Hoe meer omstanders bij een ramp, hoe minder hulp er wordt geboden
© ANP

Hoe meer omstanders bij een ramp, hoe minder hulp er wordt geboden

Met zijn allen toekijken hoe iemand verdrinkt? Dat kun je niemand kwalijk nemen, want wel of níet ingrijpen is geen bewuste keuze, maar een reflex. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van neurowetenschapper Ruud Hortensius van de Universiteit Tilburg naar het 'omstandereffect'.

Hoe meer mensen toekijken bij een ramp, des te kleiner de kans dat we de helpende hand bieden. Het omstandereffect is een van de bekendste fenomenen uit de sociale psychologie.

De standaardverklaring is dat we verlamd raken als niet duidelijk is wie verantwoordelijk is voor een reddingsactie. Ook zou er angst zijn voor wat anderen van je denken als je ingrijpt. Volgens de promovendus spelen dit soort bewuste afwegingen niet of nauwelijks een rol. Wel of niet te hulp schieten is eerder een reflex dan een bewuste keuze.

Ik weet het zeker: als ik iemand zie verdrinken, schiet ik te hulp.

  • 32% (857)

    Oneens

  • 68% (1842)

    Eens

2699 stemmen

Hortensius baseert zich op hersen-scans van mensen die naar een filmpje kijken van een vrouw die op straat flauwvalt. De hoeveelheid hersenactiviteit in de motorcortex - een indicatie dat het brein een hulpactie voorbereidt - is het grootst als er behalve de proefpersoon verder niemand op straat loopt. Naarmate het aantal toeschouwers in het filmpje groter is, daalt de motorische hersenactiviteit. Het is de eerste keer dat het omstandereffect in de hersenen is aangetoond.

Van nature zijn we geneigd een medemens in nood de helpende hand bieden, aldus Hortensius. Het gaat om een evolutionair mechanisme - want gunstig voor de overlevingskans van de hele groep. Het omstandereffect remt deze automatische reactie af. Maar niet bij iedereen even sterk, meent Hortensius.

Door gerichte trainingen kun je de empathische reactie versterken

Ruud Hortensius

Hij zag dat proefpersonen die op vragenlijsten uit de bus komen als empathisch en meevoelend, minder worden afgeremd door het omstandereffect. Op mensen die in noodsituaties vooral bezig zijn met hun eigen ongemak, heeft het omstandereffect - ongewild - wel een verlammend effect.

Deze nieuwe kennis maakt het in de toekomst mogelijk, denkt Hortensius, de hulpvaardigheid van brandweerlieden en politieagenten te trainen. 'Bij het zien van een ongeluk strijden bij ieder mens twee automatische hersenprocessen om de voorrang. Het eerste proces is gericht op het wegnemen van het leed bij de ander. In het tweede proces staat het persoonlijk ongemak op de voorgrond met het bijbehorende gevoel dat je aan de grond genageld staat. Door gerichte trainingen kun je de empathische reactie versterken.'

Sociaal-psycholoog Marco van Bommel van de Universiteit Twente juicht het toe dat er met nieuwe technieken zoals hersenscans wordt gekeken naar een fenomeen als het omstandereffect. Hij denkt wel dat in de experimenten momentopnames laten zien van minder dan een seconde. 'In het echte leven is er volgens mij een voortdurende wisselwerking is tussen de twee hersenprocessen die tot wel of niet ingrijpen leiden. Niet ingrijpen kan zomaar omslaan in  wèl ingrijpen of omgekeerd.'