Nederlandse taal is omslachtig en eigenaardig, blijkt uit onderzoek
© ANP

Nederlandse taal is omslachtig en eigenaardig, blijkt uit onderzoek

Wie van doorzichtigheid en doelmatigheid houdt, is meestal meer gecharmeerd van wiskundige formules dan van woorden. De meeste talen zijn onlogisch en omslachtig als de mensheid zelf. Talen zonder ballast en nutteloze versiersels zijn nog nooit op natuurlijke wijze ontstaan. Echter: weinig talen blijken zo topzwaar van de overbodigheden als het Nederlands. Dat kan althans worden geconcludeerd uit onderzoek van taalwetenschapper Sterre Leufkens.

Sprekers van het Nederlands, blijkt uit haar proefschrift, peigeren zich dagelijks af met veel meer omwegen en 'lege elementen' dan sprekers van het Bantawa, het Bininj Gun-Wok, het Egyptisch-Arabisch, het Samoaans, het Sandawe, het Kharia, het Khwarshi, het Kayardild, het Teiwa, het Tidore, het Sheko en het Sochiapan Chinantec. In totaal 22 talen werden door Leufkens geturfd op het voorkomen van niet noodzakelijke grammaticale elementen en regels. Haar dissertatie bevat meerdere ontluisterende bevindingen over haar moedertaal.

Neem het onderscheid tussen 'de' en 'het'. Het Engels kent alleen 'the'. Onder de kokospalmen van Samoa in de Stille Zuidzee weten ze al heel lang dat het leven in linguïstisch opzicht eenvoudiger kan. Interessant: toen het Nederlands in zuidelijk Afrika arriveerde, verdwenen 'de' en 'het' als Hollandse sneeuw voor de Afrikaanse zon, om plaats te maken voor het heldere 'die'.

Meervoudsvorm

'Het' in 'het sneeuwt' is en leeg element. 'Het' betekent daarin niets. Transparant is: 'Sneeuw valt.'

In het januarinummer van het maandblad Onze Taal kan Leufkens begrip opbrengen voor caissières van niet-Nederlandse origine die zinnen als 'wilt u de bonnetje?' uit hun mond laten vloeien. Zou het Nederlands een 'transparante' taal zijn, dan zeiden we gewoon 'de boek ligt in de kast'. Ook nergens voor nodig: 'er'. Nederlanders zeggen: 'Er loopt een hond door de straat.' Efficiënt is: 'Een hond loopt door de straat.' 'Er' is, stelt Leufkens, een 'leeg element', net als 'het' in 'het sneeuwt'. 'Het' betekent daarin niets. Transparant is: 'Sneeuw valt.'

Het Nederlands is ook omslachtig doordat werkwoorden een meervoudsvorm kennen - hij loopt én wij lopen - en door de dubbele meervoudsuitgangen van zelfstandige naamwoorden: 'ziektes' en 'ziekten', 'sektes' en 'sekten'. Het Nederlands kent maar liefst drie manieren om woorden samen te stellen, met als gevolg dat je zowel bedrijfsuitjes, kurkentrekkers als deurknoppen hebt. In taalkundig jargon staan dergelijke eigenaardigheden bekend als historical junk.

In het Nederlands heeft de rommel zich waarschijnlijk door de eeuwen heen kunnen ophopen doordat weinig mensen zich deze taal als tweede taal eigen maakten. Doen grote groepen dat wel, dan leidt dat vaak tot grammaticale vereenvoudigingen. Dat moet omstreeks 1500 jaar geleden zijn gebeurd met het West-Germaanse dialect waaruit het Engels is voortgekomen.

Of het Nederland meer rommel en ballast bevat dan het Duits, het Frans, het Spaans, het Pools, het Russisch, het Grieks of het Armeens, valt nog te bezien. In Leufkens' onderzoek fungeerde het als enige Indo-Europese taal. 'Het ging erom een eerste indruk te krijgen van wat er mogelijk is op dit gebied', aldus Leufkens tegen Onze taal. 'Dan is het beter om talen te nemen die zo ver mogelijk van elkaar afstaan.'