Groeten uit Noord-Korea

Wie dringen er door tot in de krochten van de meest gesloten landen? Postzegelverzamelaars. Wim van der Bijl reisde 24 keer door Noord-Korea vóór hij in juli vorig jaar in een geblindeerde auto werd afgevoerd. 'Ga maar eens uitleggen dat je iets niet hebt gedaan.'

Postzegelverzamelaars kennen de wereld zoals niemand anders die kent. Je hoort vaak dat in Noord-Korea alleen Karl Marx, Kim Il-sung en Kim Jong-il worden afgebeeld. Postzegelverzamelaars weten beter: Noord-Korea bracht exemplaren in omloop met de verongelukte kapitalistische prinses Diana. De Noord-Koreaanse bevolking heeft de lokale versie van de people's princess nog nooit gezien, maar wereldwijd zijn er een paar miljoen verzamelaars die elke Noord-Koreaanse Lady Di afnemen en zo harde valuta richting Pyongyang doen vloeien.

Wim van der Bijl, eigenaar van een van 's werelds grootste postzegelverzamelingen, heeft in zijn sfeervolle winkel in Utrecht het hele pakket Noord-Koreaanse Diana's op voorraad. Wie Diana's zoekt uit Turkmenistan, Niger, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Liberia en Tsjaad, kan hier ook terecht.

Postzegels: een zeldzame bron van harde valuta voor landen in nood. Tsjaad heeft ook prima Elvis-zegels. Niger bedient de verzamelaars van alles wat met Gone with the wind heeft te maken.

Postzegelverzamelaars leggen wereldwijd gewicht in de schaal, maar zijn zelden luidruchtig. In Nederland zijn er tienduizenden. Wereldwijd, schat Van der Bijl, zijn ze met miljoenen. De meeste postzegelverzamelaars wonen boven de 50ste noorderbreedtegraad ('Als het warmer wordt, hebben mensen er minder fut voor'), maar je vindt ze ook in Brazilië, India, Ethiopië en Oezbekistan. Als er ergens een belangrijke beurs is, vliegen ze uit de verste uithoeken in.

In de winkel van Van der Bijl zijn de mappen en dozen tot aan het plafond opgestapeld. Wat je hier ziet, is slechts een fractie van zijn collectie. Ruimtegebrek heeft vele dozen naar achteren doen verhuizen. Rechts in de winkel zijn de postzegels geselecteerd op land, links op thema. Bijna elke verzamelaar heeft zijn fratsen. Je hebt er met grote collecties dinosaurussen, treinen, koningen, leeuwen, vogels of - 'mensen denken vaak ten onrechte dat die postzegels zeldzaam zijn' - Hitlers. Minder voorkomende specialismen zijn de regenboog, tabak of urologie. Urologie? Jazeker. Van der Bijl haalt een map tevoorschijn met postzegels waarop bakjes geel water zijn te zien.

Postzegelverzamelaars vormen een bijzondere mensensoort. Contactgestoord zijn ze niet, wel vaak introvert en in het bezit van een aparte manier van doen. Zelden komen ze bij Van der Bijl om gezellig te neuzen. Ze weten waar ze op uit zijn. Geheimzinnigheid is troef, de wereld hoort niet te weten waarmee ze bezig zijn. Het kan gebeuren dat een klant met een deskundigheid die alleen een echte verzamelaar eigen is, vraagt naar bijvoorbeeld een Chinese pandabeertjespostzegel uit 1965. Vervolgens zegt zo'n kant: die is voor mijn oom. Alsof hij speciale lingerie aanschaft in een seksshop omdat die verre neef daar zo lang om heeft gezeurd.

Van der Bijls klanten mogen soms wat zonderling of verlegen zijn - sinds een half jaar stellen 'zeven van de acht' dezelfde vraag: 'Bent u die man van Noord-Korea?' Van der Bijl antwoordt dan kort met 'Ja'.

Eind juli vorig jaar kwam de postzegelhandelaar wereldwijd in het nieuws toen hij niet op de geplande datum terugkwam van zijn 24ste reis naar de Democratische Volksrepubliek Korea (DPRK). De 23 keer daarvoor was hij altijd op tijd terug. Bellen was er niet bij. Elke buitenlander die Noord-Korea binnengaat, moet zijn mobiele telefoon inleveren.

Op zijn eerdere reizen had Van der Bijl waarschijnlijk meer van Noord-Korea gezien dan welke andere buitenlander in het laatste decennium.

Postzegels kunnen een ingang vormen tot gesloten samenlevingen. Dat geldt al sinds het midden van de 20ste eeuw. Communistische landen brachten toen in recordtempo series op de markt in een behoefte aan harde valuta. Recordhouder is de oude Sovjet-Unie met bijna 7.000 zegels. De Socialistische Republiek Roemenië kwam aan meer dan 5.000. De Democratische Volksrepubliek Korea is de 6.000 gepasseerd.

Van der Bijl (1951), vanaf zijn 6de verzamelaar, vanaf zijn 14de actief op ruilmarkten en vanaf zijn 24ste professioneel handelaar, bezocht de Sovjet-Unie voor het eerst in 1979. Zijn speciale band met Noord-Korea begint in 1998. In dat jaar kocht Van der Bijl op een beurs in Milaan een 3.200 kilo zware partij Noord-Koreaanse zegels op. Dat viel in goede aarde bij de Noord-Koreaanse filateliegezant Hwang Pyongsun, die Van der Bijl later uitnodigde voor een bezoek. 'Mijn eerste reactie was: wat moet ik daar? Later dacht ik: interessant, waarom niet?'

Tijdens zijn eerste bezoeken week Van der Bijls programma nog weinig af van de verplichte kost voor buitenlanders. Hij legde bloemen bij de 20 meter hoge bronzen Kim Il-sung en bewonderde stalinistische prestigebouwwerken. 'Dat is op zich al een ervaring hoor, geen reclames, overal die leegte, overal die brandschone straten.' Nadat Hwang een 'branch office' had opgezet 'ten behoeve van het traceren en exporteren van postzegels en schilderkunst' , kwam Van der Bijl vaker en zag hij steeds meer. 'Normaal reis je in Noord-Korea in een groep met twee gidsen die je niet kent. Ik reisde alleen met Hwang en nog een jonge vrouwelijke gids.'

De tocht naar de havenstad Namp'o in december bij een temperatuur van min 20 graden had een gewone buitenlander nooit kunnen maken. 'Het was ijskoud en donker. Op mijn hotelkamer lagen twee kaarsjes. Al snel ontdekte ik dat die niet voor de sfeer dienden: er was geen elektriciteit. Er was ook niets te eten, maar Hwang kwam er snel achter waar de zwarte markt was en keerde terug met schelpdieren. Ik zie ons daar nog in het aardedonker zitten eten. 's Avonds kregen we een flesje met heet water, maar ik heb daar kou geleden. In Namp'o ontbrak elk verkeer. De armoede was schokkend. Op straat gingen mensen gehuld in lompen. Als je dat hebt gezien, besef je pas hoe sterk Pyongyang fungeert als modelstad - de enige die aan de buitenwereld getoond mag worden.'

24 keer was hij in Noord-Korea, nooit kwam hij bij Hwang thuis. Hwang logeerde wel bij Van der Bijl in Utrecht, in het gezelschap van een Noord-Koreaanse kameraad die hem was toegewezen. Geen enkele Noord-Koreaan mag alleen of in vertrouwelijk gezelschap in de buurt van een buitenlander verkeren. Nooit zei Hwang één onvertogen woord over het regime. Toen Van der Bijl aan de vreemde Noord-Koreaan refereerde als your shadow, wist Hwang officieel helemaal niet wie daarmee werd bedoeld.

In een klein decennium kregen ze een aardige hoeveelheid schilderijen en postzegels de grens over. De laatste jaren was er in Noord-Korea nauwelijks nog interessante koopwaar te vinden. In december 2010 kwam Hwang met het initiatief te stoppen. Op zaterdag 30 juli zou Van der Bijl terugvliegen van een voorlopig laatste bezoek. Op vrijdagavond 29 juli werd hij in het buitenlandershotel van Pyongyang opgepakt en in een geblindeerde auto weggevoerd naar een plek die, zo vermoedde hij op grond van het hondengeblaf in de verte, ergens op het platteland lag. In werkelijkheid was Van der Bijl, weet hij nu, gewoon in de hoofdstad, in een gebouw van de geheime dienst. 'Ik weet nu zelfs precies waar, want ik ken Pyongyang vrij goed.'

In de twee weken die volgden zat de postzegelhandelaar elke dag vijftien uur lang in een lage stoel terwijl hij opkeek naar een schreeuwende ondervrager aan een hoog bureau. 'Ook in de wetenschap dat het een truc is om je te intimideren. Je wordt bang. Ik ben niet geslagen, maar daar werd wel steeds mee gedreigd: 'Beken openlijk en onvoorwaardelijk. Zo niet, dan hebben we andere methodes.'

Maar wat moest hij bekennen? 'Ga maar eens uitleggen dat je iets niet hebt gedaan aan iemand die een bekentenis van spionage eist.'

In de verhoren werd behalve elke stap die hij in Noord-Korea had gezet ook zijn pre-Koreaanse bestaan in kaart gebracht. 'Zelfs de naam van mijn kleuterschool moesten ze weten. Tijdens zo'n verhoor kun je makkelijk een black-out krijgen. Zo kon ik ineens niet meer op de naam van mijn beste vriend komen.' Boven het geblindeerde raam van zijn cel zag hij een streepje daglicht, in de ruimte waarin de cel zonder deur overliep, zaten 24 uur per dag vier bewakers, het dagelijks eten bestond uit een kommetje rijst met bouillon. 'Ik ben zeven kilo afgevallen. Ik maakte me vooral zorgen over de slinkende voorraad medicijnen die ik bij me had voor mijn suikerziekte. Ik wist: ik heb niets illegaals gedaan.'

Slechts tweemaal per week, op dinsdag en op zaterdag, is er vanuit Pyong-yang een vlucht naar Beijing. Toen Van der Bijl op vrijdag 12 augustus in een auto werd meegenomen om een visum af te halen bij de Chinese ambassade, dacht hij dat het einde van zijn detentie in zicht was. Pas die middag raakte hij voor het eerst in paniek. Zijn bewaker zei toen: 'Wees er maar niet gerust op. Er is nog niets besloten, pas vanavond doet de rechter uitspraak.'

Het kan niet anders of het boekwerk dat tijdens de verhoren over hem was opgesteld, is vergeleken met de verklaringen van Hwang. Tijdens zijn proces op vrijdagavond moest Van der Bijl een bekentenis en een spijtbetuiging aan de Noord-Koreaanse staat voorlezen. Vervolgens kreeg hij te horen: 'Praat hier nooit over. Doe je dat wel, dan zal dat zware repercussies hebben voor je vrienden.' Toen zijn vliegtuig op zaterdag 13 augustus opsteeg, was hij opgelucht. Over het lot van Hwang tast hij in het duister.

In zijn winkel in Utrecht rinkelt de telefoon. Een man die een partij geërfde albums aanbiedt, vertelt als kind ook postzegels te hebben verzameld. Van der Bijl lacht: 'Bij u is het overgegaan, met mij is het nooit meer goed gekomen.'

Uit een oud album haalt hij daarna een van Korea's meest begeerde postzegels tevoorschijn. Het is een zegel met Kim Il-sung uit 1950, vlak voor het uitbreken van de Koreaanse oorlog en de splitsing van het Koreaanse schiereiland. De Grote Leider staat nog afgebeeld met de oude Koreaanse t'aegeuk-vlag (met yin en yang) die later door Zuid-Korea werd overgenomen. Grote Kim, Eeuwige President, enig juiste navolger van Stalin, grijnzend bij de vlag van de Zuid-Koreaanse hoeren van Amerika: in Noord-Korea is het bestaan van deze postzegel al lang uit de boekwerken gewist. In Utrecht is Korea wel compleet.

De naam Hwang Pyongsun is een pseudoniem, ter bescherming van de achterblijvers in Noord-Korea.