Minder teken dankzij vossen en andere roofdieren
© ANP

Minder teken dankzij vossen en andere roofdieren

Interview ecoloog Tim Hofmeester

Eerherstel voor de vos en andere roofdieren. Zij werden lange tijd gezien als grote boosdoeners bij de verspreiding van teken en de ziekte van Lyme. Ecoloog Tim Hofmeester ontdekte dat roofdieren juist voor minder teken zorgen. Door Caspar Janssen

Vossen en andere roofdieren brengen het aantal teken en daarmee het risico op tekenbeten omlaag. Tot die conclusie komt de Wageningse ecoloog Tim Hofmeester (29), die vorige week promoveerde op zijn onderzoek naar de zwakke plekken van de teek. Ongeveer tien procent van alle teken draagt het bacteriecomplex mee dat de ziekte van Lyme veroorzaakt, die jaarlijks rond de 25.000 mensen treft. Maar in gebieden met haast geen vossen of andere roofdieren, leven tien tot twintig keer meer teken dan in gebieden met veel vossen, ontdekte Hofmeester.

Het idee was toch altijd dat zoogdieren, en dus ook roofdieren, juist teken verspreiden?

'Dat gaat op voor herten en reeën. Maar roofdieren spelen als 'gastheren' nauwelijks een rol. Sterker: waar zij leven, zijn juist minder teken.'

Hoe kan dat?

'De teek heeft drie levensstadia: de larve, de nimf en de adult. In al die stadia heeft hij bloed nodig om te overleven. De larven zitten vooral op muizen, de nimfen op merels en lijsters en de adulten vooral op herten en reeën. Nu blijkt dat muizen minder teken bij zich hebben in gebieden met meer roofdieren. Waarschijnlijk doordat muizen zich gedeisd houden. Ze komen minder op plekken waar ze larven kunnen opdoen.'

U deed nog een vreemde ontdekking: weliswaar zorgen herten en reeën voor de verspreiding van teken, maar de dichtheid van de populatie herten maakt niets uit.

'Sterker: de aanwezigheid van veel herten blijkt een dempend effect te hebben op de overdracht van de lymebacterie. In de Amsterdamse Waterleiding Duinen, waar veel damherten lopen, is maar anderhalf procent van de teken besmet. Dat komt doordat herten zelf niet ontvankelijk zijn voor lymebacteriën en ze dus ook niet overdragen. In tegenstelling tot andere belangrijke gastheren van teken: muizen, merels en zanglijsters.'

Toch is de algemene opvatting dat er een direct verband is tussen de terugkeer van grote aantallen zoogdieren in Europa en de groei van het aantal teken, sinds de jarentachtig van de vorige eeuw.

'Dat klopt ook deels. De verspreiding van de teek heeft voor een groot deel te maken met de toename van het percentage bos in Europa, want bos is de ideale tekenhabitat. Daarnaast zijn alle belangrijke gastheren voor teken in aantal toegenomen: herten en reeën hebben grote delen van Europa geherkoloniseerd en bepaalde muizensoorten zijn in aantal toegenomen. Net als merels.

'Maar het interessante is dat je juist de laatste jaren een stabilisatie ziet van de tekenpopulatie. Waarschijnlijk doordat nu ook roofdieren, in het kielzog van hoefdieren, Europa en Nederland herkoloniseren. Ik denk dat roofdieren belangrijk zijn om evenwicht in het systeem te brengen. Eerst waren een paar reeën en muizen alles wat er in onze bossen voorkwam: ideaal voor teken en de lymebacterie. Nu zijn allerlei andere soorten ons land aan het heroveren, roofdieren als dassen en boommarters. Zij brengen de balans terug.'

Als je minder teken wilt, moet je de aanwezigheid van vossen, boommarters, steenmarters, bunzings en dassen stimuleren

Een van uw opdrachten was aanbevelingen doen aan terreinbeheerders om de kans op tekenbeten bij bezoekers te verminderen. Wat kunnen zij doen?

'Als je minder teken wilt, moet je de aanwezigheid van vossen, boommarters, steenmarters, bunzings en dassen stimuleren in plaats van beperken zoals nu vaak, legaal en illegaal, gebeurt. De heersende gedachte is: als je vossen, herten en reeën maar flink bejaagt, je ook aan tekenbestrijding doet. Het omgekeerde is waar. Wat je wel kunt doen, is speel- en recreatiebossen met hekken afsluiten voor herten en reeën. Binnen een paar jaar is het aantal teken dan gereduceerd tot bijna nul. Verder helpt maaien langs wandelpaden, maar dat is duur. Ik kom toch vooral uit op: mensen waarschuwen en beschermende kleding dragen.'

Een nieuw probleem dient zich alweer aan: de teek rukt op naar de stad.

'Ja. Een aantal gastheren van teken doen het daar goed. Sommige kleine zoogdieren, ratten, houtduiven, merels, lijsters, en je ziet soms ook al reeën in stadsparken. Sowieso lopen mensen meer risico op een tekenbeet tijdens het tuinieren dan tijdens een wandeling in het bos, al is het maar omdat ze er in hun tuin niet op bedacht zijn. Maar goed, misschien is dit ook weer een fase. Want roofdieren zoals vossen en steenmarters hebben de stad inmiddels ook ontdekt.'