Je kunt wel een wijk opknappen, maar of dat de bewoners helpt is de vraag.
Je kunt wel een wijk opknappen, maar of dat de bewoners helpt is de vraag. © Jiri Buller

Jongeren die naar betere buurt verhuizen vertonen vaker probleemgedrag

Jongeren die verhuizen van een armere naar een rijkere buurt vertonen daarna vaker probleemgedrag. Onderzoeker Jaap Nieuwenhuis schrok zelf van die bevinding, die indruist tegen het beleid om wijken te mengen.

Een 12-jarige jongen, we noemen hem Roy, woont met zijn moeder op een galerijflat in een stadswijk ergens in Nederland. Zijn moeder zit in de bijstand. Geld voor een sportclub is er thuis niet, Roy draagt geen Nikes, maar schoenen van het huismerk van Van Haren. Dan krijgt Roys moeder de kans om te verhuizen naar een sociale huurwoning in een nabijgelegen wijk met laagbouw vol gezinnen met tweeverdieners en groenstroken. Doen of niet doen?

De kans dat de tiener na deze verhuizing psychische klachten ontwikkelt, uiteenlopend van agressie, angststoornissen, depressie tot een conflict met zijn moeder is groter dan wanneer zij samen in de galerijflat blijven wonen

Wat zegt uw onderbuik? Die van veel beleidsmakers zei jarenlang: natúúrlijk, meteen doen! Wonen in een meer gemengde omgeving, waar het gemiddelde inkomen hoger ligt en de graad van verloedering van de behuizing lager - dat werkt emanciperend, dat is vooruitgang.

Dat blijkt niet zo te zijn. Niet voor Roy althans. De kans dat de tiener na deze verhuizing psychische klachten ontwikkelt, uiteenlopend van agressie, angststoornissen, depressie tot een conflict met zijn moeder is groter dan wanneer zij samen in de galerijflat blijven wonen, zo blijkt uit een recent verschenen studie van sociaal geograaf Jaap Nieuwenhuis.

Jongeren die van een armere naar een rijkere buurt verhuizen vertonen meer probleemgedrag dan jongeren die naar een gelijksoortige of armere buurt verhuizen, zo ontdekte Nieuwenhuis, postdoc aan de onderzoeksgroep stedelijke vernieuwing en wijkverandering aan de bouwkundevakgroep van de TU Delft.

Roy bestaat niet echt, hij staat symbool voor de ruim negenhonderd jongeren tussen de 12 en 20 jaar die Nieuwenhuis gedurende vijf jaar volgde. Althans, hij volgde de jongeren niet zelf, hij combineerde data van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), zoals inkomens van de ouders en woon- en verhuisgegevens met onderzoeksdata van de Universiteit Utrecht naar het welbevinden van honderden jongeren gedurende een periode van vijf jaar. Zijn publicatie verscheen eind april in het vakblad Journal of Youth and Adolescence.

Het is de combinatie van gegevens die zijn onderzoek uniek maakt, zegt Nieuwenhuis, tijdens een wandeling door zijn eigen woonwijk Lunetten in Utrecht, een 'tamelijk gemengde' wijk (want koop- en sociale huurwoningen) die hij omschrijft als 'relatief saaie buitenwijk, met veel groen en gezinnen, al met al een vrij normale lagemiddenklassebuurt'.

Krachtwijk 

'Waarom zou ik profiteren van het feit dat mijn buurman goed verdient?', zei socioloog Emily van Miltenburg die op wijkonderzoek promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam onlangs in de Volkskrant. Toch ligt de overtuiging dat het mengen van wijken emanciperend zou werken ten grondslag aan decennia woningbeleid, zie de 'Vogelaarwijken' (ook wel kracht- of prachtwijken genoemd) waar tussen 2008 en 2012 honderden miljoenen in zijn geïnvesteerd. Volgens Miltenburg is de menggedachte vooral een politiek standpunt. Economisch is de invloed van de buurt aanzienlijk kleiner dan vaak wordt beweerd.

Dat het mengen van wijken ter emancipatie van de inwoners op papier beter werkt dan in de praktijk, wordt al een flink aantal jaren door onderzoekers geconstateerd. Studie na studie laat zien: arm trekt zich helemaal niet aan rijk op of de invloed van de woonomgeving is slechts marginaal. Je kunt wel een wijk opknappen, maar of dat de bewoners helpt is de vraag. Desondanks zag Nieuwenhuis zijn negatieve conclusie niet aankomen.

Omdat verhuizen altijd een reden heeft, heeft de onderzoeker rekening gehouden met zaken als een scheiding of het verlies van een baan en het dalen van de inkomsten van ouders die ten grondslag aan een verhuizing kunnen liggen - allemaal zaken bovendien die het welbevinden van de tieners kunnen beïnvloeden. Ook verhuizen zelf is stressvol. 'Voor al die dingen heb ik gecorrigeerd, toch zie je dat kinderen die naar een mindere of vergelijkbare buurt verhuizen niet met meer probleemgedrag kampen.'

Kinderen met ouders met een laag inkomen voelen zich naast buurkinderen met rijkere ouders waarschijnlijk slechter af dan tussen buren met vergelijkbare lage inkomens

Nieuwenhuis is wel een beetje geschrokken van zijn bevindingen. Hij verklaart ze aan de hand van het idee van relatieve deprivatie. Je bent slechts zo arm (of rijk) als je je voelt. Het contrast met de sociaal-economische situatie van de nieuwe buren (of buurkinderen) is te groot, vermoedt hij.

'Kinderen met ouders met een laag inkomen voelen zich naast buurkinderen met rijkere ouders waarschijnlijk slechter af dan tussen buren met vergelijkbare lage inkomens', zegt hij. De perceptie van welvaart is belangrijker dan de welvaart zelf en sociale acceptatie is voor pubers van wezensbelang. 'Jongeren kunnen die ongelijkheid als oneerlijk ervaren, dat kan zich uiten in probleemgedrag.'

Nieuwenhuis wil graag verder met dit onderzoek. Jongeren bevragen over hun wijkervaringen via vragenlijsten. De data laten wel zien dat het effect er is, maar hoe het komt, is toch vooral zijn 'educated guess'.

Wijkenbeleid hoeft niet volledig bij het grofvuil, vindt de onderzoeker, wel zou het zinnig zijn om het meer per individu te bekijken en te beseffen dat opleiding en werk veel emanciperender werken dan de woonplek.

Maar hij is een wetenschapper, geen beleidsmaker. Dus mag hij mijmeren. Een buurt is een microkosmos, zegt hij, Nederland in het klein. Eigenlijk vindt hij dat zijn onderzoek vooral aantoont dat ongelijkheid een probleem is. Dat vindt hij een boeiendere kwestie dan de vraag of wijkenbeleid werkt. 'Ongelijkheid heeft zulke grote effecten', zegt hij. Half serieus: 'Misschien moeten we daar gewoon mee stoppen.'