Kroonprins Willem-Alexander bekijkt in 2004 met Daan van Golden zijn werk.
Kroonprins Willem-Alexander bekijkt in 2004 met Daan van Golden zijn werk. © anp

Van Golden (1936-2017) 'veranderde stenen in water en iedereen kon erop lopen'

Essay Joost Zwagerman over Van Goldens tentoonstelling 'Naast elkaar, tegelijkertijd'

Kunstenaar Daan van Golden (1936-2017) is maandag overleden, meldt NRC Handelsblad. Wat te doen in de schilderkunst als de toppen al zijn bedwongen?, leek Van Golden zich af te vragen, schreef Joost Zwagerman in 2013 over de kunstenaar. Lees het essay hier terug.

Vorig jaar hulde de Britse kunstenaar Steve McQueen onder auspiciën van het Stedelijk Museum het Vondelpark in Amsterdam in blauw licht. Onder de titel Blues Before Sunrise werden alle 275 witte lampen in de lantaarnpalen vervangen door blauwe. Het Vondelpark veranderde in een decor voor een denkbeeldige speelfilm; midden in de nacht was de blauwe gloed licht unheimisch, maar bij halfduister, 's ochtends en 's avonds, legde die gloed een feeëriek foulard van enorme omvang over de fiets- en wandelpaden. Een wandeling door het park werd bij nacht een ongewis avontuur, alsof je je bevond in een droom van Yves Klein, de Franse kunstenaar die een blauwe revolutie over de wereld wilde verspreiden.

Yves Klein experimenteerde in de jaren vijftig en zestig met een ultramarijn blauw pigment, wat leidde tot het door hem gepatenteerde International Klein Blue. De kleur IKB toonde volgens Klein het diepst denkbare blauw dat behalve een aanraking door 'blauwe schoonheid' ook 'een sensatie van oneindigheid' over de wereld teweegbracht.

Van Golden in Amsterdam

In de zomer van 2012 was het dankzij Steve McQueen mogelijk een glimp op te vangen van wat Klein met die 'sensatie van oneindigheid' voor ogen had. Het Vondelpark trad dankzij het stilsuizend blauw waarin het park werd gehuld buiten de oevers van de gewoonlijke begrenzing; als uit een tot de rand toe met water gevuld gigantisch bassin dat door een onzichtbare hand lichtjes wordt gekanteld waardoor een laag water kalm het bassin uit stroomt - zó stroomde het blauwe licht via de lantaarnpalen het Vondelpark in. Ik werd er monter van en stelde me voor dat wijlen Klein een eindje met me opliep.

McQueen was niet de eerste die een bepaalde locatie in Amsterdam liet 'verblauwen', leerde ik onlangs. Geïnspireerd door het rivierengebied Aqua Azul in Mexico, zo vernoemd naar het onwerelds blauw van het water aldaar, bedekte Daan van Golden (1936) in 1987 de wandelpaden van de hortus botanicus in Amsterdam met blauwe kiezelstenen, zodat de paden op kleine, meanderende rivieren zouden lijken en de perken op eilanden. Van Golden, in een interview: 'In drie weken tijd bedekten (we) de paden met 90 duizend kilo azuurblauw grint. (...) Ik had stenen in water veranderd en iedereen kon erop lopen.'

Wat was ik daar in 1987 graag bij geweest...! Lopen op blauw water dat gemaakt is van stenen - het klinkt als een avontuur uit Alice in Wonderland. Van Goldens 'verblauwde' hortus botanicus was behalve een oogstrelend experiment - er zijn op internet nog foto's van te vinden - vermoedelijk óók een ode aan wederom Yves Klein.

In datzelfde interview stelde Van Golden vast dat in de 20ste eeuw enkele meesters eigenlijk 'alles' al hadden gedaan. Hij zei: 'De toppen zijn wel bedwongen. Dat besef drong in de loop van de jaren zestig tot me door. Als je ziet wat er allemaal al was gedaan, door Matisse, Picasso, Yves Klein, Jackson Pollock...' Niet toevallig noemde Van Golden hier kunstenaars voor wie 'blauw' essentieel was.

Van Golden en Matisse

Zou Daan van Golden die tot rood getransformeerde blauwe kamer van Matisse als een sleutelwerk voor de 20ste eeuw beschouwen?

Picasso's 'blauwe periode' mag (over)bekend worden verondersteld. Matisse' befaamde Rode kamer (1908) 1 was oorspronkelijk een diepblauwe kamer. Dat blauw paste het best bij het interieur van de Russische textielhandelaar en kunstverzamelaar Sergej Sjtsjoekin (1854- 1936), in wiens keuken in zijn paleisachtig onderkomen het werk moest komen te hangen. Maar Matisse besloot anders. Jammer dan voor de afnemer. De decoratieve takken op Matisse' Rode kamer bleven diepblauw; voor de rest is het blauw verdwenen achter een allesverzengend rood. Aan de randen van het doek is het originele blauw nog te zien. Alsof het rood van de Rode kamer eveneens een bassin is, met van binnen geen water, maar een andere, concurrerende kleur: blauw. Het blauw lekt spaarzaam uit het rode bassin en meandert aan de periferie van een intens rode kamer.

Zou Daan van Golden die tot rood getransformeerde blauwe kamer van Matisse als een sleutelwerk voor de 20ste eeuw beschouwen? In het Stedelijk Museum van Schiedam is nu de tentoonstelling 'Naast elkaar, tegelijkertijd' te zien, die Van Goldens werk toont in samenhang met twee andere Nederlandse kunstenaars, Van Goldens tijdgenoot JCJ Vanderheyden (1928-2012) en de kunstenaar Ronald de Bloeme (1971).

Wat te doen in de schilderkunst als de toppen al zijn bedwongen? Die vraag lijkt Van Golden zich een leven lang te hebben gesteld. En dus ging hij 'in gesprek' met de door hem genoemde kunstenaars, die deze toppen hadden bedwongen. Veel Yves Kleinachtig blauw én een 'lakhard' rood in opmerkelijk veel werken van Van Golden.

Klein, Matisse, Pollock - ze hebben bij herhaling het oeuvre van Van Golden 'gevoed'. Uit Matisse' meesterwerk, de knipselcollage La perruche et la sirène (1958) 'isoleerde' Daan van Golden de parkiet. Deze nu eenzame parkiet krijgt in zijn reeks Study H.M. een bijna mystieke allure, alsof het een vereenvoudigd silhouet is van een Tibetaanse phurba, een groot formaat pin die wordt gebruikt om offergaven mee vast te klemmen. Van Golden bleef in sommige werken uit de reeks trouw aan het blauw van de parkiet van Matisse, maar ook beeldde hij de parkiet af in wit en in een hard en confronterend rood, hetzelfde rood als uit zijn reeks Heerenlux.

Van Golden en Pollocks

Uit Pollocks befaamde dripping schilderijen lichtte Van Golden eveneens minuscule details, die hij vervolgens met uiterste precisie inkleurde. De woest op het doek gesmeten 'drupsels' van Pollock gaven op detailniveau onvermoede vormen prijs, ontdekte Van Golden. Ook isoleerde hij bepaalde details uit de monochromen van Yves Klein. Hij vergrootte een detail en zo ontstond het nu in Schiedam getoonde kleine meesterwerk Rode studie uit 1982 2. Net als in Matisse' Rode kamer is het blauw van Klein bij Van Golden veranderd in het harde, taaie rood als van de Heerenlux-reeks. Het resultaat is een uit de huls van de monochromie gekropen half abstract en half figuratief schilderij.

De kringetjes aan de bovenkant van het taaie rood in Rode studie: zijn dat geen silhouetten van eenden of waterhoenen? Maar achter die bijna agressieve laag rood schemeren in wit uitgespaarde vloeiende lijnen - opnieuw de lijnen van Matisse' parkiet!

Op momenten dat ik even uit het zicht was van een suppoost stond ik - net niet letterlijk - met mijn neus op Rode studie, zodat de frêle omtrekken van de parkiet zich lieten ontsluieren. Wat je óók kon zien als je op zo een klein mogelijke afstand van Rode studie stond: het rood oogt van een afstand egaal, industrieel aangebracht bijna; maar van dichtbij zie je dat de penseelstreken in een strenge wetmatigheid zijn aangebracht, precies zoals Mondriaan het deed in zijn vele Composities met rood, geel en blauw.

Zó vloeien in Rode studie drie gezanten uit de 'toppen van de 20ste eeuw' tezamen: Klein, Matisse en Mondriaan. Schatplichtig aan hun werk, creëerde Van Golden een nieuw, onontkoombaar kunstwerk. Zijn Rode studie zet aan tot het opnieuw en anders bekijken van sommige werken van Mondriaan, Matisse en Klein, maar is tegelijkertijd onmiskenbaar vintage Van Golden, de Hollandse meester van de slow art, met als 'handelsmerk' precisie, verstilling, herschepping en een belangeloze hechting aan de verworvenheden van 20ste-eeuwse kunst.

Foto's dochter, van baby tot volwassene

In de marge van zijn bezigheden fotografeerde Van Golden decennialang zijn dochter Diana, van baby tot volwassene. Op drie foto's uit die eindeloze verzameling maakt Diane in een museumzaal een radslag, met op de achterwand drie blauwe monochromen van Yves Klein. Met die foto's in het achterhoofd nodigde Rode studie in het Schiedams Museum uit tot een gebaar: een buiging, een omhelzing van de ruimte rondom Rode studie, een beetje zoals je 'in het niets' luchtgitaar kunt spelen. In de geest van de levenslust van Van Goldens dochter zou het gebaar natuurlijk een radslag moeten zijn.

De suppoost kwam echter weer in zicht en ik onderdrukte de neiging tot enig fysiek betoon van appreciatie. Ik zag de krantenkop al voor me. 'Man (49) beschadigt kunstwerk in museum na mislukte radslag.' Ik liet het bij een mijmering: ik wandelde niet over het museumparket van het Schiedams Museum, maar over Van Goldens blauwe kiezelstenen - en dus over water. Toch ook een innerlijke huldeblijk die de ziel deed klapwieken: lopen op Yves-Klein-blauw water terwijl je kijkt naar het mondriaaneske rood van Daan van Goldens abstrahering van Matisse' Rode kamer. Met intussen in het achterhoofd de mooiste boektitel sinds jaren (afkomstig van Marc Reugebrink): Het geluk van de kunst.

Joost Zwagerman

Naast elkaar, tegelijkertijd Stedelijk Museum Schiedam, t/m 14/1/2015