Een bijzonder fonds, en dat is het

Het in 1990 opgerichte Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten loopt de kans in 1997 opgeheven te worden. Wim Wennekes schreef met steun van het Fonds 'Aartsvaders/Grondleggers van het Nederlandse Bedrijfsleven'....

EEN KLEIN FONDSJE is het maar. Maar het doet, aanwijsbaar, heel leuke dingen. Vaak werkt het ook heel snel en is het wars van bureaucratie. Je kunt een plan indienen, toevallig vlak vóór de maandelijkse bestuursvergadering, en een paar dagen later al over, pakweg, veertigduizend gulden beschikken om aan de slag te gaan.Het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten bestaat nu bijna vijf jaar, en formeel loopt het de kans per 1 januari 1997 te worden opgeheven als de nieuwe Cultuurnota '87-2000 van staatssecretaris Nuis dat beschikt. Zo ver is het nog niet, want Nuis is het fonds niet ongenegen. Het zou ook tamelijk treurig zijn als het zo ver kwam.In 1990 schreven Emile Fallaux, Adriaan van Dis, Bas Heine, Geert Mak en Hans-Maarten van den Brink (allen journalisten of in journalistiek randgebied werkzaam) een brief aan de toenmalige minister van Cultuur d'Ancona. Er diende, zo vonden de vijf, een fonds te worden gecrëerd dat journalisten in staat kon stellen wat langduriger aan bepaalde projecten te werken die anders uit tijd- en dus vooral geldgebrek niet zouden worden uitgevoerd. De minister zag de zin daarvan in en stelde een miljoen op jaarbasis ter beschikking.De voorbeelden die de vijf aanhaalden, waren: de roemruchte, maar inmiddels verdwenen bijlage met diepgravende reportages van Vrij Nederland en het befaamde boek In Cold Blood waarin Truman Capote een geruchtmakende, Amerikaanse moordzaak tot in de allerkleinste finesses uitploos.Het jongste, zesde, jaarverslag van het fonds gewaagt trots van 'vruchtbare jaren waarin met weinig geld veel mooie dingen tot stand zijn gebracht'. Van de honderden aanvragen zijn of worden liefst 250 projecten met steun van het fonds uitgevoerd. In 1995 was het aantal publikaties groter dan ooit: bijna zestig artikelen, boeken, fotoboeken en fotoreportages.Mooi toch? Niet helemaal.Twee jaar geleden boog zich een evaluatiecommissie, bestaande uit een professor in de communicatiewetenschappen en, jawel, twee journalisten (van wie er een toevallig ook op dat moment even buitengewoon hoogleraar was), over het fonds.Ze lieten er weinig van heel. De nadruk lag, aldus de evalueerders, veel te veel op boeken, 'en dat was niet de opzet'. De onderwerpen waren meestal wel 'bijzonder, zoals gevraagd, maar soms voor de journalistiek wat exotisch'.Het zou allemaal wel wat experimenteler mogen. De commissie wees op investigative reporting, een vorm van journalistiek die in Nederland uiterst zwak beoefend wordt. De enige onversneden lof die de evaluatiecommissie het fonds toezwaaide, was omtrent de zuinigheid die in de loop der jaren betracht bleek.Het fondsbestuur reageerde flink gebelgd en schreef aan de minister van Cultuur dat uitzonderlijk journalistiek werk van wat langere adem kennelijk vaak tot boeken leidt. En daar was immers niks mis mee, want hadden de initiatiefnemers indertijd niet uitdrukkelijk In Cold Blood genoemd als voorbeeld? De commissie had ook het verwijt geuit dat het fonds geen trendbreuk in Nederlandse journalistiek teweeg had gebracht. 'Die pretentie heeft het fonds nooit gehad en het is er bovendien te klein voor', riposteerde het bestuur.Ook in het vakblad De Journalist ontstond enige deining. Auteur Wim Wennekes van het met steun - 68 duizend gulden - tot stand gekomen boek De Aartsvaders/Grondleggers van het Nederlandse Bedrijfsleven verzekerde dat hij het, zonder het fonds, nooit vóór het jaar 2000 af had gekregen. Het boek is inmiddels een standaardwerk gebleken en een groot verkoopsucces. Royalties vloeiden terug naar het fonds. Dat is steeds de afspraak: maximaal 75 procent van het subsidiebedrag wordt teruggevorderd wanneer de winst hoger is dan het verstrekte bedrag.Wennekes had natuurlijk ook kritiek op het fonds, al was het maar omdat hij inmiddels werkt aan een project waarvoor het fonds de subsidie-aanvraag afwees, maar hij signaleerde wel: 'Als schrijver van journalistiek werk met een lange adem kun je in Nederland nergens terecht, of je moet je hand ophouden bij sponsors uit het bedrijfsleven. En dat spot met mijn opvattingen over journalistiek, vooral wanneer die sponsors in ruil voor hun geld eisen aan de inhoud stellen.'WIE EEN PLAN indient bij het fonds en wordt afgewezen, maakt iets hemeltergends mee: er arriveert een piepkort briefje in zeer algemene bewoordingen die meestal inhouden dat het bestuur het 'bijzondere' van het project niet vermocht in te zien.Fondsdirecteur Geke van der Wal zegt het niet rechtstreeks, maar het gaat om een mengsel van bescherming (van de auteur in spe) en zelfbescherming (van het beslissende fondsbestuur): 'Je moet zo vriendelijk en kort mogelijk afwijzen. Anders kun je daar eindeloze correspondentie over krijgen. Het is natuurlijk bitter als je een enorm project hebt ingediend en je krijgt een briefje van zes regels terug. Maar aan de andere kant: als je zes argumenten tegen opsomt, dat is zo'n pak op je broek. Dat is vaak veel harder.'De directeur zegt dat de meeste discussies in het bestuur gaan over het puur principiële wat is een bijzonder journalistiek project? 'We wijzen veel af omdat we vinden: dit is eigenlijk heel gewone journalistiek. Het is wel een mooi plan, maar dat kan je toch in een paar weken of zo doen? Je moet natuurlijk ook voorkomen dat je een fondsje wordt voor freelancers, al zijn dat natuurlijk wel de mensen die makkelijker een project bedenken dan journalisten in loondienst. Een journalist in loondienst zit altijd met de dagelijkse nieuwsvoorziening. Als zo iemand een keer tijd heeft om na te denken, ligt-ie waarschijnlijk uitgeput op de bank. En dan nog: je kunt wel wat bedenken, maar hoe krijg je de drie maanden verlof, die je dan absoluut nodig hebt, erdoor bij de hoofdredactie van je krant?'In de toekomst wil het fonds meer aandacht geven aan onderzoeksjournalistiek (en daarmee dus aan een wens van de evaluatiecommissie tegemoet komen). Een andere categorie waarvoor steeds meer aanvragen worden ingediend, is die van de biografie. Binnenkort komt een alomvattende biografie van de filmer Joris Ivens uit, waarvoor inmiddels ook uit het buitenland grote belangstelling bestaat. Directeur Van der Wal: 'Biografieën kosten ontzettend veel tijd en werk.'Een biografieschrijver is Igor Cornelissen. Hij zit momenteel gebogen over het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy, Nederlands minister-president in Londense ballingschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Cornelissen: 'Ik schrijf geen bestsellers, maar uiteraard wel belangrijke boeken. Er liggen niet alleen in Londen stukken over Gerbrandy, maar ook in de National Archives in Washington. Je moet daar dan toch naar toe, en zelfs zo'n derderangs hotelletje kost geld. In dat geval doe ik graag een beroep op het fonds.'