Dutroux was het kantelmoment

Over sommige onderwerpen is de Haagse politiek het (bijna) Kamerbreed met zichzelf eens. Dat zijn vaak gevoelige kwesties waarover maar liever wordt gezwegen – Haagse taboes, dus....

De snelle verandering in de seksuele mores werden zelden zichtbaarder dan in de levensbeschrijving van Edward Brongersma. De in 1911 geboren jurist werd in 1946 senator voor de PvdA, maar belandde in 1950 in de gevangenis wegens seks met een 17-jarige jongen. Dat was in de tijd dat voor heteroseksuele contacten nog een leeftijdsgrens van 18 jaar bestond, voor homoseksuele contacten zelfs 21 jaar.Elf maanden zat hij vast. In 1963 was hij al zodanig gerehabiliteerd dat de PvdA hem terugvroeg voor de Eerste Kamer, waar hij nog dertien jaar zou blijven zitten. In 1971 werd de leeftijdsgrens voor seks in alle combinaties verlaagd naar 16 jaar. Brongersma was weer van alle smetten vrij. Inmiddels ijverde hij voor een verdere verlaging van de leeftijdsgrens. Niemand legde hem een strobreed in de weg. Vier jaar later werd hij zelfs Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.In 1998 maakte hij een einde aan zijn leven. ‘Omdat hij niet langer kon aanzien hoe zijn levenswerk, de acceptatie van pedofilie, instortte’, zegt de Rotterdamse dominee Hans Visser, die zich decennialang inspande voor acceptatie van pedofielen, met grote stelligheid. ‘Hij was daarover zó droefgeestig. Dat gaf de doorslag.’De jaren zeventig vormden het hoogtepunt voor de pedofielenbeweging. De NVSH, in de hoogtijdagen 240 duizend man sterk, belegde werkbijeenkomsten over de materie, er verschenen boeken en wetenschappelijke verhandelingen waarin zakelijk of zelfs ronduit positief over het onderwerp werd geschreven.Een paar bewegingen deden de pendule binnen een halve eeuw van het ene naar het andere uiterste slingeren en weer terug.In de jaren tachtig ontstond in de Verenigde Staten een feministische reactie op de seksuele revolutie. Waren die verworvenheden niet vooral de vrijheden van mannen? Waren vrouwen daar niet het slachtoffer van geworden? In het kielzog van dat denken werden ook kinderen als kwetsbaar ervaren – een groep die meer bescherming nodig had tegen de vooral mannelijke lusten. Tegelijk wonnen christelijke groeperingen aan kracht, die altijd al hun bedenkingen tegen diezelfde revolutie hadden gehad. Feministen en orthodox christenen belandden zo in een soort monsterverbond.Daar kwamen in de jaren negentig incidenten overheen, die opzien baarden. Vooral in de VS bleken katholieke priesters zich nogal massaal aan jongetjes te hebben vergrepen. En in België werd in 1996 Marc Dutroux opgepakt. ‘Dat was het echte kantelmoment’, zegt dominee Visser. ‘Onzin, natuurlijk. Dutroux was een gestoorde gek. Een gewone pedofiel moet daar helemaal niet aan denken.’ Brongersma zag het allemaal gebeuren en begreep dat in de volgende jaren de intolerantie jegens pedofilie alleen maar zou toenemen. Dat had hij goed gezien, verzucht Visser. De wetenschappers van toen hebben de wijk genomen naar verre buitenlanden, er verschijnt geen boek meer over het onderwerp. Visser schreef zelf in 2006 nog een boekje waarin hij pleitte voor meer begrip, dat hij zelf maar uitgaf, omdat er toch geen uitgever te vinden zou zijn.In zijn lange carrière heeft hijzelf zich met de gekste minderheidsgroepen bezig gehouden. Van Deense transseksuelen tot Arabische maoïsten en heroïnehoeren, ze konden allemaal op een welwillend oor rekenen bij Visser. ‘Voor alle onderwerpen kreeg ik nog wel wát begrip’, zegt hij. ‘Maar mijn werk voor pedofielen nam echt helemaal niemand me in dank af.’Het is ook het onderwerp dat hem het hardnekkigst is blijven achtervolgen. Niemand heeft hem ooit verdacht van drugsgebruik of fantasieën over transseksuelen, maar zijn sympathie voor pedofielen gold wel als bewijs voor neigingen in die richting. Al anderhalf jaar heeft hij zich niet meer met het onderwerp bemoeid. Toch kreeg hij vorige week nog een mail waarin hij werd uitgescholden voor ‘vuile pedo’. ‘Echt een uitermate onaangenaam onderwerp’, zegt Visser. ‘Het is nu een taboe van hier tot ginder’.‘Klopt’, zegt SGP-Kamerlid Kees van der Staaij opgewekt. ‘En dat is maar goed ook. Zo’n taboe is heel nuttig bij het tegengaan van seksueel misbruik van kinderen. Het zorgt ervoor dat iedereen weet dat het echt niet kan. Je kunt er eigenlijk zelfs niet over praten. En dat is helemaal niet erg. Want als dat wel kan, ontstaat al snel een wat vergoelijkende sfeer.’ Van der Staaij kwam in 1998 in de Kamer en trof toen nog heel andere discussiekaders aan. Zijn voorganger had zojuist een motie om het bezit van kinderporno strafbaar te stellen kansloos zien sneven. ‘Dat vond iedereen toen nog zó’n aantasting van de privacy* Alleen de toenmalige RPF en GPV stemden vóór.’Hijzelf bond de strijd aan met virtuele kinderporno. Onbegrip was zijn deel. Het waren maar poppetjes, vond een zeer ruime meerderheid. Maar nog in dezelfde kabinetsperiode volgde een kentering, zegt Van der Staaij. Opeens was vrijwel iedereen voor een verbod. ‘Je ziet het nu ook aan zo’n verbod op seks met dieren’, zegt hij. ‘Zelfs D66 is vóór. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar.’Dominee Visser gruwt van die eensgezindheid. Hij kijkt ook met afgrijzen naar de reacties die destijds de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD) oogstte. Een van de oprichters werd in 2006 door een woedende meute uit zijn caravan in Oostvoorne gejaagd. Tot op de dag van vandaag wordt hij tot zijn voordeur achtervolgd door GeenStijl. Een ander verloor zijn baan bij de universiteit. En waarom? De partij wilde niets anders dan de destijds gerespecteerde PvdA-senator Brongersma. ‘Volstrekt doorgeslagen fatsoenscultuur’, bromt Visser. ‘Een heksenjacht.’‘Geen sprake van’, zegt Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem van de PvdA. ‘Nederland is nog steeds heel liberaal. In het buitenland waren ze geschokt dat zo’n partij in Nederland alleen al mocht worden opgericht! Maar dat dan wel iedereen over die oprichters heenvalt* Dat zijn gewoon hele terechte correcties op een beweging die was doorgeslagen. Ik wil er trouwens wel aan toevoegen dat de soms hysterische toon van het debat nu ook mij tegenstaat.’Kan hierover binnen de PvdA tegenwoordig nog van mening worden verschild? Kan een PvdA’er nog pleiten voor verlaging van de leeftijdsgrens voor seks tussen volwassenen en minderjarigen naar bijvoorbeeld 14 jaar? Dijsselbloem: ‘Dat lijkt me politieke zelfmoord. Niet alleen binnen de PvdA. Binnen alle partijen.’Van der Staaij maakt zich enige zorgen over de felle reacties uit de bevolking jegens pedofielen. Maar dat betekent wat hem betreft geenszins dat het taboe op pedofilie zou moeten worden gerelativeerd. ‘Een ander taboe moet gewoon weer sterker worden: dat op eigenrichting. Je hebt nooit het recht in eigen hand te nemen.’‘In onze achterban’, zegt Van der Staaij, ‘wordt abortus gezien als een heel groot kwaad. Toch heb ik in de achterban nooit de neiging geproefd om op dat punt zelf het recht in eigen hand te nemen. Want dat is bij ons nou taboe. Dat werkt prima.’Sommigen zien in de snelle veranderingen in het denken over pedofilie een bewijs dat de seksuele mores per definitie tijd- en plaatsgebonden zijn: over twintig jaar kijken we met net zoveel bevreemding terug op het taboe van 2008 als nu op de tolerantie van 1988. Maar Dijsselbloem verwacht dat niet. ‘De jaren zestig en zeventig waren veel meer een aberratie dan het heden. Tegelijk is voor de meeste mensen de omslag ook helemaal niet zo groot geweest. Het was destijds slechts een klein, select gezelschap dat ijverde voor seks tussen volwassenen en kinderen. Een clubje dat ver verwijderd was van wat gewone Nederlanders vonden. Die hebben daar niks mee: toen niet en nu niet.‘Het belangrijkste verschil is: het werd toen nog gezien als relatief onschuldig. Die ontspannen houding is inderdaad helemaal weg. Ikzelf ben er ook helemaal niet ontspannen over. Pedofilie is zijn onschuld kwijt. Ik denk dat dat voorgoed is.’