speciale editie

Er vergleed bijna een halve eeuw voordat de Volkskrant serieus aandacht begon te schenken aan literatuur

null Beeld

De warme band tussen de Volkskrant en de literatuur begint op 15 februari 1969, 48 jaar na de oprichting van de krant. Op die dag staat er in de krant een kort berichtje: ‘Welkom, Kees Fens’. Fens komt over van De Tijd en vanaf dat moment is de Volkskrant een gezaghebbend criticus rijker: voor het eerst in bijna een halve eeuw.

Klik hier om naar de speciale Editie over boekenliefde te gaan

Niet dat de krant daarvoor de literatuur negeerde. In de eerste jaren na WO II is de schrijver Godfried Bomans chef-kunst. De dichter Gabriel Smit schrijft met enige regelmaat een deftig essay over de letteren. Maar voor een serieuze bespreking van een nieuw boek, zoals die bijvoorbeeld zijn te vinden in Het Parool en De Telegraaf, moet je een andere krant lezen.

Zou je voor de naoorlogse literatuurgeschiedenis zijn aangewezen op de Volkskrant, dan zou je een tamelijk onvolledig beeld krijgen. Aan de debuten van Hermans (Tranen der acacia’s) en Van het Reve (De avonden) wordt bijvoorbeeld geen of slechts terloops aandacht besteed. In 1958 verschijnt Hermans’ De donkere kamer van Damokles, algemeen gezien als een van de hoogtepunten in de naoorlogse Nederlandse literatuur. Aan de lezers van de Volkskrant gaat het ongemerkt voorbij.

In een stuk over Werther Nieland van 3 september 1949 schrijft Smit: ‘De schrijver is dezelfde Van het Reve die – twee jaar geleden – bekroond werd (met de Reina Prinsen Geerligsprijs voor het beste debuut, BW). Toen was zijn voornaam Simon, misschien kan hij het nog eens met een andere naam proberen, want deze naamsverandering heeft geen enkele verbetering of vernieuwing opgeleverd.’

De Volkskrant is dan nog een katholieke krant, en hangt nog de katholieke literatuurbeschouwing aan. Nog in 1958 besteedt de krant ruim aandacht aan het rapport van de ‘Werkgroep Lectuurlijst Nederland’ over welke boeken wel en welke vooral niet geschikt zijn voor onze middelbare schooljeugd. De commissie heeft bezwaar tegen Hugo Claus, Louis Paul Boon, Harry Mulisch en Simon Vinkenoog, ‘vooral omdat in dit soort boeken de erotiek niet staat in dienst van liefde’.

Maar dan komt Fens, die de literatuur op de kaart zet met een wekelijkse boekrecensie, die ordent, oordeelt en vergelijkt. Hij fietst eindelijk het boek de krant in. De katholieke Fens heeft nog zijn reserves bij Turks Fruit van Jan Wolkers, maar hij leest het en hij schrijft erover. Precies op tijd, de babyboomers zijn volwassen geworden en leggen een grote leeshonger aan de dag. Niet alleen lezen zij Nederlandse auteurs, de boekhandel stroomt over van de moderne Franse, Duitse en Engelstalige schrijvers. De Volkskrant weet wat haar te doen staat, de krant heeft een haarfijne antenne voor de tijdgeest: de literatuur staat in het centrum daarvan.

Boekenbijlage

Van het een komt het ander: in de loop der jaren komt er een aparte boekenbijlage en een boekenredactie die op zeker moment uit zeker tien vaste krachten bestaat.

De Volkskrant is een kwaliteitskrant en het intellectuele gehalte wordt bewezen door de ruime boekenredactie en de dikke boekenbijlage. Vanaf 1988 verschijnt op zaterdag de non-fictiebijlage Folio, die in 1996 opgaat in de boekenbijlage Cicero. Een krant die zich zoveel chique luxe kan veroorloven moet wel goed zijn; de lezer die op zaterdag al die kennis tot zich neemt mag zich een intellectueel noemen. De Volkskrant is een krant voor maatschappelijke klimmers en dat komt tot uiting in de almaar toenemende aandacht voor Het Boek.

Nu is alles weer mee veranderd met de huidige tijdgeest – de flexibiliteit van de Volkskrant kent geen grenzen en de boekenredactie heeft nog drie vaste medewerkers.

Onmogelijke klus

Hans Bouman, die de top-100 van boeken verschenen tijdens het bestaan van de Volkskrant samenstelde, nam een onmogelijke klus op zich. Een Nederlandse lijst had redelijkerwijs nog tot de mogelijkheden behoord, maar een wereldwijde ranglijst is vragen om problemen – dus Boumans moed moet worden geprezen.

Je kunt enthousiast instemmend knikken bij sommige keuzes of in een verontwaardigd boegeroep ontsteken bij andere. (‘Wat doet Kroeglopen van Simon Carmiggelt in godsnaam op een lijst van 100 beste boeken van de afgelopen eeuw?’). Maar dat is juist leuk. Dit is een subjectieve ranglijst die per definitie niet klopt en waarover eindeloos valt te discussiëren, zonder uitzicht op een definitief oordeel.

Eén ontwikkeling laat ik daarbij nog buiten beschouwing. Een paar jaar geleden deed zich in boekenland een opmerkelijke kentering voor: het aantal verkochte non-fictietitels oversteeg voor de eerste keer de verkoop van fictietitels. Die tendens heeft zich daarna voortgezet.

Waarheid

Dat wijst op een radicaal veranderde leesgewoonte: de lezer van 2021 vindt de werkelijkheid al spannend genoeg, hij wil waarheid en geen bedachte waarheid.

Er staat in Boumans top-100 maar één boek dat behoort tot de stroming van de New Journalism, die de werkelijkheid beschrijft met literaire middelen: In Cold Blood van Truman Capote. Ook Een man van de journaliste Oriana Fallaci zou je er nog toe kunnen rekenen, voor de rest is het het bedachte verhaal dat de klok slaat.

Dat betekent dat in de top-100 van beste boeken een belangrijke categorie is genegeerd. Nog altijd wordt gedaan alsof fictie, de roman, de enige ware kunst betreft. Wie wekelijks de boekenbijlage van de Volkskrant leest, weet dat ze daar niet zo denken. Menigmaal overtreft het aantal besproken non-fictietitels de gerecenseerde fictie. Dit tot verdriet of zelfs woede van sommige old school-literatuurlezers, voor wie fictie nog altijd het enige en het al is.

Waarom eigenlijk?

(Deze vraag zal ik een andere keer beantwoorden en bij die gelegenheid zal ik tevens mijn eigen top-100 presenteren, waarvan meer dan de helft zal bestaan uit non-fictie.)

Deze top-100 kan worden gezien als het afscheid van en een hommage aan het tijdperk van de fictie. De verandering hangt in de lucht, je ziet hem aankomen in de lijst van Hans Bouman: slechts drie van honderd beste boeken zijn gepubliceerd tussen 2010 en 2021. In het eerste decennium, tussen 1921 en 1930, zijn het er nog tien.

Bert Wagendorp is columnist/verslaggever van de Volkskrant en auteur van onder meer de romans Ventoux (2013), Masser Brock (2017) en Ferrara (2019).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden