Neem jodiumtekort met een korreltje zout

Met een ferme zwaai gooit de Gezondheidsraad, het adviesorgaan van de overheid, de naar binnen geworpen knuppel het hoenderhok weer uit....

In dit artikel betogen reumatoloog Richard Verheesen van het Máxima Medisch Centrum in Eindhoven en interniste Karin Schweitzer van het TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg op gezag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat alle westerse landen, inclusief Nederland, kampen met een jodiumtekort. ‘Sinds 1999 zit er weliswaar verplicht gejodeerd zout in brood, maar daar wordt steeds minder van gegeten’, is hun verklaring.

In Nederland krijgen 6 miljoen mensen, eenderde van de bevolking, te weinig jodium binnen, rekenen de twee artsen voor. Dit tekort varieert sterk. Van een ernstig tekort vooral onder (zwangere) vrouwen tot een gering tekort onder mannen. Ernstig jodiumtekort leidt onder meer tot struma en onvruchtbaarheid. En, suggereren de twee specialisten, mogelijk ook tot aandoeningen als chronisch vermoeidheidssyndroom en ADHD.

Jodium is een essentiële grondstof voor de schildklier. De stof is nodig voor de productie van basale hormonen die een rol spelen bij de groei. Een tekort aan jodium remt de ontwikkeling van de hersenen. Niet alleen kinderen krijgen dan last van gezondheidsproblemen. Omdat jodium een rol speelt bij veel stofwisselingsprocessen, kunnen ook volwassenen lichamelijke problemen krijgen. Struma – krop – bijvoorbeeld: het pijnlijk uitdijen van de schildklier, die zo probeert een tekort aan jodium geforceerd te compenseren.

Jodium zit in zeevis als zalm, in schaaldieren en in zeewier. En in eieren en melk. Dertig jaar geleden bleek uit voedingsevaluaties dat veel mensen in Nederland te weinig jodium binnen kregen. Dat kwam doordat er steeds minder vis werd gegeten en minder melk werd gedronken. Om dit tekort structureel aan te vullen, is gejodeerd broodzout geïntroduceerd dat aan brooddeeg wordt toegevoegd, in eerste instantie vrijwillig en vanaf 1963 verplicht.

Door de jodiumconcentratie in urine te meten, is vast te stellen of er sprake is van een innametekort. De WHO gebruikt voor zijn recente analyse van de Nederlandse situatie een oud artikel met de resultaten van urineanalyses die twaalf jaar geleden zijn verzameld van bijna duizend kinderen tussen zes en achttien jaar. De urine werd twee keer per dag verzameld. De gemiddelde uitplaswaarde bleek 154 microgram jodium per liter, terwijl 100 voldoende is.

Uit de WHO-publicatie blijkt dat aan de ene kant veel kinderen bovengemiddeld meer jodium binnen krijgen, maar ook dat bijna 40 procent van hen een te lage hoeveelheid jodium inneemt via het eten, zegt reumatoloog Richard Verheesen. Extrapolerend naar de hele bevolking zijn er zo zes miljoen mensen met een jodiumtekort, variërend van minimaal tot ernstig, aldus Verheesen.

Die redenering is fout, zegt Daan Kromhout van Wageningen Universiteit en vicevoorzitter van de Gezondheidsraad. Een raadscommissie met jodiumexperts bracht eind september een advies uit over jodiumgebruik in Nederland. Met een heldere conclusie: ‘De inname van jodium via het voedsel is voldoende.’

Dat staat haaks die van de twee Brabantse artsen. Kromhout, in de ingezonden brief aan Medisch Contact: ‘De twee urinemonsters zijn op één dag verzameld. Zij geven geen goed beeld van de dagelijkse jodiuminname, de urineproductie over een heel etmaal. Bovendien mogen die kindermetingen niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar de hele bevolking, zoals die Brabantse artsen in navolging van de WHO doen.’

Opmerkelijk, zegt Kromhout, is dat ondanks die methodologisch verkeerde analyse de WHO tot eenzelfde conclusie komt over de jodiumstatus van de Nederlandse bevolking als zijn eigen Gezondheidsraad. ‘Adequaat’ is de kwalificatie van de WHO voor de jodiuminname.

Voor criticus Verheesen is daarmee de kous niet af. Hij verwijst naar een recente voedselconsumptiepeiling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM), die wel is gebaseerd op urine die gedurende een etmaal is verzameld. ‘Daaruit blijkt dat weliswaar de gemiddelde jodiuminname ruim voldoende is, maar ook dat 20 procent van de mensen, vooral vrouwen van 50 tot 70 jaar, jodiumtekort heeft; met een hoger risico van aandoeningen als krop.’