'De affaire-Bax waarschuwt ons hoe het systeem kan ontsporen'

Een drietal van de Vrije Universiteit kreeg als taak de fraude van oud-hoogleraar politieke antropologie Mart Bax te inventariseren.

Historici Michiel Baud en Susan Legêne en antropoloog Peter Pels onderzochten voor de Vrije Universiteit de beschuldigingen aan het adres van de frauderende oud-hoogleraar politieke antropologie Mart Bax, die tussen 1965 en 2002 in dienst was van de VU.

Zelfplagiaat, arbeidsrechtelijke fraude, ernstig wetenschappelijk wangedrag. Had u dat verwacht?
Baud: 'We zijn met een open vizier in deze zaak gestapt. Het was schokkend om ons te realiseren dat Bax zo systematisch jaar in jaar uit zijn eigen prestaties heeft opgeblazen. Dat had ik van tevoren niet verwacht.'

Legêne: 'De omvang van zijn wangedrag was aanvankelijk voor niemand duidelijk.'

Is de affaire-Bax omvangrijker dan de fraude van Stapel?
Baud: 'Dat is appelen met peren vergelijken. Er wordt gezegd: Bax heeft 64 niet-bestaande publicaties en Stapel maar 54 valse artikelen. Maar de aard van de misleiding was anders. Als het onderzoek van Bax net als bij Stapel een hele stroom van promovendi had gegenereerd, was dat een groot probleem. Maar dat is niet zo.'

Pels: 'Aan de inhoudelijke discussie heeft Bax minder schade aangericht dan je op basis van ons rapport zou verwachten. Ik vergelijk Stapel eerder met de gelekte documenten van klimaatwetenschappers. De hele klimaatwetenschap heeft daardoor een klap gekregen. Zoiets heeft Stapel ook teweeggebracht. De sociale psychologie wordt niet meer vertrouwd.'

En de antropologie nog wel?
Pels: 'Het beeld dat antropologen einzelgängers zijn die zich niet in hun data laten kijken en overal pseudoniemen op plakken, klopt niet. Dat is absoluut niet het beeld dat ik van mijn discipline heb, ook niet uit de tijd van Bax.'

In die tijd experimenteerden VU-antropologen met literaire fictie als stijlmiddel. Bax' collega Daniël Meijers bijvoorbeeld. Zoiets had toch in de ban gemoeten?
Pels: 'Misschien is deze discussie aanleiding om het proefschrift van Meijers er weer eens bij te halen. Daarin voert hij een duizend jaar levende rabbi op om de ontwikkeling van het judaïsme te beschrijven. Enige fictie is onvermijdelijk in de sociale wetenschap. De observatie van sociaal gedrag door een onderzoeker is altijd gebaseerd op een beperkt aantal waarnemingen, die alleen met retorische middelen - met de ficties van de statistiek of van de kwalitatieve generalisatie - tot een geheel kunnen worden gesmeed. Schaf je die af, dan schaf je de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt af.'

U had drie lange gesprekken met Bax. Hoe kwam hij op u over?
Baud: 'De man met wie wij praatten was een ander dan de man die dertig, veertig jaar geleden het onderzoek deed. Hij is een oudere man met een niet erg goed geheugen. Wij hadden steeds dit probleem: laat zijn geheugen hem in de steek als het hem uitkomt, of is het ouderdom?'

U bezocht het Brabantse klooster waarop Bax zijn omstreden oratie over 'Neerdonk' baseerde, een klooster dat volgens deskundigen onmogelijk kan bestaan. Waar bent u exact geweest?
Baud: 'Dat is vertrouwelijk, maar wij kunnen zeggen dat er een klooster bestaat in Brabant waar wij zijn geweest.'

U oordeelt harder en stelliger over zijn Brabantse oratie dan over zijn publicaties over het Bosnische bedevaartsoord Medjugorje, terwijl juist die meer gevolgen heeft gehad voor de wetenschap.
Pels: 'Misschien klinkt ons oordeel over zijn Brabantse werk harder omdat je daar heel goed ziet wat er misgaat. Schrijven alsof iets feitelijk is gebeurd en er zoveel detail bij halen dat het lijkt alsof de schrijver er zelf bij is geweest.'

Baud: 'Wij hebben ervoor gekozen niet naar Medjugorje te gaan; dat had ons meer tijd gekost. We hadden contact met een aantal experts. Sommigen zeiden ons: Bax had een heel interessante visie en er gebeurde ook wel het een en ander. Wij vonden het moeilijk om in dat debat een duidelijke positie in te nemen.'

Naast anonieme informanten baseerde Bax zich in Medjugorje ook op gesprekken met 'echte' Bosnische historici en op lokale publicaties die niet bestaan. Dat kan hij toch alleen maar zelf hebben verzonnen?
Baud: 'Eigenlijk zeggen we in ons rapport: ja, dat is heel waarschijnlijk. Maar wij hebben zo zorgvuldig mogelijk geprobeerd om het bewijsbare, het aannemelijke en het onbewijsbare uit elkaar te houden.'

U liet zijn proefschrift uit 1973 - dat onder Ierse wetenschappers als controversieel geldt - buiten beschouwing.
Baud: 'Ja, ook omdat wij voor de VU aan de slag waren, en Bax voltooide zijn proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam. Maar als de UvA zou beslissen om er iets mee te doen, zou me dat niet verbazen.'

De VU onderschrijft uw conclusies, maar neemt als enige maatregelen het online zetten van uw rapport en het verwijderen van valse publicaties uit het eigen registratiesysteem.
Baud: 'Dit is een moeilijke zaak. Veel collega's en studenten lezen ons rapport en denken: moet er niets gedaan worden? Anderzijds, dit is een zaak die in een tamelijk ver verleden heeft plaatsgevonden. Juridische maatregelen zijn moeilijk te nemen.'

Welke lessen moet de wetenschap trekken uit de affaire-Bax?
Baud: 'Er bestaat het gevaar dat je gaat denken: elke collega is een potentiële charlatan. Maar dat geloof ik niet. Ik denk dat Bax een heel geïsoleerde casus is. Bax heeft zich volkomen teruggetrokken uit welke discussie dan ook en is nooit op kritiek ingegaan.'

Legêne: 'Mijn studenten zijn geïnteresseerd in de vraag hoe zoiets überhaupt heeft kunnen gebeuren. Voor hen is dit behoorlijk aangrijpend, omdat dit het vertrouwen in hun docenten ter discussie stelt. In de tijd van Bax hakten hoogleraren elkaar in mootjes, maakten ze eilandjes en moesten ze allemaal de beste zijn. Zo'n klimaat moeten we niet meer willen. Het is ook een waarschuwing voor het systeem, dat studenten met elkaar laat concurreren omdat ze allemaal excellent moeten zijn en zichzelf met een dijk van een cv in de markt moeten zetten.'