Het kaartenhuis van hoogleraar Bax

Jarenlang gold VU-hoogleraar Mart Bax als dé expert in religieuze conflicten op de Balkan. Tot er geruchten kwamen dat hij veldwerk verzon. De Volkskrant reisde naar Bosnië om Bax' gangen ter plaatse na te gaan. Met ontluisterend resultaat.

In Medjugorje is de katholieke devotie allerminst op zijn retour. Overal in het Bosnische bedevaartsdorp wordt druk gebouwd aan bovenmaatse wooncomplexen, hotels en pensions voor de onverminderde toestroom van pelgrims uit alle werelddelen. Sinds Maria hier op 24 juni 1981 op een heuvel zou zijn verschenen aan zes kinderen, geeft zij langs deze inmiddels professionele zieners routineus vredesboodschappen door aan de wereld. Hoewel het Vaticaan de authenticiteit van de Mariaverschijningen in Medjugorje niet officieel erkent, vaart dit van oorsprong arme dorp van wijn- en tabakstelers op het Brotnjo-plateau wel bij de religieuze toeristenindustrie, die ook tijdens de Bosnische oorlog gewoon bleef draaien.

Niets in Medjugorje en het aangrenzende dorp Bijakovici herinnert aan de bloedige vendetta die de Nederlandse antropoloog Mart Bax hier in de jaren negentig in ijzingwekkend detail heeft opgetekend. In zijn wetenschappelijke bijdragen beschreef de inmiddels gepensioneerde antropoloog van de Vrije Universiteit in Amsterdam hoe concurrentie tussen lokale clans in de toeristenindustrie langzaam uitmondde in een golf van gruweldaden met tientallen doden over en weer.

Bax situeert het begin van deze zogeheten 'kleine oorlog' in augustus 1991 en de eerste doden en vergeldingen in januari 1992. Bij de ontknoping, in mei 1992, werden honderd inwoners van Medjugorje door een Kroatische paramilitaire eenheid afgeslacht en in een ravijn geworpen. Volgens de schattingen van Bax resulteerde Medjugorjes kleine oorlog in 140 doden, 60 vermisten en 600 vluchtelingen.

Er is eigenlijk maar één probleem: het is de vraag of het wel echt is gebeurd.

De taxichauffeurs die van hun koffie nippen in café Tropy, met uitzicht op hun standplaatsen, hebben nog nooit van een kleine oorlog gehoord. Ze weten nog hoe jaren geleden een collega tijdens een rit werd doodgestoken door een minderjarige Oostenrijker met psychische problemen, maar niemand kan zich heugen dat een familie in één nacht dertig taxi's van een andere familie total loss heeft geslagen.

'Zoiets kán niet eens', stelt taxichauffeur Toni Dodig. 'We zijn allemaal eigen baas. Niemand van ons bezit twee taxi's of meer. Laat staan dat complete families een taxibedrijf runnen.'

Zijn collega Ante Vidovic tekent aan dat er in de jaren vijftig en zestig nog wel rivaliteit was tussen Medjugorje en buurdorp Bijakovici: 'Zoals tussen alle dorpen in Herzegovina. Dat was niets bijzonders. Er is toen weleens iemand doodgeschoten. Maar 140 doden en 600 vluchtelingen? Het enige wat ik me kan bedenken is dat tijdens de burgeroorlog in 1993 een stuk of zeventig man even uitweken naar Duitsland, om hun militaire dienstplicht te ontlopen.'

De 70-jarige wijnproducent Veselko Sivric, wiens familienaam een prominente rol speelt in de kleine oorlog van Mart Bax, reageert zichtbaar gekrenkt: 'De man die dit heeft geschreven, is niet goed snik.' In zijn wijnkelder wijst Sivric naar de uitgetekende stamboom en de oude familiefoto's aan de muur. 'Mijn familie zit hier al meer dan twee eeuwen in de wijnbouw en sloot talloze huwelijken met andere families in Medjugorje en Bijakovici. Clans en bloedwraak zijn hier nooit aan de orde geweest', vertelt Sivric. 'Wij zijn godvrezende mensen, dat waren wij ook voordat Maria hier verscheen.'

Officiële documenten ondersteunen zijn verhaal. Volgens de burgerlijke stand waren er in Medjugorje en Bijakovici in 1991 twintig sterfgevallen en in het daaropvolgende oorlogsjaar 1992 ook. Bax schreef destijds dat hij de bevolkingsadministratie van de gemeente Citluk - waartoe Medjugorje behoort - niet kon raadplegen, omdat die doelbewust zou zijn vernietigd in het Bosnische oorlogsgeweld. Maar de dienstdoende chef burgerzaken Irena Bago is daar desgevraagd heel duidelijk over: 'Ik werk al dertig jaar op het gemeentehuis en was hier ook tijdens de oorlog. Ik kan u garanderen dat onze registers al die tijd onbeschadigd zijn gebleven.'

Ook de parochieregisters van Medjugorje kon Bax naar eigen zeggen niet raadplegen. Maar ook die blijken nu in een handomdraai opvraagbaar bij de Sint-Jacobskerk. In het meest recente, sinds 1984 in gebruik genomen dodenboek staan in het parochiegebied 44 overledenen genoteerd voor 1991, en 43 in het jaar daarop. Ongeveer de helft overleed in Medjugorje of Bijakovici. De doodsoorzaak was meestal ouderdom, soms beroerte, kanker, infarct of hartfalen. Ook bij de commissie voor vermiste oorlogsslachtoffers ICMP in Sarajevo staat geen enkele persoon uit de gemeente Citluk als vermist opgegeven.

De kleine oorlog - een maandenlange geweldsspiraal met tweehonderd doden en vermisten - is kennelijk uitsluitend gedocumenteerd door Mart Bax, een buitenlandse antropoloog die in Medjugorje toen al enkele jaren gewag maakte van de meest curieuze taferelen.

Mart Bax was tussen 1965 en 2002 verbonden aan de Vrije Universiteit, eerst als wetenschappelijk medewerker en vanaf 1988 als bijzonder hoogleraar met de persoonlijke leerstoel politieke antropologie. Hij gold als de coryfee van de vakgroep antropologie, een aimabele man met een goede reputatie tot ver buiten de landsgrenzen. Zijn studies over Medjugorje, die een minutieuze inkijk lijken te verschaffen in de lokale verhoudingen, worden nog steeds veel gebruikt door wetenschappers en studenten die etnische conflicten en nationalisme bestuderen.

Er was dan ook verbazing en ongeloof toen Bax afgelopen najaar opeens met wetenschapsfraude werd geassocieerd in het boek Ontspoorde wetenschap van Frank van Kolfschooten. Bax heeft zijn oratie uit 1988 over een Brabants klooster en bedevaartsoord naar alle waarschijnlijkheid uit de duim gezogen, stelde Van Kolfschooten, die zich grotendeels baseerde op een onderzoek dat etnoloog Peter Jan Margry van het Meertens Instituut eerder naar de kwestie had ingesteld. Bovendien wees Van Kolfschooten erop dat er in het buitenland ook over Bax' veldwerk in Medjugorje geruchten de ronde deden. De VU kondigde onmiddellijk een onderzoek aan, maar zes maanden later is daar nog weinig van terechtgekomen.

Terwijl het toch al langer rommelde. Het wetenschappelijke oeuvre van Mart Bax kenmerkt zich door spectaculaire observaties, forse stellingen en een consequent gebruik van pseudoniemen voor informanten en plaatsnamen. Dat laatste is gebruikelijk, maar Bax heeft met zijn anonieme bronnen in binnen- en buitenland een spoor van wetenschappelijke twijfels en controverses achtergelaten.

Al zijn proefschrift over de plattelandspolitiek in het Ierse 'Patricksville', waarop hij in 1973 cum laude promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, gold onder deskundigen als controversieel, blijkt bij navraag. Ierse wetenschappers plaatsten voorbehoud bij het beeld dat Bax schetste van omvangrijke corruptie, omkoping en cliëntelisme in de lokale politiek. 'Het leek er indertijd op dat hij elk sterk verhaal dat hem werd verteld klakkeloos overnam', zegt antropoloog Lee Komito van University College Dublin. 'Ik vermoed dat zijn voorstelling van zaken was gestoeld op overdrijving. Maar dat is gezien de aard van het onderwerp moeilijk te bewijzen.'

Dat patroon zette zich voort in zijn Brabantse onderzoek. 'Wij hadden als collegae in den lande grote vragen bij eigenlijk alle Brabantse publicaties van Bax', zegt de Tilburgse liturgiewetenschapper Paul Post, die eerder de afdeling volkskunde op het Meertens Instituut leidde. 'Dat heb ik toen ook gepubliceerd in enkele besprekingen van zijn boeken. Kort en goed: hij ontwikkelde een schema van twee conflicterende regimes van paters en wereldheren en modelleerde zijn data steeds weer naar datzelfde schema. En het gebruik van schuilnamen maakte zijn veldwerk nagenoeg oncontroleerbaar.'

Misschien was het ook wel om precies die reden dat er nooit eerder officieel onderzoek is begonnen naar de zaak. VU-ombudsman Peter Hollander benadrukt dat ook hem nooit eerder signalen van wetenschapsfraude ter ore waren gekomen tot het boek van Van Kolfschooten verscheen.

De vakgroep antropologie op de VU was in 2008 wel op de hoogte van de twijfels rond Bax' Brabantse publicaties, omdat etnoloog Margry ze onderzocht. Uiteindelijk gaf Margry zijn onderzoek echter op. Ook Bax' wandel in Bosnië werd nog niet eerder nagetrokken - niet door Van Kolfschooten en niet door de VU.

Naar eigen zeggen deed Bax tussen 1983 en 1998 vrijwel elk jaar enige tijd onderzoek in Medjugorje. Hij had destijds een aan socioloog Norbert Elias ontleende theorie ontwikkeld over religieuze regimes die met elkaar en met wereldlijke machthebbers concurreren.

Het bedevaartsoord Medjugorje, in het destijds nog communistische Joegoslavië, bood als casus volop materiaal voor zijn theorie. Het Joegoslavische regime ervoer het fenomeen Medjugorje als een bedreiging, en probeerde de toestroom van gelovigen met politiecordons en negatieve berichtgeving te ontmoedigen. Op de achtergrond sudderde een decennialange machtsstrijd tussen het bisdom van Mostar en de franciscaner orde, die de scepter zwaait over de helft van alle katholieke parochies in Herzegovina.

Al gauw doet Bax in Medjugorje de ene na de andere merkwaardige ontdekking. Achter de coulissen van het opkomende reli-toerisme bespeurt hij een spectaculaire toename van hysterie en bezetenheid onder lokale vrouwen. Naast het uitbannen van duivels blijken de plaatselijke franciscaners ook rituele vooroudervereringen te verzorgen, als bemiddeling tussen rivaliserende clans, aldus Bax. En de bergtop Krizevac, die jaarlijks door tienduizenden pelgrims wordt beklommen, heeft volgens zijn publicaties al eeuwenlang een sacrale betekenis als heidense offerplaats voor lokale clans. In het etnisch Kroatische Medjugorje ontstaan conflicten wanneer Servische families zich er omstreeks 1900 vestigen en de machtige koopman Djure Smoljan de bouw van een Servisch-orthodox klooster aan de voet van de Krizevac bekostigt.

In zijn werkkamer in de parochie van Citluk luistert de historicus en franciscaner pater Robert Jolic lichtelijk geamuseerd naar de passages uit het wetenschappelijke epos van Bax. De 45-jarige pater, die in 2009 promoveerde op de demografische geschiedenis van het Brotnjo-plateau en de laatste hand legt aan een monografie over de parochie van Medjugorje, slaat meteen de paragraaf in zijn dissertatie over Servische gezinnen erop na: 'In Medjugorje hebben nooit Servische families gewoond. Er heeft ook nooit een Djure Smoljan bestaan die een klooster liet bouwen aan de voet van de Krizevac. Wel een pater Bernardin Smoljan. Die liet in 1933 een kruis op de berg bouwen, ter herdenking van het sterfjaar van Christus. Sindsdien heet de berg Krizevac, de Kruisberg.'

Jolic overhandigt het boek Historija Brotnja van de Bosnische historicus Marko Vego, een streekgeschiedenis waarop Bax zich veelvuldig beroept. 'Kijk, hier staat nergens dat de berg Krizevac ooit een heidense cultusplaats is geweest. Wel dat er op de top een Illyrische verdedigingswal uit de Romeinse periode heeft gelegen.' Dat gegeven laat Bax echter weer onvermeld. Elders beweert Bax, ook op gezag van Vego, dat de eerste familie zich in 1250 in het dorp Bijakovici vestigde. Maar volgens het boek van Vego bestond Bijakovici toen nog niet eens.

Een belangrijk thema in het oeuvre van Bax is de etnische tegenstelling tussen Serven en Kroaten in Herzegovina, waaraan een eeuwenoude Servische dominantie van Herzegovina ten grondslag zou liggen.

Het 15 kilometer oostwaarts gelegen Servische dorp Zitomislici zou volgens Bax al generaties lang de werkelijke macht uitoefenen over de Kroaten van Medjugorje. Die zouden op hun beurt wraak hebben genomen in de Tweede Wereldoorlog, door honderden dorpelingen uit Zitomislici bijeen te drijven en in een ravijn te werpen. Pater Jolic wijst erop dat zo'n gruweldaad in de nabijheid van Medjugorje inderdaad historisch is geboekstaafd en plaatsvond in augustus 1941. Maar daarbij werd een ander dorp geslachtofferd: het veel zuidelijker gelegen Prebilovci.

'Het is geen geheim dat er in Bosnië etnische antagonismen bestaan. Maar deze theorie is ronduit stompzinnig', oordeelt pater Jolic. 'Onder Tito was er sprake van communistische overheersing, dat is wat anders dan Servische overheersing. Een enkeling kwam hier werken als politieagent of onderwijzer, maar Serven hebben hier nooit de dienst uitgemaakt in het lokale bestuur.'

Een andere bron die Bax in zijn wetenschappelijke werk veel aanhaalt, is een zekere Jozo Soldo, een lokale historicus die hem een geheim manuscript over de kleine oorlog zou hebben toegespeeld. In de regio blijkt Soldo echter volslagen onbekend, net als Soldo's door Bax intensief gebruikte geschiedenisboek Citluk i Brotnjo (Citluk en Brotnjo). De uitgever van het boek kent wel een ander boek met die titel: een cultuurtoeristische reisgids uit 1987. 'Die titel van Soldo uit 1964 is nooit uitgegeven, dat staat vast', zegt reisgidsuitgever Marija Vranjes.

Zo storten de verhalen en stellingen van Bax bij naspeuring van zijn bronnen stuk voor stuk als kaartenhuizen in elkaar. Er is geen spoor te bekennen van de door Bax aangehaalde auteurs Viktor Dragan en Ivo Smilan en hun uitgever in Sarajevo. Niet te traceren is het cruciale franciscaner geschrift Quaestio Hercegoviniensis (De Herzegovijnse kwestie). Ook het weekblad met de grammaticaal kromme titel Splitska tjednika ('Splitski tjednik' zou correcter zijn) en de lokale krant Mostarski list, waaruit Bax beweerde veel saillante details te hebben geput, zijn onvindbaar. 'Mostar heeft nooit een eigen dagblad gehad totdat in 2001 in het Kroatische stadsdeel Dnevni list werd opgericht', zegt de ervaren lokale journalist Fazlija Hebibovic.

Toch liep de internationale antropologische gemeenschap met hem weg. Zijn onderzoeksverslagen uit Medjugorje werden blindelings geplaatst in Anthropological Quarterly, Ethnologia Europaea en andere internationale vaktijdschriften. Ook bij het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, waar Bax tussen 1984 en 1998 tien artikelen publiceerde (waarvan acht over Medjugorje), bracht het kritisch oog van de redactie niets verdachts aan het licht.

'Zijn werk sprak ons aan', zegt cultuursocioloog en voormalig redactielid Nico Wilterdink, die Bax herinnert als een heel gedreven en serieuze wetenschapper. 'Wij meenden dat hij bezig was een perspectief te ontwikkelen vanuit de sociologie van Elias en dat met interessant etnografisch werk wist in te vullen. Hij kwam wel erg vaak teksten over Medjugorje aanbieden, maar die sloten vloeiend op elkaar aan. Vooral zijn stuk over de kleine oorlog maakte indruk op ons, hoe hij die schokkende omslag in sociale verhoudingen beschreef.'

'Het ging ons vooral om de theoretische interpretatie van bepaalde data. Etnografisch veldwerk controleerden we niet, dat namen we voor kennisgeving aan', vertelt antropoloog Kitty Roukens, die namens de redactie met Bax correspondeerde. 'Op ons commentaar had hij altijd brave reacties. Als we vonden dat hij te weinig verwees naar Joegoslavische bronnen, dan paste hij dat meteen aan in zijn artikel.'

De antropologische vakgroep aan de VU experimenteerde destijds lustig met fictieve verhaalelementen. Zo bestonden de studies van Bax' collega Daniël Meijers naar het chassidische jodendom voor een deel nadrukkelijk uit etnografische fictie.

'Wanneer andere middelen ontbreken, is het soms alleen mogelijk om met behulp van imaginaire constructies een inzicht in de denktrant en levensstijl van mensen te krijgen', betoogde Meijers in Ware fictie (1996), een verzamelbundel met antropologische fictie van VU-onderzoekers.

Ook een zekere eilandencultuur op de vakgroep heeft misschien het bedrog van Bax laten voortduren. 'De afdeling bestond in onze tijd uit vijf kleine winkeltjes die onderling een minimale werkrelatie hadden', vertelt VU-antropoloog in ruste Adrianus Koster. Aan de VU, waar hij met Bax en Meijers studenten opleidde in de specialisatie politieke antropologie, heeft Koster destijds nooit iets van twijfels rond Bax opgevangen: 'Ik weet wel dat hij heel voorzichtig omging met de bescherming van zijn informanten. Dan zei hij: als ik maar iets te veel prijsgeef, kan dat iemands dood betekenen. Dat drukte hij ook zijn studenten op het hart.'

'Hij deed altijd overdreven gewichtig dat hij weer naar Bosnië vertrok om veldwerk te doen, maar het bleef geheimzinnig', herinnert antropoloog Ger Duijzings zich. De Balkandeskundige Duijzings had Bax als hoofdbegeleider van zijn promotieonderzoek in Kosovo in de jaren negentig. 'Je kreeg de indruk dat hij met interessante gegevens terugkwam waarover hij niet echt kon praten. Hij heeft me ook nooit gevraagd een keer mee te gaan naar Medjugorje.'

In de loop van de jaren negentig raakte het oeuvre van Bax volledig gedomineerd door Medjugorje. Maar vanuit Kroatië kwam eind jaren negentig ook de eerste pittige kritiek op Bax' Engelstalige monografie Medjugorje: Religion, Politics and Violence in Rural Bosnia.

Zijn theorie van de eeuwenlange etnische vijandschap tussen Serven en Kroaten werd betwijfeld door politiek antropoloog Ivo Zanic, die zich afvroeg hoe het mogelijk was dat beide partijen in 1993 dan toch over één nacht ijs een coalitie konden sluiten tegen de Bosnische Moslims. Naast de talloze historische onjuistheden in het boek verbaasde Zanic zich erover dat Bax met geen woord repte over dit tweede oorlogsfront, dat zich immers voor zijn neus moet hebben ontrold.

Kort na het verschijnen van Zanic' boekbespreking, in 1998, komt Bax ineens met een schokkend relaas van etnische zuiveringen gericht tegen de moslims in Herzegovina, onder de titel Maria en de mijnenwerpers van Medjugorje. De franciscaner paters blijken nu ook in de wapenhandel te zitten en het commando te voeren over een paramilitaire eenheid die vanuit het pelgrimsoord omliggende moslimdorpen in bloedbaden onderdompelt. Het stuk verschijnt in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, Ethnologia Europaea en Ethnic and Racial Studies.

De gefingeerde plaatsaanduiding Gradiska uit het artikel kan alleen maar verwijzen naar Gradska, het enige dorpje in de directe omgeving van Medjugorje dat tot in de Bosnische oorlog uitsluitend door moslims werd bevolkt. Het dorp - 10 kilometer buiten Medjugorje - blijkt tegenwoordig een door God verlaten nederzetting, waar de koeien vrij grazen tussen vervallen huizen en een onlangs vernieuwde moskee. Een samenvatting van Bax' verhaal over rivaliteiten met Kroatische families en religieuze moordpartijen wordt door de schaarse teruggekeerde bewoners van Gradska echter schuchter ontvangen.

'Hier hebben geen Kroatische families gewoond, er zijn hier geen doden gevallen, we zijn niet massaal uitgemoord, maar we zijn ook niet uit eigen vrije wil vertrokken', deelt een oudere dorpeling afgemeten en bedachtzaam mee in zijn sobere boerenwoning. 'Op bevel van de politie zijn op 15 augustus 1993 alle mannen uit dit dorp in de leeftijd van 17 tot 70 jaar op transport gezet naar het concentratiekamp Heliodrom bij Mostar. Onze moskee is vervolgens opgeblazen. Dat zijn de feiten. De meesten van ons wonen voorgoed elders verspreid over de wereld.'

Het relaas van Bax lijkt ook niet onderbouwd te kunnen worden door de werkelijke oorlogsfeiten in deze regio. Hooguit doen sommige passages denken aan de moordpartijen die Kroatische eenheden in 1993 aanrichtten onder de moslimbevolking in Centraal-Bosnië. Moordpartijen, die als weinig meer dan inspiratie lijken te hebben gediend voor het construeren van fictieve geschiedenissen.

Ondanks zijn buitenissige observaties en rammelende bewijsvoering wist Mart Bax succes te boeken door op het juiste moment antwoorden te bieden die aansloten op een stereotiepe beeldvorming van de Balkan: een ruige uithoek van Europa waar het altijd al bonje is geweest tussen barbaarse volkeren met een olifantengeheugen. Zijn informanten leken rechtstreeks uit een roman van A. den Doolaard weggewandeld, met uitspraken als: 'Er is hier niets veranderd, alleen de paarden zijn nu tanks geworden', of: 'Hier wordt het mes niet bot en het geweer niet roestig'.

De Joegoslavische oorlogen woedden volop toen Bax voor het eerst verhaal deed van de kleine oorlog in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift van juni 1993. Wetenschappers, journalisten en krantenlezers zochten nog naar een verklaring voor de verbijsterende oorlogswaanzin toen in voorjaar 1995 zijn Engelstalige monografie door de VU werd uitgegeven.

Voor journalisten duidde hij het oorlogsgeweld als een logisch gevolg van eeuwenlang gecultiveerde vijandschappen. Aan antropologen suggereerde hij directe toegang te hebben tot een verborgen schat aan etnografische data. Voor sociologen schilderde hij een landschap waarin de beschavings- en barbariseringsprocessen van Norbert Elias zich in realtime manifesteerden.

Socioloog Bart Tromp prees Bax voor de werkelijkheid die hij toonde van de 'hobbesiaanse natuurstaat' in de 'minder geciviliseerde gebieden van voormalig Joegoslavië'. En de Volkskrant-correspondent die Medjugorje na de burgeroorlog eens bezocht, geloofde zijn eigen ogen niet. 'Achter de façade gelden andere, oude wetten: die van clan en bloedwraak', schreef Bart Rijs in 1997.

Richard de Boer is freelance- onderzoeksjournalist. Hij spreekt de Servo-Kroatische talen.

HOE ZAT HET OOK WEER?
Het uiteenvallen van Joegoslavië in juni 1991 luidde in Kroatië een jarenlange burgeroorlog in. In het voorjaar van 1992 sloeg de oorlog over naar Bosnië-Herzegovina. Naast frontoorlogen voltrokken zich in veel delen van het land systematische etnische zuiveringscampagnes, waarvan vooral de Bosnische moslims slachtoffer werden. Het bedevaartsoord Medjugorje in het overwegend Kroatische zuidwesten van het land bleef tijdens de oorlog echter nagenoeg buiten schot. Het Dayton-vredesakkoord maakte in december 1995 een einde aan de oorlog.
SYMBOLISCHE DYNAMIEK
In detail beschreef Mart Bax hoe in Medjugorjes kleine oorlog de bloedwraak tussen clans uitmondde in weerzinwekkende gruweldaden: '... hun verminkte lichamen, meestal opgehangen aan een boom of balk, vormden evenzovele boodschappen als gruwelijke getuigenissen.' In een voetnoot voegt Bax hieraan toe: 'De verminkingen volgen een vast patroon, waarbij steeds meer lichaamsdelen worden weggenomen. De symbolische dynamiek hiervan vormt ongetwijfeld een informatief terrein voor nader onderzoek.'
MART BAX: 'VERVELENDE VERGISSING'
Informanten hebben hem verkeerde informatie gegeven, en de kleine oorlog waarover hij vele artikelen schreef was een vergissing die hij tevergeefs heeft geprobeerd recht te zetten. Zo reageert Mart Bax in een uitgebreide brief op de bevindingen van de Volkskrant in Medjugorje.

'Ik ben over sommige zaken meer (anders) te weten gekomen', schrijft hij onder meer. 'Ik heb hypotheses geformuleerd die ik nog weleens zou willen onderzoeken. Maar helaas, het komt er niet meer van; ik moest stoppen. Al die veranderingen betekenen dat 'het gedrukte woord' pas aangepast kan worden in nieuwe publicaties; maar die zijn dan niet meer van mij.'

'Het kan ook zo zijn dat in zulke gevallen beide partijen hun perceptie van het gebeuren geven', schrijft Bax ook. 'Beide zijn, antropologisch gezien, delen van een beleefde werkelijkheid.'

De fameuze kleine oorlog, erkent Bax in zijn brief, was een 'vervelende vergissing'. Tijdens de burgeroorlog zou hij tijdens een 'geheim gesprek' notities hebben gemaakt van 'een gedeelte van een gekopieerd stuk (in handen van een informant/militia-man)'. Dit had betrekking op de Tweede Wereldoorlog, meldt Bax nu: 'twee nauw betrokken collega's' zouden hem daarop hebben gewezen. 'Ik heb getracht dit te corrigeren d.m.v. een rectificatie', aldus Bax. 'Maar omdat er geen tweede druk van het werk is gekomen, was daar geen gelegenheid voor.' Waarom hij de kleine oorlog tot op de maand nauwkeurig dateerde in 1991-1992, en waarom hij ook na 1995 nog jarenlang menig stuk over de zaak bijdroeg aan vaktijdschriften en boekbundels, is onduidelijk.

De zogenaamd vernietigde bevolkingsregisters van Citluk en van de parochie schuift Bax in zijn brief af op een sleutelinformant: 'Hij zei dat ik geen moeite hoefde te doen... het was er niet.' Bax erkent dat hij achteraf misschien meer zelf op onderzoek had moet uitgaan. 'Maar ja: dat is de wijsheid achteraf.'

De persoonlijke contacten met historicus Marko Vego, die blijkens het Volkskrant-onderzoek al in februari 1985 was overleden, ontkent Bax achteraf te hebben gehad: 'Ik heb met de bibliothecaris (-caresse?: ben vergeten) in Mostar gesproken over Vego (niet hemzelf).'

De niet bestaande krant Mostarski List was volgens Bax een soort geheim pamflet. 'Ik mag er eigenlijk niet meer over zeggen', schrijft hij.

De vermiste inwoners van Medjugorje en Bijakovici waren er volgens Bax wel: 'Ik heb zelf verschillende malen huizen leeg gezien, waar naar men zei mensen niet waren teruggekeerd.'

Dat er ook volgens de officiële cijfers geen vermisten zijn, trekt Bax in twijfel. 'De Sarajevo-cie ICMP is notoir onzorgvuldig. Etnische politiek speelt, naar wordt gezegd, een rol. Daarover heeft Carla Del Ponte, die mij als adviseur voor de regio wilde hebben, een boekje opengedaan.'

De volledige brief: Volkskrant.nl/bax

DE VERZONNEN PUBLICATIES VAN MART BAX
De publicatiedrift van Mart Bax bereikt een piek na het verschijnen van zijn VU-monografie in 1995. Tussen 1996 en 2001 zou Bax in totaal meer dan zestig wetenschappelijke bijdragen hebben gepubliceerd volgens Metis, de interne VU-database met onderzoeksinformatie van haar wetenschappelijk personeel. Maar de geregistreerde publicatiegegevens, die VU-onderzoekers zelf kunnen invoeren en bijhouden, blijken bij naspeuring voor ruwweg de helft te bestaan uit artikelen die nooit zijn verschenen.

Zo is een publicatie in het vooraanstaande blad Current Anthropology onvindbaar, en blijken sommige boeken waaraan hij zou hebben bijgedragen niet te bestaan. Bij weer een andere boek, over vrouwenpolitiek in de Balkan, zou Bax mederedacteur zijn geweest en hebben meegeschreven aan het voorwoord. Maar de eerste editor, de Amerikaans-Noorse politicoloog Sabrina Ramet, weet van niets: 'Mart Bax is nooit editor geweest van het boek. Ik weet niet zeker hoe u aan die indruk bent gekomen, is er misschien sprake van een typefout? En wat betreft de inleiding: die is helemaal van mijzelf.'

Ook is twijfelachtig of Bax alle lezingen uit de Metis-gegevens wel heeft gegeven. Zo zou hij in 1998 een conferentiebijdrage hebben geleverd aan de Dubrovnik State University en er de 'Ivan Ilica Lecture' hebben gehouden. Historicus Nenad Vekaric, sinds 1984 in Dubrovnik gestationeerd, heeft nog nooit van die lezing gehoord. 'Wat bij mij vooral twijfel oproept, is die universiteit van Dubrovnik. Die is pas in 2003 opgericht.'

Ook andere onderzoekers en uitgevers reageren soms verbaasd. Cultureel-antropoloog Bojan Boskar van de universiteit van Ljubljana, die een conferentiepaper van Bax zou hebben uitgegeven: 'We hebben nooit iets van hem gepubliceerd.' Een Israëlische hoogleraar in wiens boek Bax meerdere publicaties zou hebben staan en die niet bij naam met de zaak in verband wil worden gebracht: 'Bax was uitgenodigd voor onze conferentie, maar kwam niet opdagen. Aan het boek heeft hij ook niet bijgedragen. Ik hoop voor hem dat het een simpel misverstand is.'

De volledige, geannoteerde literatuurlijst van Bax: Volkskrant.nl/bax