Robbert Dijkgraaf: 'Miljard extra voor wetenschap is goed voor heel Nederland'

'Het is een basisvoorziening, goede wetenschappers'

Een miljard extra voor wetenschap, dat is volgens Robbert Dijkgraaf broodnodig. Een fiks deel daarvan moet naar natuur- en scheikunde. Daar profiteren ook andere sectoren van.

Natuurlijk, zegt natuurkundige Robbert Dijkgraaf, even terug uit de Verenigde Staten voor talloze afspraken, een kwartiertje DWDD voor zijn nieuwe VPRO-serie Mind of the Universe, voor familiebezoek. Natuurlijk is het signaal dat hij wil afgeven ook gericht aan een nieuw kabinet. Bottomline: van het broodnodige miljard euro extra voor de wetenschap moet een fiks deel naar natuur- en scheikunde.

De basisdisciplines. Koester het fundament, heet het recente manifest waaraan hij meeschreef, net als onder anderen Nobelprijswinnaar Ben Feringa en Jos Benschop van chipgigant ASML.

Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Studies in Princeton, oud-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: 'Vorige week zei iemand nog tegen me, Robbert, de Nederlander maakt zich zorgen over gezondheid, over veiligheid, klimaat, energie, water. En dan kom jij ook nog eens om een miljard voor de wetenschap. Is dat niet gewoon een beetje veel van het goede?'

Het is toch ook niet niks, een miljard?

Waar haal je die slimme oplossingen? In de wetenschap

'Het is een fors bedrag, maar wie goede en betaalbare gezondheidszorg wil, wie veiligheid wil en geen ontregeld klimaat, kan beter slimme en effectieve maatregelen treffen dan zomaar wat. En waar haal je die slimme oplossingen? In de wetenschap. Dat miljard voor de wetenschap maakt andere agenda's goedkoper want effectiever. De wetenschap zegt het. Het bedrijfsleven zegt het.'

Zonder wetenschap zijn we per saldo duurder uit?

'Het is een basisvoorziening, goede wetenschappers. Ik hoor niemand ooit zeggen: we moeten al zoveel dingen financieren, laten we het onderwijs maar niet meer doen. Onderwijs is een basis. Wetenschap ook.'

En het geld is er?

'Niet alleen het geld is er, de belangstelling ook. De bètastudenten staan te dringen voor de poorten. Een verrassende omslag, die aangeeft dat de samenleving het belang van exacte kennis onderkent. Er is een ongekende belangstelling, vergelijkbaar met de topjaren tachtig. Er wordt hier en daar al gepraat over een numerus fixus. Dat zou overigens idioot zijn, gezien de maatschappelijke vraag.'

Niemand bestrijdt het belang van wetenschap.

'Maar het gekke is dat zich dat in Nederland al heel lang niet vertaalt in een serieuze investering. De overheidsbestedingen voor onderzoek staan al jaren onder druk. We vieren dat we weer een Nobelprijs hebben, maar die stamt uit een betere tijd. De basis daarvoor werd dertig jaar geleden gelegd. De realiteit is dat een jonge onderzoeker nu half zoveel kans heeft om aan de bak te komen als Ben Feringa destijds, of ikzelf.'

Een jonge onderzoeker heeft nu half zoveel kans om aan de bak te komen als ikzelf destijds.

In uw manifest benadrukt u heel erg de harde natuurwetenschappen. Daar moet veel meer geld heen. Zijn die belangrijker?

'Natuur- en scheikunde zijn vakken met wat ik in Scrabbletermen driemaal woordwaarde noem. Het is een manier om bètatalent binnen te trekken. Het zijn de vakken waarin Nederland internationaal excelleert, ondanks het feit dat er slechts de helft in wordt geïnvesteerd van het wereldgemiddelde. En ten derde is de Nederlandse industrie groot in chemie en hightech, met alles van DSM tot ASML. Zij hebben behoefte aan een academisch umfeld met natuurkunde en scheikunde.'

Kan Nederland concurreren?

Wij kunnen iets dat je bijna nergens anders ziet: samenwerken

'Wij kunnen iets dat je bijna nergens anders ziet: samenwerken. In de VS vecht MIT tegen Harvard, al zit het op een steenworp afstand. Hier maakt Leiden of Groningen niet echt uit. We zijn een virtuele Universiteit van Nederland en krijgen daardoor meer voor elkaar.'

U vraagt een bedrag oplopende tot 120 miljoen euro per jaar extra, voor natuurkunde en scheikunde.

'Het is niet zozeer een vraag om geld, maar eerder een aanbod. We staan klaar om de samenleving te bedienen. Er zijn studenten. En is vraag, dus het geld is niet voor eigen parochie of de happy few. Ik zou teleurgesteld zijn als er in deze formatie niks mee gebeurt, vooral voor de jonge generaties.'