Hebben sociale media vergelijkbaar effect op hersenen als drugs?
© ANP

Hebben sociale media vergelijkbaar effect op hersenen als drugs?

Berichten verspreiden zich dankzij internet vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. De Volkskrant gaat op zoek naar hele en halve onwaarheden en probeert de zin van de onzin te scheiden.

'Sociale media hebben een vergelijkbaar effect op je hersenen als drank en drugs', schreef het Algemeen Dagblad afgelopen weekend in een artikel met de kop 'Waarom we verslaafd zijn aan likes op Facebook'. Al jaren wordt de alarmklok geluid over de schadelijke effecten van nieuwe media, en in het bijzonder sociale media als Facebook, Instagram en Twitter, die ons 24 uur per dag in staat stellen contact met de buitenwereld te onderhouden middels het uitwisselen van foto's, berichtjes en likes.

Internet- en sociale mediaverslaving wordt, net als gameverslaving, steeds serieuzer genomen. Sommige afkickcentra hebben er al een behandelprogramma voor ontwikkeld. Maar is Instagram net zo verslavend als alcohol of cocaïne? Wat is precies het effect van deze middelen op de hersenen? En in hoeverre is dit vergelijkbaar?

Wat is de bron?

In het AD-artikel wordt neurowetenschapper Roeland Dietvorst van Neuro Labs, een neuromarketing onderzoek- en adviesbureau, geïnterviewd. Deze week spreekt hij op de Social Media Week Rotterdam over het effect van sociale media op het brein. Sociale media, legt hij in het AD alvast uit, activeren het genotscentrum in de hersenen, dat een rol speelt bij verslavingen. 'Een like voelt als een beloning en dus gaan we steeds opnieuw op zoek naar die bevestiging. Niet zo gek dus dat het gebruik van sociale media heel dwangmatig kan worden.'

Dit wordt in de intro van het artikel samengevat als: 'Sociale media hebben een vergelijkbaar effect op je hersenen als drank en drugs.' Niet zo vreemd dus, schrijft het AD, dat we zo veel tijd besteden aan Facebook en Twitter.

Klopt dit wel?

Bij alcohol en drugs is dat effect veel sterker omdat dat onnatuurlijke stoffen zijn waarmee het beloningscircuit wordt platgebombardeerd, zogezegd.

Anneke Goudriaan

'Bij abstracte beloningen, zoals een schouderklopje of applaus, wordt inderdaad hetzelfde hersengebied geactiveerd als bij alcohol of drugs', bevestigt Anneke Goudriaan, bijzonder hoogleraar Werkingsmechanismen en behandeling van verslavingsgedrag aan het AMC in Amsterdam. 'Maar het effect is veel minder sterk, dus in die zin klopt de vergelijking niet.'

Sociale interacties werken net als banalere zaken als eten en seks in op het beloningscentrum. Maar dat zijn zogenaamde 'natuurlijke beloners'. 'Bij alcohol en drugs is dat effect veel sterker omdat dat onnatuurlijke stoffen zijn waarmee het beloningscircuit wordt platgebombardeerd, zogezegd.' Ter vergelijking: bij het consumeren van voedsel wordt de output van het beloningscircuit vijftig keer verhoogd, bij seks honderd keer. Bij cocaïne is dat 350 keer, en bij speed zelfs 1.200 keer. Dat deze middelen veel sterkere beloners zijn, maakt ze ook verslavender.

Naar het exacte effect van de felbegeerde likes op Facebook bestaat nog weinig onderzoek, maar volgens Goudriaan zal dit waarschijnlijk meer in de effectgrootte zitten van voedsel. Dit betekent niet dat sociale media geen verslavende werking hebben. 'In principe zou je aan alles wat het beloningscentrum activeert verslaafd kunnen raken, maar vooralsnog is dat alleen voor gokken vastgesteld - waarbij het ook om gedrag gaat, en niet om een middel.'

'Er wordt vaak vergeten dat maar een klein gedeelte van de mensen echt gevoelig is voor verslaving', nuanceert ook Taco de Vries, neurobioloog en hoogleraar Hersenen & Gedrag aan het VUmc in Amsterdam. 'Van iedereen die drugs gebruikt raakt grosso modo maar 15 procent verslaafd.' Bij internetverslaving - overigens in de psychiatrie nog niet officieel erkend als verslaving - ligt dat percentage waarschijnlijk lager. Drugs en alcohol hebben immers een extra effect dat natuurlijke beloners niet hebben.

Volgens De Vries wil dat zeker niet zeggen dat een sociale media-verslaving minder serieus is, 'maar het is te kort door de bocht om te spreken van hetzelfde effect.'

Roeland Dietvorst zelf beaamt dit: 'Het is in de tekst van het artikel wat gechargeerd verwoord, maar de verslavende werking moet zeker niet onderschat worden. Ik wilde een link leggen naar het beloningscentrum in het brein, dat de automatische neiging activeert bepaald gedrag steeds te herhalen. Daar zit de vergelijking met sociale media.'

Dietvorst haalt een onderzoek aan van Wilhelm Hofmann, professor Sociale en Economische Cognitie aan de Universiteit van Keulen, dat binnenkort wordt gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Psychological Science. Uit die studie bleek dat proefpersonen sociale media lastiger vonden te weerstaan dan sigaretten en alcohol. 'De mate waarin een activiteit het beloningscentrum activeert is belangrijk', aldus Dietvorst, 'maar daarnaast ook hoe makkelijk het brein de koppeling legt tussen het gedrag dat tot de beloning leidt. Bij het consumeren van sociale media wordt deze koppeling snel gemaakt.'

Het valt Dietvorst overigens op dat er op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar sociale media onderzoekers vooral negatieve effecten zoeken - én vinden. Studies die zich richten op de positieve kanten zijn schaarser, terwijl die toch ook bestaan.

In het AD-interview geeft hij ook daarvan een voorbeeld: 'Ander onderzoek laat zien dat er een verband is tussen de grootte van iemands netwerk op Facebook en de dichtheid van bepaalde cellen in het brein die te maken hebben met sociale intelligentie. Heb je online een groot netwerk, dan ben je vaak juist ook in het echte leven heel sociaal. Op sociale media gebruiken we trouwens veel dezelfde hersendelen als in het echte leven tijdens sociale interactie.'

Oordeel

Dat sociale media een vergelijkbaar effect hebben op het brein als alcohol of drugs, is zeker niet onwaar: net als bij lichamelijk verslavende middelen licht het beloningscentrum in het brein op. Maar dat maakt Facebook nog niet de crack van de 21ste eeuw. Met de vraag hoe verslavend sociale media nu precies zijn, is de wetenschap nog wel even zoet.