Niki Terpstra, nuchtere Noord-Hollander die langzaam bij de beste wielrenners ooit is gaan horen
© BELGA

Niki Terpstra, nuchtere Noord-Hollander die langzaam bij de beste wielrenners ooit is gaan horen

Grote wielrenners hebben alleen voornamen in Vlaanderen. Ze heten Tiesj, Sep of Greg. Of Fabian en Tom. Er is er ook een die luistert naar de naam Niki. Niki Terpstra (33) uit Assendelft, Noord-Holland. Vlaming van beroep. Of Flandrien, zoals ze coureurs als Terpstra in België noemen. En na zondag winnaar van 'de wielerhoogmis': de Ronde van Vlaanderen, de belangrijkste Belgische koers van het jaar. Hij is daarmee na tweeëndertig jaar de opvolger van Adrie van der Poel, in 1986 de laatste Nederlander die De Ronde wist te winnen.

Het voorjaar is het seizoen van Terpstra. Nu als coureur leeft hij voor die eerste maanden van het jaar. Hij is altijd goed. In 2014 won hij Parijs-Roubaix. Terpstra: 'Het is een supercliché, ik weet het. Maar dit zijn echt de koersen waar ik als kleine jongen van droomde.'

In de Tour de France is demarreren al lang niet leuk meer, klaagde hij al eens. Vrijwel geen enkele ontsnapping houdt daar toch ooit stand. En dat is juist wat hij wil: aanvallen. Koersen. Desnoods tegen beter weten in. In zijn tweede jaar als prof, in 2008 bij het Duitse Milram, kreeg hij van de commentatoren van de Belgische tv de twijfelachtige bijnaam 'de onvermijdelijke'. Hij bleef het maar proberen.

Terpstra heeft bijgeleerd sindsdien. Meer koersinzicht. Zijn versnelling zondag op de Hotond, zo'n 25 kilometer voor de finish, was ook alles behalve een kamikazepoging. Hi zag dat iedereen stuk zat, zegt hij achteraf. Zijn benen voelden nog goed. Nadat hij Vincenzo Nibali (Bahrein) had bijgehaald, reed hij het gat met koplopers Dylan van Baarle (Sky), Sebastian Langeveld (EF-Drapac) en de Deen Mads Pedersen (Trek) ogenschijnlijk gemakkelijk dicht. De favorieten achter hem werkten niet samen. Terpstra kwam solo over de finish. Zo wint hij het liefst.

Geen kamikazepoging

In de voorjaarsklassiekers loont de aanval. Na meer dan 200 kilometer door de kou, regen en wind speelt ploegentactiek vaak geen rol meer. Het is overleven. Een afvalrace. Hopen dat je concurrenten nog harder afzien dan jij. En dan: ieder voor zich. De dood of de gladiolen.

Niet voor niets krijgen winnaars van de Vlaamse voorjaarskoersen al snel een heldenstatus. Neem Fabian Cancellara en Tom Boonen, de afgelopen jaren heersers tijdens het voorjaar met meerdere overwinningen in zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix. Zij zijn uitgegroeid tot halve goden in het land waar de koers als een religie wordt beleden.

Gezwollen gedoe

Ik denk niet na ik fiets. Al doen mijn benen pijn. Ik moet de snelste zijn. Ze halen nooit meer in. Ik denkt: verdomd ik win!'

Terpstra citeert vrij naar Doe Maar

In de E3-Harelbeke reed Terpstra net als in de Ronde van Vlaanderen alleen weg uit de groep favorieten. Hij bleef vooruit, terwijl achter hem mannen als Tiesj Benoot, Greg Van Avermaet en Sep Vanmaercke ook toen het gat niet dicht kregen. Op weg naar de finish had hij nog tijd gehad om na te denken over een liedje om te citeren, zoals na zijn overwinning in Dwars door Vlaanderen in 2014. Een gimmick.

Toen citeerde hij met uitgestreken gezicht vrij naar de songtekst van Als je wint heb je vrienden, van Herman Brood en Henny Vrienten. 'Ik denkt niet na ik fietst. Al doen mijn benen pijn. Ik moet de snelste zijn. Ze halen nooit meer in. Ik denk: verdomd ik win!'

Na de E3-Harelbeke verraste hij de Belgische interviewer met regels uit het Gaan met die banaan, van Jebroer. Na zijn overwinning zondag komt hij met een variant op 'Liefde voor muziek' van Raymond Van Het Groenewoud. 'Ik bouwde op, ik bouwde op, ik bouwde op. Het bloed spat in m'n kop. Het was de liefde voor de koers.'

'Spelen met je voeten'

Vlaanderen en Roubaix

Met zijn zege in Parijs-Roubaix in 2014 heeft Niki Terpstra nu de twee belangrijkste wielermonumenten gewonnen. Hij is daarmee de derde landgenoot die beide wedstrijden heeft gewonnen. Alleen Hennie Kuiper (Ronde van Vlaanderen, 1981 en Paris-Roubaix, 1983) en Jan Raas (RvV, 1979 en P-R, 1982) gingen hem in een andere eeuw voor.

'Iemand als Terpstra speelt graag met je voeten', zei de Vlaamse wielercommentator Merijn Casteleyn in een interview over de Nederlander in dienst van het Belgische Quick-Step. Wat hij daarmee bedoelde? 'Je moet als journalist altijd scherp zijn. Als je even niet bij de les bent, speelt hij met je. Zo iemand een microfoon onder de neus duwen, is telkens een schitterende uitdaging.'

Hij kan brutaal zijn. Ontwapenend eerlijk ook. Hij ontmoette zijn vrouw Ramona tijdens de Olympia's Tour in 2006, waar ze rondemiss was. Toen Terpstra won en van Ramona de bloemen kreeg uitgereikt, vroeg hij: 'Ben je niet wat vergeten? Je telefoonnummer misschien?' Inmiddels hebben ze twee kinderen samen.

'Echt een Vlaming'

Hij is misschien iets directer dan de gemiddelde Belg. Maar hij past goed bij ons in het team.

Ploegleider Wilfried Peeters van Quick Step

Terpstra kende een ongewone carrière als Nederlandse wielrenner. De slungelige Terpstra - 1.90 meter - had heus talent in de jeugdcategorieën. Maar ploegleiders hadden het niet altijd even gemakkelijk met de eigenwijze Terpstra. Rabobank, het belangrijkste opleidingsinstituut voor Nederlandse wielrenners, toonde nooit interesse. 'Tja, ik ben niet de ideale schoonzoon', zei hij daarover in een interview.

In 2007 debuteerde hij bij de profs in dienst van de Duits-Italiaanse ploeg Milram. Na een paar jaar kwam hij in 2011 terecht bij de miljoenenformatie Quick-Step. 'Hij is inmiddels echt een Vlaming', zegt Quick Step-ploegleider Wilfried Peeters zondag tevreden. 'Hij past goed in de ploeg. Terpstra is misschien iets directer dan de gemiddelde Belg.'

De Pietje Bel van het peloton laat zich af en toe nog zien. Terpstra heeft namelijk geen boodschap aan status. Hiërarchie zegt hem niks. In Gent-Wevelgem vorig jaar kreeg hij het aan de stok met wereldkampioen Peter Sagan. Het kostte hem een goede klassering.

Favoriet

Hij leeft als een prof ('niet als een monnik'). Maar een potje voetballen met zijn zoontje doet hij niet meer in aanloop naar belangrijke wedstrijden. De hond uitlaten ook niet. 'Als je soepele koersbenen hebt, moet je niet gaan lopen. Dan word je stijf.'

Tom Boonen noemde Terpstra vorige week op de Vlaamse televisie nog 'een van de beste ploegmaats' die hij ooit had gehad. En Boonen had hem maar meteen uitgeroepen tot dé favoriet voor De Ronde. 'Terpstra had liever wat in de luwte rond gereden. Maar hij is de enige renner die het verschil kan maken. Hij beschikt over het sterkste stel benen van allemaal.'

Dat belooft wat voor Parijs-Roubaix, volgende week zondag. Want, zo bevestigt Terpstra op de persconferentie na zijn overwinning nog maar eens: 'Ja, ik ben misschien wel beter dan ooit.'

Aanvullingen & verbeteringen
In een eerdere versie van dit artikel stond dat het nummer Als je wint van Doe Maar is. Het nummer is echter van Herman Brood en Henny Vrienten.


Meer Ronde van Vlaanderen

Anna van der Breggen heeft de Ronde van Vlaanderen voor vrouwen gewonnen. De olympisch kampioene van Boels-Dolmans reed de laatste 30 kilometer alleen voorop.

'Troost, bovenmenselijkheid en afzien: koers en religie hebben in Vlaanderen dezelfde voedingsbodem', schrijft Bert Wagendorp over de Ronde van Vlaanderen. (+)