'Mahlercyclus is ook voor de massa's'

Populaire cultuur scoort, meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week. De liefhebber zoekt het gemak en doet mee met de anderen....

'Here we are now. Entertain us. Kurt Cobain sneerde begin jaren negentig in Nirvana's Smells like teen spirit al over de passieve consument die weer eens lekker vermaakt wil worden. De aanklacht blijkt ruim een decennium later nog altijd actueel.Wie vandaag de dag een cultureel evenement bezoekt, zegt Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, zoekt vooral het gemak. Hapklare brokken. Niet te veel verdiepen van tevoren, zoals serieuze kunst soms vraagt. 'Inderdaad: vermaak ons.'Of het een zorgelijk bericht was, eerder deze week, van het Sociaal en Cultureel Planbureau, daarover twijfelen de onderzoekers zelf ook. Statistieken over de periode van 1983 tot 2003 wijzen uit dat de populaire kunst het goed doet. Musicals, pop, film en cabaret scoren. De belangstelling voor de traditionele kunstuitingen, zoals beroepstoneel en klassieke concerten, wisselt sterk. Lezen zit in het slop. Saillant gegeven: onder hoger opgeleiden loopt de culturele belangstelling terug. Andries van den Broek, een van de opstellers van het rapport Cultuurminnaars en cultuurmijders: 'Je kunt op z'n minst zeggen dat cultuur zich in de concurrentieslag op het terrein van vrijetijdsbesteding heeft gehandhaafd .'Klamer heeft wel een verklaring waarom het publiek, hooggeschoolden incluis, steeds meer de apathische houding verkiest. 'Overdag is er kennelijk een overdaad aan impulsen. Dan heb je 's avonds bij wijze van spreken genoeg aan de televisie.' Hij is niet verbaasd dat vooral de populaire evenementen in trek zijn. 'Mensen zijn sociale wezens. Ze doen snel wat anderen ook doen.'Hij legt ook de verantwoordelijkheid bij de sector. 'De kunst, zeker de moderne kunst, heeft een probleem. Het is ongrijpbaar, moeilijk. Er is geen aansluiting met het publiek. Het geldt als een soort taboe om daarover te praten. Ik verwacht dat het gat alleen maar groter zal worden.'Cultuurfilosoof René Boomkens, hoogleraar sociale en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, meent dat er nauwelijks nog een grens tussen populaire en traditionele cultuur bestaat. 'Er is veel meer tolerantie. Neem een cd van Bruce Springsteen. Dat kun je als een louter commercieel product zien, maar je kunt er inhoudelijk ook over discussiëren. Waarom zou je soaps nog vergelijken met Shakespeare? Beoordeel een soap als soap. Ik geloof dat er uiteindelijk maar een klein reservaat overblijft dat zich vastklampt aan zogenaamde elitecultuur.'Maar ook de branche zelf draagt bij aan de vervaging van de scheidslijnen. 'Elk jaar een Mahlercyclus, een expositie van de neo-expressionisten of Van Gogh. Dat behoort tot de canon, maar het is inmiddels ook voor de massa's.' Wel wijst hij erop dat de, vooruit maar, populaire cultuur, veel 'makkelijker beschikbaar' is. 'Wie naar iets moois van Sjostakovich wil, moet zich goed informeren. Dat 50 Cent optreedt, komt elke dag voorbij op radio of tv.'Dat de culturele belangstelling onder hoger opgeleiden taant, vindt het SCP niet zo verrassend. Onderzoeker Van den Broek wijst erop dat naast het brede spectrum aan alternatieven cultuur ook vanzelfsprekendheid verloren heeft. 'Niemand vindt het raar dat tegenwoordig een notaris op de racefiets stapt in plaats van een concert te bezoeken. Universiteiten worden niet meer alleen bevolkt door studenten uit milieu's waar cultuur tot de opvoeding behoorde.'In 1998 veronderstelde het SCP nog een 'scheiding der geesten'. De stemming onder de rapporteurs is nu iets minder somber. Steeds meer jongeren gaan naar musea. Dertigers, veertigers en vijftigers blijven hun helden uit de pop en de film volgen. Het SCP spreekt nu van een 'vermenging van geesten': de liefhebber bekijkt elitekunst en bezoekt een week later een musical van Van den Ende.Van den Broek: 'Ik geloof wel in consolidatie. Maar de sector zal zich in de strijd om aandacht moeten manifesteren.' De populaire cultuur is dan wel in het voordeel, beseft hij. 'Een spektakelstuk laat zich makkelijker communiceren dan begrippen als verstilling en concentratie .'