Het prof. dr. Dagobert Duck-effect

Veelverdieners in de Nederlandse wetenschap

Het is in de wetenschap niet anders dan in de maatschappij: een select gezelschap sleept de miljoenen binnen. Wie zijn deze wetenschappers? En als ze honderd keer meer geld krijgen dan anderen, zijn ze dan ook honderd keer beter? De Volkskrant dook in de databanken van de financiers.

Het meeste onderzoeksgeld gaat naar een piepkleine groep van altijd weer dezelfde researchers en de rest heeft gewoon het nakijken

Visualisatie

Welke wetenschappers haalden de afgelopen twee decennia het meeste geld op? En wie lopen er in de achterhoede? Bekijk het in de visualisatie onderaan dit artikel. Leest u dit via onze apps? Klik dan hier.

Dit verhaal begint in het najaar van 2013, met een bozige mathematisch fysicus, Klaas Landsman, de altijd wat jongensachtig gebleven onderzoeker in Nijmegen die zich al lang geleden heeft voorgenomen nooit een blad voor de mond te nemen. Zo ook die keer niet, toen het ging over zijn eigen theoretische quantumonderzoek en met minstens evenveel aplomb over de manier waarop in Nederland het geld voor wetenschappelijk onderzoek wordt verdeeld.

Dat gebeurt op een oneerlijke manier, vond Landsman. Demotiverend. Totaal niet efficiënt. En dus onverstandig.

Voor alle duidelijkheid, Landsman heeft niet te klagen, hij haalt nu en dan best wat tonnen binnen om onderzoekstijd en hulptroepen te betalen. Daar gaat het hem niet om. Hij redt zich wel, en een wiskundige heeft niet zoveel nodig ook. Zijn echte kernpunt is meer principieel: het meeste onderzoeksgeld gaat naar een piepkleine groep van altijd weer dezelfde researchers en de rest heeft gewoon het nakijken.

Derde geldstroom

Hans Bos

Koploper. Als het oliemannetje van de Nederlandse kankerresearch een teamspeler pur sang. Zelf een uitstekende kankernegeticus, maar minstens zo goed in het organiseren van onderzoeksconsortia met klinkende namen als KNAW-president Hans Clevers of René Bernards van het Kankerinstituut. Alleen grote groepen kunnen het verschil maken, vindt hij. Daarbij zijn alle geldbronnen goed. Haalde zowel Zwaartekrachtgeld van het ministerie binnen (24 miljoen) als geld uit de collectebussen van KWF Kankerbestrijding. Totaalbudget zeker 31,2 miljoen.

Het woord elite valt niet in dat gesprek in Landsmans kale studeerkamer in Nijmegen. Maar daar komt het wel op neer. Het Dagobert Duck-effect noemt Landsman het verschijnsel dat sommige mensen honderd keer meer krijgen dan anderen. Zoveel beter kunnen die topwetenschappers namelijk nooit zijn. Het matteüseffect, heet in de literatuur het verschijnsel van de rijken die rijker worden. Op straat heet het de duivel die altijd op de grootste hoop schijt.

Maar wie zijn dan die prof.dr.ir. Dagobert Ducks van de Nederlandse wetenschap? We besluiten het uit te zoeken.

De Nederlandse wetenschap haalt geld uit een aantal bronnen en circuits, die lang niet allemaal even inzichtelijk zijn. Zo is er de eerste geldstroom waarin 2,5 miljard euro per jaar over de universiteiten wordt verdeeld, aan de hand van de aantallen studenten. De instellingen zelf bepalen vervolgens hoeveel faculteiten, groepen en uiteindelijk onderzoekers daarvan krijgen. Maar ook de docenten, de collegezalen, de koffie en de typex worden ervan betaald.

Anderzijds is er de derde geldstroom: geld dat bedrijven en andere partijen in wetenschappelijk onderzoek steken. Officieel is het allemaal in de jaarverslagen van die bedrijven en universiteiten te vinden. Het totaal beloopt volgens schatting van het Rathenau Instituut, dat de R&D-cijfers al jaren bijhoudt, zo'n 2 miljard euro per jaar. Maar een centraal overzicht van wie wat krijgt is er niet, wat gericht onderzoek naar de veelverdieners lastig maakt.

Competitie

Jos Kleinjans

Sinds de Nederlandse wetenschap niet meer royaal kan profiteren van de aloude aardgasbaten, is het deze Limburgse netwerker van de Universiteit Maastricht iets minder voor de wind gegaan. Toen het nog kon praatte hij ooit in één klap 26 miljoen euro los, voor onderzoek naar genetische alternatieven voor proefdieronderzoek. Een consortium van onderzoekers en bedrijven ging aan de slag en bouwde indrukwekkend veel basiskennis op. Toepassingen zijn nu het probleem. Daar is geen geld voor. Niettemin staat Kleinjans teller op 28,5 miljoen euro.

Gelukkig is er ook nog de tweede geldstroom: overheidsgeld dat wordt verdeeld door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, kortweg NWO in Den Haag. Het gaat om ongeveer 650 miljoen euro per jaar. Maar dat is dan wel nadrukkelijk bestemd voor het allerbeste onderzoek denkbaar.

Dat wordt verdeeld in competitie. Onderzoekers dingen naar budget door onderzoeksvoorstellen in te dienen. Commissies wetenschappers, ook internationaal, beoordelen die. Daarna volgt de toekenning. Maar een afwijzing is waarschijnlijker: afhankelijk van de discipline maken indieners een kans van zo'n 15 procent om geld te krijgen.

Dat is natuurlijk niet veel. Maar het systeem berust in principe op eerlijke competitie: de beste voorstellen en onderzoekers krijgen geld. En NWO streeft naar transparantie. Alle gehonoreerde NWO-onderzoeken staan in een openbare databank, iedereen die dat wil kan ze inzien. Waarmee de grondstof is gevonden voor een antwoord op de vraag wie het onderzoeksgeld in Nederland binnenhaalt. En wie niet, natuurlijk, maar daarover later.

Natuurlijk zijn er meer financieringsbronnen. Nederlandse onderzoekers zijn al jaren koplopers in het vergaren van researchgeld uit Brussel, voornamelijk via de European Research Council. Deze ERC heeft talloos veel miljoenen te verspijkeren, waarvan er bovengemiddeld veel naar Nederlandse voorstellen gaan. We zijn daar zo goed in, is de gangbare verklaring, doordat we in Nederland al langer dan veel anderen gedrild zijn in competitie en het formuleren van kekke projectvoorstellen.

Zwaartekrachtprogramma

Thomas Hankemeier

Ondernemende topwetenschapper, gespecialiseerd in het detecteren van stofwisselingseiwitten in weefsels en lichaamsvloeistoffen. Leidt zowel het Netherlands Metabolomics Centre in Leiden, als een bedrijf dat op een chip de werking van menselijke organen nabootst voor onderzoek en tests. Duitser van origine, gepromoveerd aan de VU in Amsterdam, en daarna een tijdlang onderzoeksleider bij TNO. Vindt dat Nederlanders als geen ander kunnen samenwerken, ook als om het vinden van geld gaat.Heeft zeker 27,5 miljoen op zijn naam.

Ook de ERC-toekenningen door de jaren heen zijn in een keurige publieke databank in te zien. Een kleine honderd onderzoekers kregen een ERC-grant, die in het veld geldt als zeer prestigieus, al was het maar omdat de kans er een te krijgen slechts een paar procent bedraagt. Interessant is te zien welke Nederlanders in Brussel het beste scoren.

Sinds 2012 grijpt ook het ministerie van OCW geregeld zelf nog naar de buidel om het Nederlandse wetenschapslandschap extra op te schudden. Met het zogeheten Zwaartekrachtprogramma wordt gericht veel geld gestoken in grote samenwerkingsverbanden van prominente onderzoeksgroepen.

Daarin gaan bedragen van een kleine 20- tot meer dan 30 miljoen euro per toekenning om. Voor consortia van gemiddeld zes groepen en uitgesmeerd over tien jaar, maar niettemin veel geld dat nadrukkelijk niet in de breedte wordt besteed. In 2013 en 2014 ging minister Jet Bussemaker van OCW glunderend op de foto met de penvoerders van in totaal twaalf winnende consortia, elk tussen de 18- en 35 miljoen euro rijker.

In de databanken van toegekende onderzoeksgelden zijn de projecten gekoppeld aan namen van aanvragers. In veel gevallen zijn dat de wetenschappers die het voorgestelde onderzoek ook met hun groep of team willen uitvoeren. Soms zijn het ook zogeheten penvoerders, die namens een heel consortium van onderzoeksgroepen een voorstel indienen. 

Wetenschappelijke veelverdieners

Het lijkt me niet terecht om te suggereren dat ik zou zwemmen in het geld

Cees Dekker, onderzoeker

Het geld dat ze eventueel binnenhalen, is weliswaar niet (alleen) voor henzelf, maar anderzijds wordt zoiets ook niet aan de secretaresse overgelaten: klinkende namen en herkenbare gezichten doen het daar toch beter, is de gedachte.

Dat, waarschuwt de Delftse nanofysicus en Spinozaprijswinnaar Cees Dekker, is een belangrijke nuancering bij ieder onderzoek naar wetenschappelijke veelverdieners. 'Het lijkt me niet terecht om te suggereren dat ik zou zwemmen in het geld. Van onze Zwaartekracht van 36 miljoen komt maar een paar miljoen echt bij onszelf terecht, een paar post-docs en aio's. Het geld is voor alle partners. Cees Dekker krijgt 36 miljoen klinkt veel heftiger dan het is.'

Wie met die kanttekeningen de databanken van de in Den Haag en Brussel gehonoreerde onderzoeksvoorstellen uitpluist, ziet niettemin een scherpe tweedeling in de Nederlandse wetenschap. Als grote programma's en speciale subsidies als Zwaartekracht worden meegeteld, is er een groep van pakweg twintig wetenschappers die op hun naam tijdens hun carrière gemakkelijk een factor tien tot twintig meer geld binnenhaalden dan de overgrote rest.

Het zijn allemaal mannen (op één psychologe na), hoofdzakelijk fysici, chemici en moleculair biologen, medici of wiskundigen en informatici. De universiteiten van Utrecht, Nijmegen en Leiden domineren de toplijst, plus het Kankerinstituut en de technische universiteiten van Eindhoven en Delft.

Uit de cijfers is af te leiden dat ongeveer 10 procent van alle Nederlandse onderzoekers meer geld krijgt dan de overige 90 procent. Dat zijn de grootverdieners van de Nederlandse wetenschap. En ook al hebben ze er doorgaans geen sportauto's en zwembaden van gekocht, maar er keurig promovendi en post-docs voor ingehuurd, labs gebouwd, naar conferenties gereisd, peperdure apparaten van aangeschaft; veel anderen kunnen daarvan alleen maar dromen, en hooguit proberen aan te haken bij de winnaars.

Aardgasbaten

Theo Rasing

De grootverdiener van de Nederlandse wetenschap, onderzoeker in hart en nieren met het oog dag en nacht op de bal. Fysicus, opgeleid in Nijmegen en de VS. Onderzoekt aan de Radboud Universiteit hoe licht de magnetische eigenschappen van materie kan besturen, liefst op nanoschaal. Ooit moet dat de basis leggen voor nog kleinere, nog snellere computergeheugens. Was als jonge onderzoeker al doordrongen van het idee dat geld een voorwaarde is voor mooie wetenschap. Grootste klapper is de 25 miljoen voor een nieuw ultramagneetlab in Nijmegen. Budget zeker 30,6 miljoen euro.

Nummer 2 op de Volkskrant-ranglijst, de gelauwerde Nijmeegse magnetisme-fysicus Theo Rasing, Spinozapremiewinnaar in 2008, heeft kennis genomen van de resultaten. Hij is, zegt hij in een interview dat wegens zijn drukke agenda om zeven uur 's morgens plaatsvindt, eerlijk gezegd zelfs een tikje teleurgesteld. 'Ik had me eigenlijk hoger ingeschat. Geen kleine 30 miljoen, maar pakweg het dubbele, alles meegerekend. Ik heb me altijd sterk gerealiseerd dat je zonder geld geen onderzoek doet. En ik wil onderzoek doen. Dus moet je geld organiseren.'

Hij besteedt ongeveer 10 procent van zijn werktijd aan het organiseren van fondsen, schat Rasing.

Rasings verbazing snijdt hout. De bedragen op de lijst zijn een ondergrens, vrijwel alle onderzoekers op de lijst verwerven meer. Van bijvoorbeeld breinspecialist Peter Hagoort van het Max Planck in Nijmegen is bekend dat hij ooit ruim 30 miljoen euro los lobbyde uit de inmiddels afgeschafte FES-pot, beter bekend als de aardgasbaten.

Voor de ranglijst van topverdieners hebben de oude aardgasbaten hoe dan ook een flinke impact. Nogal wat namen in de top-20 zijn verbonden geweest met een grote inhaalslag die Nederland probeerde te maken met het zogeheten Nationaal Genomics Initiatief, kortweg NGI. Daarin ging tweemaal 300 miljoen euro om.

Geen exacte rangorde

Geen belangenverstrengeling, geen vriendjespolitiek. Dat was de afspraak

Thomas Hankemeier

En niet voor niets, zegt de Leidse hoogleraar analytische biochemie Thomas Hankemeier, die 25 miljoen uit de pot kreeg voor het opzetten van het Netherlands Metabolomics Centre in die stad, dat tot op molecuulniveau de stofwisseling bestudeert.

Dat centrum, benadrukt de nummer 4 op de Volkskrant-lijst, was (vorig jaar afgerond) een samenwerking van zes andere onderzoeksgroepen en een handvol industrie. Het geld werd nadrukkelijk als een nieuwe subsidiepot gebruikt: onderzoekers in den lande konden projectvoorstellen doen, die in een zware selectie werden beoordeeld. 'Geen belangenverstrengeling, geen vriendjespolitiek. Dat was de afspraak.'

Het programma heeft gewerkt. Nederland staat wat betreft metabolomics op de kaart, zegt Hankemeier. 'We werken samen met de belangrijkste spelers wereldwijd. In de wetenschap. En in de industrie.' Hankemeier zegt als geboren Duitser bewondering te hebben voor de manier waarop Nederlanders in concurrentie toch innig kunnen samenwerken. 'Duitsers zijn perfectionistischer, maar werken vooral voor zichzelf.'

Nummer 3 op de lijst, toxicoloog prof. Jos Kleinjans van de Universiteit Maastricht haalde, alweer voor een breed consortium, in 2008 een beurs van 26,5 miljoen euro binnen voor onderzoek naar genetische tests die dierproeven zouden kunnen vervangen. Er is, bekent hij, voor dat geld veel basiskennis ontwikkeld, maar tegelijk is daarvan in de praktijk nog weinig te merken. Het geld was te vroeg op en een vervolgsubsidie niet aan de orde. 'We hebben veel geleerd, veel gepubliceerd. Maar misschien is de belangrijkste spin-off wel dat we een hele generatie goeie jonge onderzoekers hebben afgeleverd, die hun weg hebben gevonden in de wetenschap en daarbuiten.'

Dat de lijst meer een indruk geeft dan een exacte rangorde, is duidelijk. Dat blijkt ook op een andere manier. Kenners van de Nederlandse wetenschap hadden op voorhand al een aantal namen aangedragen voor de topverdienerslijst. Quantumfysicus Leo Kouwenhoven aan de TU Delft, bijvoorbeeld. Spinozaprijswinnaar, deelnemer in een reusachtig ERC-project waarin 15 miljoen beschikbaar is voor het bouwen van een heuse quantumcomputer.

De kar trekken

Gert-Jan van Ommen

Inmiddels met pensioen maar nog steeds een spin in het web van de menselijke genetica in Nederland dat reikt van het Leids Universitair Medisch Centrum tot de Gezondheidsraad. Was lang een onvermijdelijk gezicht op televisie en in de krant als het over onze genen ging. Als onderzoeksleider ondermeer betrokken bij de ontwikkeling van eerste genetische therapie ter wereld voor spierdystrofie en de ziekte van Duchenne. Auteur van meer dan 380 wetenschappelijke artikelen. Regelde in de loop van de jaren zeker 23,7 miljoen euro aan budget voor zichzelf en andere onderzoeksgroepen.

Omdat de Delftse hoogleraar relatief weinig geld ophaalt via met name NWO en voor de ERC Synergy-beurs van 15 miljoen en de Zwaartekrachtpremie van nanotech van 36 miljoen is hij weliswaar graag deelnemer, maar geen penvoerder. Dat was collega en labgenoot Dekker. Zelf zit hij er overigens absoluut niet mee. Kouwenhoven: 'Integendeel. Ik heb bepaald niet te klagen. Maar ik denk erover om een grote aanvraag voor NWO te schrijven. En dan is het misschien zelfs beter als je niet al kind aan huis bent', mailt hij in haast, als altijd.

Kouwenhoven is zonder enige twijfel een van de belangrijkste wetenschappers van Nederland, ook internationaal wordt er naar hem geluisterd. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de huidige president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Hans Clevers. Consortia waarin zijn naam voorkomt, halen steevast miljoenen binnen. Hij hoeft er niet eens penvoerder voor te zijn, zegt de Utrechtse kankerbioloog Hans Bos, die een aantal projecten met Clevers runt. 'De besten krijgen het geld, en terecht: zij weten het best wat ermee moet gebeuren. En dan moet iemand de kar voor ze trekken.'

Was het maar zo simpel, zegt de Eindhovense psycholoog Daniël Lakens: dat de besten het geld krijgen. In zijn onderzoek en ook op Twitter volgt hij al jaren scherp het wetenschapsbedrijf. 'Er bestaat bijna een vorm van cognitieve dissonantie bij de veelverdieners. Wie veel geld krijgt, rechtvaardigt dat natuurlijk voor zichzelf. Begrijpelijk, ik gun het ze ook en ze doen vast goeie dingen met het geld. Maar dat betekent niet vanzelf dat ons huidige systeem optimaal het geld verdeelt en investeert in nieuwe ideeën en talent. Ik kan me dat eigenlijk niet voorstellen.'

Nóg vindingrijker

Jack Pronk

De nerd met het gouden idee, sinds 1999 hoogleraar industriële microbiologie in Delft. Een specialist in het omzetten van onverteerbaar plantenafval in nuttige grondstoffen en energie, wereldwijd gezien als een gouden business. Zette in 2002 met 22 miljoen euro aan aardgasbaten het Kluyver Centre voor Fermentatie in Delft op, waarvan hij wetenschappelijk directeur was. Geschat totaalbudget 21,7 miljoen.

In de praktijk is dat in elk geval overduidelijk. De scheve verdeling van het schaarse wetenschapsgeld in Nederland smaakt misschien wel het meest wrang aan de onderkant van de verdeling. Volgens de statistieken van NWO ligt de kans op succes gemiddeld rond de 15 procent, voor reguliere beurzen als Veni (voor nieuw talent), Vidi (voor het opzetten van innovatief onderzoek) en Vici (voor het opzetten van een onderzoeksgroep).

Maar voor de Dagobert Ducks van de Nederlandse wetenschap ligt dat bepaald anders, leert een rondgang langs de top. Fysicus en bijna-koploper Theo Rasing in Nijmegen schat dat hij ongeveer de helft van zijn aanvragen gehonoreerd krijgt. 'Dat gaat een beetje met vlagen, maar zoiets zal het toch wel zijn.' In Delft zegt biotechnoloog Jack Pronk (bijna 22 miljoen, plaats 6 op de lijst) iets vergelijkbaars. 'Tussen de 30 en de 50 procent succesvolle aanvragen halen we wel, denk ik.'

Maar de Delftse nanofysicus Cees Dekker benadrukt dat dat altijd een kwestie van wetenschappelijke kwaliteit blijft. 'Natuurlijk staan beurzen goed op je cv. Maar het draait uiteindelijk altijd weer om je wetenschappelijke track-record, papers in Nature, patenten. Het is gemakkelijk gedacht dat grote namen vanzelf hun geld krijgen. Natuurlijk luisteren mensen sneller naar je. Maar ik zou soms denken dat het tegendeel ook het geval kan zijn. Als je als topwetenschapper niet met een behoorlijk briljant en veelbelovend plan komt, lig je eruit.'

Thomas Hankemeier in Leiden ziet het net zo. 'Alles gaat in competitie, de beste mensen en voorstellen krijgen geld en zo hoort het. En als je het niet krijgt, moet je gewoon nóg vindingrijker zijn. Ik kom uit Duitsland. Bij eerlijker delen moet ik al snel denken aan de DDR. Dat is niet iets om enthousiast over te zijn.'

Gemopper en geklaag

Kan het anders?

Daniël Lakens, psycholoog aan de TU Eindhoven

'Wat mij altijd weer irriteert, is dat uitgerekend geld voor wetenschap wordt verdeeld op een manier waar nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan. Er zijn allerlei intuïtieve en politieke ideeën over hoe het moet: alles naar de top, of juist niet. Maar of er een optimum is en waar dan, dat weten we helemaal niet. Onderzoeksfinancier NWO of het ministerie net zomin.

'De scheve verdeling van onderzoeksgeld verbaast me eigenlijk niet. Het systeem is erop ingericht om bepaalde mensen keer op keer de mogelijkheden te geven. Als je niet in het systeem zit, kom je er later ook niet meer tussen.

'Het probleem is dat er kwalitatief eigenlijk geen groot onderscheid bestaat tussen de tien mensen die wel een beurs krijgen, en de volgende tien of vijftien op het lijstje van de jury, die niks zullen krijgen. En daarna is het een self-fulfilling prophecy. Zonder de ene beurs krijg je de volgende ook niet.

'Mijn vermoeden is dat een bredere verdeling van het geld iedereen productiever maakt. Het is gewoon de wet van de verminderde meeropbrengst: je tweede miljoen maakt je niet tweemaal zo productief, je eerste wel. Het is weleens uitgezocht hoeveel een Veni-beurs nou eigenlijk oplevert. Dat valt tegen. Eén extra gepubliceerde paper in vijf jaar. Voor acht ton.

'Het idee achter de Vidi- en Vici-programma's van NWO is dat mensen er een eigen groep mee moeten kunnen opzetten. Dus zijn de bedragen noodgedwongen ook meteen aanzienlijk, een kwart miljoen, acht ton zelfs. Dan zijn er dus altijd maar een paar gelukkigen, daarna is het geld op.

'Ik denk, maar ook dat is dus intuïtief, dat kleinere beurzen meer waar voor hun geld zouden geven, zeg een ton of zo. Er zijn dan meer mensen met meer goeie ideeën. Die zullen moeten samenwerken om post-docs en promovendi aan te nemen. Maar dat is prima. Samenwerking van onderaf is hoe dan ook gezonder dan samenwerken omdat de financier dat van je eist.'

Dat hangt er maar vanaf, zegt Barend van der Meulen van wetenschapsdenktank Rathenau-instituut in Den Haag. 'Er wordt vooral te veel gedaan alsof niemand dit zag aankomen. Dit is al een kwart eeuw het beleid. Sinds de onderwijsministers Deetman en Ritzen in de jaren tachtig willen we al toppen in het Nederlandse onderzoekslandschap, herkenbare excellentie.

'Op macroniveau kun je alleen maar vaststellen dat het werkt. Nederland scoort wetenschappelijk internationaal hoog, terwijl de investeringen relatief middelmatig zijn. Het systeem is wat dat betreft efficiënt.'

En het gemopper en geklaag in het laagland dan? Er is, stelt Van der Meulen wel vast, niet goed nagedacht over die takken van wetenschap waar grootschaligheid niet aan de orde is. 'Letteren. Sociale wetenschappen. Die hebben het moeilijk, terwijl ze net zo goed bijdragen aan de kwaliteit van het bestaan en een goed opgeleide beroepsbevolking. Wetenschap gaat over meer dan alleen artikelen en citaties per euro.'

Terug naar Klaas Landsman in Nijmegen, de ongeruste wiskundige met wie dit verhaal begon. Ruim een jaar na ons eerste gesprek over het Dagobert Duck-effect staart hij naar de grafiek die we uit de NWO- en ERC-databanken destilleerden. De torenhoge piek die gemakkelijk in de 30 miljoen euro per toponderzoeker reikt. En rechts de eindeloze longtail, het barre laagland waar tal van ook steengoeie onderzoekers weinig of niks krijgen.

Precies wat hij al dacht, zegt Landsman. De wetenschap is een wereld van haves en have-nots. 'We moeten ons echt beter afvragen of mannen als Leo Kouwenhoven, Heino Falcke of Mike Jetten werkelijk honderd keer beter zijn en de rest de weg moeten wijzen.'

Natuurlijk, zegt Landsman, we leven niet meer in 1900 met een eenzame Einstein op een zolderkamertje, die in zijn eentje de wetenschap verandert. Het huidige systeem dat mikt op groepen rond een paar topwetenschappers is uit balans, dat is zijn punt. 'We zetten nu stelselmatig tien promovendi op hetzelfde onderwerp en nul op iets anders. Ik zou zeggen: zeven tegen drie is helemaal niet veel ingewikkelder. En echt veel verstandiger.'