Wat bindt dit paar?
Wat bindt dit paar? © Foto: Arjan Benning

Kunnen datingsites de perfecte match vinden?

Het zoeken van de ware kan een hels karwei zijn. Veel datingsites schieten singles te hulp met persoonlijkheidstesten en koppelformules. Werkt dat? Wetenschapsjournalist Tonie Mudde testte het uit.

Wat zijn voor u, afgezien van liefde en genegenheid, de belangrijkste redenen om een relatie te willen? Wat doet u graag in uw vrije tijd? Wat is uw inkomen? Rookt u? Bij welke huiskamertemperatuur voelt u zich het prettigst? Bent u tevreden met uw uiterlijk?

Toen ik me een kleine vijf jaar geleden inschreef bij de datingsite Parship.nl werd ik eerst onderworpen aan een test van een kwartier met de naam Parship-principe. Hoewel de vragen soms wat curieus overkwamen - 'Naar welke van de volgende drie planten kijkt u het liefst?' - besefte ik dat de antwoorden weleens grote gevolgen konden hebben. Op basis van de test rekenden de algoritmes van Parship namelijk uit hoeveel matchingpunten ik had met singlevrouwen.

70 matchingpunten? Oef, niet aan beginnen

120 matching-punten? Da's hoog, dat waren de vrouwen die boven aan mijn zoekresultaten zouden verschijnen. De kans op succes was groot, volgens de rekenaars van Parship.

70 matchingpunten? Oef, niet aan beginnen. Ook al lijkt ze op haar foto leuk, haar ingevulde vragenlijst - en dus haar karakter - had blijkbaar een fundamentele mismatch met de mijne.

Wat zou het toch mooi zijn, dacht ik destijds, als zo'n test echt zou werken. Als een formule - gebaseerd op serieuze psychologische onderzoeken - werkelijk kon uitrekenen met welke vrouw ik de beste klik zou hebben. Misschien dat die test me zelfs wel kon behoeden voor de fout waarop ik patent leek te hebben: een relatie beginnen en er pas na drie jaar achter komen dat je totaal niet bij elkaar past.

Ik las in die tijd ook over het werk van dr. Gottman, een Amerikaanse hoogleraar psychologie. In zijn laboratorium interviewde hij pasgetrouwde stelletjes over hun relatie. Achteraf analyseerde hij het gesprek op negatieve en positieve uitlatingen. Met vertraagde video-opnamen bestudeerde hij bovendien minutieus de gezichtsuitdrukkingen van beide partners. Rollende ogen? Een duidelijk teken van minachting.

Zo 'scoorde' Gottman de relaties van pasgehuwden, om daarover studies te publiceren met poëtische titels als The mathematics of marriage. Gottman verwierf al snel faam als de man die - op basis van één gesprekje - met 94 procent zekerheid kon voorspellen of pasgetrouwden drie jaar later nog bij elkaar zouden zijn.

De onderzoekers denken dat de datingsites er het zwijgen toe doen omdat hun testen niet deugen

Wow, dacht ik, 94 procent zekerheid! Het sterkte me in de overtuiging dat het mogelijk moest zijn op voorhand te bepalen of een relatie kans van slagen heeft. Parship schrijft op zijn website: 'Het wetenschappelijke Parship-principe vergelijkt dertig wezenlijke persoonlijkheidskenmerken en stelt u voor aan partners die optimaal bij u passen.' De test is ontwikkeld door Hugo Schmale, een Duitse hoogleraar psychologie.

Parship wil niet vertellen hoe de test werkt. Ook professor Schmale reageert niet op interviewverzoeken. Dat maakt het lastig de Parship-test op waarde te schatten. Iets wat ook bij andere datingsites een terugkerend probleem is, zo blijkt uit een recente publicatie van Northwestern University.

Geen enkele datingsite wil openbaar maken hoe hun test werkt, met als argument dat dit bedrijfsgeheim is. De onderzoekers van Northwestern University hebben echter sterke vermoedens dat er een andere reden is voor het zwijgen van de datingsites: hun testen deugen niet.

Een cruciale zwakte van de datingtesten is dat de website niet registreert hoe lang relaties stand houden. De koppelformules worden dus niet gecorrigeerd en bijgeschaafd op basis van informatie uit het echte leven.

Uit diverse studies blijkt dat een hoge score op neuroticisme het risico op een ongelukkige relatie vergroot

Een ander probleem is dat uit recente onderzoeken blijkt dat er amper persoonlijkheidskenmerken te vinden zijn met voorspellende waarde voor het succes van relaties. Populaire opvattingen over aantrekkingskracht - zoals 'tegenpolen trekken elkaar aan', of juist 'hoe meer je op elkaar lijkt, hoe beter je relatie'- blijken bij experimenten geen stand te houden.

Onderzoekers van Hobart and William Smith Colleges in de Verenigde Staten vlooiden bevolkingsonderzoeken door - langlopende onderzoeken onder duizenden Australiërs, Britten en Duitsers. Deelnemers deden persoonlijkheidstesten en werden jaarlijks geïnterviewd over hun relaties. Hieruit bleek dat overeenkomsten in persoonlijkheid voor slechts 0,5 procent de verschillen in tevredenheid met de relatie verklaren. Met andere woorden: twee mensen met een dominant karakter kunnen net zo'n slecht of goed huwelijk hebben als één met een dominant en één met een inschikkelijk karakter. Algoritmen op datingsites die kandidaten matchen op basis van overeenstemmende of juist tegenovergestelde karaktereigenschappen lijken dus bij voorbaat kansloos.

De enige karaktertrek die wel van belang lijkt in een relatie is 'neuroticisme'. Mensen die hier in een psychologische test hoog op scoren hebben eerder last van stress, angst en depressies. Ze zijn, kortom, emotioneel minder stabiel. Uit diverse studies blijkt dat een hoge score op neuroticisme het risico op een ongelukkige relatie vergroot. Als een van beide partners hierop hoog scoort, is er al een relatief groot gevaar dat de relatie niet lang standhoudt.

x2 + ( y-3¿x2 )2 = 1

Droge wiskunde is soms tot mooie dingen in staat. In grafische vorm blijkt het gegeven verband tussen x en y opeens een perfect hartje op te leveren. De Amerikaanse nerd shirt-maker ThinkGeek zette de functie op de voorkant van een speciaal valentijnsshirt. Voor de liefhebbers. Op de rug van het shirt staat de resulterende curve. Die zal meer mensen iets zeggen.

Gek genoeg is nu juist die spaarzame harde wetenschap onbruikbaar voor datingsites. Want wat te doen met kandidaten die hoog scoren op neuroticisme? Eigenlijk zou de site ze eerlijk moeten mededelen dat ze waarschijnlijk nooit veel succes in de liefde zullen hebben. Maar iemand die dat te horen krijgt, gaat natuurlijk geen abonnementsgeld aan de datingsite overmaken. En dus zullen ook neurotische kandidaten worden toegelaten, waarna de algoritmen klakkeloos hun partnervoorstellen maken.

Dan is er nog het belangrijkste bezwaar tegen datingalgoritmes: ze kijken hoofdzakelijk naar karaktereigenschappen, terwijl er zoveel meer speelt in relaties. Eli Finkel, hoogleraar psychologie aan North Western University, maakte in een van zijn laatste publicaties een model van langetermijnrelaties. Met gestippelde pijlen geeft hij aan welke informatiestromen onzichtbaar blijven voor datingsites, terwijl die wel degelijk belangrijk zijn in relaties. Om maar wat te noemen: hoe reageren kandidaten op elkaar bij een eerste date? Hoe gaan ze om met een persoonlijke crisis, zoals werkeloosheid of ziekte? Hoe veranderen mensen naarmate ze ouder worden?

Wil een relatievoorspeller kans maken, dan zal die zo veel mogelijk greep moeten krijgen op al die aspecten die het succes van relaties bepalen. Wat dat betreft is Finkel gecharmeerd van de onderzoeken van dr. Gottman, de man die na een gesprekje van een paar minuten met 94 procent zekerheid voorspelt of een huwelijk standhoudt. In tegenstelling tot een datingalgoritme 'ziet' Gottman hoe twee partners met elkaar omgaan. Je zou de methode-Gottman op een datingsite bijvoorbeeld kunnen toepassen op een eerste videochat tussen twee kandidaten. Finkel: 'Het toevoegen van zulke procedures aan matchingalgoritmen kan een grote verbetering zijn.'

Zo kun je ook na tien wedstrijden zien dat het team met de langste spits in negen van de tien gevallen wint

Toch plaatst Finkel meteen een kanttekening. Want die '94 procent zekerheid' waarmee Gottman relatiesucces bij pasgehuwden voorspelt, is bij nader inzien niet zo indrukwekkend. Jaarlijks scheiden ongeveer 7 procent van de getrouwde stellen. Wie aan het begin van het jaar tegen een groep van honderd getrouwde stellen zegt dat ze op 31 december alle honderd bij elkaar zullen zijn, heeft het dus al in 93 procent van de gevallen bij het juiste einde.

Dat Gottman dergelijke percentages scoort over meerdere jaren lijkt nog steeds knap, totdat je ziet hoe zijn statistiek in elkaar steekt. Want Gottman kijkt éérst welke stellen uit elkaar zijn gegaan, en gaat daarna uitpluizen welke factoren tijdens het interview een aanwijzing hadden kunnen zijn voor hun latere breuk. Dat is alsof je de uitslag van een voetbalwedstrijd al weet en vervolgens terugredeneert waarom team A heeft gewonnen.

Voorlopig lijkt er dus maar één advies voor de internetdater: vertrouw vooral op je eigen instinct en negeer de adviezen van de datingformules

Met zo'n methode zou je op basis van tien wedstrijden kunnen ontdekken dat het team met de langste spits in negen van de tien gevallen wint. Maar om te kijken of dat verband voorspellende waarde heeft, moet je de uitslag van tien nieuwe wedstrijden - waarvan je de uitslag nog niet weet - correct voorspellen op basis van de langespitsredenering.

Dat is waar het bij Gottman misgaat: hij bouwt zijn rekenmodellen om de gegevens van stelletjes waarvan hij alles weet, maar test ze niet uit op nieuwe stelletjes .

Voorlopig lijkt er dus maar één advies voor de internetdater: vertrouw vooral op je eigen instinct en negeer de adviezen van de datingformules. Dat was ook wat ik deed in 2008, toen ik via Parship mijn huidige vriendin ontmoette. Volgens de algoritmen van de datingsite waren we een kansloos koppel: we kwamen niet eens boven de 80 matchingpunten, terwijl ik met andere vrouwen meer dan 110 punten scoorde.

'Wat doe je als je plotseling een avond niks te doen hebt?', was een van de standaardvragen die kandidaten in hun profiel beantwoordden. De vrouw met wie ik de hoogste matchingscore had, schreef iets als: 'Uitgaan met vrienden of thuis blijven, wat ook weleens lekker is in mijn drukke leventje.'

Mijn huidige vriendin antwoordde: 'Dan ga ik in paniek rondjes door de kamer rennen.' In een van haar eerste mailtjes gebruikte ze het woord 'bijkans', wat ik mateloos opwindend vond, zeker in combinatie met de haltertop die ze droeg op haar foto.

Duidelijke zaak, daar moest ik een afspraakje mee maken. Ik had haar nooit eerder ontmoet, maar ze bleek 100 meter van mijn huis te wonen. We zijn nu bijna vijf jaar samen en hebben twee kinderen. Niet slecht voor zo'n belabberde matchingscore.