ter redactieboekenredacteur arjan peters

Boekenredacteur Arjan Peters: ‘Eén ster maakt mij veel nieuwsgieriger dan drie sterren’

Arjan Peters recenseerde het Boekenweekgeschenk en het -essay voor de Volkskrant. Waar let de boekenredacteur op? ‘Liefde, oorlog, dood. Daarmee heb je de verhaallijnen wel. Waar verhalen wel van elkaar verschillen, en dan ook echt heel erg, is hoé de auteur het brengt.’

Een onafscheidelijke combinatie: Arjan Peters en een boek.Beeld Sabine van Wechem

Arjan Peters leest ongeveer een boek per dag. Élke dag. ‘Alleen als ik op vakantie op een heel mooie plek ben, denk ik weleens een dag: hè hè, even niet’. Hij heeft het nog niet gezegd, of hij komt er al op terug. ‘Nou, een hele dag is overdreven. Ik heb altijd een boekenkoffertje mee. Als ik een uurtje heb gezwommen ga ik toch weer op zoek naar mijn boek.’

Je hebt af en toe-lezers en vakantielezers, je hebt fanatieke lezers, en je hebt iemand als boekenredacteur Peters, die van lezen zijn levenstaak maakte. Ook bijvoorbeeld een treinreis is vooral een tijdvak om in te lezen. ‘Ik krijg erg vaak herinneringen van de NS: u bent vergeten in- of uit te checken.’ Met opgetrokken wenkbrauwen: ‘Ik heb dan geen idee waar dat moet zijn geweest.’

Ben je het nooit even zat, dat lezen?

‘Néé. Zeker niet. Een boek lezen is op avontuur gaan.’ Een glimlach. ‘Wie zegt er nou nee tegen een avontuur?’

Peters bestiert samen met chef Wilma de Rek de boekenpagina’s van de Volkskrant. Al 28 jaar werkt hij voor de boekenredactie, sinds 16 jaar als vaste redacteur. Gedurende zijn carrière is er behoorlijk wat veranderd in het boekenlandschap. ‘Toen ik studeerde, waren er zestig plekken waar een nieuw boek werd gerecenseerd. Alle kranten, alle weekbladen, alle kleine regionale publicaties hadden hun eigen recensenten.’ Nu is er nog maar een handvol plekken over, zes of zeven denkt Peters. Waaronder de Volkskrant.

‘Als je niet op een van die plekken staat, bestaat het boek bijna niet. Een van de functies van een boekbespreking is een gesprek openen. Als je boek niet wordt besproken, houdt dat al op. Dan moet je een boek gewoon oppakken in de boekwinkel terwijl je er nog niets over hebt gehoord of gelezen, nou, dat doen mensen niet snel.

‘Ik ben heel blij dat de krant het belang inziet van die pagina’s en ons die ruimte blijft geven. Dat we niet alleen maar de top tien boeken bespreken, maar ook eens wat ons is opgevallen. Dat is misschien voor een kleiner publiek, maar wel heel bijzonder.’

Dit weekend gaat de boekenweek van start, dan moeten natuurlijk wel ook het traditionele boekenweekgeschenk en het essay – dit jaar geschreven door respectievelijk Annejet van der Zijl en Özcan Akyol – worden gerecenseerd. Peters heeft beide stukken al klaarliggen, want die manuscripten krijgt de redactie al een maand tot anderhalve maand van tevoren.

Dit vond Arjan Peters ervan

In het Boekenweekgeschenk (non-fictie!) betoont Annejet van der Zijl zich een meesterverteller. ‘Buitengewoon knap.’ ★★★★☆

Voor het eerst in lange tijd is er weer een Boekenweekessay dat werkelijk prikkelt. Özcan Akyol schreef een vlot pleidooi voor eigenzinnigheid, met hier en daar een smetje. ★★★☆☆

Waar let je op bij een recensie, wat is belangrijk?

‘Kijk, je herkent al snel wat het soort verhaal is. De eeuwige discussie bij boeken is wat belangrijker is, vorm of inhoud. Ik denk, heel grof gezegd, dat er maar een beperkt aantal verhaallijnen in de wereld is, die om een klein aantal onderwerpen gaan. Liefde, oorlog, dood. Daarmee heb je ze eigenlijk wel.’ Peters haalt zijn schouders op, glimlacht. ‘Er is een jeugd, iemand wordt ouder. De inhoud verschilt niet ontzettend. Waar het wel van elkaar verschilt, en dan ook echt heel erg, is de stijl. Hoé brengt de auteur het?’

Neem Fransman Louis-Ferdinand Céline (1894-1964), schrijver van onder andere Dood op krediet. Door zijn antisemitische pamfletten een controversieel figuur, maar qua stijl had hij een grote, moderniserende invloed op de Franse literatuur.

‘Zijn romans geven geen zonnig beeld van het leven. Maar zijn stijl! Zinnen die als golven over je heen worden gestort, die je niet laten ontsnappen.’ Tijdens het praten maakte Peters eerst golfbewegingen, nu stuwt hij de woorden voort met gebalde vuisten. ‘Hij zette geen punt maar drie puntjes, want hij moet verder en hij moet verder. Hij gebruikt uitroeptekens. Het lijkt op het papier gesmeten, alsof hij dacht: en nou is het afgelopen! Dat moet je voelen.’

Heb je bepaalde objectieve maatstaven waar een boek aan moet voldoen?

‘Ik probeer het te bekijken vanuit wat het boek zelf wil. De pretentie van het boek wordt snel duidelijk, en je geeft een oordeel of dat volgens jou gelukt is of niet. Een objectieve lat heeft geen zin, want een boek kan met alle regels van een roman spotten en toch heel geslaagd zijn.

‘Max Havelaar, bijvoorbeeld, die nu weer veel wordt besproken omdat Multatuli tweehonderd jaar geleden werd geboren. Dat boek springt van de hak op de tak, van sprookje naar gewone vertelling, in verschillende tijden en perspectieven. Een heel gek, onmogelijk boek. Maar daarin zit een hartenklop die nog steeds overtuigt. Waardoor je moet zeggen: ik wist niet dat je ook zó een roman kon schrijven.’

Maar je hebt altijd te maken met smaak, een persoonlijk perspectief.

‘Dat is onvermijdelijk. Die quasi-objectiviteit die je soms ziet, vind ik nep. Als je iets goed vindt, ben je enthousiast. Als je teleurgesteld bent, ben je geërgerd, en dan mag daar ook iets van doorklinken. In beide gevallen laat het zien dat het boek je niet onverschillig heeft gelaten. De lezer hoeft het ook niet met mij eens te zijn. Maar hij moet wel kunnen volgen hoe ik tot mijn oordeel kom.’

Je zegt dat een boekbespreking een gesprek moet openen. Maar als je een boek één ster geeft, heb je dan het gesprek niet beëindigd?

‘Nee, dat is niet zo. Wij plaatsen trouwens maar weinig heel negatieve recensies, we richten ons toch vooral op dingen die wij bijzonder en goed vinden. Maar een negatieve recensie toont wel dat de recensent echt geraakt is. Ik zeg dan eigenlijk: moet je nou eens kijken, wat er nu voor verschrikkelijk misbaksel is verschenen. Ik had nog goede verwachtingen, maar helaas. Dan kun je zelf denken: eens kijken of ik het daar mee eens bent. Je weet in ieder geval dat er iets aan de hand is.

‘Bij slechte besprekingen door anderen, van films ofzo, denk ik zelf ook: goh, zou het echt zo slecht zijn? Eén ster maakt mij veel nieuwsgieriger dan drie sterren.’

Veel mensen zullen bij één ster denken: dat hoef ik dus niet meer te lezen.

‘Oh ja? Ik denk dan meteen: misschien is het wel iets voor mij. Hier is iets gebeurd. Als je één ster krijgt, heb je iemand getroffen. Onaangenaam weliswaar, maar om dat tréffen gaat het.’

Recente stukken van Arjan Peters:

Interview met schrijver Jeroen Brouwers over zijn nieuwe boek Cliënt E. Busken. ‘Als ouwe lul heb ik nog iets echt vernieuwends gemaakt.’

Recensie: Inventaris van enkele verliezen ★★★★☆ | Door te schrijven over zaken die verloren zijn gegaan houdt Judith Schalansky ze op een ontroerende manier levend. 

Recensie: Nacht in Caracas ★★★★★ | Karina Sainz Borgo debuteert groots met een roman over haar verdwenen Venezuela.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden