Ware Wetenschap: en dit zijn de resultaten
© Leonie Bos

Ware Wetenschap: en dit zijn de resultaten

Hoe liep het af met de twaalf onderzoeken die we de afgelopen twee jaar volgden? De eindstand per project, van paranormaal tot permafrost.

Naam: Dick Bierman, UvA
Vakgebied: Parapsychologie
Onderzoeksvraag: Kun je aan de hand van online casino's vaststellen of er zoiets bestaat als precognitie, mensen die vooruit kunnen kijken in de toekomst?
Antwoord: Nee, dat is niet het geval.
Publicaties: Nog niet geschreven

'Het wordt een buitengewoon saai artikel, dat kan ik je wel zeggen', vertelt fysicus Dick Bierman. Hij doelt op het onderzoeksverslag dat hij binnenkort van plan is te schrijven, over zijn experiment waarbij hij 'paranormaal' begaafde mensen liet voorspellen of er in een online casino rood of zwart gegooid wordt vóórdat dat gebeurt. Een hele toer: zijn eerste medium meldde zich ziek, de ingewikkelde onderzoeksopzet die Bierman had uitgedacht kraakte in zijn voegen, en intussen verloor hij bij het gokken het ene na het andere bedrag. Totdat Bierman moest vaststellen: ook een paranormaal begaafde scoort niet hoger dan je op grond van het toeval zou verwachten.

Een onverwachte spin-off is er ook: Bierman heeft gehoord van 'een groepje puissant rijke, zich vervelende Amerikaanse particulieren' dat interesse heeft in het experiment. Dan zou Bierman kunnen bijdragen door zijn testsysteem te leveren. 'Ik hoop dat we het systeem kunnen uitbreiden, zodat meer onderzoekers er gebruik van kunnen maken.'

Namen: Iris Sommer, Inge Winter-van Rossum, Marieke Begemann en Paula Ywema, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Vakgebied: Geneeskunde
Onderzoeksvraag: Helpt de cholesterolverlager simvastatine bij patiënten met schizofrenie om (a) de symptomen te verminderen, (b) de cognitieve achteruitgang te vertragen en (c) de ontstekingswaarden te verlagen?
Antwoord: Nog niet af
Publicaties: Nog niet

Sommer en haar collega's wisten: de studie die ze wilden uitvoeren naar een mogelijke nieuwe schizofreniebehandeling zou bij de afronding van het Ware Wetenschapsproject nog lang niet af zijn. Niet getreurd: het inkijkje dat Sommer biedt gaat over hoe moeizaam zo'n patiëntenonderzoek eigenlijk op gang komt. Voorwaarde voor deelname is immers dat de patiënt minder dan drie jaar geleden de eerste psychose moet hebben gehad, en aan die eis voldoet lang niet iedereen. 'Zoiets moet eerst wat bekendheid krijgen. En nu beginnen de aanmeldingen steeds meer op gang te komen', zegt Sommer.

Zo'n 50 patiënten, zijn er inmiddels 'binnen'; de eerste patiënten hebben hun jaar behandeling met een placebopil (namaakpil) of een echte cholesterolverlager erop zitten. De resultaten zijn ook aan de onderzoekers nog onbekend: een consequentie van een 'dubbelblind gerandomiseerd gecontroleerd' onderzoek. 'Ik ben nog blind', zoals Sommer zegt. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Naam: Bart Knols, In2care BV, Wageningen
Vakgebied: Biologie
Onderzoeksvraag: Kun je malariamuggen bestrijden met de inbouwbare 'anti-muggenbuizen' - 'eave tubes' - die het bedrijf ontwikkelt?
Antwoord: Ja, daar lijkt het op.
Publicaties: Nog niet geschreven, diverse in voorbereiding

'Een nieuwe manier om malaria te bestrijden, daar zat de wereld op te wachten', vertelt Bart Knols. De afgelopen jaren werkte hij met zijn collega's aan een op het eerste oog eenvoudige manier om muggen buiten de deur te houden: pvc-buizen voor onder de dakrand met daarin een elektrostatisch gaas geladen met insecticiden die overspringen op de mug. Het bleek zowaar het begin van een zegetocht die nog maar net op gang lijkt te komen: de techniek lijkt muggen inderdaad in groten getale te doden, in een paar duizend woningen zijn de eave tubes al ingebouwd, en veel grotere plannen zijn op komst. 'Ik heb letterlijk net nog met de BBC zitten mailen', vertelt Knols. 'De afgelopen maanden is het echt ontploft. Onze project officer in Brussel zegt het ook: zoiets als dit heb ik nog nooit meegemaakt.'

Knols en veel van zijn collega's komen van de universiteit. Dat maakt ze gedreven: 'Moet je nagaan, over malaria verschijnen 3000 wetenschappelijke artikelen per jaar, maar in het veld verandert er nauwelijks iets. Toen we dit grote EU-project binnenhaalden, hadden we dan ook zoiets van: we zullen eens even wat laten zien, we gaan knallen.'

De tubes zijn goedkoop - zo'n 30 cent per stuk en per huis zijn er zo'n acht nodig - simpel en makkelijk te vullen met nieuw gaas. 'Er zijn geen accu's of zonnepanelen of lokstoffen nodig. We gebruiken gewoon de eigen geuren van de bewoners als lokstof', zegt Knols. 'Die eenvoud is denk ik het belangrijkst.'

Naam: Jorien Vonk, Universiteit Utrecht
Vakgebied: Aard- en klimaatwetenschappen
Onderzoeksvraag: Is er een fatsoenlijke schatting te geven van de hoeveelheid broeikasgassen die vrijkomt door het dooien van de yedoma, bevroren sediment in Siberië dat vol dier- en plantenresten zit?
Antwoord: Nog niet concreet beantwoord.
Publicaties: 7 over dit onderzoek, nog 2 in press, meer op komst.

Ze schreef mee aan overzichtsartikelen voor topvakblad Nature, vervaardigde een onderwijsblok voor de middelbare school, rondde onderzoek af dat ze eerder deed in Canada, en reisde intussen naar de noordelijke poolzee en Siberië om de dooiende permafrost te bemonsteren. En duizendpoot Jorien Vonk - 'ik ben momenteel aan zo'n tien dingen bezig' - denkt binnenkort weer een publicatie op topniveau te hebben, met de ontdekking dat eenmaal gedooide permafrost sneller verdwijnt dan gedacht (de details kan ze nog niet prijsgeven). Daarmee weet ze het antwoord op de hamvraag hoe snel de yedoma dooit nog niet. Of althans, niet precies: 'We zijn wel weer wat stapjes verder'.

De krant bevreemdde het dat de rijzende ster Vonk, op topniveau publicerend, bloggend voor De Volkskrant en bekroond met een prijs voor de meest veelbelovende jonge onderzoeker in de aardwetenschappen, nog niet eens weet of er straks nog wel plek voor haar is in de wetenschap. Ze moet solliciteren, beurzen aanvragen, contacten leggen. Dus eindigen veel van haar zinnen met een slag om de arm: 'als ik dan tenminste nog in de wetenschap werk.'

Naam: Daniel Janssen, Universiteit Utrecht
Vakgebied: Communicatiewetenschappen
Onderzoeksvraag: Wordt de boosheid van consumenten na een fout van een bedrijf of overheid gedempt door excuses?
Antwoord: Daar lijkt het op.
Publicaties: 1 boekhoofdstuk, 3 publicaties op komst

Janssens onderzoek liep als een zonnetje: vragenlijst, experiment, nog een experiment en klaar was Kees. Er zijn vervolgvragen en er is genoeg te doen, maar de deelstudie van Janssen naar excuses door bedrijven of overheden liep naar wens en leverde een behoorlijke bevestiging: ja, het scheelt als een blunderend bedrijf of falende overheid even sorry zegt - maar alleen als de slachtoffers zich ook echt opwinden over de fouten.

'Mijn grootste verrassing was eigenlijk hoeveel belangstelling mensen hebben voor wetenschap', vertelt Janssen, die tijdens (of dankzij?) zijn deelname aan Ware Wetenschap enige naam verwierf als mediaexpert op het gebied van excuses en oprechtheid. 'Er is een hoop te doen over het rendementsdenken. Maar volgens mij komt dat doordat veel mensen niet zien hoe relevant, interessant en belangrijk wetenschap nu al is. Wetenschap gaat ook over: hoe gebruiken we media, hoe gaan we om met elkaar? Ik zou politici aanraden eens wat meer contact te houden met de wetenschap, en te kijken wat daar gebeurt.'

Naam: Jeroen Geurts, Roel Klaver en Veronica Popescu, VU medisch centrum
Vakgebied: Geneeskunde / Neurowetenschappen
Onderzoeksvraag: Wat gebeurt er bij multiple sclerose precies bij de op MRI-scans waargenomen weefselverschrompeling van de grijze stof in het brein?
Antwoord: De atrofie komt door de teloorgang van zenuwcellen en de uitlopers daarvan. Geurts en collega's konden nog niet vaststellen wat de schade aan de grijze cellen veroorzaakt. 'Het lijkt erop dat MS echt een kabelziekte is', zegt Geurts, verwijzend naar de witte materie van het brein, de uitlopers van de neuronen.
Publicatie: 1, nog 3 in voorbereiding.

Het onderzoek van Geurts en collega's bleek een schoolvoorbeeld van wetenschap in actie: de wetenschappers moesten hun verwachtingen en hypotheses bijstellen, liepen aan tegen problemen zoals moeite om te onderzoeken weefsels te verkrijgen, belandden in een stevige discussie wat ze nu eigenlijk hadden gevonden en hoe je dat moet uitleggen - maar boekten al ploeterend gelukkig wel vooruitgang.  

Een algemeen probleem is de variatie tussen patiënten. 'Mensen zijn niet allemaal hetzelfde', zegt Geurts. 'Je hebt te maken met natuurlijke variaties, en dus raak je al snel verzeild in één groot, ingewikkeld spel van likelihoods en marges.'

Naam: Marienke van Middelkoop en Rianne van der Heijden, Erasmus Medisch Centrum
Vakgebied: Geneeskunde
Onderzoeksvraag: Hoe ontstaat de zogeheten 'theaterknie', een pijnsyndroom die vaak voorkomt bij jonge sportieve mensen: door beschadigingen, slechte doorbloeding of zacht kraakbeen?
Antwoord: Nog niet af. De tussenstand: met kraakbeen lijkt het niets te maken te hebben.
Publicaties: Nog in voorbereiding

Stap voor stap zijn Van Middelkoop en Van der Heijden momenteel bezig het antwoord op hun onderzoeksvraag af te pellen. Zacht kraakbeen lijkt niet de hoofdschuldige: een resultaat dat Van der Heijden de afgelopen maanden op diverse congressen presenteerde. 'Kraakbeen is jarenlang de leidende hypothese geweest', verklaart ze de aandacht voor wat in feite toch een negatief resultaat is.

Momenteel zijn de twee bezig met de vraag of kleine kniebeschadigingen de pijn verklaren. De analyses zijn nog volop bezig, 'maar ik denk dat we wat hebben', durft Van Middelkoop na enig aandringen wel te zeggen. Intussen werkt een studente aan de scans waarop de doorbloeding van de knieschijf te zien moet zijn - de derde verdachte van de pijnklachten.

Alle kans dat de onderzoekers uiteindelijk geen helder, eenduidig antwoord vinden op de vraag waar de aandoening 'theaterknie' vandaan komt. 'We kunnen kraakbeen wegstrepen. En we kunnen steeds meer zeggen over hoe die pijn wel veroorzaakt wordt.' Maar misschien zijn er meerdere oorzaken; 'Het is lastig te zeggen', vindt Van Middelkoop.

Wel hebben Van der Heijden en Van Middelkoop nu al zicht op 'bijvangst': ontdekkingen die ze niet zagen aankomen. 'We zien bijvoorbeeld dat de kwaliteit van het kraakbeen samenhangt met bepaalde variabelen, zoals sportactiviteit en belasting', vertelt Van Middelkoop. 'We hebben een bijzondere dataset, van een groep jonge mensen. Er zit nog veel meer in die data.'

Naam: Jan-Berend Stuut, Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)
Vakgebied: Mariene geologie
Onderzoeksvraag: Dient weggeblazen woestijnstof - en met name het ijzer in dat stof - als kunstmest voor algen in de oceaan? En in hoeverre sleurt het stof algen mee naar de diepte, zodat er koolstof uit de kringloop verdwijnt?
Antwoord: Nog niet te geven.

Het team van Jan-Berend Stuut vindt inderdaad 'steeds meer aanwijzingen' zoals hij dat zegt voor de centrale stelling: dichtbij de kust sleurt woestijnstof algen de diepte in, verder op zee voedt het woestijnzand de algen - waarna een deel daarvan alsnog in de diepzee verdwijnt. Hoe dat precies zit, hoopt Stuut de komende jaren op te helderen: af is zijn onderzoek nog niet, het verzamelen van de monster en de analyses ervan zijn nog in volle gang.

Interessant zijn nu al de ontdekkingen die Stuuts team in de marge deed. Zo ontdekte zijn microbioloog Chris Munday dat er enorme, nog onverklaarde variaties zitten in de precieze samenstelling van het woestijnstof - een 'spectaculair' resultaat, zegt Stuut. 'Het is gelukkig echt niet alleen maar kommer en kwel', zegt Stuut, die tijdens het verzamelen van zijn onderzoeksmateriaal op zee nogal wat technische tegenslagen had.

Naam: Guszti Eiben en Berend Weel, Vrije Universiteit Amsterdam
Vakgebied: Computational intelligence
Onderzoeksvraag: Kun je een evoluerende robotwereld maken die zichzelf in elkaar zet uit losse elementen en leert lopen?
Antwoord: Nog niet duidelijk, of althans: in software wel, in hardware nog niet.

Het EU-project van Guszti Eiben en promovendus Berend Weel werd achtervolgd door tegenslag: de industriële partners die de aan elkaar klikbare robots hadden moeten leveren, kwamen niet over de brug. Toch lastig, als je met die onderdelen een grotere, zelflerende robot had willen bouwen. 'De blokjeslichamen hebben we dus overboord gegooid', zegt Eiben.

In plaats daarvan sloegen de Amsterdammers een nieuwe weg in, samen met 3D-printbedrijf LeapFrog. Eiben gaat de robotonderdelen nu zelf printen, een aanpak die volgens hem meteen meer mogelijkheden biedt. 'Ik wil niet al te grote woorden gebruiken', zegt hij. 'Maar als het lukt, is het een wereldprimeur.'

Wel heeft Eiben geleerd op te passen met welke partijen hij in zee gaat. 'We hebben geleerd: hardware is a bitch', zegt hij. 'Embodied kunstmatige intelligentie in echte robots is stukken moeilijker dan goede oude disembodied kunstmatige intelligentie in een softwaresimulatie op de computer.'

Naam: Natalie van der Wal, Vrije Universiteit Amsterdam
Vakgebied: Kunstmatige intelligentie / Gezondheidswetenschappen
Onderzoeksvraag: Ervaren ongezonde en gezonde snackers het zien van hun tussendoortje als beloning?
Antwoord: Geen aanwijzingen voor gevonden.
Publicaties: Nee, 'misschien schrijf ik er wat over op mijn weblog'

'Een uitstapje op het gebied van voedsel', zo omschrijft psychologe en expert kunstmatige intelligentie Natalie van der Wal achteraf haar onderzoek naar een app die mensen aanzet tot gezonder eetgedrag. Al bij de eerste, verkennende experimenten vond ze echter geen aanwijzingen dat mensen hun snack als beloning ervaren. 'Had is dat wel gevonden, dan had ik dit als slimme trigger in een app kunnen toepassen, of juist de beloning proberen af te zwakken in een app.'

Momenteel zit Van der Wal 'op een heel ander spoor', vertelt ze. Ze maakt deel uit van een interdisciplinair onderzoeksteam dat 1,4 miljoen euro subsidie heeft binnengehaald om te onderzoeken of er culturele aspecten zijn die beïnvloeden hoe mensenmassa's in noodsituaties reageren. 'Denk aan het vliegveld waar brand uitbreekt', vertelt ze. 'Misschien dat de Engelsen, bij wijze van spreken, in de rij gaan staan', grapt ze. 'Misschien kunnen er door taalbarrières instructies niet worden gelezen, of zijn er culturen waar men eerst kijkt waarheen de mannen lopen.'

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, vindt ze. 'Mensen die zelf geen wetenschap bedrijven, valt het misschien niet altijd op hoe lastig het is om resultaten te krijgen. Onderzoek is absoluut geen lineair proces van A naar B.'

Naam: Ferry Haan en Diana Hidalgo, Top Institute for Evidence Based Educational Reasearch (TIER), Universiteit van Amsterdam
Vakgebied: Onderwijseconomie
Onderzoeksvraag: Zijn meisjes beter dan jongens gaan presteren op school door de invoer van 'verhaaltjessommen' bij de vakken economie, scheikunde, wiskunde, natuurkunde, geschiedenis en biologie?
Antwoord: Voor verschillen tussen jongens en meisjes bij wiskunde A en B vonden Haan en Hidalgo geen bewijs. Wel ontdekten ze dat meisjes op de havo afgeschrikt lijken door het 'zware' imago van wiskunde B: ze kiezen significant vaker voor wiskunde A. De vernieuwing bij economie, scheikunde,  natuurkunde, geschiedenis en biologie bleek niet te onderzoeken, vanwege de opheffing van de deelvakken die in hetzelfde jaar plaatsvond als de start van de pilots bij deze vakken.
Publicaties: Nog geen

Ferry Haan liep op tegen het probleem van de 'verstoorders': het onderzoekstechnische probleem dat hetgeen je wilt onderzoeken wel door tien dingen kan zijn veroorzaakt. In Haans geval: het onderwijs heeft meer 'verhaaltjessommen' gekregen, maar tegelijkertijd vervielen de deelvakken (zoals scheikunde 1, natuurkunde 1 etcetera) waardoor hij niet meer goed kon bepalen wat nu precies het effect was van de context-conceptopgaven, zoals het officieel heet.

Haan had verwacht dat de tekstgedreven opgaven meisjes een licht voordeel zouden geven. 'Maar die kan ik niet beantwoorden. Er waren teveel variabelen', zegt hij. Wél stuitte hij er toevallig op dat wiskunde B op de havo minder meisjes trekt, vermoedelijk omdat het meisjes afschrikt. 'Dat is dus een selectie die in het nadeel werkt van de meisjes in het bètaonderwijs', zegt hij.

Intussen valt het Haan op dat de opgaven weer wat minder 'talig' worden. 'De lange lappen tekst zijn weer een beetje weg.' Daarmee zou ook het sekseverschil waarnaar hij op zoek was, sowieso wat moeten verdampen.

Naam: Tjalling de Haas, Universiteit Utrecht
Vakgebied: Aardwetenschappen
Onderzoeksvraag: Hoe ontstaan precies de puinwaaiers die je ziet op Mars en op aarde, en hoeveel water komt daarbij kijken?
Antwoord: Weinig water. De Haas heeft een veel betere manier ontwikkeld om de puinwaaiers te begrijpen.
Publicaties: 2, plus nog enkele in voorbereiding.

'Ik denk dat ik wel wat stappen vooruit heb gezet', zegt Tjalling de Haas, die in de weer was met foto's van Mars, experimenten met puinstromen en eigen waarnemingen op Spitsbergen, waar hij veldwerk deed. In een ja-of-nee-antwoord zijn die stappen niet te vangen, omdat De Haas werkt aan een algemene beschrijving van puinwaaiers op aarde en op Mars.

Een van de conclusies: alleen naar het oppervlak kijken kan misleidend zijn; hoe de puinwaaier er van binnen uitziet is ook belangrijk. En met een goede beschrijving van de waaiers blijkt het mogelijk in te schatten hoeveel water er bij de waaiers komt kijken - een vondst met vooral op Mars belangrijke implicaties.

Hoewel, vlak de aarde niet uit, zegt De Haas. 'In berggebieden zijn puin- en modderstromen een groot probleem, er gaan daar mensen echt dood vanwege puinstromen. Ik ben ervan overtuigd dat we door mijn onderzoek beter inzicht in het fenomeen krijgen.'