinaties en geheugenverlies. De zombie staat op uit het graf, verward, gedesoriënteerd en willoos. De coup poudre uitdelen staat gelijk aan moord, ook als het slachtoffer overleeft.Daar kan Brown allemaal niet aan beginnen: 'Ik opereer onder de Amerikaanse wet. Die kent geen uitzondering voor zombies.'De naam op het graf dat Brown zocht, klopt. Hij vergelijkt de datum van overlijden met die op de akte. Ik kijk mee. Bij 'doodsoorzaak' hebben de nabestaanden 'Heart stopped' ingevuld.Een enkele keer blijkt een claim terecht. Dan mag Brown uitbetalen. Hij denkt met intens genoegen terug aan twee kinderen in een berggehucht die hij met een kwart miljoen dollar mocht verblijden. Hun ouders waren verongelukt in Miami. 'Die kids woonden met oma, kippen en varkens in een hut van palmbladeren. Ze hadden oranje haartjes van de ondervoeding. Ik voelde me de fee van Assepoester.'Die avond zwaai ik Brown uit. 'Ik ga nu naar India, daar kunnen ze er ook wat van. Ik heb het dossier bij me van een Indiër die net een invaliditeitsverzekering had afgesloten. Die is plots z'n beide benen kwijt en claimt een half miljoen. Ik vermoed dat hij ze zelf heeft afgehakt. Als ik tijd heb pak ik op de terugweg nog even Nigeria. Daar zijn alle zaken altijd bingo.'De kruier die zijn dossiers zeult, maant hem voort te maken.