'Je ligt op kop en de wind valt weg. Wat doe je dan?

Vanaf haar rubberen boot tuurt scheidsrechter Josje Hofland naar heen en weer bewegende masten. Zo let ze bij de Olympische Spelen op zeilers die hun boot een onreglementair zetje proberen te geven.

'Stel je voor: je zit in een Laserbootje en je hebt nog 200 meter te gaan voor de finish. Je ligt op kop, maar ineens valt de wind weg. Je zit vast in dat wak terwijl je concurrenten verderop wél wind vangen. Ze komen dichterbij, je ziet die gouden medaille door je vingers glippen: wat doe je?

Het overkwam een Belgische zeilster bij de WK in december. Ze begon wat te schommelen in haar boot, te rukken aan haar zeil. Alles om die boot weer een beetje in beweging te krijgen. Op zo'n moment kan een scheidsrechter niet anders dan op zijn fluit blazen, wapperen met de vlag en luidkeels het bootnummer roepen.

Regel 42 schrijft voor dat een zeiler alleen wind- en golfkracht mag gebruiken om zich voort te bewegen. Surfers hebben die regel niet en dat leidt op een windstille dag tot een bizar schouwspel. Allemaal mannen en vrouwen die als gekken met hun zeil staan te pompen om vooruit te komen. Wie de dikste spieren heeft, wint. Bij windsurfen vinden ze dat acceptabel, maar bij alle andere zeildisciplines niet. Daar is de regel: je moet winnen met zeilkunst.

Bij een Finnjol weegt het mannetje minder dan het bootje: er is power nodig om het bootje te laten bewegen en dan valt een schommeling al snel op. Maar bij een lichte Laser kun je subtieler bewegen om het zelfde schommeleffect te krijgen. Even van stuurboord naar bakboord leunen en weer terug. Zogenaamd om te kijken of er wind is, maar eigenlijk om net wat extra vaart te krijgen om van een golfje af te kunnen rollen.

Vanaf twee rubberen motorboten, met elk twee scheidsrechters, houden we een veld van zo'n 25 tot 30 boten in de gaten. Bij een wind van 6 tot 8 knopen - windkracht 2 tot 3 - weet ik dat ik extra moet opletten. Bij minder wind zijn er nauwelijks golven en dan valt illegale voortbeweging te veel op. Bij hardere wind heeft het meestal geen zin om te pompen of schommelen: dan loop je het risico dat je omslaat.

Zeker als boten voor de wind varen, rollen ze op de golven. Vanaf een meter of honderd kijk ik naar hoe de masten heen en weer gaan. Als bij een boot de mast opvallend ver uitslaat of als dat in een ander ritme gebeurt dan de rest, is dat voor mij een signaal. Zo van: 'Joehoe, kom eens naar me kijken.' Dan varen we erheen om te zien wat er aan de hand is.

Misschien heerst er plaatselijk een andere wind of golfslag en verklaart dat de beweging van de mast. Prima, dan is er niks aan de hand. Maar als de zeiler het rollen zelf veroorzaakt, is er sprake van een overtreding. Doe je dat één keer, dan moet je twee rondjes zeilen. Vervelend, want dat kost je al gauw een paar plekken ten opzichte van je concurrenten. Maar als je een tweede keer wordt betrapt, moet je de wedstrijd verlaten en krijg je een DNF achter je naam: Did Not Finish.

Een paar keer wrikken met je roer om nét om de bovenboei heen te kunnen sturen; zo'n overtreding ziet zelfs een leek. Maar sommige overtredingen van regel 42 zijn subtieler, geraffineerder. Als een zeiler overstag gaat, mag hij de boot laten overhellen. Als je hem dan weer rechttrekt, accelereert hij. Bij weinig wind is het dan verleidelijk om vaak overstag te gaan, om zo je boot een stukje vooruit te pompen.

Herhaaldelijk overstag gaan geldt daarom ook als illegale voortbeweging, maar niet altijd. Bij een overstagduel, waarbij twee boten elkaar proberen in te halen, mag het wel. De achterste boot valt aan: hij probeert weg te zeilen van zijn voorganger. Immers, door achter je voorganger aan te zeilen, kom je hem niet voorbij. De voorste boot verdedigt, hij klapt mee met zijn achtervolger zodat hij tussen de aanvaller en de finish blijft. Achtervolger overstag? Dan ik ook overstag. Achtervolger nog een keer overstag? Dan ook ik weer overstag.

In zo'n geval is het géén overtreding van regel 42. Maar je voelt al aan dat er een schemergebied is, waarbij ik moet afwegen of ik moet fluiten voor illegale voortbeweging. Op een dag met weinig wind zoeken zeilers die grens op. Ik vergelijk het wel eens met aandelen kopen: hoe hoger het risico, hoe hoger het rendement. Maar ook: hoe harder de val als het misgaat.'