Een beetje in de koeien kijken

De vogelpest belemmert het onderzoek van dr. ir. Jan Dijkstra een beetje. De diervoedingskundige aan de Wageningen Universiteit doet veldwerk op proefboerderijen waar behalve runderen en varkens ook pluimvee huist....

De 38-jarige Dijkstra wilde dierenarts worden, maar werd uitgeloot. Veeteelt in Wageningen leek een logisch tussenstation en daar is hij niet meer weggegaan. Hij koos de richting veefokkerij en kreeg een baantje bij het selecteren van roodbontvee voor een dubbel doel: zowel goede melk- als vleesproductie.'Daar kwam veel wiskunde aan te pas', vertelt Dijstra. 'Ik berekende erfelijkheidsgraden en zocht naar genetische correlaties. Dat goochelen met getallen trok mij wel, maar louter wiskunde vond ik te heftig.'Als gevolg van het uitstel van het nationale systeem van identificatie en registratie (de gele oorlabels) van runderen kon Dijkstra's promotie-onderzoek niet doorgaan en week hij uit naar diervoeding. Daar legde hij zich toe op een wiskundig model voor vertering in de koeienmaag.'De pens zit stampvol micro-organismen die het voer verteren. De koe leeft eigenlijk van de afbraakproducten die de microben uitscheiden en van de micro-organismen zelf. Wat die eencelligen precies doen en hoe ze groeien hangt onder meer af van de zuurgraad in de maag en de samenstelling van het voer.'Er waren wel modellen voor het effect dat vet, eiwit en ruwe vezel in het voedsel hebben op de melkproductie. Maar die waren tamelijk grof en algemeen. Ze hielden nauwelijks rekening met de werkelijke mechanismen in de koeienmaag.'Dijkstra baseert zijn kennis over groei en activiteit van micro-organismen op de klassieke microbiologie. Die stopt hij in differentiaalvergelijkingen die de ruggengraat van het model vormen. Uitkomsten ervan toetst hij aan koeien op stal die een luikje in hun pens - een pens-fistel - en een klein luikje, een canule, in hun dunne darm hebben. 'Zo weet je precies wat er in de maag gebeurt', zegt Dijkstra die, samen met ruim tien promovendi, ook verterings- en groeimodellen voor varkens en kippen maakt.'We hebben niet de indruk dat een koe veel merkt van zo'n luikje. Je kunt het opendrukken en je hand erin steken, terwijl het dier rustig staat te eten.'De industrie heeft veel belangstelling voor de nog geen vijftig onderzoekers die wereldwijd dit soort model-research doen. 'Adviseurs geven boeren nu vaak voedingsadviezen, gebaseerd op ervaring en rekenregels. Maar die zijn behalve globaal ook verouderd, doordat ze zijn gebaseerd op Fries-Hollandse koeien terwijl in Nederland nog bijna louter Amerikaanse koeien rondlopen.'In het Westen zal een betere voeding niet veel extra productie opleveren, stelt Dijkstra. We zitten al aan de top. 'In de tropen kan het tien, vijftien procent schelen.'Ook het milieu heeft baat bij andere voeding. We kunnen stikstof en fosfaat in urine en mest met zeker vijftien procent verminderen door de microben minder te laten verspillen.'Verder zou de gezondheid van de dieren door een beter gebalanceerde voeding aanzienlijk kunnen verbeteren. Evenals hun levensduur. 'Een koe gaat nu bijna drie lactatieperiodes mee - zo'n vijf jaar. We onderzoeken of ze langer aangehouden kunnen worden door voeding met meer vezel en minder eiwit.'De Nederlandse veeteelt heeft een slechte naam, de dieren worden tot het uiterste gebracht. Dijkstra helpt daaraan mee, maar probeert vooral hun lot te verbeteren. 'Als consument koop ik scharreleieren. De gemiddelde koe heeft het in Nederland echter een stuk beter dan dertig jaar geleden', verzekert hij. 'Ik erken dat we te weinig respect voor dieren hebben gehad. Maar mond- en klauwzeer bijvoorbeeld was er vroeger ook en begint geregeld juist in de extensieve veeteelt. Een Nederlandse koe levert nu jaarlijks gemiddeld achtduizend kilo melk. Dat is genoeg, we streven nu naar een grotere duurzaamheid en betere gezondheid.'Dijkstra's projecten worden voor een belangrijk deel door bedrijven en productschappen betaald en zijn vaak zowel van korte duur als sterk voorgeschreven. 'Ik zou veel dieper in het dier zelf willen kijken, in plaats van een zoveelste korte termijn-toegepast onderzoek', verzucht hij. 'Zoals naar de interactie tussen levensduur, productiviteit en voeding of naar wat er in hun lever en nieren gebeurt. Daarvoor is behalve tijd ook gekwalificeerd personeel nodig dat allemaal wordt wegbezuinigd. Alleen het onderzoek dat op korte en middenlange termijn toepassing heeft en waar het bedrijfsleven voordeel bij heeft, blijft over.'Feitelijk teert Dijkstra op kennis uit zijn promotie- en post doc-tijd. Daardoor dreigt erosie van kenniskapitaal. 'Als we de komende tien jaar geen financiƫle injectie krijgen, worden we door het buitenland voorbij gestreefd', voorspelt hij. 'Soms ben ik jaloers op de middelen van collega's in het bedrijfsleven, maar ook die leveren geen fundamentele kennis op om mee verder te gaan.'De diervoedings-expert ziet dat managers zonder visie de macht in de universiteit hebben gegrepen. 'Het is allemaal korte termijn, ik vraag mij oprecht af of we over tien jaar nog wel de kennis hebben voor zelfs dat korte-termijnonderzoek. De bureaucratie en overheadkosten nemen enorm toe. Elke koe met een pens-fistel kost me dertig euro extra per dag.'Bedrijven gaan voor onderzoek al naar het buitenland. Mijn experimenten rond vertering zou ik beter in Belgiƫ kunnen laten doen. Dat is toch van de zotte?'Het begeleiden van aio's vindt Dijkstra hartstikke leuk. Hen helpen met experimenten, interpreteren van resultaten en toetsen van hypothesen.'Het geeft mij een geweldige kick te zien hoe mooi en wonderlijk zo'n dier geschapen is. Het liefst zou ik het allemaal zelf doen, dat houd me ook scherp. Dat kan nu niet. Het is te druk, waardoor ik te weinig kans heb te reflecteren en me te ontwikkelen. Ik denk dat ik volgend jaar een sabbatical neem.'