ten geleidejubileumspecial

De krant moet bescheiden zijn: morgen weten we meer dan vandaag

null Beeld

Of ze het nu ambiëren of niet: journalisten zijn de historici van de meest recente, nog niet gestolde geschiedenis. Het stoffelijk overschot van Pim Fortuyn was nog niet naar het mortuarium overgebracht toen al druk werd gespeculeerd over de betekenis van de moordaanslag waarvan hij het slachtoffer was geworden. De Twin Towers brandden nog toen de eerste pogingen werden ondernomen om het historische belang van hun verwoesting te wegen.

Voor de Volkskrant stond al vast dat in Tsjecho-Slowakije een communistische staatsgreep gaande was vóórdat Jan Masaryk, de minister van Buitenlandse Zaken van dat land, door onbekenden uit een hoog gelegen raam van zijn ministerie was geduwd (‘gedefenestreerd’).

In 1947, bij het begin van de eerste ‘politionele actie’ in Indonesië, putte de krant zich uit in rechtvaardigingen voor dit optreden. Ook met het oog op de wijze waarop latere historici over deze episode zouden schrijven: zij moesten vooral niet denken dat Nederland uit was op herstel van de koloniale verhoudingen, en zelfs niet op de vernietiging van de door Soekarno uitgeroepen republiek (een wenk waaraan die historici overigens geen gehoor hebben gegeven).

Toen de ‘Nacht van de Lange Messen’ in nazi-Duitsland nog slechts een gerucht was, stond voor de Volkskrant al vast dat Adolf Hitler er zijn machtspositie mee had versterkt. In die conclusie klonk overigens enige voldoening door: nu Hitler de SA – het meest radicale onderdeel van het nazi-apparaat – had uitgeschakeld, zou hij vast meer tot matiging zijn geneigd.

In deze speciale Jubileumeditie, ter ere van het 100-jarig bestaan van de Volkskrant, kunt u ook teruglezen dat dit niet de eerste keer was (laat staan de laatste) dat de krant problemen had met de duiding van Hitler en diens plek in de geschiedenis. Al in 1924, na Hitlers veroordeling tot een (milde) ‘vestingstraf’ vanwege zijn betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep in het voorgaande jaar, meende de Volkskrant hem definitief te kunnen afschrijven – zijn retorische kwaliteiten ten spijt.

En tijdens de Fins-Russische Winteroorlog (1939-’40) vertegenwoordigde nazi-Duitsland voor de krant een kleiner kwaad dan de Sovjet-Unie. Daaruit sprak niet zozeer sympathie voor het nationaalsocialisme – de Volkskrant liet geen gelegenheid onbenut om haar verachting voor de NSB te tonen – maar angst voor het communisme.

De Volkskrant was tenslotte een dagblad voor het rooms-katholieke volksdeel. Die identiteit uitte zich in de genereuze aandacht voor het katholieke vakbonds- en verenigingsleven, maar dus ook in de alom beleden afkeer van het atheïsme – dat voor de krant ongeveer uitwisselbaar was met communisme.

Mogelijk werd het communisme als wereldomvattend fenomeen ook bedreigender geacht dan het nationaalsocialisme, dat niet als exportartikel werd gezien. In die opvatting voelde de krant zich gesterkt toen de NSB van Anton Mussert bij de Kamerverkiezingen van 1937 niet meer dan 4 procent van de stemmen vergaarde.

Juist vanwege hun onvolkomenheden zijn deze waarnemingen voor hedendaagse (amateur-)historici zo interessant. Ze illustreren de begrensdheid van het blikveld waarbinnen journalisten per definitie opereren, en ze verklaren de argeloosheid waarover het nageslacht zich nog weleens wil verbazen.

Die verbazing neemt al gauw de vorm aan van meewarigheid of gratuite boosheid: wisten die lui vroeger echt niet beter, of hadden ze niet beter moeten weten? En zo wordt het verleden getoetst aan de moraal van nu: een oefening die altijd uitvalt in het voordeel van de hedendaagse normering, maar die miskent dat het verleden nu eenmaal een vreemd land met eigen normen en een eigen taal is.

In dat vreemde land spraken verslaggevers er bij de Olympische Spelen van 1928 hun afschuw over uit dat vrouwen deelnamen aan de 100 meter sprint, werd Hitler een bevriend staatshoofd genoemd, werd de oorlog in Indonesië als een weldaad voor de Indonesiërs aangeprezen, en werd Martin Luther King onbekommerd ‘negerleider’ genoemd – een woord dat volgens morele puristen nu zelfs niet meer tussen aanhalingstekens mag worden gebruikt.

De krant wist het ook allemaal niet, zoveel is na zo’n dertig afleveringen van de artikelenserie ‘100 jaar Volkskrant’ wel duidelijk. En zij was zich daar zelf terdege van bewust. In die zin was de krant niet alleen feilbaar, ze was ook eerlijk: morgen weten we weer een beetje meer dan vandaag.

Dat maakt de interactie tussen de kennis van nu en de kennis van toen ook zo boeiend. De stukken die Jan van Wieringen, de eerste Volkskrant-correspondent in de Verenigde Staten, in de vroege jaren tachtig over aids schreef, waren hoe dan ook indrukwekkend, maar ze zijn het nog meer als je ze leest in de wetenschap dat de auteur ook zelf aan de ziekte is overleden.

De oproep aan lezers om de verwevenheid van hun persoonlijke geschiedenis met die van ‘hun’ Volkskrant te beschrijven, resulteerde in verhalen van mensen voor wie het verleden het land van herkomst was. U kunt het allemaal teruglezen in deze Jubileumeditie. Ook treft u in deze Editiespecial drie jubileumquizzen aan, die u uitdagen om kennisvragen te beantwoorden zonder raadpleging van Wikipedia. In het slothoofdstuk van deze Jubileumeditie herpubliceren we drie bijzondere producties die in het laatste kwart van ‘de eeuw van de Volkskrant’ de tongen los maakten.

Voor de lezer is de krant een vast onderdeel van het leven. Hij is dus niet dol op veranderingen, laat staan op experimenten. Of het nu gaat om het formaat van de krant, haar indeling of haar vormgeving: veel lezers zouden willen dat alles bij het oude bleef. De digitale krant en de kleurenfotografie werden door velen als een vorm van nieuwlichterij ervaren. Toch zijn ze zich verbonden blijven voelen met een krant die weinig meer gemeen heeft met die van 25 of 50 jaar geleden. De krant deint nu eenmaal mee op de golven van de tijd. Elke dag houdt ze ijverig de tussenstanden van het nieuws bij. Alleen in oude kranten komt het nieuws tot rust, en stolt ze tot geschiedenis.

Sander van Walsum, verslaggever de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden