Filosofie van de leegte en het niets

Vooral buiten de muren van de filosofische faculteiten wordt nog volop gezocht naar de waarheid, de diepere zin en de fundamenten van het leven....

Zo'n verwoede zoeker naar de waarheid omtrent het leven is ook Jan Bor,filosoof en publicist, die ons in zijn Op de grens van het denken, met alsnogal pretentieuze ondertitel De filosofie van het onzegbare, verslag doetvan zijn levenslange queeste naar de achterkant van de dingen, de dieperegronden van het Zijn, maar bovenal naar een antwoord op de vraag 'Wie benik?'.Deze voorlopige intellectuele autobiografie begint in 1961 ('ik moestnog vijftien worden,' vermeldt de schrijver niet zonder trots) met eenbezoek aan de legendarische tentoonstelling Bewogen Beweging in hetStedelijk Museum van Amsterdam, 'waar ik me voor de eerste keer realiseerdedat de werkelijkheid, of wat daar voor doorgaat, niet vastligt', en eindigtomstreeks 2000 met de lezing van de roman Gloed van Sándor Márai en eenChinese zentekst, die beide tot dezelfde conclusie komen: de waarheid ligtniet buiten ons, de wetenschap zal ze ons niet verraden, het denken en detaal hebben er geen greep op, de waarheid moeten we zoeken in ons hart.Omstandig, misschien al te omstandig, zet Bor uiteen wat hij in detussenliggende veertig jaar gedaan heeft om een antwoord op die prangendevraag 'Wie ben ik?' te vinden. Om te beginnen stort hij zich op defilosofie, Bergson en Heidegger zijn de filosofen die hem het meestaanspreken. Hij schrijft zich in aan de universiteit, maar 'spuugzat vande dorre theorie' neemt hij het aanbod aan om staflid te worden van het pasgeopende meditatiecentrum De Kosmos in Amsterdam, het is de uitbloei vande fameuze jaren zestig, de stad geurt naar de wierook en de hasj, en hetrood en oranje van de verheerlijkers van het Oosten, de goeroes, would-begoeroes, en voormalige bloemenkinderen domineren het straatbeeld.Ook hier vindt hij zijn geluk niet, hij vertrekt naar het echte Oosten,naar Japan, waar hij zich meldt bij een zen-tempel. De jarenlangebeoefening van de zen-meditatie die erop volgt, brengt hem wel inzichtenmaar zijn pad is het niet. Een filosofische herbezinning, met de moed derwanhoop, lijkt geboden. Het levert hem eindelijk iets 'concreets' op, eenobjectloze filosofie, een filosofie van de leegte, een filosofie van hetniets, die alleen maar de verwondering over het mysterie van hetgegeven-zijn van de dingen kan opwekken.Bor heeft zich een onmogelijke taak gesteld en hij is zich daar terdegevan bewust: het verwoorden van ervaringen waarop woorden geen vat hebben.Dat heeft een 'onmogelijk' boek opgeleverd, een boek dat nergens toe leidt,al helemaal niet tot een duidelijke conclusie. En toch is het geen zinloosboek, noch voor de schrijver, noch voor de lezer. Zowel de een als de anderkan zich troosten met de aloude Chinese wijsheid: de weg is het doel.Hans DriessenJan Bor: Op de grens van het denken - De filosofie van het onzegbareBertBakker;  18,95Bert Bakker;  18,95