Buurman moordenaar

James 'Whitey' Bulger was een van de meest gezochte misdadigers, ná Osama bin Laden. Hij werd in Santa Monica opgepakt en kreeg vorige week levenslang. Schrijfster Jessica Durlacher deed een verontrustende ontdekking.

Voor zijn arrestatie hadden we nog nooit gehoord van een maffiabaas die James Bulger heette. Terwijl er al zestien jaar lang naar hem bleek te zijn gezocht. Niet dat het vinden van James 'Whitey' Bulger, leider van de beruchte Irish Winter Hill Gang in Boston, in die zestien jaren voortdurend de hoogste prioriteit had (James verleende naar verluidt ook zelf lange tijd diensten aan de FBI, waarmee hij de respectabiliteit van diezelfde FBI in Boston fors had gecompromitteerd), maar toen werd op 1 mei 2011 plotseling de eerste kandidaat op de lijst van most wanted criminals gepakt. Een speciale eenheid van de Navy Seals schoot de utmost wanted met veel vertoon van geweld neer. Die nummer één, dat was Osama bin Laden.

Zevenenhalve week later, in de nacht van 22 juni 2011, werden wij in Santa Monica, California, al vroeg in de ochtend opgeschrikt door helikopters en konden wij op het nieuws zien dat er een spectaculaire arrestatie niet ver van ons huis had plaatsgevonden. Het bleek te gaan om James 'Whitey' Bulger, die die ochtend om 4.15 uur van zijn bed was gelicht. Hij bleek een alom beruchte beroepscrimineel die in de jaren zeventig en tachtig zo'n negentien mensen in de regio Boston had vermoord, zo luidde de aanklacht. Een voormalige miss IJsland had hem herkend en vanuit Reykjavik de FBI ingelicht. Het bleek te gaan om nummertje twee op diezelfde most wanted-lijst.

Maar het was niet dat huiveringwekkende feit waardoor de haartjes op onze armen rechtop gingen staan. James Bulger (inmiddels 83) bleek met zijn vriendin Catherine Greig vanaf 1995 onder de naam Gasko te hebben gewoond in het appartementengebouw The Princess Eugenia op 1012 Third Street in Santa Monica, in appartement nummer 303, dezelfde plek waar nu de zendwagens van NBC, CNN en CBS omheen stonden.

Wij woonden daar in diezelfde jaren ook, meestal op nummer 302.

Elk jaar zaten we er wel een paar maanden, in The Princess Eugenia, om te schrijven. Vanaf 1993 logeerden we er wanneer we maar konden. Het was een wat non-descript gebouw dat hoorde bij het hotel aan de overkant: The Embassy Hotel Apartments op Third street, drie blokken van de oceaan. Het was onze geheime plek. We zaten vaak op 302, soms ook in 203 of 103 en we kenden de namen van de meesten van onze buren niet. Die woonden er over het algemeen net zo kort als wij, een paar maanden per jaar. Slechts sommigen woonden er permanent. Eenmaal, in de lift, haalde onze oude buurman, altijd met petje en zonnebril getooid, een kleine rode dinky toy voor mijn zoontje van 4 uit zijn jack. Dat was aardig van die oude, lieve, zwijgzame man met wit haar die we maar zo zelden op de gang tegenkwamen. James Bulger, meedogenloze moordenaar, maffiabaas en afperser, het moet hem zijn geweest, de ouderdom democratiseert het uiterlijk nu eenmaal graag.

Onze appartementen waren allemaal best lelijk. We nodigden nooit iemand uit - en niet omdat er, zoals in een gewone hotelkamer, te weinig ruimte zou zijn om gasten te ontvangen, of omdat het nu eenmaal een beetje raar aanvoelt om met kennissen in een slaapkamer af te spreken. Het was ruim zat: een woonkamer, keuken en twee slaap- en badkamers, slaapgedeelte netjes gescheiden van wonen en werken. Elke dag werd er door twee oude latina's opgeruimd en schoongemaakt, maar daar werd het niet mooier van.

Op de grijze, oude vloerbedekking die het gehele vertrek bedekte stond tegen de muur met zijn groezelige grofkorrelig gestucte wanden een grijze doorgezakte bank, daarvoor een lelijke koffietafel van glimmend hout en een oude afgeragde fauteuil. Verder een tafel en stoelen die bij de Salvation Army moesten zijn weggehaald en één bureautje, waarom wij vochten. In alle appartementen was dat interieur ongeveer hetzelfde, in het ene hoogstens nog wat lelijker dan in het andere.

De eerste keer dat we er voor langere tijd zaten, won Leon (De Winter, auteur, red.) de strijd om het bureau en behielp ik me met de strijkplank op mijn schoot, op bed. Daar paste mijn laptop net op. We vonden het wel fijn dat het er zo smakeloos was, het droeg bij aan het gevoel ontslagen te zijn van alle verplichtingen, van niets te hoeven, op schrijven, een beetje ademen en nadenken na. We vonden onszelf bevoorrecht dat we deze betaalbare plek hadden gevonden om te kunnen onderduiken. Toen we kinderen kregen, gingen ze mee. En zochten we er een oppas bij. Dan schreven we wel minder, maar we vonden het er toch geweldig. Onze beide kinderen zetten in The Princess Eugenia hun eerste stapjes.

Eens reed Leon voor de garagedeur van het gebouw bijna Cees Nooteboom en zijn metgezellin Simone aan. Die wisten nog net met een elegant sprongetje het vege lijf te redden. Cees en Simone bleken ook of in het moederhotel, The Embassy, of in The Eugenia, daar wil ik vanaf zijn, te logeren, (of te hebben gelogeerd). Van twee kanten hielden wij dit lange tijd geheim, als ware het een verbond.

De zoon van onze Zwitserse uitgever, die zelf ergens net boven de Sunset Strip in Hollywood woonde, waar hij in zijn mid century apartment in een weelde van glas en licht over de metropool LA uitkeek, kwam tot onze schrik op een avond onaangekondigd langs. Ook nu nog, jaren later (inmiddels terug in Zurich), geniet hij als hij de naam van ons toenmalige toevluchtsoord weer even kan proeven op zijn tong: The Princess Eugenia. 'The princess Eugenia!' Alsof hij ons gezien had in onze ongewassen pyjama's. Een naam als van een oude, porseleinen pop met verstofte nylon vlechten en zijden rokken. Voor een interieur uit een pornofilm uit de jaren zestig.

Ongepland werd die plek in die jaren voor ons cult. We gingen steeds meer houden van de lelijkheid, de vuile vloerbedekking, de heerlijke doorgezakte banken. In bijna elk appartement in het gebouw hebben we wel eens gelogeerd, we kenden alle successievelijke managers, de werksters, de conciërges.

The Embassy Hotel, het hoofdgebouw aan de overkant, (thans duur en Pali House genaamd) waar ook de manager zat, was een schitterend, doch wat verlopen gebouw, old Hollywood- stijl, heel hoog, met veel Moorse details, donkerbetegelde stenen vloeren, gietijzeren geornamenteerde relingen, lampen en muurversieringen, hertengeweien, oude lederen meubels. Een beetje zoals het kasteel van Dr. Frankenstein.

Dat gevoel in een oude enge film te zijn beland, werd versterkt door het menselijk meubilair alhier: de stokoude ex-maîtresse van de legendarische kunstminnende oliemiljardair Paul Getty sr, Marjorie Gaskell, die dag in dag uit in een donker hokje zat, een soort kast eigenlijk in die gigantische benedenzaal. Daar voerde zij de volstrekt ondoorzichtige administratie over het gastenbestand.

Daardoor is het ook nog steeds niet helemaal duidelijk of James Bulger en zijn vriendin er nu vanaf 1995 of vanaf 1996 hun intrek namen. Elke keer dat we uit Nederland aankwamen, zwetend na elf uur vliegen, eerst met zijn tweeën, later met onze kleine kindertjes, was Marjorie minstens twee uur bezig om via een onnavolgbaar systeem van kleine fijnbekrabbelde kaartjes uit te zoeken in welk appartement er de komende tijd eigenlijk de lege plaats was die ons was beloofd. Niet zelden bleek ze zich te hebben vergist. Na haar dood nam Birgitta het over, een Zweedse oude vrijster van onbestemde leeftijd die erg van praten hield, maar haar zaakjes beter op orde had. Birgitta was degene die de maandelijkse huur van de Gasko's incasseerde gedurende hun tijd in de The Princess Eugenia. Altijd in knisperend nieuwe bankbiljetten, naar verluidt. In een interview vertelt Birgitta haar standaardgrapje als ze die gladde biljetten aanpakte: 'O Carol, did you rob the bank again?'

In de smakeloze Princess Eugenia bivakkeerden we liever dan in het filmische doch spookachtige Embassy vanwege de hoeveelheid ruimte. We hebben er de uit de hand gelopen verbouwing van ons huis in 1997 afgewacht, (vier maanden), we hebben er drie maanden gezeten na de dood van mijn vader (1996), ik heb er mijn debuut, Het Geweten, geschreven.

Toen we in 1998 voor de eerste keer besloten écht in Santa Monica te gaan wonen, zochten we wekenlang vanuit the Princess Eugenia naar een flat. Onze oppas huurde in 1999 voor een jaar een studio in The Embassy, waar ik overdag mijn tweede boek De Dochter schreef als zij op de kinderen paste.

En er is nog iemand die wij in The Princess Eugenia op de Tony Soprano van Boston hebben afgestuurd. Toen Ayaan Hirsi Ali werd bedreigd, na haar optreden in Rondom Tien, eind 2002, zorgden wij liefdevol dat ze kon onderduiken op de plek waar wij ons zelf altijd het veiligst voelden (sic): The Princess Eugenia in Santa Monica. Over ironie gesproken. Na drie maanden op nummer 203 te hebben gewoond, onder de oude 'Gasko's', wier appartement (by the way) geheel vol lag met wapens en munitie (en 820 duizend dollar in bankbiljetten) en inmiddels tot de beste vriendin van de Zweedse Birgitta gekroond, zwichtte ze voor het verzoek van Neelie Kroes om naar de VVD over te stappen. Direct na thuiskomst uit The Princess Eugenia werd Ayaan lid van het parlement, op het VVD-congres in Noordwijkerhout.

Een geweldige locatie was het wel die 'Whitey' en wij hadden gekozen. Drie blokken van de oceaan vandaan, met zijn boardwalk en eindeloze strand, vlakbij de zogenoemde Promenade van Santa Monica. Dat is nu een glanzende, commerciële hemel voor koopverslaafde vakantievierders, toen was het een wat smoezelig, doch spannend voetgangersgebied met veel slaperige en dronken homeless people met hier en daar een merkwaardig commercieel experiment. Hippe winkeltjes naast oude slechtlopende zaken. Winkels in stoffen en afgekeurde lakens naast een treurig filiaal van Sears. Ook: een fijne chaotische boekhandel waar beatnikachtige langharigen je obscure dichters aanpraatten, die het toen al moest opnemen tegen Barnes & Noble (wat ze verloren), en drie bioscopen.

's Avonds was het er begin jaren negentig niet altijd even veilig maar elke keer dat we er kwamen, waren winkels van eigenaar veranderd en van assortiment en werd het drukker en minder duister. Het gaf je de gelegenheid ergens heen te wandelen, naar een soort centrum, iets waartoe de rest van LA geenszins uitnodigde. LA is niet voor wandelaars, Santa Monica wel.

Santa Monica is een levendige slaapbuurt van vooral appartementengebouwen met rent control en vriendelijke, milieubewuste en sociaal voelende linkse bewoners, die op woensdag en zaterdag de farmers market afstruinen op zoek naar de beste onbespoten groente en fruit en de liefdadigheid jegens de vele zwervers en gekken ondersteunen die in groten getale op de stranden afkomen. Een prima buurt om onder te duiken, voor wat je ook maar ontvluchten wil. Een onschuldige, politiek correcte buurt.

En dan die zwervers en gekken. Een van de gekken kenden we van dichtbij. Tigergek noemden we hem. Elke dag hoorden we aan de overkant van de straat met een mengsel van weerzin en deernis het wanhopige geroep van een gestoorde figuur in een wijde broek met bretels die een kat verzorgde die in de tuin van het hoofdgebouw woonde: Tiger. De man kwam elke dag van ver om Tiger eten te geven en toe te spreken als een verliefde. Tiger gedroeg zich als een ongenaakbare prinses, ze liet zich niet vaak zien, en waar de oude man de eerste jaren nog klonk als iemand die een kat riep, verwerd dat roepen door de tijd heen tot heus jammeren - tot het werkelijk niet meer te onderscheiden was van huilen, janken zelfs. 'Tííger!!!!'

Tigergek. Zijn wolvengehuil ging door merg en been. We kwamen niet meer bij, deden hem na waar we konden. Jarenlang was hij een vaste figuur naar wie we uitkeken, zodra we Santa Monica binnenreden en 'thuis', bij ons gebouw, aankwamen. De kinderen scandeerden zijn bijnaam met gusto. 'Daar is hij, daar is Tigergek!' Een kindervriend was het niet. Als de kinderen de kat wilden aaien, werden ze met angstaanjagende kreten door hem weggejaagd. Tigergek kon nauwelijks praten, maar als hij iets uitbracht ging het over die kat.

Tigergek. Of het orakel van Delphi? Oordeelt zelf.

Het was uiteindelijk niemand minder dan de ongenaakbaarste kat ter wereld, Tiger, die de wereld zou verlossen van een van zijn meest gezochte misdadigers.

Na 2007 werden The Embassy net als The Princess Eugenia onbetaalbaar. Het hotel was gerestaureerd, Santa Monica werd steeds toeristischer, we kwamen er niet meer. In 2008 gingen we in de buurt wonen en als we langs ons oude hotel reden, vroegen we ons terloops en wat weemoedig af of Tigergek nog leefde. Zien deden we hem in elk geval niet meer. We vermoedden dat hij dood was.

Pas toen de verhalen over de ontdekking en arrestatie van Whitey Bulger doorkwamen, toen duidelijk werd dat de IJslandse die hem had aangegeven net als wij indertijd jaarlijks maandenlang in Santa Monica verbleef voor ze weer terugging naar Reykjavik, toen pas drong tot ons door wie de echte oorzaak was geweest van Bulgers val.

Niet voor niets de grote onbeantwoorde liefde van onze Tigergek, was Tiger na de onvermijdelijke dood van haar grootste fan meteen liefdevol geadopteerd door mensen met het hart op de juiste plaats. Elke dag zette Carol Gasko, met haar man Charley naast zich, een schoteltje eten voor haar neer, 's morgens en 's avonds.

Anna Bjornsdottir, de IJslandse die naast het hotel woonde, maakte vaak een praatje met het echtpaar, meestal over de kat en haar overleden aanbidder, onze Tigergek. Tot Anna, terug in Reykjavik, op CNN de lijst van most wanted criminals voorbij zag komen en haar kattenvrienden herkende.

Charley en Carol Gasko. Veilig ver weg als ze zat aarzelde ze niet en belde de FBI. Toen de politie appartement 303 binnenkwam, bleek dat hetzelfde grijze vervallen interieur te hebben als alle andere, op een paar details na: er waren grote gaten in de muur gehakt om de wapens en het geld in te verbergen en aan de muren hingen de foto's van een kat.

Het was Tiger, uiteraard.

Credit: Most wanted
James Joseph 'Whitey' Bulger werd op 3 september 1929 in Boston geboren. Al op jonge leeftijd kwam hij in aanraking met justitie. In juni 1956 werd hij opgepakt en veroordeeld tot 25 jaar cel. Een deel van zijn straf zat hij uit op het beruchte gevangeniseiland Alcatraz. In 1965 kwam hij vervroegd vrij en werd lid van de (Ierse) maffia. In 1979 werd hij leider van de Winter Hill Gang. Twintig jaar later belandde Bulger op de most wanted list van de FBI.

Credit
: James (Whitey) Bulger is op 12/8/2013 veroordeeld voor de rest van zijn leven, Catherine Greig kreeg acht jaar. Sinds de arrestatie van Bulger en Greig heeft niemand Tiger de kat nog gezien.