Europa moet Britten maar nemen zoals ze zijn

Op enig enthousiasme voor Europa laat geen Britse politicus zich dezer dagen betrappen. Wij op het 'Continent' kunnen daar niets aan veranderen....

ZELDEN zal in een verkiezingscampagne de deugd van het niet-weten zo zijn benadrukt als tijdens de huidige Britse verkiezingsstrijd. De twee grootste partijen - Labour en de Conservatieven - hebben wekenlang gewedijverd om de eer om op een onderwerp van historisch gewicht als de meest toegewijde 'alles-open-latende partij' van het land te worden gezien.Wat is het onderwerp waarover men zo krampachtig - en steeds minder overtuigend - besluiteloos doet? Het onderwerp dat beide partijen - stilzwijgend of volgens geheime afspraak, want weinigen geloven de mythe nog dat de politici het echt niet weten - buiten het verkiezingsdebat hebben willen houden? En dat nu, in de laatste week van de campagne, als een duiveltje in een doosje naar voren springt?In één woord: Europa. De aard van het debat onthult zoveel van het Britse denken over ons, continentale Europeanen, dat het alle aandacht verdient.Het probleem ligt niet in het eventueel alsnog ondertekenen van de sociale paragraaf in het Verdrag van Maastricht, hoe schadelijk dat volgens de Tories ook zal uitpakken voor de werkgelegenheid. Zelfs niet in de ingrijpende beslissing over het inruilen van de eigen munt voor de euro - hoewel het nemen van die stap steeds meer als een doodzonde wordt afgeschilderd.Het euvel zit dieper. Het is alsof de Britten nu pas wakker schrikken, en zich beginnen te realiseren wat deze en verdere stappen in de richting van een 'federaal' Europa zullen betekenen voor de 'onafhankelijkheid' van hun koninkrijk.Weliswaar roept premier Major allang dat hij zijn opties tot het laatste moment wil openhouden - dat met name de beslissing over de euro pas zal worden genomen op het 'geeigende moment' en (recente toevoeging) dat het volk in elk geval zal worden uitgenodigd zich er per referendum over uit te spreken.Maar het is natuurlijk bizar dat een rechtse regering die prat gaat op haar lange-termijnvisie, en die wordt geacht de belangen van het grootkapitaal bij uitstek te behartigen, zich over een dergelijke - door de Britse zakenwereld gewenste - daad als enige van de 15 EU-leden nog steeds niet zou kunnen uitspreken.Goed, het betreft hier ongetwijfeld verkiezingstactiek: Hou het vaag, dat kost je de minste stemmen. Bovendien vallen de grote tegenstellingen binnen de Conservatieve Partij over 'Europa' dan ook minder op - zo hopen de strategen van de Tories althans.Waarom heeft dit beleid dan niet gewerkt, en heeft Major moeten toezien hoe het ene na het andere Conservatieve Lagerhuislid - en zelfs leden van zijn kabinet - uit het gelid stapten en zich bij voorbaat al tegen de euro (en daarmee ook tegen een 'federaal Europa') hebben uitgesproken? Omdat zij de fundamentele aversie tegen Europa bij brede lagen van het Britse volk menen aan te voelen. Wat deert het opofferen van wat stemmen uit de zakenwereld als je de grote meute van eurofoben achter je weet?Dat Labour tot dusverre zijn 'neutraliteit' over de gemeenschappelijke munt heeft weten te bewaren, zegt meer over zijn partijdiscipline dan over zijn standpunt in dezen. Labour voelt zich al verzekerd van de overwinning, en heeft zich in alles op de vlakte gehouden (zijn pleidooi voor 'verandering' ten spijt).Voor ons, continentalen, is een aantal vragen van belang;- Is de anti-Europa stemming een tijdelijk fenomeen, opgeklopt door James Goldsmith en zijn Referendum Party en de groeiende rij van Tory-eurosceptici (200 Lagerhuisleden, volgens de laatste telling)?- Als er sprake is van een diepgewortelde afkeer van verdere toenadering tot de EU, waarop is die dan gebaseerd?- Moeten wij ons in Nederland en 'op het Continent' zorgen maken over de Britse ambivalentie?'Europa' speelde tot een week geleden nauwelijks een rol in de verkiezingsstrijd, niet alleen omdat de partijen het uit het nieuws hielden, maar omdat het door het gros van de Britten wordt gezien als 'buitenlands beleid', en dus niet echt interessant. Het Continent is altijd een andere wereld geweest voor de insulaire Britten. De Britten hebben in de Europese Unie nooit meer willen zien dan een gemeenschappelijke markt, maar stellen nu met afgrijzen vast dat instellingen als de Europese Commissie en het Europees Gerechtshof in steeds meer zaken de Britse besluiten overstemmen.De teloorgang van de gemeenschappelijke Tory-positie over Europa heeft het onderwerp alsnog onder de aandacht van de kiezers gebracht. En daarbij spelen chauvinistische sentimenten hevig op. Dat Groot-Brittannië geen lijdzaam slachtoffer is van de vermeende continentale vijand, maar een senior partner met een leidende, vormende rol in de EU wordt verzwegen. De indruk wordt gewekt dat alles wat de Britten vertrouwd en dierbaar is door het perfide 'Brussel' onder vuur wordt genomen.'Nooit', riep premier Major, 'zal ik het Britse volk naar een federaal Europa voorgaan! En nooit zal ik ons pond inruilen voor de euro, tenzij een referendum anders beslist.' Meneer Blair zal zich door Kohl laten inpakken, maar een Conservatieve regering zal zich nooit 'overgeven'. De associatie met Churchill in 1940 ('. . .wij zullen ons eiland koste wat het kost verdedigen. . . wij zullen ons nimmer overgeven') was onmiskenbaar.Volgens een MORI/Times enquête van 15 april is 60 procent van het electoraat tegen de euro en een federale EU. Veertig procent wil zelfs dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU stapt.Dat deze anti-Europese stemming deels het resultaat is van het falen van zowel Labour als Tories om de bevolking positief voor te lichten over de EU, wordt verzwegen. De politici verschuilen zich laf achter de publieke opinie.Of is het toch de volksaard pur sang die hier spreekt? Zelfs hoogopgeleide Britten kijken vaak met verwondering naar de 'blinde haast' waarmee 'die Europeanen' afstormen op de superstaat. Het heeft ongetwijfeld te maken met hun bloedige geschiedenis, dachten de Britten. Fransen, Duitsers en al die volken die zo vaak door hen onder de voet zijn gelopen, willen eeuwig vrede. De Britten ondergingen voor het laatst een invasie in het illustere jaar 1066. 'Wij kennen het bezettingsgevoel niet. We delen met niemand een grens.'En dan de militaire slagvaardigheid. Het Imperium is een herinnering, maar de instincten tot wereldomvattende actie zijn nog intact. De Falkland-eilanden. De Golf. Bosnië. De Britten willen geen afstand doen van hun vrijheid om over de eigen troepen te beschikken.En het unieke Britse parlement. En de rechtspraak, het belastingsysteem, de scholen. De lijst is eindeloos. Onze monarchie. Onze onafhankelijke diplomatie. Onze cultuur. Onze status. Kortom: dat unieke Engeland-gevoel waarover Shakespeare schreef: 'Deze soevereine eilanden. . . deze gezegende grond, deze aarde, dit domein, dit Engeland.' Dat mag nooit verkwanseld worden.De uitslag van de verkiezingen van 1 mei zal weinig invloed hebben op de 'status aparte' van Groot-Brittannië in de EU. Labour zal niet kunnen ontkomen aan het aanvaarden van de sociale paragraaf, maar zal er wel voor wachten het minimumloon te hoog in te schalen. Het economische succes van de laatste jaren is immers mede te danken aan de derde-wereldlonen waarmee ondernemers in het Verenigd Koninkrijk ongestraft kunnen concurreren met de duurdere buitenwereld.Voor het overige verschillen de partijen weinig in hun Europa-beleid. Behalve de pro-Europese Liberaal-Democraten dan, maar die maken weinig kans op regeringsverantwoordelijkheid, tenzij Labour hen nodig heeft in een coalitie.Voor de rest van de EU blijft het vooruitzicht van een Groot-Brittannië dat niet meedoet aan de integratie, maar wel profiteert van de vrijhandel op z'n zachtst gezegd hinderlijk. Maar Jacques Santer's neiging om de Britten de les te lezen speelt alleen maar in de kaart van de Britse eurosceptici, die 'Brussel' allang verdenken van imperiale neigingen.Beter is het de Brit te nemen zoals hij is: het schoolvoorbeeld van de eilandbewoner, in zichzelf gekeerd, trots, achterdochtig, soms arrogant, een beetje excentriek, bereid met minder genoegen te nemen als dat nodig is voor het behoud van zijn integriteit.De Britse instemming met het graven van de Eurotunnel - na de boot een eeuw te hebben afgehouden - was al een majeure concessie aan hun gekoesterde splendid isolation. Het is een treffend symbool van de Britse relatie met het Continent: een navelstreng, nuttig als voedingskanaal, maar een die zonder veel moeite kan worden verbroken als moeder's knuffel te verstikkend wordt.Een autonoom Brittannia, los verbonden met het continent, is geen ondermijning van een verenigd Europa. Het Engels-Schots-Welsh karakter - met zijn grote verbale en intellectuele gaven, zijn humor, zijn relativeringsvermogen - is het zout in onze sobere, gewichtige Franco-Germaanse pap.De Britse bijdrage, geworteld in eeuwenlange ervaring in democratisch regeren, is broodnodig - liefst structureel - in de hoogste leiding van de EU. Maar als de Britten dat niet willen, moeten ze tot een verre vriendschap worden verleid.Dat groter goed voor ogen te houden is veel belangrijker dan de Britten te 'dwingen' net zo te worden als 'wij'. Alsof de Britten zich laten dwingen.Hans Brinckmann is publicist en woont in Londen.