Krijgt bijna de helft van de patiënten te maken met een medische fout?
Krijgt bijna de helft van de patiënten te maken met een medische fout? © ANP

Heeft helft patiënten ervaring met medische misser?

Berichten verspreiden zich dankzij internet vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. De Volkskrant gaat op zoek naar hele en halve onwaarheden en probeert de zin van de onzin te scheiden.

'Helft patiënten heeft ervaring met medische missers', kopte het Algemeen Dagblad maandag. Dat zou blijken uit een onderzoek van Patiëntenfederatie NPCF onder bijna tienduizend mensen. Een aantal ondervraagden bij wie het fout ging liep blijvende lichamelijke schade op en op jaarbasis zouden medische fouten aan zo'n duizend mensen het leven kosten.

Naast het AD berichtten onder andere ook De Telegraaf, de NOS en Nu.nl over het NPCF-onderzoek. Maar zijn niet-gecontroleerde meldingen van patiënten wel een geschikte graadmeter? En wat wordt precies verstaan onder een 'medische misser'?

Wat is de bron?

Voor het onderzoek 'Veilige zorg' vroeg de NCPF 9.749 mensen die in de afgelopen twee jaar contact hebben gehad met zorgverleners in diverse zorginstellingen, waaronder ziekenhuizen, verpleeghuizen en apotheken, naar hun ervaringen. 45 procent zei weleens te hebben meegemaakt dat er iets misging, óf bijna mis ging. Dat het daadwerkelijk mis ging maakte de overgrote meerderheid, 88 procent, van deze groep mee, terwijl 47 procent ervaring had met een bijna-misser.

Het gaat dan voornamelijk om verkeerde medicijnen of een foute diagnose - 'er werd gedacht aan griep, maar het was kanker' -, en de fout wordt vooral geweten aan onvoldoende communicatie en aan zorgverleners die 'onvoldoende deskundig' leken.

Het gegeven dat jaarlijks duizend mensen overlijden als gevolg van een medische fout is afkomstig uit de Monitor Zorggerelateerde Schade 2011/2012 van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL).

Klopt dit wel?

Tips voor deze rubriek?

Mail naar kloptditwel@volkskrant.nl.

'Het verbaast mij niet', zegt hoogleraar Chirurgie aan het Erasmus MC Johan Lange die zich bezighoudt met patiëntveiligheid. 'Dit percentage is afgeleid van wat iemand in zijn hele leven heeft meegemaakt. Op tientallen momenten in je leven kom je in aanraking met de zorg. Dan is het statistisch gezien niet eens zo vreselijk veel.'

De groep deelnemers aan het patiëntenonderzoek is niet helemaal representatief, schrijft de NPCF in het onderzoeksrapport: bijna driekwart is ouder dan 55 en slechts 3 procent jonger dan 34. Bovendien heeft 83 procent een chronische aandoening. Omdat het gaat om een groep die relatief vaak in aanraking komt met gezondheidszorg, is de 45 procent misschien inderdaad niet erg verrassend. Maar is het ook representatief voor de zorgrealiteit?

Het NIVEL doet ook regelmatig onderzoek naar patiëntveiligheid. In de laatste versie van de Monitor Zorggerelateerde Schade, waarvoor ruim vierduizend dossiers van ziekenhuisopnames werden bestudeerd, bleek dat slechts 1,6 procent van de in 2011 en 2012 opgenomen patiënten te maken kreeg met 'potentieel vermijdbare schade'. Ook bleek dat Nederlandse ziekenhuizen een stuk veiliger waren geworden ten opzichte van de vorige meting. Het aantal 'potentieel vermijdbare' sterfgevallen daalde met de helft: van naar schatting 1.960 in 2008 naar 970 in 2011/2012.

Maar deze onderzoeken kunnen niet met elkaar vergeleken worden, benadrukt Cordula Wagner, programmaleider bij het NIVEL en hoogleraar patiëntveiligheid aan het VUmc in Amsterdam. 'Wij kijken naar ziekenhuisdossiers en medisch specialisten beoordelen of er sprake is van potentieel vermijdbare schade met gevolgen voor de patiënt.' Het NCPF-onderzoek kijkt daarentegen vanuit het perspectief van de patiënt en kijkt ook naar zaken die bijna misgingen, en naar missers die nauwelijks of geen gevolgen hadden.

Wat gedefinieerd kan worden als een 'misser' wordt ingevuld door de deelnemende patiënten zelf. Dat levert uiteenlopende resultaten op: van operaties met blijvende schade tot gevolg, tot het niet verwisselen van een infuuszak voor deze leeg geraakt was. Ruim een derde van de patiënten zei enkel ongemak van de misser te hebben ondervonden en ruim een tiende meldde helemaal geen gevolgen, terwijl 15 procent kampt met blijvend lichamelijk letsel.

Vaak gebeurt er niets, maar ook de bijna-missers wil je wel hebben, omdat er misschien een probleem onder schuilt.

Cordula Wagner

'Medische misser' is zogezegd een 'lekenterm', aldus Johan Lange. 'Als professionals hebben wij het liever over vermijdbare schade in de zorg. Dan gaat het over al dan niet ernstige schade of complicaties, veroorzaakt door zorgverleners, maar bijvoorbeeld ook door falende techniek of door de organisatiestructuur. Slechts bij een klein percentage is er sprake van verwijtbare zaken.'

'Verwijtbaar is ook een juridische term', legt Cordula Wagner uit. 'Dan moet er echt sprake zijn van schade door opzet of nalatigheid. Wij kijken naar potentieel vermijdbaar: had het voorkomen kunnen worden?'

Doordat de deelnemers zelf de definitie van misser bepaalden, valt het niet te controleren of het in elk geval daadwerkelijk een (bijna-)fout betrof. Wagner: 'Een patiënt denkt bijvoorbeeld: vragen ze nu alweer mijn naam?, maar zorgverleners moeten dat elke keer weer verifiëren. Als dit niet wordt uitgelegd, kan het de verkeerde indruk wekken: weten ze het wel?' Ook een verkeerde diagnose is niet in alle gevallen vermijdbaar, niet iedereen met hoofdpijn wordt immers gescand op een hersentumor.

Beiden erkennen het belang van het patiëntenonderzoek van de NCPF. 'In mijn ervaring is het zo dat als een patiënt beleeft dat er een fout is gemaakt, dit vaak ook zo is', aldus Lange. Wagner: 'Vaak gebeurt er niets, maar ook de bijna-missers wil je wel hebben, omdat er misschien een probleem onder schuilt. Veiligheid in de zorg is een doorlopend proces, zorgverleners moeten blijven leren van incidenten en bijna-incidenten. Patiënten moeten meer betrokken worden bij de zorg, dat is nog een ontwikkelpunt.'

Dat is dan ook wat de NCPF voornamelijk wilde communiceren. Directeur Dianda Veldman in het NPCF-persbericht: 'Patiënten denken graag mee over veilige zorg. Ze zijn een extra paar ogen en oren, daar kunnen en moeten dokters gebruik van maken. Dat gebeurt nu te weinig.'

Oordeel

Het onderzoek van NCPF is niet helemaal representatief en hoe betrouwbaar het oordeel van patiënten is, valt moeilijk in te schatten, maar dat is geen reden om het rapport terzijde te schuiven. Ervaringen van patiënten - ook met bijna-missers - zijn wel degelijk waardevol en niet iedere patiënt dient een klacht in of maakt een melding van een op het nippertje voorkomen fout.

De nieuwskoppen beweren wel wat te stellig dat 'de helft' van de patiënten ervaring heeft met een 'medische misser', zonder goed uit te leggen wat dat inhoudt.