De slaaf van de Dappermarkt

Met valse beloftes haalden zijn ooms hem van Marokko naar Amsterdam. Om de toen 14-jarige Mohamed daar vervolgens jarenlang uit te buiten.

Soms was er een klant op de Amsterdamse Dappermarkt die Mohamed vroeg wat hij daar toch alle dagen deed tussen de kleurige rollen vilt, tricot en zijde. Hoorde een tiener als hij niet naar school te gaan?

'Veel Marokkaanse marktlui en klanten wisten dat ik illegaal was, dat ik werd gedwongen om daar te werken', vertelt hij. 'Niemand heeft ooit de politie gewaarschuwd. Ik denk dat de Marokkanen op de Dappermarkt toch vooral met zichzelf bezig zijn, met geld verdienen.'

Als Mohamed in gesprek raakte met een passant, kreeg hij daarna de volle laag van zijn oom. Hij wist toch dat hij met niemand mocht praten? Hij kreeg de huid vol gescholden. Als dat niet genoeg was om hem af te schrikken, dreigde zijn oom hem aan te geven bij de politie. Dan zouden ze erachter komen dat hij illegaal in Nederland was, en hem in de gevangenis gooien.

De levensloop van Mohamed (nu 26 jaar) is de geschiedenis van een moderne slaaf. Het verhaal begint in de zomer van 1998 in Noord-Marokko. De dan 13-jarige Mohamed woont daar met zijn vader, moeder en oudere zus in het huis van een geëmigreerde oom. Het gezin is arm, er is niet altijd genoeg te eten. Mohameds vader, dan al 85, is blind en dementerend. Hij kan niet voor zijn familie zorgen. Er is niet genoeg geld om Mohamed langer naar school te laten gaan.

Iqbal en Karim, twee ooms van Mohamed van moederskant, zijn voor een maand vakantie overgekomen uit Nederland. Ze hebben grootse plannen met hun jonge neef. Iqbal en Karim zullen hem meenemen naar Amsterdam, waar zij allebei hun geld verdienen in de textielhandel. In Nederland kan Mohamed een opleiding volgen. Daar heeft hij een betere toekomst dan in het Rifgebergte. 'Ik voelde dat mijn moeder het moeilijk vond mij te laten gaan', zegt Mohamed nu. 'Toch stemde ze in. Ze dacht dat het beter was voor mij.'

Zo geschiedt het dat Mohamed eind 1998 in de auto Spanje wordt binnengereden. Aan de grens gebruiken ze het paspoort van de zoon van Iqbal om voorbij de douane te komen.

Sjouwwerk
Eenmaal in Amsterdam komt er van de beloftes weinig terecht. Op zijn derde dag in Nederland staat Mohamed al in de textielwinkel van oom Iqbal. Enkele dagen later wordt hij meegenomen naar de marktkraam van de andere oom, Karim. Hij moet het zware sjouwwerk doen: de kramen op- en afbouwen, de dikke rollen textiel van de winkel naar de drie verschillende kramen brengen en omgekeerd. Mohamed is dan pas 14 jaar oud. Hij wordt zes dagen per week aan het werk gezet. Zonder salaris.

Mohamed wil terug naar Marokko, maar zijn ooms verzekeren hem dat hij moet volhouden. 'Ze zeiden steeds dat ik niet naar school kon, omdat ik geen verblijfsvergunning had. Dat zou op mijn 18de veranderen. Dan zouden ze een huwelijkspartner voor mij zoeken, zodat ik een verblijfsvergunning kon aanvragen. Daarna zou ik een opleiding en een baan kunnen zoeken en zou mijn leven echt beginnen.'

Als hij klaagt, wordt Mohamed afgeblaft. Is hij moe, dan krijgt hij te horen dat hij nooit een echte man wordt als hij geen spieren kweekt met het sjouwwerk. Slapen doet hij in het huis van zijn opa in Amsterdam-Oost, die ook in het complot zit. 'Ik mocht nooit zonder begeleiding naar buiten. Ook verboden ze mij met mensen buiten de familie te praten.'

Mohamed leeft geïsoleerd. Hij spreekt geen woord Nederlands, kent niemand in Amsterdam en wordt door zijn uitbuiters zorgvuldig afgeschermd. 'Vlakbij de markt zit een café waar veel Marokkanen komen, maar ze hielden in de gaten dat ik daar niet heen ging. Ze zeiden: er zijn veel foute mensen in Nederland, als je niet uitkijkt, raak je op het verkeerde pad, dus je mag met niemand contact hebben.'

Lange tijd houdt Mohamed de hoop dat zijn leven in Nederland ten goede zal keren als hij eenmaal volwassen is. Daar komt bij dat zijn basis in Marokko verdwenen is, na het overlijden van zijn vader in 2001. Zijn oudere zus emigreert vervolgens naar Spanje, zijn moeder hertrouwt waarna het contact met haar verwatert. 'Ik had destijds niemand, behalve God', zegt Mohamed met een treurige blik in zijn ogen.

Na zijn 18de verjaardag verandert er niets. Een vrouw, een opleiding, van de beloftes komt niets terecht. Mohameds dagen bestaan uit werken, eten, slapen. Hij is diep ongelukkig maar weet zich geen raad. Hij kent de weg nog steeds niet in Nederland en heeft buiten zijn familie geen sociaal netwerk. Een keer weet hij een mobieltje op de kop te tikken. 'Maar toen mijn oom dat zag, sloeg hij de telefoon kapot tegen de muur.'

Een oplossing lijkt zich aan te dienen als zijn zus in Spanje hem overhaalt daar te komen werken. 'Er was toen in Spanje een regeling die het illegale arbeiders mogelijk maakte een verblijfsvergunning te verkrijgen. Maar mijn ooms zeiden dat het een valstrik was, dat ik zou worden opgepakt. Ze hadden steeds weer een ander verhaal waarmee ze me bang maakten.' Mohamed houdt niettemin vol dat hij naar zijn zus wil, maar oom Karim weigert hem zijn paspoort te geven. 'Dat was voor mij het keerpunt. Toen pas begon ik in te zien dat ze alles deden om mij bang te maken, zodat ik bij hen zou blijven. Toen pas begon ik echt haat voor mijn ooms te voelen.'

Voor een buitenstaander is moeilijk voor te stellen dat de uitbuiting in zijn volwassen leven daarna nog zes jaar duurt, tot Mohamed 24 is. Heeft hij nooit geprobeerd te vluchten, is er nooit iemand geweest die hij in vertrouwen kon nemen?

'Ik was altijd bang opgepakt te worden', antwoordt hij. 'Waar moest ik naartoe? Ik wist het echt niet.' Een keer loopt hij weg, maar zijn familie spoort hem op. Hij wordt een auto ingesleurd en teruggebracht naar huis. Een andere keer slaapt hij een nacht in het park. 'Ik wist niet waar ik eten of een slaapplek kon vinden. Toen ben ik zelf teruggegaan.'

De ommekeer komt als Mohamed in 2008 contact legt met een Marokkaanse ondernemer die met zijn kraam op verschillende Amsterdamse markten staat. Hij huurt Mohamed in als sjouwer. 'De ene keer gaf hij me 15 euro voor een dag, de andere keer 30. Maar ik kreeg in elk geval salaris.' Via een kennis van deze man vindt Mohamed ook een tijdelijk logeeradres.

Wraak
Dit keer is hij vastbesloten nooit meer naar zijn familie terug te keren. Maar zijn ooms zinnen op wraak. Ze sturen een derde broer op hem af met een bedreiging. 'Als je niet terugkomt, maken we je af, zei hij. Ook al word je teruggestuurd naar Marokko, je bent niet van ons af.' Er volgt een aangifte van een neef wegens bedreiging.

'Ze wilden dat ik in aanraking zou komen met de politie. Dan zou blijken dat ik illegaal was en zou ik worden opgepakt.' Dat valt aanvankelijk mee: Mohamed wordt kort verhoord en staat na een paar uur weer op straat, ook al merken de agenten op dat hij geen verblijfspapieren heeft.

De familie laat het er niet bij zitten. Als hij voor zijn nieuwe baas aan het werk is op de Dappermarkt, kan Mohamed nog net wegspringen voor een busje dat hem probeert aan te rijden. Achter het stuur zit oom Iqbal. Enige tijd later wordt hij op straat in zijn been gestoken door diens zoon. De steekwond, drie centimeter diep, laat een litteken na dat nog altijd zichtbaar is.

Als hij twee maanden later wordt opgeroepen op het politiebureau, denkt Mohamed dat het gaat over de steekpartij. Dat is niet zo: de agenten delen hem mee dat hij wordt teruggestuurd naar Marokko. Het verhaal over de uitbuiting door zijn ooms wordt in eerste instantie niet geloofd. Mohamed moet zijn uitzetting afwachten achter slot en grendel in het detentiecentrum Zaandam.

Pas als hij een advocaat krijgt toegewezen en met diens hulp aangifte doet van de steekpartij, treft hij een agente die alert reageert op zijn verhaal. De politie opent een groot onderzoek.

Oktober 2010 worden de ooms Iqbal en Karim opgepakt. In afwachting van de rechtszaak tegen hen worden zij na enkele dagen op vrije voeten gesteld. Nu, een jaar later, is het rechercheonderzoek nog steeds niet afgerond. De beide ooms hebben een reeks getuigen opgeroepen, onder meer buren en marktklanten, die moeten bevestigen dat hun neef Mohamed nooit tot iets is gedwongen.

Intussen probeert Mohamed een nieuw leven op te bouwen in een ander deel van Nederland. Zolang het strafproces loopt, mag hij in elk geval hier blijven. Toen hij in maart 2009 binnenkwam bij de mannenopvang, was hij vermagerd en kwam er nauwelijks een woord uit hem, zegt zijn begeleidster van toen. Maar nu is Mohamed aangesterkt, heeft hij een eigen huurappartement, volgt hij Nederlandse les en werkt hij drie dagen per week. 'Dat moet ook wel. Als ik niks te doen heb, begin ik te malen. Dan beleef ik alle ellende opnieuw.'

Advocaat Ralph Takens laat namens de verdachte ooms weten dat zij terughoudend zijn met het geven van een reactie, omdat er in het strafonderzoek nog getuigen moeten worden gehoord. Wel betwisten zij 'met klem de juistheid van de gedane aangifte van mensenhandel'. Verder onderstreept Takens dat vrijspraak is gevolgd op het door Mohamed genoemde steekincident en de poging hem dood te rijden. Er bleek onvoldoende bewijs voor die beschuldigingen. Volgens Takens heeft Mohamed belang bij valse aangifte: 'Een illegaal die van dergelijke feiten aangifte doet, krijgt in Nederland een tijdelijke verblijfstitel.'

Het aantal slachtoffers van mensenhandel dat staat geregistreerd bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha), stijgt jaarlijks met ongeveer 10 procent. In 2010 werden bijna duizend slachtoffers geteld, voor het overgrote deel vrouwen die werkzaam zijn in de prostitutie. Die cijfers vormen vermoedelijk het topje van de ijsberg, omdat mensenhandel vaak niet aan het licht komt. Het aantal geregistreerde slachtoffers in andere sectoren dan de prostitutie ('overige uitbuiting') verdubbelde volgens Comensha het afgelopen jaar. Het gaat dan om mensen die gedwongen te werk worden gesteld in de landbouw, de horeca of zoals in het geval van Mohamed op de markt.

De namen Mohamed, Iqbal en Karim zijn in verband met hun privacy gefingeerd.