Foto ter illustratie.
Foto ter illustratie. © Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Toponderzoekers halen per persoon miljoenen op

Van de Nederlandse wetenschappers beschikt 10 procent over meer dan 60 procent van al het geld voor vrij onderzoek in Nederland. Een groep van circa twintig topwetenschappers haalt per persoon tientallen miljoenen op. Tegelijkertijd worstelen duizenden academici om voldoende budget voor hun research te verwerven.

Het prof. dr. Dagobert Duck-effect

Het is in de wetenschap niet anders dan in de maatschappij: een select gezelschap sleept de miljoenen binnen. Wie zijn deze wetenschappers? En als ze honderd keer meer geld krijgen dan anderen, zijn ze dan ook honderd keer beter? De Volkskrant dook in de databanken van de financiers. Mét infographic: wie haalt wat binnen? Die staat ook onder dit artikel. Leest u dit via onze apps? Klik dan hier voor de grapic.

Uit een analyse van de Volkskrant van de bestemming van publiek research-geld na 2004 blijkt de Utrechtse kankergeneticus prof.dr. Hans Bos topscorer, met zeker 31 miljoen aan vergaard budget. Bos is spilfiguur in een aantal grote onderzoeksconsortia op zijn vakgebied. Hij werkt onder meer nauw samen met Spinozaprijswinnaar prof. Hans Clevers, op dit moment president van de koninklijke academie KNAW, en met NKI-corifee René Bernards.

In de Volkskrant top-20 van 'veelverdieners' komen behalve medici ook opvallend veel biowetenschappers en natuurkundigen voor. Zij hebben niet alleen veel geld nodig voor dure labs en apparatuur, maar werken van nature gemakkelijk in grote consortia van gespecialiseerde groepen. Daarbij spelen zowel een behendige penvoerder als grote namen een belangrijke rol.

Competenties

Wetenschapsfinanciers NWO en het Europese ERC verdelen onderzoeksgeld in een competitie, waarbij op papier de beste onderzoeksvoorstellen en wetenschappers worden geselecteerd. De beoordeling wordt steeds door collega-onderzoekers gedaan. Bij NWO gaat in die zogeheten tweede geldstroom rond de 600 miljoen euro per jaar om.

In de financiële top-20 van wetenschappers gaat het om totaalbudgetten van gemakkelijk tientallen miljoenen aan publieke middelen. Buiten deze top zijn bedragen van enkele miljoenen aan researchgeld in een hele loopbaan al uitzonderlijk. In een enquête die de Volkskrant hield onder onderzoekers bleek vrijdag al dat zij betrekkelijk moedeloos zijn over het aanvragen van onderzoeksgeld. De kans op succes is nog geen 15 procent, schatten ze. Toch besteden ze tot wel een dag per week aan het regelen van geld voor nieuw onderzoek. Velen zeggen de moeite van het aanvragen vaak niet meer te nemen.

Mattheüs-effect

Topscorers in de wetenschap zijn opvallend veel effectiever in de competitie om onderzoeksgeld dan het gemiddelde. Zelf schatten onderzoekers in de top-20 hun slaagkans voor een aanvraag ergens tussen de 25 en 50 procent. Klinkende namen zijn cruciaal: het merendeel van de topscorers in de top-20 kreeg eerder een Spinozapremie, de prestigieuze Nederlandse pendant van een Nobelprijs, jaarlijks toegekend door NWO.

De topscorers relativeren hun bevoorrechte positie vaak wel. Het vergaarde onderzoeksgeld, zeggen ze, wordt ingezet voor het aantrekken van wetenschappelijk talent waar anders geen ruimte voor zou zijn. 'We kopen er echt geen zwembaden en rode sportauto's voor', zegt de aanvoerder van de ranglijst, Hans Bos.

Voor een deel, zegt de kritische Nijmeegse mathematisch fysicus prof. Klaas Landsman vandaag in de Volkskrant, is de scheve verdeling een afspiegeling van wetenschappelijke kwaliteit. 'Maar ik waag het toch te betwijfelen of iemand die honderd keer meer geld ophaalt dan een ander, dus ook een honderd keer betere wetenschapper is.'

Volgens Landsman is er in het Nederlandse wetenschapsbestel sprake van het zogeheten Mattheüs-effect, waarbij geld meer geld aantrekt. Bij beoordeling van onderzoekers worden eerdere subsidies vaak klakkeloos als een bewijs van kwaliteit gezien, vermoedt Landsman.

Volgens wetenschapsanalist Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut in Den Haag, is de scherpe tweedeling in het Nederlandse wetenschapsbudget misschien wat wrang, maar zeker geen toeval. 'Dit is waar in het beleid al tientallen jaren naar toe wordt gestuurd: het creëren van toppen in het onderzoekslandschap rond enkele vooraanstaande wetenschappers en groepen. Voor individuele onderzoekers is het misschien niet leuk. Maar internationaal scoort Nederland wetenschappelijk hoog voor relatief weinig geld. Dat is ook de realiteit.'

Lees ook: Het prof. dr. Dagobert Duck-effect - De Volkskrant dook in de databanken van de wetenschapsfinanciers.